2010-06-18 | BWBR0023623 | Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep
This commit is contained in:
parent
f58287462b
commit
6218c7921c
1 changed files with 13 additions and 57 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep
|
|||
bwb_id: BWBR0023623
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2008-03-15'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-06-18'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0023623
|
||||
citeertitel: Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -25,84 +25,40 @@ d. toezichthouder: ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Beslu
|
|||
e. vergunning voor radio-omroep: vergunning als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet voor het gebruik van omroepfrequenties;
|
||||
f. NFP: frequentieplan als bedoeld in artikel 3.1 van de wet;
|
||||
g. omroepfrequenties: frequentiebanden beneden de 108,0 MHz die in het NFP zijn aangeduid met hoofdcategorie ‘Omroep’;
|
||||
h. overtreding van de eerste categorie:
|
||||
|
||||
1°. overtreding van artikel 3.3, eerste lid, van de wet door gebruik te maken van omroepfrequenties ten behoeve van radio-omroep zonder vergunning, of
|
||||
2°. handelen in strijd met artikel 10.9 van de wet, indien de desbetreffende radiozendapparatuur geschikt is voor het uitzenden in omroepfrequenties;
|
||||
i. overtreding van de tweede categorie: overtreding van artikel 3.3, eerste lid, van de wet door gebruik te maken van omroepfrequenties ten behoeve van radio-omroep zonder vergunning door een voormalig houder van een vergunning voor radio-omroep en waarbij deze vergunning in de periode van twee jaar voorafgaand aan de overtreding is verlopen of ingetrokken en niet opnieuw is verleend;
|
||||
j. overtreding van de derde categorie: overtreding als bedoeld in artikel 8 door de houder van een vergunning voor radio-omroep, niet zijnde de houder van een experimenteervergunning of de houder van een vergunning met een looptijd van twee maanden of minder;
|
||||
k. bijzondere overtreding: overtreding van de eerste categorie waarbij:
|
||||
|
||||
1°. in het openbaar een uitzending wordt aangekondigd;
|
||||
2°. een reclameboodschap als bedoeld in artikel 1, onder kk, van de Mediawet wordt uitgezonden;
|
||||
3°. gebruik van frequentieruimte plaatsvindt ten behoeve van een tevoren georganiseerde gebeurtenis, of
|
||||
4°. gebruik wordt gemaakt van een radiozendapparaat dat geschikt is om uit te zenden met een zendvermogen van 1 kW of meer.
|
||||
h. overtreding van de eerste categorie: overtreding van artikel 3.3, eerste lid,van de wet door gebruik te maken van omroepfrequenties ten behoeve van radio-omroep zonder vergunning door een voormalig houder van een vergunning voor radio-omroep,niet zijnde de houder van een experimenteervergunning of de houder van een vergunning met een looptijd van twee maanden of minder , en waarbij deze vergunning in de periode van twee jaar voorafgaand aan de overtreding is verlopen of ingetrokken en niet opnieuw is verleend;
|
||||
i. overtreding van de tweede categorie: overtreding als bedoeld in artikel 8 door de houder van een vergunning voor radio-omroep, niet zijnde de houder van een experimenteervergunning of de houder van een vergunning met een looptijd van twee maanden of minder.
|
||||
|
||||
**2.** De definities, bedoeld in artikel 1, onderdelen e en u tot en met x, van de Mediawet zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de Minister bestuursrechtelijk zal optreden tegen overtredingen van de eerste, tweede en derde categorie en bijzondere overtredingen.
|
||||
**1.** Deze beleidsregel geeft aan op welke wijze de Minister bestuursrechtelijk zal optreden tegen overtredingen van de eerste en tweede categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Deze beleidsregel heeft geen betrekking op strafvervolging.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien één gedraging valt te kwalificeren onder meerdere categorieën overtredingen, wordt voor de toepassing van deze beleidsregel de gedraging aangemerkt als een overtreding van één categorie, waarbij de gedraging in de categorie valt die in de volgende opsomming het eerst wordt genoemd:
|
||||
|
||||
a. een overtreding van de derde categorie;
|
||||
b. een overtreding van de tweede categorie;
|
||||
c. een bijzondere overtreding;
|
||||
d. een overtreding van de eerste categorie.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
De last onder dwangsom heeft een looptijd van ten hoogste twee jaar.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Overtredingen van de eerste categorie
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Een overtreding van de eerste categorie kan worden begaan door een fysieke overtreder of een functionele overtreder.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het vermoeden bestaat dat op een locatie een overtreding van de eerste categorie wordt gepleegd en met betrekking tot deze locatie geen last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5 of 6 loopt, worden door de toezichthouder radiopeilingen, relatieve veldsterktemetingen en visuele waarnemingen verricht teneinde vast te stellen vanaf welke locatie de overtreding wordt gepleegd. Indien op deze wijze een overtreding wordt vastgesteld, dan wordt, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, de locatie betreden waar de overtreding is gepleegd en wordt getracht te achterhalen wie de fysieke overtreder is.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, kan ondanks constatering van een overtreding worden afgezien van binnentreding indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien aan een functionele overtreder met betrekking tot een locatie een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5 of 6 loopt, kan de toezichthouder voor het constateren van herhaling of voortzetting van de overtreding ermee volstaan radiopeilingen, relatieve veldsterktemetingen en visuele waarnemingen te verrichten.
|
||||
|
||||
**5.** Indien sprake is van een bijzondere overtreding wordt een rapport als bedoeld in artikel 15.8 van de wet opgemaakt en wordt daarin vermeld dat er sprake is van een bijzondere overtreding.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Ter zake van een overtreding van de eerste categorie, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom van € 2.250 per geconstateerde overtreding per dag opgelegd, met een maximum van € 33.750.
|
||||
|
||||
**2.** Ter zake van een bijzondere overtreding wordt aan de overtreder een last onder dwangsom van € 4.500 per geconstateerde overtreding per dag opgelegd, met een maximum van € 67.500.
|
||||
|
||||
**3.** Alvorens een last onder dwangsom aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen tien dagen na dagtekening van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, krachtens artikel 15.2, eerste lid, van de wet bestuursdwang toepassen, indien een last onder dwangsom onvoldoende effectief was dan wel naar verwachting onvoldoende effectief zal zijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
In het geval dat de last onder dwangsom, bedoeld in artikel 5, is afgelopen, wordt bij een nieuwe overtreding aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd van:
|
||||
|
||||
a. € 4.500 per geconstateerde overtreding per dag, met een maximum van € 67.500 bij overtredingen van de eerste categorie, of
|
||||
b. € 9.000 per geconstateerde overtreding per dag, met een maximum van € 135.000 bij bijzondere overtredingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de eerdere last onder dwangsom meer dan vijf jaar geleden is afgelopen.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval een last onder dwangsom als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd, wordt in deze dwangsombeschikking verwezen naar de dwangsombeschikking die is afgelopen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Overtredingen van de tweede categorie
|
||||
### Paragraaf 2. Overtredingen van de eerste categorie
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ter zake van een overtreding van de tweede categorie wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd van:
|
||||
Ter zake van een overtreding van de eerste categorie wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd van:
|
||||
|
||||
a. € 2.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 8.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van ten hoogste 1 kW mocht uitzenden;
|
||||
b. € 5.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 20.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 1 kW en ten hoogste 50 kW mocht uitzenden;
|
||||
|
|
@ -115,11 +71,11 @@ d. € 20.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te ver
|
|||
|
||||
**4.** Alvorens een last onder dwangsom aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Overtredingen van de derde categorie
|
||||
### Paragraaf 3. Overtredingen van de tweede categorie
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Een overtreding van de derde categorie is:
|
||||
Een overtreding van de tweede categorie is:
|
||||
|
||||
a. het gebruik van andere dan de bij de vergunning voor radio-omroep toegekende frequentieruimte in strijd met artikel 3.3, eerste lid, van de wet, in strijd met artikel 10.9 van de wet of in strijd met de voorschiften en beperkingen verbonden aan de vergunning voor radio-omroep;
|
||||
b. het in strijd handelen met een krachtens artikel 16.1 van de wet opgelegde verplichting door de houder van een vergunning voor radio-omroep of het in strijd handelen met een krachtens artikel 16 van het Frequentiebesluit opgelegde verplichting tot het betalen van een financieel bod;
|
||||
|
|
@ -192,7 +148,7 @@ Indien een vergunninghouder niet voldoet aan een verplichting als bedoeld in art
|
|||
a. de vergunninghouder tenminste twee maal schriftelijk is geïnformeerd over zijn betalingsverplichting en hierbij een hersteltermijn is geboden om alsnog aan de financiële verplichting te voldoen, en
|
||||
b. een voornemen tot intrekking is verzonden en de overtreder hierbij de mogelijkheid is geboden om binnen één maand na dagtekening van deze voornemensbrief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van genoemd voornemen naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Slotbepalingen
|
||||
### Paragraaf 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue