2006-11-03 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
This commit is contained in:
parent
3d1c798cc8
commit
61af51f1d8
1 changed files with 68 additions and 9 deletions
|
|
@ -2806,7 +2806,19 @@ Indien een staat voor het doen van afstand van de nationaliteit slechts een klei
|
|||
|
||||
####### 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen
|
||||
|
||||
Indien een verzoeker een beroep wenst te doen op deze uitzondering op de afstandsver plichting, dient hij een volledig ingevulde verklaring omtrent inkomen en vermogen (viv) te overleggen die door of namens de burgemeester is afgegeven en is voorzien van een gemeentestempel. Op de viv wordt aangegeven welke gegevens omtrent het inkomen en vermogen van belang zijn. De viv mag niet ouder zijn dan twee maanden.
|
||||
Indien een verzoeker een beroep wenst te doen op deze uitzondering op de afstandsverplichting, dient hij, voor zover van toepassing, de volgende, meest recente bewijsstukken te overleggen:
|
||||
|
||||
– loonstroken;
|
||||
– uitkeringsspecificaties;
|
||||
– bewijzen van andere inkomsten dan hierboven bedoeld;
|
||||
– afschriften van bank- en/of girorekeningen (salarisrekeningen, spaarrekeningen etc.);
|
||||
– bewijs van bezit van effecten;
|
||||
– opgave van de restschuld van de hypotheek op de eigen woning;
|
||||
– beschikking op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ);
|
||||
– bewijs van betaling of ontvangst van betaalde of ontvangen alimentatie betreffende ex-partner of kinderen die niet tot zijn huishouding behoren;
|
||||
– bewijzen van bijzondere bijdragen in de kosten van levensonderhoud ten behoeve van de ex-partner of kinderen die tot zijn huishouding behoren;
|
||||
– bewijs van betaling inzake de kosten van vrijwillige ziektekostenverzekeringen of bewijs van betaling inzake de nominale premie Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) ten behoeve van de Zorgverzekering;
|
||||
– beschikking verhaal krachtens de Wet werk en bijstand (Wwb) en bewijs van betaling. Indien er na het invullen van de viv wijzigingen zijn opgetreden in het inkomen of vermogen van de verzoeker, dient dit aan de hand van recente, hierboven vermelde bewijsstukken te worden aangetoond.
|
||||
|
||||
####### 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)
|
||||
|
||||
|
|
@ -2814,15 +2826,15 @@ Als niet-zelfstandige wordt in dit verband aangemerkt een persoon die zijn inkom
|
|||
|
||||
In dit kader geldt als inkomen; het maandinkomen (van verzoeker en eventueel zijn (huwelijks)partner), inclusief de overhevelingstoeslag, na aftrek van de over het bruto inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies, pensioenpremies en vaste lasten (zoals maandelijkse uitgaven in verband met alimentatie ten behoeve van de gewezen partner en ten behoeve van de kinderen, premies van vrijwillige verzekering tegen ziektekosten, premies krachtens de Zorgverzekeringswet en de AWBZ, verhaalsbedragen in het kader van de Wwb en eventuele andere bijzondere uitgaven die noodzakelijk ten laste van verzoeker komen) (vergelijk artikel 1, onder b, Bdr en artikel 7 Bdr).
|
||||
|
||||
In dit kader geldt als vermogen; de waarde van de bezittingen, verminderd met de waarde van de schulden (vergelijk artikelen 1, onder c, 8 en 9 Bdr).
|
||||
In dit kader geldt als vermogen het gemiddelde van de rendementsgrondslagen, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (vergelijk artikel 1, eerste lid, onder o, Wet op de rechtsbijstand).
|
||||
|
||||
####### 3.4.4. Zelfstandigen
|
||||
|
||||
Als zelfstandige wordt in dit verband aangemerkt een persoon die inkomsten verwerft uit een bedrijf of een zelfstandig beroep.
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van het netto maandinkomen wordt uitgegaan van het inkomen voorafgaand aan het jaar van indienen van het verzoek om naturalisatie (vergelijk artikel 5, derde lid, Bdr).
|
||||
Voor de vaststelling van het netto maandinkomen wordt uitgegaan van het inkomen voorafgaand aan het jaar van indienen van het verzoek om naturalisatie
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van het vermogen wordt uitgegaan van de toestand van het vermogen op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van het indienen van het verzoek om naturalisatie (artikel 8, tweede lid, Bdr).
|
||||
Voor de vaststelling van het vermogen wordt uitgegaan van de toestand van het vermogen op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van het indienen van het verzoek om naturalisatie.
|
||||
|
||||
Van een verzoeker die over een aanzienlijk vermogen beschikt kan niet snel worden aangenomen dat hij, gelet op zijn financiële draagkracht, een bedrag aan leges voor het doen van afstand moeilijk kan opbrengen. Hierbij geldt een vermogensgrens, waarboven niet meer kan worden gesproken van een door verzoeker te lijden substantieel financieel nadeel (uiteraard met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 3.4.1).
|
||||
|
||||
|
|
@ -3785,15 +3797,62 @@ b. Voor een gemeenschappelijk verzoek, dat wil zeggen een verzoek om naturalisat
|
|||
|
||||
###### 2.4. Beoordeling of laag tarief van toepassing is
|
||||
|
||||
In geval van financieel min- en onvermogen van de verzoeker(s) is laag tarief van toepassing. Elk van de drie Koninkrijksdelen heeft in de ingevolge artikel 3, tweede lid, BON 2000 totstandgekomen ministeriële regeling eigen criteria ontwikkeld om de status van min- en onvermogen vast te stellen. Voor Nederland wordt die status vastgesteld aan de hand van de verklaring omtrent het inkomen en vermogen (een verklaring op grond van artikel 25 Wet op de rechtsbijstand).
|
||||
In geval van financieel min- en onvermogen van de verzoeker(s) is een laag tarief van toepassing. Elk van de drie Koninkrijksdelen heeft in de ingevolge artikel 3, tweede lid, BON 2000 totstandgekomen ministeriële regeling eigen criteria ontwikkeld om de status van min- en onvermogenden vast te stellen. Voor Nederland wordt die status vastgesteld aan de hand van een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand (een verklaring op grond van artikel 7, tweede lid, onder d, Wet op de rechtsbijstand inhoudende de vaststelling van de draagkracht overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de rechtsbijstand).
|
||||
|
||||
Op grond van de Wwb bestaat de mogelijkheid toeslagen toe te kennen. De Gemeentelijke Sociale Diensten hebben een beleidsvrijheid met het toekennen van deze toeslagen en er zijn geen standaardnormeringen ontwikkeld. In dat kader dient uitsluitend te worden getoetst aan de bijstandsnormen zonder toeslagen. Dit betekent, dat een verzoeker wiens inkomsten bestaan uit een uitkering Wwb, al dan niet aangevuld met een toeslag Wwb (hetzij structureel, hetzij incidenteel), in aanmerking komt voor naturalisatie tegen laag tarief.
|
||||
Deze verklaring is verkrijgbaar bij de raad voor rechtsbijstand. De inkomensverklaring van de raad is niet nodig indien de verzoeker alleen inkomsten heeft uit de Wet werk en bijstand (Wwb). In dat geval volstaat de Verklaring bijstandsgerechtigden en asielzoekers (Wwb, ROA). Deze verklaring is verkrijgbaar bij de gemeente.
|
||||
|
||||
Een verzoeker heeft een WAO-uitkering of een WIA-uitkering. Omdat deze uitkering beneden het bijstandsniveau ligt, ontvangt de verzoeker een aanvulling op grond van de Toeslagenwet. Hierdoor is het netto-inkomen van de verzoeker € 2,38 hoger dan de voor hem geldende bijstandsnorm. De aanvulling op grond van de Toeslagenwet is verleend om het inkomen van de verzoeker aan te vullen tot het bijstandsniveau. Door de verschillende berekeningssystemen van de bedrijfsvereniging en de Sociale Dienst ligt het inkomen van verzoeker iets boven de voor hem geldende bijstandsnorm. De achterliggende gedachte van de verleende aanvulling is om de verzoeker een inkomen op bijstandsniveau te verschaffen. In dat kader komt de verzoeker in aanmerking voor het verminderd tarief.
|
||||
Eén verzoeker komt in aanmerking voor tarief C als het inkomen van verzoeker niet uitkomt boven de op hem of haar toepasselijke norm uit de Wwb. Het gaat dan om de norm die van toepassing is in het halfjaar dat het naturalisatieverzoek wordt ingediend en de betalingsverplichting wordt vastgesteld. Bij de beoordeling of de verzoeker in aanmerking komt voor laag tarief wordt, gelet op het bepaalde in artikel 10, tweede lid, Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap, in het geval deze gehuwd is, dan wel een (geregistreerde) partner heeft (tenzij deze echtgeno(o)t(e) of partner van de verzoeker duurzaam gescheiden leeft) dan wel een duurzaam huishouden voert met een persoon (tenzij tussen hen een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat), het inkomen van beiden meegerekend.
|
||||
|
||||
Als een verzoeker voor het laag tarief in aanmerking wenst te komen, dient hij een gewaarmerkte verklaring omtrent inkomen en vermogen, of een verklaring Bijstandsgerechtigden en asielzoekers (Wwb, ROA) en de meest recente uitkeringsspecificatie te overleggen. De verklaring omtrent inkomen en vermogen of de verklaring Bijstandsgerechtigden en asielzoekers (Wwb, ROA) mag niet ouder zijn dan twee maanden.
|
||||
Gemeenschappelijke verzoekers komen in aanmerking voor tarief D als hun gezamenlijke inkomen niet uitkomt boven de norm uit de Wwb, die op hen van toepassing is op het moment dat het naturalisatieverzoek wordt gedaan en de betalingsverplichting wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
Indien blijkt dat er een wijziging is opgetreden in het inkomen van de verzoeker, dient de laatst ontvangen salaris- of uitkeringsspecificatie te worden overgelegd. Kan een verzoeker deze stukken niet overleggen, dan moet hem worden geadviseerd te wachten met de indiening van het verzoek totdat hij wel over de benodigde stukken beschikt.
|
||||
In het geval van een zelfstandig verzoek van een minderjarige wordt het toepasselijk tarief (gewoon of verminderd tarief) bepaald aan de hand van het inkomen van de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het kind.
|
||||
|
||||
In het geval een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand wordt overgelegd, vindt beoordeling of de verzoeker in aanmerking komt voor het lage tarief plaats door middel van een omrekening aan de hand van de “Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990” van het in de inkomensverklaring vermelde belastbare jaarinkomen naar de op de verzoeker toepasselijke norm uit de Wwb. De omgerekende jaarbedragen zijn vermeld in onderstaande tabel.
|
||||
|
||||
De bijstandsnormen worden halfjaarlijks gewijzigd. De datum van indiening van het verzoek om naturalisatie is bepalend voor de toepasselijke bijstandsnorm. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt de nieuwe bijstandsnorm bekend via persberichten. Nadere informatie over de bijstandsnormen kan worden verkregen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, telefoonnummer (070) 3334444 of 0800 9051. Als de bijstandsnormen gewijzigd worden zullen de nieuwe jaarbedragen in een TBN worden gepubliceerd.
|
||||
|
||||
Ter vaststelling of een verzoeker die een inkomensverklaring, afgegeven door de raad voor rechtsbijstand overlegt, in aanmerking komt voor een laag tarief geldt onderstaande omrekentabel. Aan de hand van de bedragen in die tabel wordt bepaald of een verzoeker voor een laag tarief in aanmerking komt. Is het inkomen en vermogen van verzoeker(s) niet hoger dan het op de situatie van de verzoeker(s) van toepassing zijnde bedrag in de tabel, dan komt of komen verzoeker(s) in aanmerking voor een laag tarief.
|
||||
|
||||
| * Verzoeker(s) * | * Omgerekend jaarinkomen zoals vermeld in de inkomensverklaring, geldend per 1 juli 2006 * |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| | |
|
||||
| * Gehuwden en ongehuwd samenwonenden * | |
|
||||
| *Beiden 21 jr en ouder, jonger dan 65 jr* | *€17.599, 18* |
|
||||
| *Beiden 65 jr en ouder* | *€18.844,86* |
|
||||
| *Een echtgenoot/partner ouder dan 65, de ander tenminste 21 jr* | *€18.844,86* |
|
||||
| * Alleenstaande ouders (met kinderen jonger dan 18) * | |
|
||||
| *21 jr en ouder maar jonger dan 65 jr* | *€11.285,25* |
|
||||
| *65 jr en ouder* | *€17.210,35* |
|
||||
| * Alleenstaanden * | |
|
||||
| *Ouder dan 21 jr, maar jonger dan 65 jr* | *€8.799,80* |
|
||||
| *Ouder dan 65 jr* | *€15.119,75* |
|
||||
| * Jongeren (18 tot en met 20 jr) * | |
|
||||
| *Gehuwden, een partner jongere* | *€10.385,80* |
|
||||
| *Idem, met kinderen* | *€14.512,92* |
|
||||
| *Gehuwden, beide jongere* | *€5.334,62* |
|
||||
| *Idem, met kinderen* | *€8.422,02* |
|
||||
| *Alleenstaande ouders* | *€4.248,80* |
|
||||
| *Alleenstaanden* | *€2.667,31* |
|
||||
|
||||
*
|
||||
Voorbeeld
|
||||
*
|
||||
|
||||
Verzoeker, alleenstaande, ouder dan 21 maar jonger dan 65, dient een naturalisatieverzoek in. Verzoeker meent in aanmerking te komen voor laag tarief en legt een inkomensverklaring T-2 van de raad voor rechtsbijstand over. Uit de inkomensverklaring blijkt dat het belastbaar jaarinkomen van betrokkene €9.102,65 bedraagt. Volgens de omrekentabel komt verzoekerniet in aanmerking voor het laag tarief, omdat hij ten hoogste € 8.799,80 aan inkomsten zou mogen hebben gehad.
|
||||
|
||||
Op grond van de Wwb bestaat de mogelijkheid toeslagen toe te kennen. De Gemeentelijke Sociale Diensten hebben een beleidsvrijheid met het toekennen van deze toeslagen en er zijn geen standaardnormeringen ontwikkeld. In dat kader dient uitsluitend te worden getoetst aan de bijstandsnormen zonder toeslagen. Dit betekent dat een verzoeker wiens inkomsten bestaan uit een uitkering Wwb, al dan niet aangevuld met een toeslag Wwb (hetzij structureel, hetzij incidenteel) in aanmerking komt voor naturalisatie tegen laag tarief.
|
||||
|
||||
Het komt voor dat verzoekers die een combinatie van verschillende uitkeringen ontvangen, door verschillende berekeningssystemen van de uitkeringsinstanties een inkomen genieten dat slechts enkele euro’s boven de voor hen geldende bijstandsnormen ligt. Uitsluitend in die gevallen waarin de verzoeker en zijn/haar eventuele echtgeno(o)t(e) of partner verschillende uitkeringen geniet(en) (dus bijvoorbeeld niet in gevallen waarin inkomsten uit arbeid worden genoten), geldt dat als het belastbaar jaarinkomen in het peiljaar niet meer dan €100 boven het in het op betrokkene(n) van toepassing zijnde bedrag in bovenstaande omrekentabel ligt, de verzoeker toch in aanmerking komt voor het verminderd tarief. Ook hier geldt dat de verzoeker een en ander door middel van een inkomensverklaring T-2 van de raad voor rechtsbijstand dient aan te tonen. De inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand moet afgegeven zijn in hetzelfde jaar waarin het verzoek om naturalisatie is ingediend.
|
||||
|
||||
*
|
||||
Voorbeeld
|
||||
*
|
||||
|
||||
Een verzoeker had in het peiljaar T-2 een WAO-uitkering. Omdat deze uitkering beneden het bijstandsniveau ligt, ontvangt de verzoeker een aanvulling op grond van de Toeslagenwet. Hierdoor is het belastbaar jaarinkomen van de verzoeker €67 hoger dan de voor hem geldende bijstandsnorm. De aanvulling op grond van de Toeslagenwet is verleend om het inkomen van de verzoeker aan te vullen tot het bijstandsniveau. Door de verschillende berekeningssystemen van de bedrijfsvereniging en de Sociale Dienst ligt het inkomen van verzoeker iets boven de voor hem geldende bijstandsnorm. De achterliggende gedachte van de verleende aanvulling is om de verzoeker een inkomen op bijstandsniveau te verschaffen. In dat kader komt de verzoeker in aanmerking voor het verminderd tarief. Indien de verzoeker meent voor laag tarief in aanmerking te komen, zal hij een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand moeten tonen.
|
||||
|
||||
Als een verzoeker voor het lage tarief in aanmerking wenst te komen, dient hij een inkomensverklaring afgegeven door de raad voor rechtsbijstand, of een verklaring Bijstandsgerechtigden en asielzoekers (Wwb, ROA) en de meest recente uitkeringsspecificaties, te overleggen. De inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand moet afgegeven zijn in hetzelfde jaar waarin het naturalisatieverzoek is ingediend. De Verklaring bijstandsgerechtigden en asielzoekers (Wwb, ROA) mag bij de indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder zijn dan twee maanden. Het verdient aanbeveling om een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand tijdig voor afloop van het kalenderjaar aan te vragen zodat bij het naturalisatieverzoek een inkomensverklaring kan worden overgelegd die in hetzelfde jaar is afgegeven als het verzoek wordt gedaan.
|
||||
|
||||
Kan een verzoeker deze stukken niet overleggen, dan moet hem worden geadviseerd te wachten met de indiening van het verzoek totdat hij wel over de benodigde stukken beschikt.
|
||||
|
||||
Desalniettemin dient het naturalisatieverzoek in ontvangst te worden genomen indien de verzoeker erop staat zijn verzoek in te dienen in afwachting van het overleggen van genoemde stukken. Het verdient aanbeveling in voorkomende gevallen een woordelijk verslag op te maken en het verslag te laten ondertekenen door betrokkene. De te betalen naturalisatiegelden worden in dat geval op hoog tarief gesteld en de verzoeker(s) ingevolge artikel 4:5 Awb gedurende zes weken in de gelegenheid gesteld om de aanvraag te completeren.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue