From 61f1f012dd81bb5cba20e6bce38f482c0413bdf3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 28 Sep 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-09-28 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994 --- .../BWBR0006622/README.md | 646 +++++------------- 1 file changed, 168 insertions(+), 478 deletions(-) diff --git a/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md b/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md index d743dfe735d..8778c3b4f40 100644 --- a/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md +++ b/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md @@ -176,6 +176,11 @@ a1. het ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisa a2. het verlenen van toestemming om onderdelen of uitrustingsstukken te verkopen, te koop aan te bieden, of het in het verkeer brengen, alsmede het intrekken van toestemmingen, b. het houden van toezicht op het overeenstemmen van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers met het type waarvoor de goedkeuring is verleend en op het overeenstemmen van onderdelen en uitrustingsstukken waarvoor een toestemming is verleend met de verleende toestemming, b1. het houden van toezicht op het terugroepen van reeds in de handel gebrachte voertuigen, onderdelen of uitrustingsstukken door de fabrikant, +b2. het in verband met het alcoholslotprogramma verlenen van typegoedkeuringen voor alcoholsloten en voor de productieprocessen van die alcoholsloten ingevolge artikel 132e, eerste lid, +b3. het ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verlenen van typegoedkeuringen voor alcoholsloten en productieprocessen van die alcoholsloten, +b4. het houden van toezicht op het overeenstemmen van de alcoholsloten met het type waarvoor de goedkeuring is verleend, +b5. het verwerken van gegevens in verband met het alcoholslotprogramma, +b6. het vaststellen en vastleggen van manipulatie van voertuigsystemen en het melden hiervan aan de bevoegde autoriteiten, c. het opgeven van kentekens voor motorrijtuigen en aanhangwagens en het ter zake van die opgaven afgeven van kentekenbewijzen, het schorsen van de geldigheid van kentekenbewijzen, het ongeldigverklaren van kentekenbewijzen, het geldig verklaren van kentekenbewijzen, alsmede het houden van toezicht als bedoeld in artikel 37, vierde lid, d. het afgeven van keuringsrapporten voor motorrijtuigen en aanhangwagens, e. het behandelen van bezwaren tegen afgegeven keuringsrapporten, @@ -184,10 +189,11 @@ g. het afgeven van rijbewijzen in de gevallen, bedoeld in artikel 116, eerste li h. het verwerken van gegevens met betrekking tot opgegeven kentekens, afgegeven kentekenbewijzen, afgegeven keuringsrapporten, krachtens artikel 149a verleende ontheffingen, afgegeven rijbewijzen , fietsen en de mobiele objecten, bedoeld in artikel 70l, eerste lid, alsmede met betrekking tot rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, i. het overeenkomstig de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen verstrekken van gegevens uit de in onderdeel h bedoelde registers alsmede het houden van toezicht als bedoeld in artikel 45a, eerste lid, j. het verlenen van erkenningen als bedoeld in de artikelen 62, 70a, 83 en 101, en het verlenen van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen als bedoeld in artikel 85a alsmede het schorsen, wijzigen en intrekken van erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen, -k. het houden van toezicht op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j bedoelde erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen, +j1: de bevoegdheid tot het aanwijzen van een technische dienst voor het uitvoeren van bepaalde tests ten behoeve van het verlenen van typegoedkeuringen of individuele goedkeuringen of voor het uitvoeren van bepaalde toezichtstaken, +k. het houden van toezicht op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j bedoelde erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen alsmede op de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j1 bedoelde aanwijzing als technische dienst, l. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 149a, m. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, voor zover de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast, en -n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4q vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 22a, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 29, tweede lid, 30, 31, 37, vierde lid, 43, zesde en zevende lid, 45a, derde lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 70k, vierde en vijfde lid, 70l, vierde lid,75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 106a, derde lid, jo. 101, eerste lid, respectievelijk jo. 102, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, 144, eerste lid, en 149a, vierde lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven, +n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4q vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 22a, eerste lid, 22b, tweede lid, 23, tweede lid, 23a, tweede lid, 25a, eerste lid, 25b, tweede lid26, eerste lid, 26a, tweede lid, 29, tweede lid, 30, 31, 37, vierde lid, 43, zesde en zevende lid, 45a, derde lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 70k, vierde en vijfde lid, 70l, vierde lid,75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 106a, derde lid, jo. 101, eerste lid, respectievelijk jo. 102, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, 132e, eerste en tweede lid, 132g, eerste lid, 132h, derde lid, 132l, eerste lid, en tweede lid, onderdeel f, 132m, vierde lid, 144, eerste lid, en 149a, vierde lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven, o. het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot de productie van rijbewijzen, de aflevering ervan en het beheer van de daartoe benodigde voorzieningen; p. het attenderen van houders van een rijbewijs op het verloop van de geldigheidsduur. @@ -348,17 +354,17 @@ c. andere baten hoe ook genoemd. **2.** -Het tarief, bedoeld in artikel 48, eerste lid, voor de aanvraag van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen deel van een kentekenbewijs omvat mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag dat strekt ter dekking van de kosten van: +Het tarief, bedoeld in artikel 48, eerste lid, voor de aanvraag van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen deel van het kentekenbewijs omvat mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag dat strekt ter dekking van de kosten van: a. het registreren van keuringsrapporten, b. het ongeldig verklaren van kentekenbewijzen, c. het verstrekken van gegevens uit het kentekenregister als bedoeld in artikel 43, eerste en tweede lid, en bij algemene maatregel van bestuur te bepalen verstrekkingen, -d. het behandelen van klachten en ingevolge de Algemene wet bestuursrecht ingediende bezwaarschriften en beroepschriften, gericht op het handelen van de Dienst Wegverkeer, -e. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten voor zover de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast, -f. het beheer en de instandhouding van het in artikel 13, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bedoelde register, -g. het verstrekken van gegevens uit het in onderdeel f bedoelde register aan degenen die ingevolge de in artikel 38, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bedoelde algemene maatregel van bestuur niet tot betaling van het ter zake vastgestelde tarief zijn gehouden, -h. het toezicht op het terugroepen door de fabrikant van reeds in de handel gebrachte voertuigen. -h. de inspectie bedoeld in artikel 45a, tweede lid, indien naar oordeel van de Dienst Wegverkeer blijkt dat de gegevens juist in het kentekenregister zijn opgenomen dan wel de onjuistheid van een gegeven degene aan wie het kentekenbewijs voor het geïnspecteerde voertuig is afgegeven niet kan worden tegengeworpen. +d. het behandelen van klachten en ingevolge de Algemene wet bestuursrecht ingediende bezwaarschriften en beroepsschriften gericht op het handelen van de Dienst Wegverkeer, +e. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten voor zover ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast, +f. het beheer en instandhouding van het in artikel 13, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bedoelde register, +g. het verstrekken van gegevens uit het in onderdeel f genoemde register aan degenen die ingevolge de in artikel 38, tweede lid van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bedoelde algemene maatregel van bestuur niet tot betaling van het ter zake vastgestelde tarief zijn gehouden, +h. de inspectie bedoeld in artikel 45a, tweede lid, indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer blijkt dat de gegevens juist in het kentekenregister zijn opgenomen dan wel de onjuistheid van een gegeven degene aan wie het kentekenbewijs voor het geïnspecteerde voertuig is afgegeven niet kan worden tegengeworpen, en +i. het toezicht op het terugroepen door de fabrikant van reeds in de handel gebrachte voertuigen. ### Artikel 4r @@ -441,7 +447,7 @@ Het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 1994 is van toepassing ### Artikel 4aa -**1.** Keuringsinstellingen, aangewezen ingevolge de artikelen 71a, 84, eerste lid, 101, eerste lid, en 106a, derde lid, jo. 101, eerste lid, en de ingevolge deze artikelen erkende onderzoeksgerechtigden en instellingen, verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen die deze ten behoeve van zijn taakuitoefening nodig oordeelt. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze noodzakelijk is. +**1.** Keuringsinstellingen, aangewezen ingevolge de artikelen 71a, 84, eerste lid, 101, eerste lid, en 132e, vijfde lid, en 106a, derde lid, jo. 101, eerste lid, en de ingevolge deze artikelen erkende onderzoeksgerechtigden en instellingen, verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen die deze ten behoeve van zijn taakuitoefening nodig oordeelt. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze noodzakelijk is. **2.** Onze Minister kan aan de in het eerste lid bedoelde keuringsinstellingen, onderzoeksgerechtigden en instellingen aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitvoering van de taak waarvoor zij zijn aangewezen. @@ -1922,543 +1928,227 @@ Het is een ieder aan wie niet een erkenning als bedoeld in artikel 106a is verle ## Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid -### Paragraaf 1. Rijbewijsplicht +### Afdeling 1. Rijbewijsplicht -### Artikel 107 +### Afdeling 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht -**1.** Aan de bestuurder van een motorrijtuig op de weg dient door de daartoe bevoegde autoriteit een rijbewijs te zijn afgegeven voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort. +### Afdeling 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen -**2.** +### Afdeling 4. Aanvraag van rijbewijzen -Het rijbewijs dient: +### Afdeling 5. Afgifte van rijbewijzen -a. te voldoen aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen inzake inrichting, uitvoering en invulling, -b. zijn geldigheid niet te hebben verloren, en -c. behoorlijk leesbaar te zijn. +### Afdeling 6. Geldigheidsduur -**3.** Indien de aanvrager als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente, wordt het in de basisadministratie opgenomen burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, op de bij ministeriële regeling vastgestelde wijze op het rijbewijs vermeld. Indien de aanvrager niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente, wordt op het rijbewijs een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding vermeld. +### Afdeling 7. Verlies van geldigheid -### Artikel 108 +### Afdeling 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen -**1.** +### Afdeling 8a. Registratie van gegevens in verband met de oplegging van een alcoholslotprogramma -Artikel 107 is niet van toepassing op bestuurders van: +### Afdeling 9. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid -a. gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid; -b. motorrijtuigen, gedurende de tijd dat aan die bestuurders rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven, voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd en overigens is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden; -c. motorrijtuigen, gedurende de tijd dat door die bestuurders een rijproef wordt afgelegd in het kader van een onderzoek, door of vanwege de overheid ingesteld, naar hun rijvaardigheid of geschiktheid, voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd en overigens is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden; -d. motorrijtuigen, indien die bestuurders vreemdelingen in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 zijn, die op grond van hun hoedanigheid van of betrekking tot diplomatiek of consulair personeel dan wel op grond van hun hoedanigheid van of betrekking tot personeel in dienst van een in Nederland gevestigde internationale organisatie houder zijn van een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt identiteitsbewijs voor geprivilegieerden en aan wie, tenzij het een bestuurder van een bromfiets betreft, door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden; -e. motorrijtuigen, indien die bestuurders lid zijn van een krijgsmacht of behoren tot de civiele dienst van een krijgsmacht die in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, in Nederland is gelegerd, dan wel behoren tot het gezin van een lid van een krijgsmacht als hiervoor bedoeld of tot het gezin van een tot de civiele dienst van zodanige krijgsmacht behorende persoon, en aan wie, tenzij het een bestuurder van een bromfiets betreft, door het daartoe bevoegde gezag in de Staat van herkomst of één van zijn samenstellende delen een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden; -f. motorrijtuigen, anders dan bromfietsen, indien die bestuurders buiten Nederland woonachtig zijn en zij zich bevinden in het internationaal verkeer, mits aan hen door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden alsmede, in de gevallen waarin zulks is vereist op grond van internationale overeenkomsten die Nederland binden, aan hen buiten Nederland een internationaal rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden; -g. motorrijtuigen, anders dan bromfietsen, indien die bestuurders in Nederland woonachtig zijn en aan hen door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, anders dan in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden, zo lang sedert de dag waarop zij zich in Nederland hebben gevestigd, nog geen 185 dagen zijn verstreken; -h. motorrijtuigen, indien die bestuurders in Nederland woonachtig zijn en aan hen door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden, gedurende de periode die is gelegen tussen de datum van vestiging van die bestuurders in Nederland en de datum waarop sedert de datum van afgifte van dat rijbewijs tien jaren zijn verstreken dan wel, indien die periode korter is dan een jaar, gedurende een jaar vanaf het moment van vestiging van die bestuurders in Nederland; -i. bromfietsen, indien: +#### Paragraaf 1. Algemeen -1°. die bestuurders buiten Nederland woonachtig zijn en zij zich bevinden in het internationaal verkeer; -2°. die bestuurders die afkomstig zijn uit een Staat anders dan een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en die in Nederland woonachtig zijn, zo lang sedert de dag waarop zij zich in Nederland hebben gevestigd, nog geen 185 dagen zijn verstreken; -3°. die bestuurders die afkomstig zijn uit een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en in Nederland woonachtig zijn, en die niet beschikken over een rijbewijs dat de bevoegdheid geeft tot het besturen van motorrijtuigen van een andere categorie dan bromfietsen, zolang sedert de dag waarop zij zich in Nederland hebben gevestigd, nog geen 185 dagen zijn verstreken. +#### Paragraaf 2. Educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid -**2.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld ter uitvoering van de in het eerste lid, onderdelen *b* en *c*, bedoelde algemene maatregel van bestuur. +#### Paragraaf 3. Alcoholslotprogramma algemeen -### Artikel 108a +#### Paragraaf 4. Goedkeuring van het alcoholslot -Vervallen +### Artikel 132e -### Artikel 108b +**1.** In het kader van het alcoholslotprogramma wordt uitsluitend gebruik gemaakt van een alcoholslot dat is voorzien van een typegoedkeuring, verleend door de Dienst Wegverkeer, of een daaraan bij ministeriële regeling gelijkgesteld alcoholslot. De typegoedkeuring van het alcoholslot en de daarbij behorende uitleesapplicatie wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief door deze dienst verleend, indien door de dienst is vastgesteld dat het alcoholslot aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen voldoet en indien het productieproces van de alcoholsloten van het desbetreffende type is goedgekeurd. De artikelen 22, derde en vierde lid, 22b, 23, 23a en 25a tot en met 25e zijn van overeenkomstige toepassing. -Vervallen +**2.** Na verwijdering van het alcoholslot vindt controle van het uitgebouwde alcoholslot plaats door degene die overeenkomstig het goedgekeurde productieproces als bedoeld in het eerste lid produceert. -### Artikel 108c +**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de aanvraag tot goedkeuring van een type alcoholslot, de eisen waaraan de alcoholsloten dienen te voldoen, de onderzoeken waaraan zij dienen te zijn onderworpen, het door de aanvrager ter beschikking stellen van alcoholsloten, de wijze waarop de overdracht van de gegevens uit het alcoholslot naar het alcoholslotregister plaatsvindt, het door de aanvrager overleggen van bescheiden en het verstrekken van inlichtingen ter zake van de keuring, het testrapport, de intrekking van een dergelijke goedkeuring, de controle van een alcoholslot als bedoeld in het tweede lid, en de onderzoeken waaraan het alcoholslot in dat kader wordt onderworpen. -Vervallen - -### Artikel 109 - -Vervallen - -### Artikel 110 - -**1.** Motorrijtuigen mogen slechts worden bestuurd door personen die de leeftijd van achttien jaren of, voor zover het betreft motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren hebben bereikt. - -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een lagere minimumleeftijd dan die in het eerste lid genoemd, worden vastgesteld voor het besturen van bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, landbouw- of bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, niet zijnde stoom- en motorwalsen. - -**3.** Het eerste lid geldt niet voor degene aan wie rijonderricht wordt gegeven in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden. - -### Paragraaf 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht - -### Artikel 110a - -**1.** - -Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen vastgesteld met betrekking tot motorrijtuigen waarmee: - -a. rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven; -b. in het kader van een door of vanwege de overheid ingesteld onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid een rijproef wordt afgelegd. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ter uitvoering van het eerste lid worden vastgesteld. - -### Artikel 110b - -**1.** - -Het is degene die rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 geeft, verboden zodanig rijonderricht te geven indien: - -a. het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven, niet voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 110a gestelde eisen; -b. degene aan wie rijonderricht wordt gegeven, de leeftijd van achttien jaren of, voor zover het betreft motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren, dan wel, voor zover het bromfietsen betreft, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt; -c. niet wordt voldaan aan de overigens bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van het geven van rijonderricht gestelde eisen. - -**2.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt niet voor zover het rijonderricht betreft dat plaatsvindt in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden. - -### Paragraaf 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen - -### Artikel 111 - -**1.** - -Een rijbewijs wordt op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief, slechts afgegeven aan degene die: - -a. de leeftijd van achttien jaren of, voor zover het betreft een rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt, dan wel, indien de aanvraag betrekking heeft op afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van bromfietsen, de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en -b. blijkens een overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door of vanwege de overheid ingesteld onderzoek dan wel blijkens een eerder aan hem afgegeven rijbewijs of een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs dat voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen, beschikt over een voldoende mate van rijvaardigheid en geschiktheid, dan wel, indien de aanvraag betrekking heeft op afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van bromfietsen, over een voldoende mate van rijvaardigheid. - -**2.** De aanvrager van een rijbewijs dient zich zowel bij de indiening van de aanvraag als bij de uitreiking van het rijbewijs te identificeren met een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3° van de Wet op de identificatieplicht, een geldig rijbewijs, dan wel een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur. Degene ten aanzien van wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt ingesteld, dient zich te identificeren met een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3° van de Wet op de identificatieplicht, een geldig rijbewijs dan wel een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur. - -**3.** Aan degene die vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 is, en geen onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, wordt een rijbewijs slechts afgegeven indien hij rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d en l van die wet. Voor de uitvoering hiervan is de korpschef in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 verplicht aan degene die is belast met de afgifte van het rijbewijs, kosteloos de noodzakelijke opgaven en inlichtingen te verstrekken. - -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel *b*. - -**5.** In de gevallen waarin het rijbewijs overeenkomstig artikel 116 wordt afgegeven door de burgemeester dan wel de aanvraag overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 113, eerste lid, wordt ingediend bij de burgemeester, wordt het in het eerste lid bedoelde tarief vastgesteld bij plaatselijke verordening. In de overige gevallen worden het tarief en de wijze van betaling daarvan vastgesteld door de Dienst Wegverkeer. - -**6.** Voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van het onderzoek naar de rijvaardigheid en geschiktheid, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden door het met dat onderzoek belaste gezag persoonsgegevens betreffende iemands rijvaardigheid en gezondheid verwerkt. - -### Artikel 112 - -**1.** - -Onverminderd artikel 111 wordt een rijbewijs niet afgegeven aan degene: - -a. aan wie de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, voor de duur van de ontzegging; -b. van wie ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte van dat bewijs is gevorderd dan wel wiens rijbewijs is ingevorderd en aan wie dat bewijs niet is teruggegeven; -c. ten aanzien van wie ingevolge artikel 131, derde lid, onderdeel a, de geldigheid van het rijbewijs is geschorst, voor de categorie of categorieën van motorrijtuigen waarop de schorsing betrekking heeft, voor de duur van de schorsing; -d. van wie ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering van het rijbewijs is gevorderd dan wel wiens rijbewijs krachtens die wet is ingenomen, of -e. van wie is gebleken dat die houder is van een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, tenzij de afgifte van een rijbewijs plaatsvindt tegen overlegging van dat rijbewijs. - -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen *b*, *c* en *d*, wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Paragraaf 4. Aanvraag van rijbewijzen - -### Artikel 113 - -**1.** De aanvraag van een rijbewijs dient te geschieden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels. - -**2.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, verschaft zich de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager. Hij is bevoegd te vorderen dat de aanvrager op een door hem te bepalen plaats en tijd persoonlijk verschijnt voor een door hem aangewezen persoon. - -**3.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen vergewist zich ervan dat de bij de aanvraag van een rijbewijs over te leggen bescheiden aan de daaraan gestelde eisen voldoen en dat ook overigens aan de met betrekking tot de aanvraag gestelde voorwaarden wordt voldaan. - -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste tot en met het derde lid. - -### Artikel 114 - -Het is verboden voor het verkrijgen van een rijbewijs opzettelijk onjuiste opgaven te doen, onjuiste inlichtingen te verschaffen en onjuiste bewijsstukken en andere bescheiden over te leggen. - -### Artikel 115 - -**1.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag of de uitreiking van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, of 180, derde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te begeleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren. - -**2.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag of de uitreiking van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren ingevolge artikel 123, eerste lid, aanhef en onderdeel d, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en door te geleiden naar de instantie die het heeft afgegeven. - -**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder een rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het tweede lid. - -### Paragraaf 5. Afgifte van rijbewijzen - -### Artikel 116 - -**1.** Een rijbewijs wordt overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels afgegeven door de burgemeester van de gemeente waar de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag als ingezetene was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens of, in de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen, door de Dienst Wegverkeer. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde regels kunnen mede betrekking hebben op de bestelling, het transport en de beveiliging van rijbewijzen, de met betrekking tot de afgifte van rijbewijzen te voeren administratie en de in het kader van de afgifteprocedure te treffen beveiligingsmaatregelen. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van die regels nadere regels worden vastgesteld. - -### Artikel 117 - -De burgemeester van de gemeente waar de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag als ingezetene was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens, is bevoegd tot het afgeven van internationale rijbewijzen ten behoeve van het verkeer met motorrijtuigen in het buitenland. Gelijke bevoegdheid kan door Onze Minister worden verleend aan besturen van verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, die behartiging van verkeersbelangen ten doel hebben. - -### Artikel 118 - -**1.** Een rijbewijs wordt afgegeven voor het besturen van een of meer in dat bewijs aangeduide categorieën van motorrijtuigen. - -**2.** De categorieën worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. - -**3.** De uit de categorieën voortvloeiende bevoegdheden kunnen overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels worden beperkt door het stellen van eisen aan het motorrijtuig of aan de bestuurder daarvan. - -**4.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop beperkingen als bedoeld in het derde lid worden aangegeven in het rijbewijs. - -### Artikel 118a - -Als datum van afgifte wordt in het rijbewijs en in het rijbewijzenregister vermeld de datum waarop het besluit tot afgifte is genomen. - -### Artikel 119 - -**1.** - -Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een nieuw rijbewijs af: - -a. bij vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs; -b. bij wijziging van de omvang van de uit het eerder afgegeven rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden, met uitzondering van de in artikel 131, derde lid, onderdeel a, bedoelde schorsing van de geldigheid; -c. bij wijziging van de personalia van de houder; -d. na ongeldigverklaring van het eerder afgegeven rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel e; -e. in geval het eerder afgegeven rijbewijs versleten of geheel of ten dele onleesbaar is; -f. in geval het eerder afgegeven rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan. - -**2.** Het nieuwe rijbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het eerder afgegeven rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die is belast met de afgifte van het nieuwe rijbewijs. - -**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -**4.** Indien de houder van een verloren geraakt rijbewijs waarvoor een nieuw rijbewijs is afgegeven, na de afgifte van het nieuwe rijbewijs weer in het bezit komt van dat verloren geraakte rijbewijs, dient hij dat rijbewijs in te leveren bij degene die het nieuwe rijbewijs heeft afgegeven. - -**5.** Het eerste lid, aanhef, onderdelen e en f, gelden niet in bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gevallen. - -### Artikel 120 - -**1.** - -Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een vervangend rijbewijs af voor: - -a. versleten of geheel of ten dele onleesbare rijbewijzen buiten de gevallen waarin daarvoor ingevolge artikel 119 een nieuw rijbewijs wordt afgegeven; -b. verloren geraakte of tenietgegane rijbewijzen buiten de gevallen waarin daarvoor ingevolge artikel 119 een nieuw rijbewijs wordt afgegeven. - -**2.** Het vervangende rijbewijs treedt in de plaats van het eerder afgegeven rijbewijs en wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die belast is met de afgifte van het vervangende rijbewijs. - -**3.** Indien de houder van een verloren geraakt rijbewijs waarvoor een vervangend rijbewijs is afgegeven, na de afgifte van het vervangende rijbewijs weer in het bezit komt van dat verloren geraakte rijbewijs, dient hij dat rijbewijs in te leveren bij degene die het vervangende rijbewijs heeft afgegeven. - -**4.** Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Artikel 120a - -**1.** Het nieuwe of vervangende rijbewijs wordt niet uitgereikt indien zich tussen de aanvraag en de uitreiking één van de gevallen als bedoeld in artikel 112, eerste lid, heeft voorgedaan, maar blijft bij degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen. - -**2.** Het wordt niet uitgereikt indien tussen de aanvraag en de uitreiking omstandigheden bekend zijn geworden die, indien zij bekend waren geweest bij de aanvraag ertoe hadden geleid dat geen besluit van afgifte was genomen. Het nieuwe of vervangende rijbewijs blijft bij degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen. - -### Artikel 121 - -**1.** De gemeenten zijn ter zake van de afgifte van rijbewijzen door de burgemeester en de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend, een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding aan de Dienst Wegverkeer verschuldigd ter zake van de kosten die verband houden met de productie en aflevering van rijbewijzen alsmede het attenderen van de houders van een rijbewijs op het verloop van de geldigheidsduur door de Dienst Wegverkeer, het beheer en de instandhouding van het rijbewijzenregister, het verstrekken van gegevens uit dat register aan de in artikel 127, eerste en tweede lid, bedoelde autoriteiten, het ongeldig verklaren van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, de kosten die verband houden met de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend alsmede terzake van de kosten die verband houden met het registreren van getuigschriften als bedoeld in artikel 151c, eerste lid, en met de registratie van certificaten als bedoeld in artikel 151g, vierde lid. - -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld met betrekking tot de wijze van afdracht van de vergoeding. - -### Paragraaf 6. Geldigheidsduur - -### Artikel 122 - -**1.** - -Behoudens artikel 123 is een rijbewijs, afgegeven aan een aanvrager die de leeftijd van - -a. 60 jaren nog niet heeft bereikt, geldig voor de duur van tien achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte; -b. 60 jaren doch nog niet die van 65 jaren heeft bereikt, geldig vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte tot de dag waarop hij de leeftijd van 70 jaren bereikt; -c. 65 jaren heeft bereikt, geldig voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte. - -**2.** In afwijking van het eerste lid is een rijbewijs, afgegeven aan degene die naar verwachting op grond van zijn lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor een beperkte termijn geschikt zal zijn voor het besturen van motorrijtuigen, geldig vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte tot de dag waarop de termijn waarvoor de houder naar verwachting geschikt zal zijn voor het besturen van motorrijtuigen, verstrijkt. - -### Paragraaf 7. Verlies van geldigheid - -### Artikel 123 - -**1.** - -Onverminderd de artikelen 122 en 131, derde lid, verliest een rijbewijs zijn geldigheid: - -a. door uitreiking van een nieuw of vervangend rijbewijs; -b. door omwisseling tegen een rijbewijs dat aan de houder door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland is afgegeven, voor de categorie of categorieën van motorrijtuigen waarop de omwisseling betrekking heeft; -c. gedurende de tijd dat aan de houder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd; -d. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen; -e. door het overlijden van de houder; -f. door ongeldigverklaring, voor de categorie of categorieën waarop de ongeldigverklaring betrekking heeft dan wel, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een deel van de geldigheidsduur, voor dat deel van de geldigheidsduur; -g. door wijziging van de geslachtsnaam, de voornamen, de plaats of datum van geboorte of het geslacht van de houder of -h. door aangifte van vermissing van het rijbewijs. - -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef, wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Artikel 123a - -Een nieuw of vervangend rijbewijs verliest zijn geldigheid indien het drie maanden na de datum waarop het besluit tot afgifte is genomen niet is uitgereikt. - -### Artikel 123b - -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden - -### Artikel 124 - -**1.** - -Onverminderd de artikelen 132, tweede lid, en 134, derde lid, wordt een rijbewijs overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels voor een of meer categorieën van motorrijtuigen of voor een deel van de geldigheidsduur ongeldig verklaard indien: - -a. het rijbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest; -b. na afgifte van het rijbewijs blijkt dat het kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven; -c. de houder een schriftelijke verklaring overlegt, waarin hij afstand doet van de bevoegdheid tot het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven; -d. de houder blijkens een op diens verzoek uitgevoerd onderzoek niet langer beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop het onderzoek betrekking heeft, voor die categorie of categorieën en, indien bij dat onderzoek blijkt dat hij tevens niet beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van een andere categorie of andere categorieën dan waarop het onderzoek betrekking heeft, tevens voor die andere categorie of categorieën; -e. het als gevonden voorwerp is ontvangen en teruggave aan de houder niet mogelijk is gebleken, mits de houder nog geen aanvraag voor een vervangend rijbewijs heeft ingediend. - -**2.** - -De ongeldigverklaring geschiedt: - -a. in de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde gevallen door de Dienst Wegverkeer, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een door deze dienst of een door Onze Minister afgegeven rijbewijs; -b. in de in het eerste lid, onderdelen d en e, bedoelde gevallen door de Dienst Wegverkeer, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is; -c. in de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde gevallen door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een rijbewijs dat niet is afgegeven door de Dienst Wegverkeer of door Onze Minister, dan wel door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; -d. in het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde geval - -I. indien de verklaring wordt overgelegd door een houder die zich ingevolge het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid, door het CBR; -II. buiten de gevallen waarin de verklaring wordt overgelegd door een houder die zich ingevolge het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid, door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een rijbewijs dat niet is afgegeven door de Dienst Wegverkeer of door Onze Minister dan wel door de Dienst Wegverkeer, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een door deze dienst of een door Onze Minister afgegeven rijbewijs; -e. in de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde gevallen door het CBR; -f. in het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde geval door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een rijbewijs dat niet is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland. - -**3.** De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van het rijbewijs is bekend gemaakt. - -**4.** De houder van het ongeldig verklaarde rijbewijs dient dat rijbewijs zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, in te leveren bij degene die het ongeldig heeft verklaard. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop de inlevering van ongeldig verklaarde rijbewijzen dient plaats te vinden. - -**6.** - -Indien het rijbewijs dat voor ongeldigverklaring op grond van het eerste lid, onderdeel c, in aanmerking komt, zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst degene die ingevolge het tweede lid is belast met de ongeldigverklaring: - -a. in het in het tweede lid, onderdeel d, aanhef en onder I, bedoelde geval een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij, al naar gelang de aard van het onderzoek waarop het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit betrekking heeft, beschikt over de rijvaardigheid, de lichamelijke en geestelijke geschiktheid dan wel de rijvaardigheid en de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop de door de houder overgelegde verklaring betrekking heeft; -b. in het in het tweede lid, onderdeel d, aanhef en onder II, bedoelde geval een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij beschikt over de rijvaardigheid en de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop de door de houder overgelegde verklaring betrekking heeft. - -**7.** Indien het rijbewijs dat voor ongeldigverklaring op grond van het eerste lid, onderdeel d, in aanmerking komt, zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst degene die ingevolge het tweede lid is belast met de ongeldigverklaring, een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij beschikt over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop het onderzoek betrekking heeft. - -**8.** Indien bij het op grond van het eerste lid, onderdeel d, uitgevoerde onderzoek is gebleken dat de resterende geldigheidsduur van het rijbewijs korter is dan de termijn waarvoor de houder blijkens het onderzoek naar verwachting geschikt zal zijn voor het besturen van motorrijtuigen, plaatst het CBR een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij beschikt over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop het onderzoek betrekking heeft. - -**9.** Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdelen c, d en e, het derde tot en met het achtste lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Artikel 124a - -**1.** - -Een overeenkomstig artikel 151g, derde lid, op het rijbewijs vermeld getuigschrift van vakbekwaamheid of getuigschrift van nascholing en een in artikel 151g, vierde lid, bedoeld certificaat, kan door de instantie die het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat heeft afgegeven ongeldig worden verklaard indien na afgifte blijkt dat: - -a. het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de afgifte bekend zou zijn geweest; -b. het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven. - -**2.** De ongeldigverklaring van het getuigschrift of certificaat is van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van het getuigschrift onderscheidenlijk het certificaat is bekend gemaakt. - -**3.** Zodra de ongeldigverklaring van een getuigschrift of van een certificaat van kracht is geworden, levert de houder van een getuigschrift het rijbewijs in bij de instantie die belast is met de afgifte van rijbewijzen en levert de houder van een certificaat dat document in bij de instantie die het ongeldig heeft verklaard. - -**4.** - -Onverminderd het eerste lid en artikel 151g, vierde lid, verliest het certificaat zijn geldigheid: - -a. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen, of -b. door het overlijden van de houder. - -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van bekendmaking van de ongeldigverklaring van een getuigschrift of certificaat, de vernieuwing van rijbewijzen na ongeldigverklaring van het daarop vermelde getuigschrift en omtrent de wijze van inlevering van een ongeldig verklaard certificaat. - -### Artikel 125 - -**1.** Indien het rijbewijs niet voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven, ongeldig is verklaard dan wel indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een deel van de geldigheidsduur, wordt door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen een nieuw rijbewijs afgegeven dat geldig is voor de categorie of categorieën of voor dat deel van de geldigheidsduur waarop de ongeldigverklaring geen betrekking heeft. - -**2.** Indien de ongeldigverklaring verband houdt met de noodzaak de rijbevoegdheid die voortvloeit uit een of meer categorieën waarvoor het rijbewijs is afgegeven, te beperken door het stellen van eisen aan het motorrijtuig of aan de bestuurder daarvan, wordt door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen een nieuw rijbewijs afgegeven waarin de noodzakelijk geachte beperkingen ten aanzien van de rijbevoegdheid zijn aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering. - -**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Paragraaf 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen - -### Artikel 126 - -**1.** De Dienst Wegverkeer houdt een register betreffende de afgifte van rijbewijzen. - -**2.** - -In het kader van het register verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van deze wet en voor de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, omtrent: - -a. de rijvaardigheid en geschiktheid van de aanvrager; -b. de aanvraag van rijbewijzen; -c. afgegeven rijbewijzen; -d. de op het rijbewijs te vermelden getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing; -e. afgegeven certificaten als bedoeld in artikel 151g, vierde lid; -f. rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen; -g. de gezondheid van de aanvrager. - -**3.** - -Het verzamelen van gegevens als bedoeld in het tweede lid, geschiedt voor de volgende doeleinden: - -a. voor een goede uitvoering van deze wet en -b. voor de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften. - -**4.** De Dienst Wegverkeer mag strafrechtelijke gegevens, gegevens ter vaststelling van mogelijk strafbaar gedrag en gegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag, verwerken voor zover dit verband houdt met de in het derde lid genoemde doeleinden. - -**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting en het beheer van het register. - -**6.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Artikel 127 - -**1.** Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet of die zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, worden op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze uit het register desgevraagd de gegevens verstrekt die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven. - -**2.** Aan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van een andere wet dan deze wet of zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens een andere wet dan deze wet gestelde voorschriften, worden in de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze desgevraagd de gegevens verstrekt die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven. - -**3.** Aan de met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden in de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze en tegen betaling van het door deze dienst vastgestelde tarief, inlichtingen uit het register verstrekt. - -**4.** De autoriteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn bevoegd tot het invoeren, wijzigen en verwijderen van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens die van belang zijn voor het bijhouden van het register. - -### Artikel 128 - -**1.** Aan belanghebbenden kunnen, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels, op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst voor de behandeling van de aanvraag vastgestelde tarief, uit het register gegevens worden verstrekt. - -**2.** Aan andere belanghebbenden dan degenen omtrent wie gegevens in het register zijn opgenomen, worden slechts gegevens verstrekt omtrent de afgifte en de geldigheid van rijbewijzen. - -**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verstrekken van gegevens aan belanghebbenden niet of slechts tot een beperkt aantal of in beperkte vorm of omvang geschiedt. - -### Artikel 129 - -De Dienst Wegverkeer stelt ten aanzien van het verwerken van gegevens als bedoeld in artikel 126, tweede lid, een reglement vast. - -### Paragraaf 9. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid - -### Artikel 130 - -**1.** Indien bij de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. Bij ministeriële regeling worden de feiten en omstandigheden aangewezen die aan het vermoeden ten grondslag dienen te liggen en worden ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vastgesteld. - -**2.** Op de eerste vordering van de in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen is de bestuurder van een motorrijtuig, ten aanzien van wie een vermoeden als bedoeld in het eerste lid bestaat, verplicht tot overgifte van het hem afgegeven rijbewijs. - -**3.** De in het tweede lid bedoelde vordering wordt gedaan indien de betrokken bestuurder de veiligheid op de weg zodanig in gevaar kan brengen dat hem met onmiddellijke ingang de bevoegdheid dient te worden ontnomen langer als bestuurder van een of meer categorieën van motorrijtuigen, waarvoor het rijbewijs is afgegeven, aan het verkeer deel te nemen. Bij ministeriële regeling worden de gevallen aangewezen waarin daarvan sprake is. Het ingevorderde rijbewijs wordt gelijktijdig met de schriftelijke mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan het CBR toegezonden. - -**4.** In geval van toepassing van het tweede lid kan het motorrijtuig, voor zover geen andere bestuurder beschikbaar is of de bestuurder niet aanstonds voldoet aan de vordering, onder toezicht of, voor zover degene die de vordering heeft gedaan, zulks nodig oordeelt, in bewaring worden gesteld. In het laatste geval zijn de artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde en vijfde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 4:116, 4:118 tot en met 4:124, 5:10, 5:25, eerste en zesde lid, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Teruggave van het motorrijtuig vindt slechts plaats, indien aan de vordering is voldaan. - -**5.** Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Artikel 131 - -**1.** Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, besluit het CBR in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de mededeling genomen. De kosten verbonden aan het onderzoek, waarvan de hoogte bij ministeriële regeling wordt vastgesteld, komen in de bij ministeriële regeling genoemde gevallen voor rekening van de betrokkene. - -**2.** Het CBR bepaalt de aard van het onderzoek en bepaalt door welke deskundige of deskundigen het onderzoek zal worden verricht. - -**3.** - -Bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, - -a. wordt in de gevallen, bedoeld in artikel 130, derde lid, de geldigheid van het rijbewijs van betrokkene voor een of meer categorieën van motorrijtuigen geschorst tot de dag waarop het in artikel 134, vierde lid, bedoelde besluit van kracht wordt; -b. wordt, indien de geldigheid van het rijbewijs van betrokkene overeenkomstig onderdeel a wordt geschorst en diens rijbewijs niet overeenkomstig artikel 130, tweede lid, is ingevorderd, bepaald dat betrokkene zijn rijbewijs dient in te leveren; -c. wordt, indien de geldigheid van het rijbewijs van betrokkene niet overeenkomstig onderdeel a wordt geschorst, doch het rijbewijs wel overeenkomstig artikel 130, tweede lid, is ingevorderd, bepaald dat het rijbewijs onverwijld aan betrokkene wordt teruggegeven. - -**4.** Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, legt het CBR in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen betrokkene overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de verplichting op zich binnen een daarbij vastgestelde termijn te onderwerpen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. De aan deze maatregelen verbonden kosten, waarvan de hoogte wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, komen ten laste van betrokkene. Indien het rijbewijs overeenkomstig artikel 130, tweede lid, is ingevorderd, wordt het onverwijld aan betrokkene teruggegeven. - -**5.** Het CBR stelt de aard van de educatieve maatregelen vast en wijst een of meer tot toepassing van die maatregelen bevoegde deskundigen aan. - -**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het vijfde lid. - -**7.** Voor de toepassing van het derde lid, onderdelen a, b en c, het vierde lid en het vijfde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. - -### Artikel 132 - -**1.** Degene die zich ingevolge het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek is, behoudens bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen. Gelijke verplichting bestaat voor degene die zich ingevolge artikel 131, vierde lid, of artikel 134, vierde lid, dient te onderwerpen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. - -**2.** Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het CBR onverwijld tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de houder. Het CBR bepaalt daarbij op welke categorie of categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven, de ongeldigverklaring betrekking heeft. Het niet voldoen van de kosten van de bij ministeriële regeling aangewezen educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid binnen de termijn die is vastgesteld bij het besluit waarbij de verplichting tot het zich onderwerpen aan die maatregelen is opgelegd, wordt als het niet verlenen van de vereiste medewerking aangemerkt. Hetzelfde geldt voor het niet-betalen van kosten verbonden aan het op grond van artikel 131, eerste lid, opgelegde onderzoek, die op grond van artikel 131, eerste lid, voor rekening komen van de betrokkene. - -**3.** Het CBR doet van het besluit mededeling aan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen of instanties. - -**4.** De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van het rijbewijs is bekend gemaakt. +**4.** De Dienst Wegverkeer, dan wel de door hem aangewezen technische dienst als bedoeld in het eerste lid, onderwerpt voorafgaand aan een eerste inbouw een bij ministeriële regeling vastgesteld aantal typegoedgekeurde alcoholsloten aan een steekproefsgewijze keuring. Hetzelfde geldt voor typegoedgekeurde alcoholsloten, ten aanzien waarvan een controle heeft plaatsgevonden als bedoeld in het tweede lid. Degene die overeenkomstig het goedgekeurde productieproces, bedoeld in het eerste lid, produceert, is verplicht zijn medewerking te verlenen aan deze steekproefsgewijze keuringen. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop de in dit lid bedoelde keuringen worden uitgevoerd, het door de aanvrager ter beschikking stellen van alcoholsloten, het door de aanvrager overleggen van bescheiden en het verstrekken van inlichtingen ter zake van de keuring en de maatregelen die de Dienst Wegverkeer kan treffen. Intensivering van de steekproefsgewijze controle of het stellen van een termijn om de gebreken te herstellen, kunnen daarvan deel uitmaken. **5.** -De houder van het ongeldig verklaarde rijbewijs dient dat rijbewijs, zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, in te leveren bij: +Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat: -a. het CBR indien het ongeldig is verklaard voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven; -b. degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen indien het niet voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven, ongeldig is verklaard dan wel indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een deel van de geldigheidsduur. +a. het voldoen aan de in het eerste lid gestelde eisen wordt aangetoond door middel van in die regels voorgeschreven apparatuur; +b. die apparatuur is goedgekeurd door een door Onze Minister aangewezen keuringsinstelling; +c. die apparatuur alleen kan worden goedgekeurd indien de in die regels genoemde technische specificaties van die apparatuur die noodzakelijk zijn om het periodieke onderzoek, bedoeld in onderdeel d, uit te kunnen voeren, op de in die regels aangegeven wijze bekend worden gemaakt; +d. die apparatuur met een in die regels vast te stellen periodiciteit is onderzocht door de in het eerste lid bedoelde keuringsinstelling, dan wel door een door Onze Minister of door deze keuringsinstelling aangewezen onderzoeksgerechtigde en dat de middelen die worden gebruikt om die apparatuur voor gebruik geschikt te maken, zijn gecertificeerd door een door die keuringsinstelling erkende instelling, en +e. bij de erkenning van een onderzoeksgerechtigde of instelling als bedoeld in onderdeel d, wordt voldaan aan de in die regels opgenomen voorschriften. -**6.** Indien het rijbewijs dat voor ongeldigverklaring op grond van het tweede lid in aanmerking komt, zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij, al naar gelang de aard van het onderzoek waarop het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit betrekking heeft, beschikt over de rijvaardigheid dan wel de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop dat besluit betrekking heeft. +**6.** Een type alcoholslot kan voor een typegoedkeuring worden aangeboden indien de aanvrager heeft aangetoond dat het alcoholslot een beschermingsniveau biedt dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer, dan wel de door hem aangewezen technische dienst als bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de in het derde lid bedoelde eisen wordt nagestreefd. -**7.** Voor de toepassing van het tweede, vijfde en zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. +**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel. -### Artikel 133 +### Artikel 132e1 -**1.** Het onderzoek kan in gedeelten plaatsvinden. Tijd en plaats van het onderzoek worden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels vastgesteld. +**1.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer een typegoedkeuring vervalt. -**2.** Het onderzoek vangt zo spoedig mogelijk aan. +**2.** -**3.** De bevindingen van het onderzoek worden door de deskundige of deskundigen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk acht weken na aanvang van het onderzoek dan wel van het eerste gedeelte daarvan, schriftelijk medegedeeld aan het CBR. +Intrekking van de typegoedkeuring vindt plaats indien: -**4.** Het CBR kan in bijzondere gevallen toestaan dat door de deskundige of deskundigen van de in het derde lid genoemde termijn wordt afgeweken. +a. de producent van het desbetreffende type alcoholslot daarom verzoekt, of +b. de erkenning als bedoeld in artikel 132f, eerste lid, door de Dienst Wegverkeer wordt ingetrokken. -### Artikel 134 +**3.** Indien de steekproefsgewijze keuring als bedoeld in artikel 132e, eerste of vierde lid, daartoe aanleiding geeft, dan wel indien een typegoedkeuring wordt ingetrokken, bepaalt de Dienst Wegverkeer de gevolgen voor reeds ingebouwde alcoholsloten van dat type. Indien wordt besloten dat reeds ingebouwde alcoholsloten moeten worden vervangen, dan bepaalt de Dienst Wegverkeer tevens de termijn waarbinnen die vervanging moet zijn gerealiseerd. -**1.** Het CBR stelt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de bevindingen van de deskundige of deskundigen, de uitslag van het onderzoek vast. Van deze uitslag doet het CBR mededeling aan betrokkene. Indien een of meer deskundigen bij hun bevindingen hebben aangetekend dat inzage daarvan naar hun oordeel kennelijk ernstig nadeel voor betrokkene zou opleveren, deelt het CBR de bevindingen schriftelijk mede aan de door betrokkene aangewezen vertrouwensarts. +**4.** Vanaf de datum waarop de eisen waaraan alcoholsloten moeten voldoen, zijn aangepast, mogen alcoholsloten van een overeenkomstig de oude eisen goedgekeurd type in het kader van het alcoholslotprogramma nog worden ingebouwd gedurende een bij ministeriële regeling vastgestelde periode. -**2.** Het CBR besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs indien de uitslag van het onderzoek daartoe aanleiding geeft. Bij ministeriële regeling worden de gevallen aangewezen waarin daarvan sprake is. +**5.** Bij ministeriële regeling wordt vastgelegd met ingang van welk tijdstip na de aanpassing van de in het vierde lid bedoelde eisen alle alcoholsloten moeten voldoen aan de aangepaste eisen. -**3.** Indien het CBR voornemens is het rijbewijs ongeldig te verklaren, deelt het dit mede aan de houder, tevens onder mededeling van de bevoegdheid van betrokkene om binnen twee weken een tweede onderzoek te verlangen. De aan dit tweede onderzoek verbonden kosten, waarvan de hoogte bij ministeriële regeling wordt vastgesteld, komen ten laste van betrokkene. De artikelen 132 en 133 alsmede het eerste en het vierde lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing. +#### Paragraaf 5. Erkenningsregelingen alcoholsloten -**4.** Indien het CBR besluit dat het rijbewijs van de houder ongeldig wordt verklaard, wordt daarbij bepaald op welk deel van de geldigheidsduur alsmede op welke categorie of categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven de ongeldigverklaring betrekking heeft. Artikel 132, vierde en vijfde lid, is van toepassing. +### Artikel 132f -**5.** Indien de uitslag van het onderzoek aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van betrokkene, plaatst het CBR, indien dat rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij, al naar gelang de aard van het onderzoek, beschikt over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid dan wel de rijvaardigheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop het onderzoek betrekking had. +**1.** -**6.** Indien bij een op grond van het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit gevorderd onderzoek naar de geschiktheid is gebleken dat de resterende geldigheidsduur van het rijbewijs korter is dan de termijn waarvoor de houder blijkens de uitslag van het onderzoek naar verwachting geschikt zal zijn voor het besturen van motorrijtuigen, plaatst het CBR een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij beschikt over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop het onderzoek betrekking heeft. +De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is tot het in stand houden van een netwerk van werkplaatsen voor het inbouwen, het uitlezen, het testen, het kalibreren, het vervangen en het verwijderen van het door hem gevoerde alcoholslot, alsmede het verrichten van de daarmee samenhangende werkzaamheden. Bij de aanvraag van de in dit lid bedoelde erkenning kan in afwijking van de eisen gesteld in artikel 132g, tweede lid, onderdelen b en d, worden volstaan met: -**7.** Indien het CBR het rijbewijs niet ongeldig verklaart, legt het in bij ministeriële regeling vastgestelde gevallen aan betrokkene overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de verplichting op zich binnen een daarbij vastgestelde termijn te onderwerpen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. De aan deze maatregelen verbonden kosten, waarvan de hoogte wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, komen ten laste van betrokkene. Indien het rijbewijs overeenkomstig artikel 130, tweede lid, is ingevorderd, wordt het onverwijld aan betrokkene teruggegeven. +a. een alcoholslot dat overeenkomstig artikel 132e is goedgekeurd door de aangewezen keuringsinstelling en waarvoor de typegoedkeuring is aangevraagd of tegelijk met de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in dit lid wordt aangevraagd, en +b. een netwerk waarvan de vereiste landelijke dekking blijkt uit contracten afgesloten met natuurlijke personen of rechtspersonen die al een aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 132k, eerste lid, hebben ingediend, dan wel tegelijk met de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in dit lid indienen. -**8.** Het CBR stelt de aard van de educatieve maatregelen vast en wijst een of meer tot toepassing van die maatregelen bevoegde deskundigen aan. +**2.** De erkenning kan worden verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd. -**9.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het derde, het vierde en het zevende lid. +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld die aan een erkenning worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld. -**10.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. +### Artikel 132g -### Artikel 134a +**1.** De erkenning wordt door de Dienst Wegverkeer op aanvraag en tegen betaling, op de door de dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief verleend indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. -Voor zover dit noodzakelijk is voor de toepassing van deze paragraaf verwerkt het CBR persoonsgegevens betreffende iemands rijvaardigheid en gezondheid. +**2.** -### Paragraaf 10. Bromfietscertificaat +De in het eerste lid bedoelde eisen betreffen onder meer: -### Artikel 135 +a. de aanwezigheid van een mandaat namens de producent te mogen optreden; +b. de aanwezigheid van een typegoedkeuring of een afschrift daarvan, afgegeven door de Dienst Wegverkeer van het door of namens de aanvrager geproduceerd alcoholslot; +c. de aanwezigheid van een productieproces dat op basis van artikel 132e, eerste of vijfde lid, door de Dienst Wegverkeer is goedgekeurd; +d. het beschikken over een netwerk van werkplaatsen met een erkenning als bedoeld in artikel 132k, waar het inbouwen, het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden, het vervangen of het verwijderen van alcoholsloten, alsmede de daarmee samenhangende werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Dit netwerk dient een landelijke spreiding te hebben; +e. de administratieve organisatie van de aanvrager; +f. de wijze waarop de aanvrager ervoor zorg draagt dat de personen die de in artikel 132k, eerste lid, bedoelde werkzaamheden verrichten of gaan verrichten, adequaat zijn opgeleid en periodiek worden bijgeschoold over de laatste ontwikkelingen, en dat ten bewijze hiervan een bewijs wordt afgegeven; +g. andere instrumenten en hulpmiddelen die nodig zijn voor of gebruikt worden bij de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 132k, eerste lid. +h. de maatregelen die zullen worden getroffen voor het geval de erkenning geheel wordt ingetrokken op het terrein van de beschikbaarstelling van gegevens betreffende het alcoholslot vereist voor het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden of het verwijderen van alcoholsloten, alsmede voor de daarmee samenhangende werkzaamheden. -Vervallen +**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van de erkenning. -### Artikel 136 +**4.** De erkenning wordt geweigerd indien een reeds aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken op grond van artikel 132i, tweede lid, binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van twaalf weken, dan wel zes maanden ingeval reeds twee of meermalen een dergelijke aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken. -Vervallen +### Artikel 132h -### Artikel 137 +**1.** Met het toezicht op de naleving van de uit de erkenning, bedoeld in artikel 132f, voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. -Vervallen +**2.** Tot het in het eerste lid bedoelde toezicht kan behoren het periodiek controleren van de organisatie van de erkenninghouder, alsmede het uitvoeren van steekproeven op de wijze waarop de erkenninghouder de in artikel 132f, eerste lid, bedoelde taken uitvoert. -### Artikel 138 +**3.** De erkenninghouder is gehouden tot betaling, op door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief. -Vervallen +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop het toezicht wordt gehouden en de wijze waarop de steekproef wordt georganiseerd. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende de verplichtingen en op welke wijze dat verscherpte toezicht dan plaatsvindt. -### Artikel 139 +**5.** De kennisgeving van het verscherpen van het toezicht kan plaatsvinden door middel van datacommunicatie. In dat geval wordt de kennisgeving na daartoe strekkend verzoek van de belanghebbende in een beschikking vastgelegd. -Vervallen +### Artikel 132i -### Artikel 140 +**1.** De Dienst Wegverkeer trekt de erkenning, bedoeld in artikel 132f, eerste lid, in indien degene aan wie de erkenning is verleend, daarom verzoekt. -Vervallen +**2.** De Dienst Wegverkeer kan een erkenning intrekken of wijzigen indien degene aan wie de erkenning is verleend niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen of voorwaarden. -### Artikel 141 +**3.** De Dienst Wegverkeer kan in een geval als bedoeld in het tweede lid een erkenning schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt. -Vervallen +**4.** In geval van schorsing van de erkenning stelt degene van wie de erkenning wordt geschorst in de bij ministeriële regeling aangegeven gevallen onverwijld de vereiste informatie en instrumenten benodigd voor het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden en het verwijderen van de in artikel 132f, eerste lid, bedoelde alcoholsloten ter beschikking van de Dienst Wegverkeer, alsmede de daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen instantie of instanties. -### Artikel 142 +**5.** Degene van wie de erkenning wordt ingetrokken stelt onverwijld de vereiste informatie en instrumenten benodigd voor het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden en het verwijderen van de in artikel 132f, eerste lid, bedoelde alcoholsloten ter beschikking van de Dienst Wegverkeer, alsmede de daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen instantie of instanties. -**1.** De Dienst Wegverkeer houdt een register betreffende de afgifte van bromfietscertificaten. +**6.** De Dienst Wegverkeer stelt onverwijld het CBR in kennis van een opgelegde schorsing of een ingetrokken erkenning. -**2.** In het kader van het register verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens omtrent afgegeven bromfietscertificaten. +**7.** De Dienst Wegverkeer kan in de door de dienst vastgestelde gevallen de keuringsinstelling, bedoeld in artikel 132e, eerste lid, in kennis stellen van een opgelegde schorsing of een ingetrokken erkenning. -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent de inrichting en het beheer van het register. +**8.** De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een erkenning van maximaal 30 maanden. -### Artikel 143 +**9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld ter uitvoering van dit artikel. -**1.** Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet of die zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, worden op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze uit het register desgevraagd de gegevens verstrekt die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven. +### Artikel 132j -**2.** De autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gehouden om in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen aan de Dienst Wegverkeer op de door deze dienst te bepalen wijze mededeling te doen van feiten die van belang zijn voor het bijhouden van het register. +Het is eenieder aan wie niet een erkenning als bedoeld in artikel 132f is verleend, verboden zich op zodanige wijze te gedragen, dat daardoor bij het publiek de indruk kan worden gewekt, dat zodanige erkenning aan hem is verleend. -### Artikel 144 +### Artikel 132k -**1.** Aan belanghebbenden kunnen, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels, op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst voor de behandeling van de aanvraag vastgestelde tarief, uit het register gegevens worden verstrekt. +**1.** De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is tot het inbouwen, het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden, het vervangen en het verwijderen van in artikel 132f, eerste lid, bedoelde alcoholsloten, alsmede de daarmee samenhangende werkzaamheden. Bij de aanvraag van de in dit lid bedoelde erkenning kan in afwijking van artikel 132l, tweede lid, onderdeel a, worden volstaan met een contract, dat is afgesloten met een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag als bedoeld in artikel 132g, eerste lid, heeft ingediend. -**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verstrekken van gegevens aan belanghebbenden niet of slechts tot een beperkt aantal of in beperkte vorm of omvang geschiedt. +**2.** Aan de erkenning kunnen bij ministeriële regeling aangewezen bevoegdheden worden verbonden. Een zodanige bevoegdheid maakt deel uit van de erkenning. Het in de artikelen 132l tot en met 132o ten aanzien van erkenningen bepaalde is van overeenkomstige toepassing op bedoelde bevoegdheden. -### Artikel 145 +**3.** De erkenning kan worden verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd. -De Dienst Wegverkeer stelt ten aanzien van het verwerken van gegevens als bedoeld in artikel 142, tweede lid, een reglement vast. +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld die aan een erkenning worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld. + +### Artikel 132l + +**1.** De erkenning wordt door de Dienst Wegverkeer op aanvraag en tegen betaling, op de door de dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief verleend indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. + +**2.** + +De in het eerste lid bedoelde eisen betreffen onder meer: + +a. het contract dat is afgesloten met de erkenninghouder, bedoeld in artikel 132f, tweede lid; +b. de administratieve organisatie van de aanvrager; +c. het proces volgens hetwelk de aanvrager zijn werkzaamheden verricht; +d. de eisen waaraan de werkplaats of werkplaatsen van de aanvrager dient of dienen te voldoen, eisen ten aanzien van datacommunicatie hieronder begrepen; +e. de wijze waarop de aanvrager er voor zorg draagt dat de personen die door hem belast zijn met het inbouwen, het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden, het vervangen of het verwijderen van alcoholsloten, alsmede de daarmee samenhangende werkzaamheden, adequaat zijn opgeleid en worden geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen; +f. de beschikbaarheid van een persoon of personen, die in het bezit is of zijn van een tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld tarief door die dienst afgegeven bewijs dat zij de in artikel 132k, eerste lid, bedoelde werkzaamheden mogen verrichten; +g. de aan- en afmelding bij de Dienst Wegverkeer van de personen die bevoegd zijn tot het inbouwen, het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden, het vervangen of het verwijderen van alcoholsloten, en de daarmee samenhangende werkzaamheden. + +**3.** De bij ministeriële regeling gestelde eisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op de op de voor de werkzaamheden benodigde apparatuur. + +**4.** Bij het inbouwen, het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden, het vervangen of het verwijderen van het alcoholslot worden de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven gegevens vastgelegd in het in artikel 129a bedoelde register. + +**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning. + +**6.** De erkenning wordt geweigerd indien een reeds aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken op grond van artikel 132n, tweede lid, is ingetrokken binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van twaalf weken, dan wel zes maanden ingeval reeds twee of meermalen een dergelijke aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken. + +### Artikel 132m + +**1.** Met het toezicht op de naleving van de uit de erkenning, bedoeld in artikel 132k, eerste lid, voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. + +**2.** Tot het in het eerste lid bedoelde toezicht kan behoren het periodiek controleren van de organisatie van de erkenninghouder, alsmede het uitvoeren van steekproeven op de wijze waarop de erkenninghouder, alsmede de bij hem in dienst zijnde personen die overeenkomstig artikel 132l zijn belast met de uitvoering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 132k, eerste lid, die taken uitvoeren. + +**3.** De eigenaar of houder van een motorrijtuig dat voorwerp is van het in het tweede lid bedoelde toezicht is verplicht het motorrijtuig beschikbaar te houden op de plaats waar de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden uitgevoerd. Deze verplichting geldt tot ten hoogste 90 minuten nadat de erkenninghouder de daarvoor in aanmerking komende gegevens heeft geregistreerd in het in artikel 129a bedoelde register. + +**4.** Het derde lid en het zesde lid, eerste volzin, zijn van overeenkomstige toepassing in geval het toezicht door de Dienst Wegverkeer plaatsvindt op grond van artikel 158. + +**5.** De erkenninghouder is gehouden tot betaling, op door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief. + +**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop het toezicht wordt gehouden en de wijze waarop de steekproef wordt georganiseerd. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende de verplichtingen en op welke wijze dat verscherpte toezicht dan plaatsvindt. + +**7.** De kennisgeving van het verscherpen van het toezicht kan plaatsvinden door middel van datacommunicatie. In dat geval wordt de kennisgeving na daartoe strekkend verzoek van de belanghebbende in een beschikking vastgelegd. + +### Artikel 132n + +**1.** + +De Dienst Wegverkeer trekt een erkenning als bedoeld in artikel 132k, eerste lid in: + +a. indien degene aan wie de erkenning is verleend, daarom verzoekt; +b. indien de erkenning, bedoeld in artikel 132f, eerste lid, wordt ingetrokken. + +**2.** De Dienst Wegverkeer kan een erkenning intrekken of wijzigen indien degene aan wie de erkenning is verleend niet meer voldoet aan de aan de erkenning gestelde eisen of voorschriften. + +**3.** De Dienst Wegverkeer kan in een geval als bedoeld in het tweede lid een erkenning schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt. + +**4.** Bij de schorsing of de intrekking van de erkenning in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, worden de lopende verplichtingen van de erkenninghouder betreffende het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden en het verwijderen van het alcoholslot, alsmede de daarmee samenhangende informatieverplichtingen, voortvloeiend uit het bij of krachtens deze wet bepaalde, verricht door een door erkenninghouder als bedoeld in artikel 132f, eerste lid, te bepalen natuurlijke persoon of rechtspersoon of instantie die beschikt over de in artikel 132k, eerste lid, bedoelde erkenning. + +**5.** Bij intrekking van de erkenning, bedoeld in artikel 132f, eerste lid, worden de lopende verplichtingen van de erkenninghouder betreffende het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhouden, het vervangen en het verwijderen van het alcoholslot, alsmede de daarmee samenhangende informatieverplichtingen, voortvloeiend uit het bij of krachtens deze wet bepaalde verricht door een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen instantie of instanties. Artikel 132i, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** De Dienst Wegverkeer kan in de door de dienst vastgestelde gevallen de in artikel 132e bedoelde keuringsinstelling in kennis stellen van een opgelegde schorsing of een ingetrokken erkenning. + +**7.** De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een erkenning van maximaal 30 maanden. + +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld ter uitvoering van dit artikel. + +### Artikel 132o + +Het is eenieder aan wie niet een erkenning als bedoeld in artikel 132k is verleend, verboden zich op zodanige wijze te gedragen, dat daardoor bij het publiek de indruk kan worden gewekt, dat zodanige erkenning aan hem is verleend. + +#### Paragraaf 6. Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid + +### Afdeling 10. Bromfietscertificaat ## Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen