2005-01-01 | BWBR0017779 | Besluit handel in emissierechten
This commit is contained in:
parent
e8c6a23e64
commit
61b7b49a2b
1 changed files with 106 additions and 173 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit handel in emissierechten
|
|||
bwb_id: BWBR0017779
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2024-03-30'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017779
|
||||
citeertitel: Besluit handel in emissierechten
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,234 +16,167 @@ citeertitel: Besluit handel in emissierechten
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en marktoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 218);
|
||||
wet: Wet milieubeheer;
|
||||
|
||||
brandstof: gasvormige, vloeibare of vaste stof, met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen, dienende voor verbranding;
|
||||
|
||||
CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is vastgesteld;
|
||||
vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
||||
CO_2: kooldioxide;
|
||||
|
||||
N_2O: distikstofoxide (lachgas);
|
||||
CO_2-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
|
||||
verbrandingseenheid: vaste technische eenheid waarin activiteiten als bedoeld in artikel 3, onder t, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten plaatsvinden;
|
||||
brandstof: gasvormige, vloeibare of vaste stof, met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen, dienende voor verbranding;
|
||||
|
||||
wet: Wet milieubeheer.
|
||||
meetinstantie: rechtspersoon als bedoeld in artikel 9, derde lid;
|
||||
|
||||
CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Broeikasgasemissies
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.1. Broeikasgasinstallaties
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Deze paragraaf heeft het toepassingsgebied van afdeling 16.2.1 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Als categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen de categorieën van activiteiten die een emissie van CO_2 in de lucht veroorzaken en die in de bij dit besluit behorende bijlage zijn genoemd.
|
||||
|
||||
Als categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen:
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de aanwijzing, bedoeld in dat lid, geen betrekking op activiteiten voorzover de CO_2-installaties waarin zij worden verricht, uitsluitend worden gebruikt voor onderzoek, ontwikkeling en beproeving van nieuwe producten en processen als bedoeld in bijlage I, onderdeel 1, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
|
||||
|
||||
a. de categorieën van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I zijn genoemd en de daar genoemde broeikasgassen;
|
||||
b. op grond van artikel 24 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten in het systeem van handel in broeikasgasemissierechten opgenomen:
|
||||
|
||||
1°. combinaties van activiteiten en broeikasgassen alsmede
|
||||
2°. combinaties van broeikasgasinstallaties en broeikasgassen,
|
||||
|
||||
met ingang van de in de beschikking van de Europese Commissie tot goedkeuring van die opneming genoemde datum.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft geen betrekking op activiteiten, indien:
|
||||
|
||||
a. de betreffende drempelwaarde, genoemd in bijlage I, niet wordt overschreden;
|
||||
b. de broeikasgasinstallatie waarin de activiteiten worden verricht, bestemd is voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen;
|
||||
c. de broeikasgasinstallatie waarin de activiteiten worden verricht, bestemd is voor onderzoek, ontwikkeling of beproeving van nieuwe processen of producten;
|
||||
d. de totale broeikasgasemissies van de broeikasgasinstallatie in de voorgaande desbetreffende periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 11, eerste lid, tweede alinea, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten gemiddeld voor meer dan 95% uit emissies bestaat die het gevolg is van de verbranding van biomassa die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
|
||||
e. zich in de broeikasgasinstallatie waarin de activiteiten worden verricht, een reserve, achtervang of parallelle eenheid bevindt die niet gelijktijdig in werking kan zijn met andere eenheden en:
|
||||
|
||||
1°. de drempelwaarde, genoemd in bijlage I, niet wordt overschreden, als de activiteiten die plaatsvinden in de reserve, achtervang of parallelle eenheid van een broeikasgasinstallatie niet worden meegeteld;
|
||||
2°. er een technische restrictie is waardoor de reserve, achtervang of parallelle eenheid niet tegelijkertijd in werking kan zijn met andere eenheden en de drempelwaarden, genoemd in bijlage 1, op geen enkel moment kunnen worden overschreden;
|
||||
3°. de technische restrictie, bedoeld onder 2°, gemeld is aan het bestuur van de emissieautoriteit, en
|
||||
4°. voldaan wordt aan de bij ministeriële regeling gestelde regels;
|
||||
f. de broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten op verzoek van de exploitant van de broeikasgasinstallatie is uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten en minder dan 2500 ton CO_2-equivalenten aan emissies heeft gerapporteerd aan het bestuur van de emissieautoriteit, uitgezonderd emissies van biomassa, in elk van de drie jaren voorafgaand aan het moment van aanmelding bij de Europese Commissie en voldaan wordt aan de bij ministeriële regeling gestelde regels.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft geen betrekking op activiteiten binnen:
|
||||
|
||||
a. een verbrandingseenheid die uitsluitend bedoeld is voor de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen;
|
||||
b. een eenheid voor onderzoek, ontwikkeling of het testen van nieuwe producten of processen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien in een broeikasgasinstallatie meerdere activiteiten als genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage I worden uitgeoefend, blijft bij de toepassing van het eerste lid, onder a, de activiteit met een drempelwaarde uitgedrukt in totaal nominaal thermisch ingangsvermogen buiten beschouwing, indien de drempelwaarde van de andere activiteit of activiteiten is uitgedrukt in een ander criterium dan totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en deze drempelwaarde wordt bereikt of overschreden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een broeikasgasinstallatie op grond van artikel 27 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten is uitgesloten van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten, ziet de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de betrokken handelsperiode niet op activiteiten die in de broeikasgasinstallatie worden verricht.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een broeikasgasinstallatie, die als gevolg van de exploitatie van verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW onder het toepassingsgebied van het Europese emissiehandelssysteem valt, haar productieprocessen wijzigt om haar broeikasgasemissies te verminderen en niet langer aan die drempel voldoet, kan de exploitant van de broeikasgasinstallatie het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om de broeikasgasinstallatie alleen tot het einde van de huidige of ook de volgende periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 11 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten na de wijziging van de productieprocessen binnen het toepassingsgebied te laten vallen van afdeling 16.2.1 van de wet.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verzoek, bedoeld in het zesde lid, kan worden gedaan.
|
||||
**3.** Voorzover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 27 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten heeft bepaald dat een inrichting tijdelijk buiten de reikwijdte van die richtlijn blijft, heeft de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, tot en met 31 december 2007 geen betrekking op activiteiten die in de CO_2-installaties binnen die inrichting worden verricht. Onze Minister doet hiervan mededeling in de Staatscourant onder vermelding van de naam en het adres van de inrichting en de dag met ingang waarvan bedoelde uitzondering geldt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning wordt gedaan door of namens degene die de inrichting drijft, waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt in viervoud bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag geschiedt door indiening van een monitoringsprotocol dat voldoet aan de vereisten die zijn gesteld in de artikelen 4 en 5.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het in werking hebben van een inrichting als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet, vermeldt de aanvrager in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, in elk geval:
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, en de aanvraag krachtens artikel 16.20a, eerste lid, van de wet moeten geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen. Bij de aanvraag om een vergunning wordt een monitoringsplan ingediend.
|
||||
a. de naam en het adres van de aanvrager en beoogde houder van de vergunning, onder overlegging van een uittreksel uit het handelsregister, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Handelsregisterwet 1996;
|
||||
b. het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van de inrichting;
|
||||
c. de naam van de contactpersoon van het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van de wet voor de inrichting te verlenen;
|
||||
d. de indeling, de activiteiten en de processen in de inrichting, voorzover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de emissies van CO_2 in de lucht, die daardoor kunnen worden veroorzaakt;
|
||||
e. de CO_2-installaties die zich in de inrichting bevinden;
|
||||
f. de brandstoffen die in de inrichting worden verbruikt, en voor elke brandstof de hoeveelheid die bij de maximale capaciteit van de inrichting wordt verbruikt;
|
||||
g. de wijze waarop in het emissieverslag verslag wordt gedaan van de jaarvracht en de gegevens betreffende het brandstofverbruik, het grondstofgebruik en de productie en de wijze waarop deze gegevens worden verkregen;
|
||||
h. de beschikbaarheid en de vakbekwaamheid van de personen die met de uitvoering van het monitoringsprotocol en de controle op de naleving daarvan worden belast en de wijze waarop taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen deze personen;
|
||||
i. de wijze waarop de werkzaamheden, bedoeld in artikel 9, eerste lid, door een meetinstantie moeten worden verricht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven gevallen en met inachtneming van bij die regeling te stellen eisen:
|
||||
In het monitoringsprotocol vermeldt de aanvrager tevens afzonderlijk voor elke CO_2-installatie die zich in de inrichting bevindt, waarop de aanvraag betrekking heeft:
|
||||
|
||||
a. bij het bepalen van de jaarvracht van een broeikasgasinstallatie tevens rekening wordt gehouden met emissies van een met betrekking tot die activiteit aangeduid broeikasgas, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de broeikasgasinstallatie worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de broeikasgasinstallatie bevindt;
|
||||
b. bij het bepalen van de jaarvracht van een broeikasgasinstallatie geen rekening wordt gehouden met emissies van een met betrekking tot die activiteit aangeduid broeikasgas, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de broeikasgasinstallatie worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de broeikasgasinstallatie bevindt;
|
||||
a. de soort brandstoffen en grondstoffen die in de CO_2-installatie worden verbruikt, onderscheidenlijk gebruikt, en die emissies van CO_2 in de lucht kunnen veroorzaken;
|
||||
b. voor elke brandstof of grondstof de hoeveelheid die bij de maximale capaciteit van de CO_2-installatie wordt verbruikt, onderscheidenlijk gebruikt;
|
||||
c. de wijze waarop de hoeveelheid te verbruiken brandstoffen en te gebruiken grondstoffen alsmede de productie wordt bepaald;
|
||||
d. de productiecapaciteit;
|
||||
e. de bronnen van emissies van CO_2 in de lucht;
|
||||
f. de wijze waarop met behulp van een berekening of een meting de CO_2-jaarvracht wordt bepaald;
|
||||
g. de wijze waarop de onder c en f bedoelde gegevens worden verkregen, geregistreerd en bewaard;
|
||||
h. een niet-technische samenvatting van de in dit lid en het eerste lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het uitbreiden of veranderen van de inrichting of het veranderen van de werking daarvan dan wel op het veranderen van het voor de inrichting geldende monitoringsprotocol als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, onder b, c en d, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing en vermeldt de aanvrager in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, tevens:
|
||||
|
||||
a. de vergunning krachtens welke de inrichting in werking is;
|
||||
b. de beoogde uitbreiding, verandering of verandering van de werking van de inrichting, onderscheidenlijk verandering van het monitoringsprotocol;
|
||||
c. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen uitbreiding of verandering te verwezenlijken.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels met betrekking tot de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag, met inbegrip van het monitoringsprotocol, moeten worden verstrekt en de wijze waarop dit dient te geschieden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat in daarbij aangegeven gevallen en met inachtneming van bij die regeling te stellen eisen:
|
||||
|
||||
a. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting tevens rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
b. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting geen rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
c. in afwijking van hoogste niveau van nauwkeurigheid kan worden volstaan met een lager niveau van nauwkeurigheid indien:
|
||||
|
||||
1°. het hoogste niveau van nauwkeurigheid technisch niet haalbaar is of tot buitensporig hoge kosten leidt, of
|
||||
2°. het kleine bronnen van emissies van CO_2 in de lucht betreft en in het monitoringsprotocol ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit een beschrijving is opgenomen van de toe te passen lagere niveaus voor de variabelen die worden gebruikt om de CO_2-emissies uit deze kleine bronnen te berekenen of de door de inrichting te hanteren eigen ramingsmethode om de CO_2-emissies in die gevallen te berekenen;
|
||||
d. nadat de vergunning is verleend, tijdelijk kan worden afgeweken van het in het monitoringsprotocol voorgeschreven niveau van nauwkeurigheid indien:
|
||||
|
||||
1°. dit om technische redenen noodzakelijk is,
|
||||
2°. de afwijking onverwijld aan het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemeld en
|
||||
3°. maatregelen worden genomen teneinde te verzekeren dat de afwijking zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.
|
||||
|
||||
**3.** Het monitoringsprotocol wordt opgesteld met gebruikmaking van het model dat door Onze Minister bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Van het model, bedoeld in het derde lid, mag uitsluitend worden afgeweken indien de reden daarvoor ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemotiveerd.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels met betrekking tot de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de personen die met de uitvoering van het monitoringsprotocol en de controle op de naleving daarvan zijn belast.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De aanvrager behoeft de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 4 en 5, niet te verstrekken voorzover het bestuur van de emissieautoriteit op zijn verzoek heeft beslist dat verstrekking van die gegevens voor het nemen van de beslissing op de aanvraag niet nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels inhoudende een verplichting aan het bestuur van de emissieautoriteit de daarbij aangegeven voorschriften aan de vergunning te verbinden inzake:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van het emissieverslag en de wijze waarop dit verslag moet worden ingediend;
|
||||
b. het melden van veranderingen van de inrichting of veranderingen van de werking daarvan als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder e, onder 1°, van de wet, die geen significante gevolgen hebben voor de emissie van CO_2 in de lucht dan wel voor het monitoringsprotocol, waaronder de termijn waarbinnen die melding dient plaats te vinden;
|
||||
c. het melden van veranderingen van het monitoringsprotocol als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder e, onder 2°, van de wet, waaronder de termijn waarbinnen die melding dient plaats te vinden en de gevallen waarin die verandering de goedkeuring behoeft van het bestuur van de emissieautoriteit;
|
||||
d. het melden van afwijkingen van het monitoringsprotocol als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder f, van de wet, waaronder de termijn waarbinnen en de wijze waarop die melding dient plaats te vinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen voor de bepaling en registratie van de CO_2-jaarvracht, het brandstofverbruik en het grondstofgebruik, bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder a, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister wijst bij ministeriële regeling de werkzaamheden aan, die in opdracht van degene die de inrichting drijft, door een meetinstantie ten behoeve van de inrichting moeten worden verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over de kwaliteitsborging door de inrichting, indien degene die de inrichting drijft, werkzaamheden uitbesteedt aan een meetinstantie en deze uitbesteding van invloed is op de procedures voor kwaliteitsborging.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid mogen uitsluitend worden verricht door een rechtspersoon die:
|
||||
|
||||
a. voor een of meer van de in dat lid bedoelde verrichtingen geaccrediteerd is door een algemeen aanvaarde nationale accreditatie-instelling of een vergelijkbare buitenlandse instelling die erkend is door een staat, aangesloten bij de Multilateral Agreement on European Accreditation of Certification, of
|
||||
b. voor een of meer van deze verrichtingen de CEN-normen inzake de onafhankelijkheid en de competentie van laboratoria aantoonbaar tot uitvoering brengt.
|
||||
|
||||
**4.** Een in het derde lid, onder b, bedoelde CEN-norm heeft betrekking op de laatst uitgegeven norm met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven norm, aanvulling, onderscheidenlijk correctieblad, wordt eerst van toepassing één jaar na de datum van uitgifte.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister doet van de uitgifte van CEN-normen als bedoeld in het vierde lid alsmede van de uitgifte van aanvullingen en correctiebladen voor deze normen zo spoedig mogelijk na de uitgifte mededeling door kennisgeving in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Een meetinstantie die in opdracht van de houder van een krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet verleende vergunning werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 9, derde lid, voert haar taken uit overeenkomstig het monitoringsprotocol dat deel uitmaakt van de betrokken vergunning.
|
||||
|
||||
**2.** Het is voor een meetinstantie verboden de in artikel 9, derde lid, bedoelde werkzaamheden te verrichten, indien niet wordt voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in het eerste lid, dan wel te handelen in strijd met de op die werkzaamheden betrekking hebbende onderdelen van de voor de betrokken inrichting krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet verleende vergunning.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het emissieverslag voldoet aan de daarop betrekking hebbende onderdelen van de krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet, voor de betrokken inrichting verleende vergunning waaronder de aan die vergunning verbonden voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Het emissieverslag wordt opgesteld met gebruikmaking van het model dat door Onze Minister bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Een verificateur voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage V bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
**2.** Een verificatie wordt verricht met inachtneming van de voorschriften die ter zake zijn verbonden aan de krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet voor de betrokken inrichting verleende vergunning.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**3.** Het is voor een verificateur verboden te handelen in strijd met de eisen die bij of krachtens dit besluit met betrekking tot de verificatie zijn gesteld of op te treden als verificateur indien niet wordt voldaan aan de vereisten die met betrekking tot de verificateur bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.2. Luchtvaartactiviteiten en maritiem vervoer
|
||||
**4.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels, inhoudende eisen waaraan een verificateur en een verificatie moeten voldoen. Deze regels voldoen in elk geval aan de eisen die zijn opgenomen in de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
|
||||
|
||||
### Artikel 12b
|
||||
|
||||
Deze paragraaf heeft het toepassingsgebied van afdeling 16.2.2 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 12c
|
||||
|
||||
Als broeikasgas, veroorzaakt door luchtvaartactiviteiten, als bedoeld in artikel 16.39a, eerste lid, onder d, van de wet, wordt CO_2 aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12d
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12e
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12f
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12g
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12h
|
||||
|
||||
**1.** Als broeikasgas veroorzaakt door maritiem vervoer als bedoeld in artikel 16.39a, eerste lid, onder d, van de wet, wordt CO_2 aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Vanaf 1 januari 2026 worden in aanvulling op het eerste lid, als broeikasgassen veroorzaakt door maritiem vervoer als bedoeld in artikel 16.39a, eerste lid, onder d, van de wet, CH_4 en N_2O aangewezen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.3. Gereglementeerde entiteiten
|
||||
## Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Als gereglementeerde activiteit als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van de wet wordt aangewezen de activiteit die in de bij dit besluit behorende bijlage II is genoemd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Emissies van stikstofoxiden en NO
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit handel in emissierechten.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
## Bijlage . behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a:
|
||||
|
||||
Voor het bepalen of het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van een broeikasgasinstallatie meer dan 20 megawatt thermisch bedraagt, worden eenheden met een vermogen van minder dan 3 megawatt thermisch buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
## Bijlage II. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
## Bijlage III. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage IV. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die plaatsvinden in een broeikasgasinstallatie die behoort tot een van de volgende categorieën:
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue