diff --git a/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md b/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md index 7fa9cdbb168..807464324af 100644 --- a/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md +++ b/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md @@ -58,6 +58,25 @@ b. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarin dagverblijf zal wor **2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt onder bouwwerk mede verstaan delen van een bouwwerk die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt. +### Artikel 2.2a + +Als categorieën activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, voor zover deze plaatsvinden binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, niet zijnde een inrichting waarin zich een gpbv-installatie bevindt, worden aangewezen: + +a. de activiteit, bedoeld in categorie 22.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is; +b. de activiteit, bedoeld in categorie 18.4 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is; +c. het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van inrichtingen als bedoeld in categorie 27.3 van onderdeel C van bijlage I; +d. het opslaan, verdichten, herverpakken, verkleinen en ontwateren van afvalstoffen voor zover daarmee uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de Wet milieubeheer en voor zover deze activiteiten zijn gericht op de verwijdering van afvalstoffen; +e. het opslaan van afvalstoffen van de gezondheidszorg bij mens en dier en van gebruikte hygiënische producten, afkomstig van buiten de inrichting; +f. het opslaan van ten hoogste 10.000 ton van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen, zijnde banden van voertuigen; +g. het demonteren van autowrakken als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, anders dan de activiteiten met autowrakken als bedoeld in artikel 4.84, tweede lid, van dat besluit; +h. het opslaan van ten hoogste 50.000 ton van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen, zijnde metaal, voor zover geen sprake is van gevaarlijke afvalstoffen; +i. het opslaan van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen, zijnde metalen met aanhangende olie of emulsie en het afscheiden van de oliefractie met een maximale opslagcapaciteit van 50 ton voor de afgescheiden oliefractie; +j. het opbulken van grond die afkomstig is van buiten de inrichting van de klasse wonen en de klasse industrie, baggerspecie van klasse A of B en grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 39 van het Besluit bodemkwaliteit, met een capaciteit voor de opslag van grond en baggerspecie van ten minste 25 kubieke meter en ten hoogste 10.000 kubieke meter; +k. het opslaan en opbulken van ten hoogste 10.000 ton kunststofafval, ingezameld bij of afgegeven door een andere persoon dan degene die de inrichting drijft, voor zover er geen sprake is van: + +a. kunststof dat binnen de inrichting geschikt wordt gemaakt voor materiaalhergebruik, en +b. activiteiten waarmee uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de Wet milieubeheer. + ### Paragraaf 2.2. Aanwijzing van categorieën gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist ### Artikel 2.3 @@ -72,6 +91,8 @@ b. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarin dagverblijf zal wor **2.** In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan voor zover daarop regels, gesteld krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer van toepassing zijn. +**3.** In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan voor zover die activiteiten betreffen die zijn aangewezen op grond van artikel 2.2a. + ### Artikel 2.5 In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot mijnbouwwerken die behoren tot een in artikel 4 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw aangewezen categorie. @@ -120,6 +141,10 @@ Onze Minister van Economische Zaken is bevoegd te beslissen op een aanvraag die a. een inrichting die in hoofdzaak een mijnbouwwerk is, en b. mijnbouwwerken, niet zijnde inrichtingen. +### Artikel 3.3a + +Gedeputeerde staten van de provincie waarin het betrokken project in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op activiteiten met betrekking tot een inrichting type B of C als bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, voor zover dit een inrichting is als bedoeld in categorie 28.4 of 28.5 van bijlage 1, onderdeel C, en voor die activiteiten op grond van artikel 2.2a een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de wet, is vereist. + ### Artikel 3.4 Gedeputeerde staten van de provincie waar het project in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag die betrekking heeft op een activiteit in, op, onder of over een plaats waar de in artikel 8.49 van de Wet milieubeheer bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd. @@ -388,6 +413,24 @@ b. ter bevordering van een zuinig gebruik van energie in de inrichting. Aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de wet, worden geen voorschriften verbonden, die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten. +### Artikel 5.13a + +Aan een omgevingsvergunning voor een activiteit die is aangewezen in artikel 2.2a worden geen voorschriften verbonden. + +#### Paragraaf 5.2.2a. Gronden tot verlening of weigering + +### Artikel 5.13b + +**1.** Een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder a, b, g, h en i wordt geweigerd indien het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer, heeft beslist dat bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning een milieueffectrapport moet worden gemaakt. + +**2.** Een omgevingsvergunning voor de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder c, wordt geweigerd indien de activiteit niet voldoet aan de grenswaarden voor geluid, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onder c, onder 2° en 3°, van de wet. + +**3.** Een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder d tot en met g en k, kan worden geweigerd in het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen. + +**4.** Een omgevingsvergunning voor de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder f tot en met i en k, kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. + +**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder j. + #### Paragraaf 5.2.3. Voorschriften ter uitvoering van een verdrag ### Artikel 5.14 @@ -643,6 +686,12 @@ d. het bestuur van de veiligheidsregio binnen wier gebied een gemeente als bedoe Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet is artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. +### Paragraaf 6.4. Bijzondere procedurevoorschriften + +### Artikel 6.19 + +Als categorie van gevallen als bedoeld in artikel 3.9, derde lid, tweede volzin, van de wet wordt aangewezen de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2a, onder a, b, d en e. + ## Hoofdstuk 7. Handhaving ### Artikel 7.1 @@ -748,10 +797,11 @@ c. de uitvoering van de afspraken, bedoeld in artikel 7.2, vijfde lid. Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de diverse artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld vervalt: a. in artikel 2.1, eerste lid, «onderdeel B, onder 2, en», -b. artikel 6.3, eerste lid, onder d, -c. artikel 6.7, -d. in artikel 6.10 «6.7, eerste, tweede en vierde lid,», -e. in bijlage I, onderdeel B, onderdeel 2, en de aanduiding «1.» voor onderdeel 1. +b. artikel 3.3a, +c. artikel 6.3, eerste lid, onder d, +d. artikel 6.7, +e. in artikel 6.10 «6.7, eerste, tweede en vierde lid,», +f. in bijlage I, onderdeel B, onderdeel 2, en de aanduiding «1.» voor onderdeel 1. **3.** Op het moment, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b en c wordt in artikel 6.3, eerste lid, onder c, de komma aan het slot vervangen door een punt.