2010-01-01 | BWBR0001903 | Wetboek van Strafvordering
This commit is contained in:
parent
6d8b39ec77
commit
6218d7384a
1 changed files with 161 additions and 89 deletions
|
|
@ -330,6 +330,14 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** De aan de verdachte toekomende rechten komen tevens toe aan de veroordeelde tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36*e* van het Wetboek van Strafrecht niet onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 27b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** De verdachte is bevoegd zich, overeenkomstig de bepalingen van den Derden Titel van dit Boek, door een of meer gekozen of toegevoegde raadslieden te doen bijstaan.
|
||||
|
|
@ -344,6 +352,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** De verklaringen van den verdachte, bepaaldelijk die welke eene bekentenis van schuld inhouden, worden in het proces-verbaal van het verhoor zooveel mogelijk in zijne eigen woorden opgenomen. De mededeling bedoeld in het tweede lid wordt in het proces-verbaal opgenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 29a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** Tijdens het gerechtelijk vooronderzoek staat de rechter-commissaris, en overigens tijdens het voorbereidende onderzoek het openbaar ministerie, aan den verdachte op diens verzoek toe van de processtukken kennis te nemen.
|
||||
|
|
@ -414,7 +426,7 @@ De kennisneming van alle processtukken in het oorspronkelijk of in afschrift mag
|
|||
|
||||
### Artikel 36c
|
||||
|
||||
**1.** Op het onderzoek van de rechter-commissaris zijn de bepalingen van de tweede tot en met vijfde afdeling van de Derde Titel van het Tweede Boek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 207, 208, derde lid, en 232 tot en met 234.
|
||||
**1.** Op het onderzoek van de rechter-commissaris zijn de bepalingen van de tweede tot en met vijfde afdeling van de Derde Titel van het Tweede Boek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 207 en 208, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Van de beëindiging van het onderzoek wordt door de rechter-commissaris aan de officier van justitie en aan de verdachte schriftelijk kennis gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -610,6 +622,48 @@ Zij die om in een burgerlijk geding in rechte te verschijnen, bijstand behoeven
|
|||
|
||||
### Titel IIIC. : De deskundige
|
||||
|
||||
### Artikel 51i
|
||||
|
||||
**1.** Op de wijze bij de wet bepaald wordt een deskundige benoemd met een opdracht tot het geven van informatie over of het doen van onderzoek op een terrein, waarvan hij specifieke of bijzondere kennis bezit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de benoeming worden de opdracht die ten behoeve van het onderzoek in de strafzaak moet worden vervuld en de termijn binnen welke de deskundige het schriftelijk verslag uitbrengt, vermeld.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de deskundige wordt tevens opgedragen naar waarheid, volledig en naar beste inzicht verslag uit te brengen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de kwalificaties waarover bepaalde deskundigen moeten beschikken en over de wijze waarop in de overige gevallen de specifieke deskundigheid van personen kan worden bepaald of getoetst.
|
||||
|
||||
### Artikel 51j
|
||||
|
||||
**1.** Ieder die tot deskundige is benoemd, is verplicht de door de rechter opgedragen diensten te bewijzen.
|
||||
|
||||
**2.** De rechter kan de deskundige geheimhouding opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De deskundige kan zich verschonen in de gevallen bedoeld in de artikelen 217 tot en met 219a.
|
||||
|
||||
**4.** De deskundige ontvangt uit ’s rijks kas een vergoeding op de wijze bij de wet bepaald. De rechter-commissaris kan, onverminderd artikel 591, beslissen dat een deskundige die onderzoek op verzoek van de verdachte heeft uitgevoerd dat in het belang van het onderzoek is gebleken, uit ’s rijks kas een vergoeding ontvangt. Deze vergoeding bedraagt niet meer dan die welke de op vordering van de officier van justitie benoemde deskundige ontvangt.
|
||||
|
||||
### Artikel 51k
|
||||
|
||||
**1.** Er is een landelijk openbaar register van gerechtelijke deskundigen, dat wordt beheerd op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. Bij deze algemene maatregel van bestuur wordt het orgaan ingesteld dat met deze taak wordt belast.
|
||||
|
||||
**2.** Bij benoeming van een deskundige die niet is opgenomen in het register, bedoeld in het eerste lid, wordt gemotiveerd op grond waarvan hij als deskundige wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 51l
|
||||
|
||||
**1.** De deskundige brengt aan zijn opdrachtgever een met redenen omkleed verslag uit. Hij geeft daarbij zo mogelijk aan welke methode hij heeft toegepast, in welke mate deze methode en de resultaten daarvan betrouwbaar kunnen worden geacht en welke bekwaamheid hij heeft bij de toepassing van de methode.
|
||||
|
||||
**2.** Het verslag wordt schriftelijk uitgebracht, tenzij de rechter bepaalt dat dit mondeling kan geschieden.
|
||||
|
||||
**3.** De deskundige verklaart het verslag naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld. Het verslag is gebaseerd op wat zijn wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is.
|
||||
|
||||
### Artikel 51m
|
||||
|
||||
**1.** De rechter kan de deskundige ambtshalve horen, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte. De rechter kan zijn dagvaarding bevelen. Ten aanzien van de deskundige en zijn verhoor vinden de artikelen 211 tot en met 213 overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De deskundige wordt bij zijn verhoor op de terechtzitting beëdigd dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de deskundige wordt geen bevel tot gijzeling verleend.
|
||||
|
||||
### Titel IV. Eenige bijzondere dwangmiddelen
|
||||
|
||||
#### Afdeling Eerste. Aanhouding en inverzekeringstelling
|
||||
|
|
@ -662,6 +716,10 @@ Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd den verdachte naar zijn naam, voornamen, g
|
|||
|
||||
**5.** De met toepassing van het eerste of tweede lid verkregen informatie over het burgerservicenummer van de verdachte wordt uitsluitend gebruikt voor de raadpleging van de basisadministratie persoonsgegevens ter verificatie van de identiteit van die verdachte en wordt na raadpleging van de basisadministratie persoonsgegevens vernietigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 55c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie of de hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze aan zijn lichaam of kleding zal worden onderzocht.
|
||||
|
|
@ -879,7 +937,7 @@ c. het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven terzake van verdenking van een
|
|||
Een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van:
|
||||
|
||||
a. een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
|
||||
b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138b, 139c, 139d, eerste en tweede lid, 161sexies, eerste lid, onder 1°, en tweede lid,137c, tweede lid, 137d, tweede lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 285, eerste lid, 285b, 300, eerste lid, 321, 323a, 326c, tweede lid, 350, 350a, 351, 395, 417bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
b. een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 138a, 138b, 139c, 139d, eerste en tweede lid, 161sexies, eerste lid, onder 1°, en tweede lid,137c, tweede lid, 137d, tweede lid, 137e, tweede lid, 137g, tweede lid, 248d, 248e, 285, eerste lid, 285b, 300, eerste lid, 321, 323a, 326c, tweede lid, 350, 350a, 351, 395, 417bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
c. een der misdrijven omschreven in:
|
||||
|
||||
artikel 122, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
|
||||
|
|
@ -3167,30 +3225,44 @@ Wanneer de officier van justitie kennis heeft gekregen van een strafbaar feit me
|
|||
|
||||
### Artikel 150
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek ambtshalve of op het verzoek van de verdachte een deskundige die als deskundige is geregistreerd in het register, bedoeld in artikel 51k, benoemen.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, komt ook toe aan de hulpofficier voor zover het technisch onderzoek betreft, met uitzondering van de gevallen waarin de wet anders bepaalt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de aard van het technisch onderzoek dat kan worden opgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 150a
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie geeft aan de verdachte schriftelijk kennis van de aan de deskundige verleende opdracht en van tijd en plaats van het onderzoek, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet. De verdachte kan verzoeken tot het doen van aanvullend onderzoek of het geven van aanwijzingen omtrent het uit te voeren onderzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Van de uitslag van het onderzoek geschiedt tevens kennisgeving aan de verdachte. Zodra het belang van het onderzoek zich niet meer verzet tegen de mededeling bedoeld in het eerste lid, geeft de officier van justitie kennis van het verlenen van de opdracht en de uitslag daarvan.
|
||||
|
||||
**3.** De verdachte kan naar aanleiding van de uitslag binnen twee weken na kennisgeving daarvan om een tegenonderzoek verzoeken. Hij geeft daarbij aan om welke redenen hij het doen verrichten van een tegenonderzoek aangewezen acht. Hij geeft voorts aan welke deskundige het onderzoek, dat gelijkwaardig moet zijn aan het eerste onderzoek, zou moeten uitvoeren.
|
||||
|
||||
**4.** Geen uitstel van kennisgeving van de uitslag vindt plaats van onderzoek dat is uitgevoerd op verzoek van de verdachte.
|
||||
|
||||
### Artikel 150b
|
||||
|
||||
**1.** Indien de officier van justitie een verzoek van de verdachte tot benoeming van een deskundige of tot het doen verrichten van een tegenonderzoek, aanvullend of volgens bepaalde aanwijzingen uit te voeren onderzoek weigert, geeft hij daarvan gemotiveerd kennis aan de verdachte.
|
||||
|
||||
**2.** De verdachte kan na deze weigering binnen twee weken na de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, de rechter-commissaris verzoeken alsnog tot benoeming van een deskundige of uitbreiding van het onderzoek over te gaan.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter-commissaris beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek en geeft daarvan kennis aan de verdachte en de officier van justitie.
|
||||
|
||||
### Artikel 150c
|
||||
|
||||
**1.** Indien de officier van justitie op grond van artikel 150a, derde lid, of de rechter-commissaris op grond van artikel 150b, derde lid, een tegenonderzoek gelast, verleent hij daartoe opdracht aan een deskundige. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de verdachte.
|
||||
|
||||
**2.** De deskundige die het tegenonderzoek verricht, wordt in staat gesteld dit uit te voeren; hij verkrijgt daartoe toegang tot het onderzoeksmateriaal en de desbetreffende gegevens uit het eerste onderzoek.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het onderzoek bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 151
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie of de hulpofficier is bevoegd teneinde enige plaatselijke toestand of enig voorwerp te schouwen, met de personen door hem aangewezen, elke plaats te betreden.
|
||||
|
||||
**2.** De officier van justitie geeft, voorzover het belang van het onderzoek dit niet verbiedt, tijdig schriftelijk kennis van de voorgenomen schouw aan de verdachte en diens raadsman. De hulpofficier van justitie geeft voorts tijdig schriftelijk kennis van de voorgenomen schouw aan de officier van justitie.
|
||||
|
||||
**3.** De verdachte en diens raadsman worden, voorzover het belang van het onderzoek dit niet verbiedt, door de officier van justitie of de hulpofficier toegelaten de schouw geheel of gedeeltelijk bij te wonen; zij kunnen verzoeken dat zij aanwijzingen mogen doen of inlichtingen mogen geven of dat bepaalde opmerkingen in het proces-verbaal zullen worden vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 150a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 150b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 150c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 151
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan, ambtshalve of op het verzoek van de verdachte of diens raadsman, een of meer vaste gerechtelijke deskundigen, bedoeld in artikel 228, tweede lid, benoemen die tot taak hebben hem voor te lichten of bij te staan, alsmede, zo nodig, een onderzoek, een onderzoek omtrent de persoonlijkheid van de verdachte daaronder begrepen, in te stellen en daarover een schriftelijk verslag uit te brengen. Bij de benoeming worden vermeld de opdracht die moet worden vervuld en de termijn binnen welke de deskundige het schriftelijk verslag uitbrengt.
|
||||
|
||||
**2.** Deze bevoegdheid komt ook toe aan de hulpofficier, met dien verstande dat door hem benoemde deskundigen niet tot taak hebben een onderzoek omtrent de persoonlijkheid van de verdachte in te stellen en daarover schriftelijk verslag uit te brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 151a
|
||||
|
||||
**1.** De officier van justitie kan, met inachtneming van het tweede lid, ambtshalve of op verzoek van de verdachte of diens raadsman, een deskundige, verbonden aan één van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen laboratoria, benoemen met de opdracht met het oog op de waarheidsvinding een DNA-onderzoek te verrichten op basis van celmateriaal en hem een met redenen omkleed verslag uit te brengen. Celmateriaal kan ten behoeve van onderzoek als bedoeld in de vorige zin, behoudens artikel 151b, slechts worden afgenomen met schriftelijke toestemming van de betrokkene.
|
||||
|
|
@ -3241,6 +3313,26 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van uitvoering van het DNA-onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 151e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 151f
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 151g
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 151h
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 151i
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
#### Afdeling Derde. Overige ambtenaren met de opsporing belast
|
||||
|
||||
### Artikel 152
|
||||
|
|
@ -3380,7 +3472,7 @@ Indien de klacht krachtens artikel 65, eerste lid, van het Wetboek van Strafrech
|
|||
|
||||
### Artikel 167a
|
||||
|
||||
Terzake van een misdrijf, omschreven in artikel 245, 247 of 248a van het Wetboek van Strafrecht en gepleegd ten aanzien van een minderjarige die twaalf jaren of ouder is, stelt het openbaar ministerie de minderjarige zo mogelijk in de gelegenheid zijn mening over het gepleegde feit kenbaar te maken.
|
||||
Terzake van een misdrijf, omschreven in artikel 245, 247, 248a, 248d of 248e van het Wetboek van Strafrecht en gepleegd ten aanzien van een minderjarige die twaalf jaren of ouder is, stelt het openbaar ministerie de minderjarige zo mogelijk in de gelegenheid zijn mening over het gepleegde feit kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
### Titel II. De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
|
||||
|
||||
|
|
@ -3428,9 +3520,11 @@ Geene vragen worden gedaan welke de strekking hebben verklaringen te verkrijgen,
|
|||
|
||||
**3.** Hetgeen in strijd met dit artikel in het proces-verbaal is opgenomen, is van onwaarde.
|
||||
|
||||
**4.** Het proces-verbaal wordt door de rechter-commissaris en de griffier ondertekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 176
|
||||
|
||||
Het proces-verbaal wordt door den rechter-commissaris met den griffier onderteekend.
|
||||
De rechter-commissaris kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen benoemen op de wijze bepaald in artikelen 227 tot en met 232. Het verzoek van de verdachte om benoeming van een deskundige geldt als een verzoek op grond van artikel 36a.
|
||||
|
||||
### Artikel 177
|
||||
|
||||
|
|
@ -3442,6 +3536,10 @@ Het proces-verbaal wordt door den rechter-commissaris met den griffier onderteek
|
|||
|
||||
In geval ter zake van een feit waarop een gerechtelijk vooronderzoek betrekking heeft, opsporing geschiedt, draagt de officier van justitie zorg dat de rechter-commissaris hieromtrent ten spoedigste wordt ingelicht en aan deze de desbetreffende processtukken worden toegezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 177b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 178
|
||||
|
||||
Indien bij afwezigheid van den officier van justitie gedurende het onderzoek eenig strafbaar feit wordt begaan, doet de rechter-commissaris daarvan een proces-verbaal opmaken en dat toekomen aan het bevoegde openbaar ministerie. Hij kan tevens, in de gevallen en op de gronden in de artikelen 67 en 67a vermeld, ambtshalve een bevel van bewaring tegen den verdachte uitvaardigen. De bepalingen van de tweede afdeeling van den Vierden Titel van het Eerste Boek zijn dan van toepassing.
|
||||
|
|
@ -3586,7 +3684,7 @@ De rechter-commissaris neemt de noodige maatregelen om te beletten dat de ten ve
|
|||
|
||||
**3.** Kan de in het voorgaande lid bedoelde verdachte of getuige niet of slechts zeer gebrekkig lezen of schrijven, dan kan de rechter-commissaris een daartoe geschikten persoon tot tolk benoemen.
|
||||
|
||||
**4.** De tolk wordt, zoo noodig, op bevel van den rechter-commissaris gedagvaard en wordt beëedigd dat hij zijne taak naar zijn geweten zal vervullen. Artikel 216, tweede en derde lid, betreffende de vervanging der beëediging door eene aanmaning, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De tolk wordt zo nodig op bevel van de rechter-commissaris gedagvaard en wordt beëdigd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen. Artikel 216a, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 192
|
||||
|
||||
|
|
@ -3632,11 +3730,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 195b
|
||||
|
||||
**1.** De verdachte kan binnen veertien dagen nadat hem de uitslag van het DNA-onderzoek schriftelijk is kennisgegeven, de rechter-commissaris verzoeken een andere door hem aangewezen deskundige, verbonden aan één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen laboratoria, te benoemen met de opdracht een DNA-onderzoek te verrichten. Indien daartoe voldoende celmateriaal beschikbaar is, willigt de rechter-commissaris het verzoek in. De deskundige brengt aan de rechter-commissaris een met redenen omkleed verslag uit. Artikel 195*a*, derde lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De verdachte kan binnen veertien dagen nadat hem de uitslag van het DNA-onderzoek schriftelijk is kennisgegeven, de rechter-commissaris verzoeken een andere door hem aangewezen deskundige, verbonden aan één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen laboratoria, te benoemen met de opdracht een DNA-onderzoek te verrichten. Indien daartoe voldoende celmateriaal beschikbaar is, willigt de rechter-commissaris het verzoek in. De deskundige brengt aan de rechter-commissaris een met redenen omkleed verslag uit. Artikel 195a, derde lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van toepassing van het eerste lid, wordt de verdachte een deel van de kosten van het onderzoek, waarvan de hoogte bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld, in rekening gebracht, indien dit onderzoek het in opdracht van de rechter-commissaris verrichte onderzoek bevestigt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij toepassing van artikel 232 blijft het eerste lid buiten toepassing.
|
||||
**3.** Bij toepassing van artikel 228, vierde lid, blijft het eerste lid buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 195c
|
||||
|
||||
|
|
@ -3792,7 +3890,7 @@ De artikelen 203 en 204 vinden ten aanzien van het verhoor van getuigen, die zic
|
|||
|
||||
### Artikel 215
|
||||
|
||||
De getuige verklaart de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen. De deskundige verklaart dat hij zijn taak naar eer en geweten zal vervullen.
|
||||
De getuige verklaart de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen. De deskundige verklaart naar waarheid en zijn geweten te verklaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 216
|
||||
|
||||
|
|
@ -3800,19 +3898,23 @@ De getuige verklaart de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zegg
|
|||
|
||||
De rechter-commissaris beëdigt de getuige of deskundige indien:
|
||||
|
||||
a. er naar zijn oordeel gegrond vermoeden bestaat dat de getuige niet op de terechtzitting zal kunnen verschijnen;
|
||||
b. de overlegging van beëdigde getuigenissen noodzakelijk is om de uitlevering van de verdachte te verkrijgen;
|
||||
a. er naar zijn oordeel gegrond vermoeden bestaat dat deze niet op de terechtzitting zal kunnen verschijnen of dat diens gezondheid of welzijn door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om hem ter terechtzitting te ondervragen,
|
||||
b. de overlegging van beëdigde verklaringen noodzakelijk is om de uitlevering van de verdachte te verkrijgen;
|
||||
c. een afspraak ingevolge artikel 226h, derde lid, of artikel 226k, eerste lid, rechtmatig is geoordeeld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een getuige met gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis zijner geestvermogens, naar het oordeel van den rechter, de beteekenis van den eed niet voldoende beseft, of indien een getuige den leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, wordt hij niet beëedigd, doch aangemaand de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.
|
||||
**2.** Onverminderd de beëdiging van een getuige op grond van het eerste lid en de artikelen 226c, tweede lid, en 226n, tweede lid, kan de rechter-commissaris, indien hij dat noodzakelijk acht in verband met de betrouwbaarheid van de door de getuige af te leggen verklaring, overgaan tot beëdiging.
|
||||
|
||||
**3.** Van de reden der beëediging of aanmaning wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Een beëdiging of aanmaning vindt tevens plaats ingeval de rechter-commissaris deze in verband met de betrouwbaarheid van de verklaring van de getuige of deskundige nodig acht.
|
||||
**3.** Indien de rechter-commissaris dit buiten de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a en b, noodzakelijk oordeelt, kan hij de deskundige bij zijn verhoor beëdigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 216a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De rechter-commissaris beëdigt de getuige dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een getuige met gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens naar het oordeel van de rechter-commissaris, de betekenis van de eed niet voldoende beseft, of indien de getuige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, wordt hij niet beëdigd, maar aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter-commissaris beëdigt de deskundige dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren.
|
||||
|
||||
**4.** De reden van beëdiging of aanmaning wordt in het proces-verbaal vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 217
|
||||
|
||||
|
|
@ -4062,71 +4164,53 @@ Tijdens het verhoor van de afgeschermde getuige onderzoekt de rechter-commissari
|
|||
|
||||
### Artikel 227
|
||||
|
||||
**1.** De rechter-commissaris kan, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van de officier van justitie of het verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen benoemen die tot taak hebben hem voor te lichten of bij te staan, alsmede, zo nodig, een onderzoek in te stellen en daarover een schriftelijk verslag uit te brengen. Bij de benoeming worden vermeld de opdracht die moet worden vervuld en de termijn binnen welke de deskundige het schriftelijk verslag uitbrengt. Hij kan hun dagvaarding bevelen.
|
||||
**1.** De rechter-commissaris kan in het belang van het onderzoek ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen benoemen.
|
||||
|
||||
**2.** De verdachte is bevoegd te verzoeken dat een of meer door hem aanbevolen personen als deskundigen zullen worden benoemd. Indien het belang van het onderzoek dit niet verbiedt, kiest de rechter-commissaris een of meer der deskundigen uit de door den verdachte aanbevolen personen.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de deskundigen en hun verhoor vinden de artikelen 211-213 alsmede de artikelen 217-220 overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Ieder die tot deskundige is benoemd, is verplicht de door den rechter-commissaris gevorderde diensten te bewijzen.
|
||||
**2.** Bij het verzoek van de verdachte om een deskundige te benoemen kan hij een of meer personen als deskundige aanbevelen. Tenzij het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet, kiest de rechter-commissaris een of meer der deskundigen uit de door de verdachte aanbevolen personen. Artikel 51k, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 228
|
||||
|
||||
**1.** De deskundige wordt door den rechter-commissaris beëedigd dat hij zijne taak naar zijn geweten zal vervullen.
|
||||
**1.** De rechter-commissaris geeft kennis van zijn beslissing tot benoeming van een deskundige aan de officier van justitie en de verdachte en van de opdracht die aan de deskundige is verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Van degene die, op vordering van het openbaar ministerie, door het Gerechtshof in welks ressort hij woont, als vaste gerechtelijke deskundige is beëdigd, dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen, wordt ter zake van het uitbrengen van een schriftelijk verslag geen nadere eed gevorderd.
|
||||
**2.** In het belang van het onderzoek kan de rechter-commissaris ambtshalve of op vordering van de officier van justitie de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, uitstellen, totdat het belang van het onderzoek zich daartegen niet meer verzet.
|
||||
|
||||
**3.** Op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte kan de rechter-commissaris aanvullend onderzoek bevelen. De rechter-commissaris doet daarvan mededeling aan de deskundige, de officier van justitie en de verdachte.
|
||||
|
||||
**4.** De verdachte aan wie van de opdracht aan de deskundige kennis is gegeven, is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft bij het onderzoek van de deskundige tegenwoordig te zijn, daarbij de nodige aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Hij doet daarvan binnen een week na de dagtekening van de mededeling op grond van het eerste lid, opgave aan de rechter-commissaris en de officier van justitie.
|
||||
|
||||
### Artikel 229
|
||||
|
||||
De rechter-commissaris bepaalt het tijdstip waarop het onderzoek der deskundigen zal worden aangevangen, en den termijn binnen welken dit zal moeten zijn afgeloopen; deze termijn kan door den rechter-commissaris worden verlengd.
|
||||
**1.** De deskundige kan zich voor het uitbrengen van zijn rapport ter verheldering van zijn opdracht wenden tot de rechter-commissaris. Van zijn antwoord daarop doet de rechter-commissaris mededeling aan de officier van justitie en de verdachte. De rechter-commissaris kan eveneens een mondeling onderhoud gelasten met de deskundige. Hij stelt de officier van justitie en de verdachte in de gelegenheid daarbij tegenwoordig te zijn.
|
||||
|
||||
**2.** In het belang van het onderzoek kan de mededeling aan de verdachte bedoeld in het eerste lid, worden uitgesteld; om dezelfde reden kan de rechter-commissaris afzien van de mogelijkheid van aanwezigheid van officier van justitie en verdachte bij het onderhoud met de deskundige.
|
||||
|
||||
### Artikel 230
|
||||
|
||||
**1.** De rechter-commissaris geeft den officier van justitie schriftelijk of mondeling kennis van de aan de deskundigen verleende opdracht, van tijd en plaats van hun onderzoek en van den uitslag daarvan.
|
||||
**1.** Nadat de deskundige zijn rapport aan de rechter-commissaris heeft ingezonden, doet de rechter-commissaris daarvan een kopie toekomen aan de officier van justitie en de verdachte. Artikel 228, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, geeft de rechter-commissaris den verdachte schriftelijk kennis van de aan de deskundigen verleende opdracht en van tijd en plaats van hun onderzoek.
|
||||
|
||||
**3.** Van den uitslag daarvan geschiedt gelijke kennisgeving, zoodra het belang van het onderzoek dit toelaat.
|
||||
**2.** De verdachte aan wie van de uitslag van het onderzoek is kennis gegeven, is bevoegd een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft het toegezonden verslag te onderzoeken.
|
||||
|
||||
### Artikel 231
|
||||
|
||||
**1.** Het onderzoek der deskundigen geschiedt in tegenwoordigheid van den rechter-commissaris, indien deze dat noodig oordeelt.
|
||||
**1.** Ingeval het rapport van de deskundige daartoe aanleiding geeft, kan de rechter-commissaris, ambtshalve, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte, nader onderzoek opdragen aan dezelfde deskundige dan wel onderzoek aan een of meer andere deskundigen opdragen. De artikelen 229 en 230 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De rechter-commissaris kan, indien het belang van het onderzoek zich daartegen niet verzet, bepalen dat de verdachte wien van de opdracht aan deskundigen gedaan, is kennis gegeven, het onderzoek der deskundigen geheel of gedeeltelijk zal kunnen bijwonen. De officier van justitie kan bij het onderzoek tegenwoordig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De officier van justitie en de verdachte hebben, ook indien het onderzoek van de deskundigen buiten hun tegenwoordigheid geschiedt, de bevoegdheid met betrekking tot dat onderzoek aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Desverlangd wordt aan de deskundigen en aan den verdachte de gelegenheid gegeven om ten overstaan of, voor zover zulks in het belang van het onderzoek noodzakelijk schijnt, door bemiddeling van den rechter-commissaris een onderhoud te hebben. De officier van justitie is bevoegd bij dit onderhoud tegenwoordig te zijn.
|
||||
|
||||
**4.** De rechter-commissaris stelt de deskundigen van de opmerkingen en aanwijzingen, voor zover deze geschied zijn buiten hun tegenwoordigheid, mondeling of schriftelijk in kennis.
|
||||
**2.** De rechter-commissaris verstrekt aan de op grond van het eerste lid benoemde nieuwe deskundige een kopie van het verslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 232
|
||||
|
||||
**1.** De verdachte aan wien van de opdracht aan deskundigen gedaan, is kennisgegeven, is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft bij het onderzoek der door den rechter-commissaris benoemde deskundigen tegenwoordig te zijn, daarbij de noodige aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken.
|
||||
|
||||
**2.** De rechter-commissaris kan om redenen in den persoon gelegen, de toelating van een bepaalden aangewezen deskundige tot het onderzoek weigeren.
|
||||
|
||||
**3.** Hij onderwerpt alsdan onverwijld zijne weigering aan het oordeel der rechtbank die alsnog de toelating kan bevelen.
|
||||
|
||||
**4.** In geen geval mag, tenzij de rechter-commissaris hierin bewilligt, door de aanwijzing vertraging in den aanvang of den loop van het onderzoek plaats hebben.
|
||||
De rechter-commissaris kan de deskundige ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte horen. De rechter-commissaris kan zijn dagvaarding bevelen. Ten aanzien van de deskundige en zijn verhoor vinden de artikelen 211 tot en met 213 overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 233
|
||||
|
||||
**1.** De verdachte aan wien van den uitslag van het onderzoek is kennis gegeven, is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft het verslag der door den rechter-commissaris benoemde deskundigen te onderzoeken. Het tweede en derde lid van het voorgaande artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In geen geval mag, tenzij de rechter-commissaris hierin bewilligt, door de aanwijzing vertraging in den loop van het gerechtelijk vooronderzoek plaats hebben.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter-commissaris verleent aan den aangewezen deskundige inzage of afschrift van het verslag, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 234
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot den door den verdachte overeenkomstig een der beide voorgaande artikelen aangewezen deskundige zijn de artikelen 211-213, 228-230 en 231, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Die deskundige brengt aan den rechter-commissaris een met redenen omkleed verslag uit. Het verslag wordt schriftelijk of mondeling uitgebracht, naar gelang de rechter-commissaris dit vordert.
|
||||
|
||||
**3.** Die deskundige ontvangt uit ’s rijks kas vergoeding op denzelfden voet als de deskundigen door den rechter-commissaris benoemd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 235
|
||||
|
||||
Ingeval hetzij de wijze waarop het onderzoek door de deskundigen is geschied, hetzij het verschil van de deskundigen omtrent de feiten, hetzij het verschil in oordeelvelling, daartoe aanleiding geeft, kan de rechter-commissaris, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van den officier van justitie of op het verzoek van den verdachte, het onderzoek aan andere deskundigen opdragen. De voorgaande artikelen dezer afdeeling en artikel 236 zijn van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 236
|
||||
|
||||
|
|
@ -4633,7 +4717,7 @@ De voorzitter begint het onderzoek door het doen uitroepen van de zaak tegen de
|
|||
|
||||
**2.** Als tolk wordt slechts toegelaten degene die niet reeds in een andere kwaliteit aan het onderzoek deelneemt.
|
||||
|
||||
**3.** Voordat de tolk zijn werkzaamheden aanvangt, beëdigt de voorzitter de tolk dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen. Artikel 216, tweede lid, betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning is van overeenkomstige toepassing. De beëdiging blijft achterwege indien het een beëdigde tolk in de zin van de Wet beëdigde tolken en vertalers betreft.
|
||||
**3.** Voordat de tolk zijn werkzaamheden aanvangt, beëdigt de voorzitter de tolk dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen. Artikel 216a, tweede lid betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning is van overeenkomstige toepassing. De beëdiging blijft achterwege indien het een beëdigde tolk in de zin van de Wet beëdigde tolken en vertalers betreft.
|
||||
|
||||
**4.** De verdachte die daarvoor redenen aanvoert, kan de tolk wraken. De rechtbank doet daarover terstond uitspraak.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4807,7 +4891,7 @@ b. kennis nemen van eerder ter terechtzitting afgelegde verklaringen van andere
|
|||
|
||||
**1.** De voorzitter vraagt de getuige naar zijn naam en voornamen, geboortedatum, woon- of verblijfplaats en zijn beroep; of hij bloed- of aanverwant is van de verdachte en zo ja, in welke graad. Indien er gegrond vermoeden bestaat dat de getuige in verband met het afleggen van zijn verklaring overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn beroep zal worden belemmerd, kan de rechtbank bepalen dat het vragen naar een bepaald gegeven, bedoeld in de vorige volzin, door de voorzitter achterwege zal worden gelaten. De rechtbank neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de onthulling van dit gegeven te voorkomen.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter beëdigt daarna de getuige dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. Artikel 216, tweede lid, betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De voorzitter beëdigt daarna de getuige dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. Artikel 216a, tweede lid betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 217 tot en met 220 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4879,19 +4963,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 299
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Alle bepalingen in deze titel betreffende getuigen en hun verklaringen zijn ook van toepassing ten aanzien van deskundigen en hun verklaringen, behoudens dat:
|
||||
|
||||
1°. de deskundige wordt beëdigd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen;
|
||||
2°. artikel 291 niet van toepassing is;
|
||||
3°. gijzeling niet is toegelaten.
|
||||
|
||||
**2.** De verklaringen en verslagen van deskundigen zijn met redenen omkleed.
|
||||
|
||||
**3.** De deskundigen zijn verplicht de door de rechtbank gevorderde diensten te bewijzen.
|
||||
|
||||
**4.** Van degene die op vordering van het openbaar ministerie door het gerechtshof in welks ressort hij woont, als vaste gerechtelijke deskundige is beëdigd, dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen, wordt terzake van het uitbrengen van een schriftelijk verslag geen nadere eed gevorderd.
|
||||
Onverminderd artikel 51m, zijn alle bepalingen in deze titel betreffende getuigen en hun verklaringen ook van toepassing ten aanzien van deskundigen en hun verklaringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 300
|
||||
|
||||
|
|
@ -5188,7 +5260,7 @@ Onder eigen waarneming van den rechter wordt verstaan die welke bij het onderzoe
|
|||
|
||||
### Artikel 343
|
||||
|
||||
Onder verklaring van een deskundige wordt verstaan zijn bij het onderzoek op de terechtzitting medegedeeld gevoelen betreffende hetgeen zijne wetenschap hem leert omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is.
|
||||
Onder verklaring van een deskundige wordt verstaan zijn bij het onderzoek op de terechtzitting afgelegde verklaring over wat zijn wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is, al dan niet naar aanleiding van een door hem in opdracht uitgebracht deskundigenverslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 344
|
||||
|
||||
|
|
@ -5199,7 +5271,7 @@ Onder schriftelijke bescheiden worden verstaan:
|
|||
1°. beslissingen in den wettelijken vorm opgemaakt door colleges of personen met rechtspraak belast, alsmede in de wettelijke vorm opgemaakte strafbeschikkingen;
|
||||
2°. processen-verbaal en andere geschriften, in den wettelijken vorm opgemaakt door colleges en personen, die daartoe bevoegd zijn, en behelzende hunne mededeeling van feiten of omstandigheden, door hen zelf waargenomen of ondervonden;
|
||||
3°. geschriften opgemaakt door openbare colleges of ambtenaren, betreffende onderwerpen behoorende tot den onder hun beheer gestelden dienst, alsmede geschriften, opgemaakt door een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat of van een volkenrechtelijke organisatie;
|
||||
4°. verslagen van deskundigen behelzende hun gevoelen betreffende hetgeen hunne wetenschap hen leert omtrent datgene wat aan hun oordeel onderworpen is;
|
||||
4°. verslagen van deskundigen met het antwoord op de opdracht die aan hen is verleend tot het verstrekken van informatie of het doen van onderzoek, gebaseerd op wat hun wetenschap en kennis hen leren omtrent datgene wat aan hun oordeel onderworpen is.
|
||||
5°. alle andere geschriften; doch deze kunnen alleen gelden in verband met den inhoud van andere bewijsmiddelen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft gepleegd, kan door den rechter worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.
|
||||
|
|
@ -5362,7 +5434,7 @@ c. het openbaar ministerie niet ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sp
|
|||
|
||||
Van het gebruik als bewijsmiddel van het proces-verbaal van een verhoor bij de rechter-commissaris of rechtbank, houdende de verklaring
|
||||
|
||||
- van de getuige, bedoeld in artikel 216, tweede lid, of
|
||||
- van de getuige, bedoeld in artikel 216a, tweede lid of
|
||||
- van de bedreigde of afgeschermde getuige, of
|
||||
- van de getuige verhoord op de wijze als voorzien in de artikelen 190, tweede lid, en 290, eerste lid, tweede en derde volzin,
|
||||
|
||||
|
|
@ -6447,7 +6519,7 @@ Acht de Hoge Raad alvorens een beslissing te nemen een onderzoek nodig, dan beve
|
|||
|
||||
### Artikel 466
|
||||
|
||||
**1.** Het onderzoek bedoeld in artikel 465, geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en wordt overeenkomstig de tweede tot en met de vijfde en de achtste afdeling van de Derde Titel van het Tweede Boek gevoerd. De getuigen worden beëdigd of wel overeenkomstig artikel 216, tweede lid, aangemaand. Indien het onderzoek geschiedt door een raadsheer-commissaris, geldt al hetgeen bepaald is omtrent de rechtbank, de rechter-commissaris, de officier van justitie en de griffier, ten aanzien van de Hoge Raad, de raadsheer-commissaris, de procureur-generaal en de griffier van de Hoge Raad, behoudens dat de raadsheer-commissaris en de procureur-generaal zich bij het doorzoeken van plaatsen en bij een schouw kunnen doen vervangen door de rechter-commissaris en de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied die moet plaatshebben.
|
||||
**1.** Het onderzoek bedoeld in artikel 465, geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en wordt overeenkomstig de tweede tot en met de vijfde en de achtste afdeling van de Derde Titel van het Tweede Boek gevoerd. De getuigen worden beëdigd of wel overeenkomstig artikel 216a, tweede lid aangemaand. Indien het onderzoek geschiedt door een raadsheer-commissaris, geldt al hetgeen bepaald is omtrent de rechtbank, de rechter-commissaris, de officier van justitie en de griffier, ten aanzien van de Hoge Raad, de raadsheer-commissaris, de procureur-generaal en de griffier van de Hoge Raad, behoudens dat de raadsheer-commissaris en de procureur-generaal zich bij het doorzoeken van plaatsen en bij een schouw kunnen doen vervangen door de rechter-commissaris en de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied die moet plaatshebben.
|
||||
|
||||
**2.** Na afloop van het onderzoek doet de raadsheer- of rechter-commissaris de stukken toekomen aan de Hoge Raad.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue