From 621f45c35b896a53b77522f426015cd1940f3c84 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 26 Sep 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-09-26 | BWBR0027464 | Besluit omgevingsrecht --- .../BWBR0027464/README.md | 54 +++++++++++-------- 1 file changed, 32 insertions(+), 22 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md b/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md index d9c84f62b0b..32175a22090 100644 --- a/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md +++ b/amvb/besluit-omgevingsrecht/BWBR0027464/README.md @@ -60,23 +60,29 @@ b. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarin dagverblijf zal wor ### Artikel 2.2a +**1.** + Als categorieën activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, voor zover deze plaatsvinden binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, niet zijnde een inrichting waarin zich een gpbv-installatie bevindt, worden aangewezen: -a. de activiteit, bedoeld in categorie 22.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is; -b. de activiteit, bedoeld in categorie 18.4 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is; -c. de activiteit, bedoeld in de categorieën 18.8, 32.1, 32.2, 32.3 en 32.7 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is; -d. het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van inrichtingen als bedoeld in categorie 27.3 van onderdeel C van bijlage I; -e. het opslaan, verdichten, herverpakken, verkleinen en ontwateren van afvalstoffen voor zover daarmee uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de Wet milieubeheer en voor zover deze activiteiten zijn gericht op de verwijdering van afvalstoffen; -f. het opslaan van afvalstoffen van de gezondheidszorg bij mens en dier en van gebruikte hygiënische producten, afkomstig van buiten de inrichting; -g. het opslaan van ten hoogste 10.000 ton van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen, zijnde banden van voertuigen; -h. het demonteren van autowrakken als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, anders dan de activiteiten met autowrakken als bedoeld in artikel 4.84, tweede lid, van dat besluit; -i. het opslaan van ten hoogste 50.000 ton van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen, zijnde metaal, voor zover geen sprake is van gevaarlijke afvalstoffen; -j. het opslaan van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen, zijnde metalen met aanhangende olie of emulsie en het afscheiden van de oliefractie met een maximale opslagcapaciteit van 50 ton voor de afgescheiden oliefractie; -k. het opbulken van grond die afkomstig is van buiten de inrichting van de klasse wonen en de klasse industrie, baggerspecie van klasse A of B en grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 39 van het Besluit bodemkwaliteit, met een capaciteit voor de opslag van grond en baggerspecie van ten minste 25 kubieke meter en ten hoogste 10.000 kubieke meter; -l. het opslaan en opbulken van ten hoogste 10.000 ton kunststofafval, ingezameld bij of afgegeven door een andere persoon dan degene die de inrichting drijft, voor zover er geen sprake is van: +a. de activiteit, bedoeld in categorie 18.4, 22.2, 32.1, 32.2, 32.3 en 32.7 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is; +b. de activiteit, bedoeld in categorie 18.8 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, met dien verstande dat deze aanwijzing niet van toepassing is in de gevallen waarin artikel 7.18 van de Wet milieubeheer van toepassing is. -a. kunststof dat binnen de inrichting geschikt wordt gemaakt voor materiaalhergebruik, en -b. activiteiten waarmee uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de Wet milieubeheer. +**2.** + +Als categorieën activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, voor zover deze plaatsvinden binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, niet zijnde een inrichting waarin zich een gpbv-installatie bevindt, worden tevens aangewezen: + +a. het opslaan, verdichten, herverpakken, verkleinen en ontwateren van afvalstoffen voor zover daarmee uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de Wet milieubeheer en voor zover deze activiteiten zijn gericht op de verwijdering van afvalstoffen; +b. het opslaan van afvalstoffen van de gezondheidszorg bij mens en dier en van gebruikte hygiënische producten, afkomstig van buiten de inrichting; +c. het opslaan van ten hoogste 10.000 ton van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen, zijnde banden van voertuigen; +d. het demonteren van autowrakken als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, anders dan de activiteiten met autowrakken, bedoeld in artikel 4.84, tweede lid, van dat besluit; +e. het opslaan en opbulken van ten hoogste 10.000 ton kunststofafval, ingezameld bij of afgegeven door een andere persoon dan degene die de inrichting drijft, voor zover er geen sprake is van: + +1°. kunststof die binnen de inrichting geschikt wordt gemaakt voor materiaalhergebruik, en +2°. activiteiten waarmee uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de Wet milieubeheer. + +**3.** Als categorie activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, voor zover deze plaatsvinden binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, niet zijnde een inrichting waarin zich een gpbv-installatie bevindt, wordt tevens aangewezen: het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van inrichtingen als bedoeld in categorie 27.3 van onderdeel C van bijlage I, voor zover er geen sprake is van de activiteit, bedoeld in categorie 18.6 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. + +**4.** Als categorie activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet, voor zover deze plaatsvinden binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, niet zijnde een inrichting waarin zich een gpbv-installatie bevindt, wordt tevens aangewezen: het opbulken van grond die afkomstig is van buiten de inrichting van de klasse wonen en de klasse industrie, baggerspecie van klasse A of B en grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 39 van het Besluit bodemkwaliteit, voor zover het betreft een inrichting met een capaciteit voor de opslag van grond en baggerspecie van ten minste 25 kubieke meter en ten hoogste 10.000 kubieke meter. ### Paragraaf 2.2. Aanwijzing van categorieën gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist @@ -92,7 +98,7 @@ b. activiteiten waarmee uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de Wet milie **2.** In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan voor zover die geen betrekking hebben op een gpbv-installatie of voor zover daarop hoofdstuk 3 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer of het Besluit mestbassins milieubeheer van toepassing is. -**3.** In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan voor zover die activiteiten betreffen die zijn aangewezen op grond van artikel 2.2a. +**3.** In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan voor zover die activiteiten betreffen die zijn aangewezen op grond van artikel 2.2a en waarop hoofdstuk 3 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is. ### Artikel 2.5 @@ -230,6 +236,10 @@ e. het beoogde tijdstip dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor de onder Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het heffen van rechten als bedoeld in artikel 2.9 van de wet, in gevallen waarin een Onzer ministers bevoegd gezag is. +### Artikel 4.10 + +Als categorieën gevallen als bedoeld in artikel 2.9a, eerste lid, van de wet worden aangewezen de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a. + ## Hoofdstuk 5. De inhoud van de omgevingsvergunning ### Paragraaf 5.1. Regels met betrekking tot bouwen en archeologische monumentenzorg @@ -439,15 +449,15 @@ Aan een omgevingsvergunning voor een activiteit die is aangewezen in artikel 2.2 ### Artikel 5.13b -**1.** Een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder a, b, c, h, i en j wordt geweigerd indien het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer, heeft beslist dat bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning een milieueffectrapport moet worden gemaakt. +**1.** Een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, eerste lid, onder a en b, wordt geweigerd indien het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer, heeft beslist dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt. -**2.** Een omgevingsvergunning voor de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder d, wordt geweigerd indien de activiteit niet voldoet aan de grenswaarden voor geluid, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onder c, onder 2° en 3°, van de wet. +**2.** Een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, tweede lid, onder a tot en met e, kan worden geweigerd in het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen. -**3.** Een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder e tot en met h en l, kan worden geweigerd in het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen. +**3.** Een omgevingsvergunning voor de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, derde lid, wordt geweigerd indien de activiteit niet voldoet aan de grenswaarden voor geluid, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onder c, onder 2° en 3°, van de wet. -**4.** Een omgevingsvergunning voor de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder g tot en met j en l, kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. +**4.** Een omgevingsvergunning voor de categorieën activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder c tot en met e, kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 3 van die wet, voor zover het de wet betreft, onder betrokkene mede wordt verstaan degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de omgevingsvergunning gelijk kan worden gesteld. -**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, onder k. +**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de categorie activiteiten, bedoeld in artikel 2.2a, vierde lid. #### Paragraaf 5.2.3. Voorschriften ter uitvoering van een verdrag @@ -576,7 +586,7 @@ b. gedeputeerde staten, indien het beschermde monument buiten de krachtens de We **3.** De gemeenteraad kan categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist. -**4.** In gevallen waarin artikel 3.1, aanhef en onder b, van dit besluit of artikel 3.34 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is, wordt in het eerste lid in plaats van «gemeenteraad van de gemeente» gelezen «provinciale staten van de provincie» en wordt in het derde lid in plaats van «De gemeenteraad kan» gelezen «De provinciale staten kunnen» en in plaats van «burgemeester en wethouders» gelezen: gedeputeerde staten. +**4.** In gevallen waarin artikel 3.1, aanhef en onder b, van dit besluit of artikel 3.34 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is, wordt in het eerste lid in plaats van «gemeenteraad van de gemeente» gelezen «provinciale staten van de provincie» en wordt in het derde lid in plaats van «De gemeenteraad kan» gelezen: De provinciale staten kunnen. ### Artikel 6.6 @@ -710,7 +720,7 @@ Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassin ### Artikel 6.19 -Als categorie van gevallen als bedoeld in artikel 3.9, derde lid, tweede volzin, van de wet wordt aangewezen de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2a, onder a, b, c, e en f. +Als categorie van gevallen als bedoeld in artikel 3.9, derde lid, tweede volzin, van de wet wordt aangewezen de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2a, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder a en b. ## Hoofdstuk 7. Handhaving