2005-08-14 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
eabd987813
commit
6271303f6a
1 changed files with 328 additions and 96 deletions
|
|
@ -7635,153 +7635,199 @@ Naar Bosnië-Herzegovina kan worden teruggekeerd.
|
|||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
||||
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 8 augustus 2001.
|
||||
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 1 juli 2005.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
#### 2. Geldigheid
|
||||
#### 2. Achtergrond
|
||||
|
||||
Het beleid is in werking getreden op 22 februari 2001.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
#### 3. Achtergrond
|
||||
|
||||
Op 20 juni 2000 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Burundi.
|
||||
Op 17 januari 2005 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Burundi (kenmerk DPV/AM-865649/05). Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 16 februari 2005.
|
||||
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Staatssecretaris vastgestelde beleid.
|
||||
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het vastgestelde beleid.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
#### 4. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
#### 3. Overgangsbeleid
|
||||
|
||||
##### 4.1. Hutu en Twa
|
||||
Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 8 augustus 2001 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
– is sprake geweest van een (eenmalige) willekeurige actie dan wel van een (terugkerende) op de persoon van de betrokkene gerichte actie van de zijde van de autoriteiten;
|
||||
– heeft betrokkene de bescherming ingeroepen van de Burundische autoriteiten tegen acties van rebellenmilities of burgerbevolking;
|
||||
– gelet op eventuele uitsluiting op grond van artikel 1F aandacht voor: de functie, de werkzaamheden en gedragingen van de betrokken asielzoeker, en de vraag of de betrokkene zelf mensen heeft gemarteld/gedood, bij het martelen/doden van mensen door anderen aanwezig is geweest dan wel daar (indirect) verantwoordelijk voor was.
|
||||
#### 4. Algemene situatie in Burundi
|
||||
|
||||
##### 4.2. Tutsi
|
||||
Uit de inhoud van het meest recente ambtsbericht blijkt dat er nog immer sprake is van ernstig geweld dat in geheel Burundi voorkomt. De daarmee gepaard gaande schendingen van mensenrechten zijn wijdverbreid en burgers kunnen hier willekeurig slachtoffer van worden. De burgerbevolking kan zich niet aan het geweld onttrekken, mede vanwege het feit dat het om een relatief klein land gaat. Hoewel er belangrijke vooruitgang in het Burundese vredesproces is geboekt, heeft dit nog niet geleid tot een substantiële verbetering van de veiligheidssituatie.
|
||||
|
||||
– is sprake geweest van een (eenmalige) willekeurige actie dan wel van een (terugkerende) op de persoon van de betrokkene gerichte actie van de zijde van de autoriteiten;
|
||||
– heeft betrokkene de bescherming ingeroepen van de Burundische autoriteiten tegen acties van rebellenmilities;
|
||||
– gelet op eventuele uitsluiting op grond van artikel 1F aandacht voor: de functie, de werkzaamheden en gedragingen van de betrokken asielzoeker, en de vraag of de betrokkene zelf mensen heeft gemarteld/gedood, bij het martelen/doden van mensen door anderen aanwezig is geweest dan wel daar (indirect) verantwoordelijk voor was.
|
||||
#### 5. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
|
||||
##### 4.3. Personen die zich geprofileerd hebben als politiek tegenstander van het bewind
|
||||
##### 5.1. Etnische groepen
|
||||
|
||||
– wat zijn de doelstellingen van deze partij, wat is de organisatiestructuur, wie zijn de leiders, tot welk onderdeel van de partij behoorde de betrokkene;
|
||||
– welke activiteiten heeft de betrokkene voor deze partij verricht;
|
||||
– hoe zijn de autoriteiten van de activiteiten van de betrokkene op de hoogte geraakt (dan wel de verwachting dat de autoriteiten hiervan op de hoogte zullen geraken);
|
||||
– is sprake geweest van een (eenmalige) willekeurige dan wel een (terugkerende) op de persoon van de betrokkene gerichte actie van de zijde van de autoriteiten;
|
||||
– gelet op eventuele uitsluiting op grond van artikel 1F aandacht voor: de functie, de werkzaamheden en gedragingen van de betrokken asielzoeker, en de vraag of de betrokkene zelf mensen heeft gemarteld/gedood, bij het martelen/doden van mensen door anderen aanwezig is geweest dan wel daar (indirect) verantwoordelijk voor was.
|
||||
Het voornaamste nationale probleem is het etnische conflict tussen de Hutu-meerderheid (85%) en de Tutsi-minderheid (14%). Burundi raakt steeds meer etnisch gesegregeerd, waarbij de Tutsi vooral in de stedelijke agglomeraties te vinden zijn en de Hutu op het platteland. Ook de wijken van de hoofdstad Bujumbura raken steeds meer etnisch gesegregeerd. Thans komen nauwelijks meer gemengde huwelijken voor. Sinds 1993 komen veel echtscheidingen voor bij gemengd gehuwden, omdat één van de gehuwden zich niet staande kon houden buiten de woonomgeving van de eigen etnische groep. Kinderen van etnisch gemengd gehuwden hebben te kampen met het wantrouwen van de bevolking, omdat men niet weet aan welke kant zij staan. Alhoewel de etnische afkomst van kinderen traditioneel wordt bepaald door de afkomst van de vader, is deze regel niet afdoende om dit wantrouwen weg te nemen. Bij de beoordeling van het asielrelaas van een kind van gemengde afkomst dient dan ook specifiek acht te worden geslagen op deze afkomst en de problemen die betrokkene op grond daarvan stelt te hebben ondervonden. Het asielrelaas dient te worden beoordeeld aan de hand van C1/4.2.5, waarbij de mogelijkheid om bescherming in te roepen, gelet op de kwetsbare positie van kinderen van gemengde afkomst, in beginsel niet kan worden aangenomen.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 4.4. Personen die zijn geplaatst in een hervestigingskamp
|
||||
##### 5.2. Hutu
|
||||
|
||||
In Burundi zijn met name in de provincies Buyumbura Royal, Rutana en Mahamba personen gedwongen zich te vestigen in zogenoemde ‘hervestigingskampen’. Hoewel de regering deze kampen heeft ingesteld voor de veiligheid van alle Burundiërs, vormen Hutu het merendeel van de bewoners van deze kampen. De gedwongen plaatsing in een hervestigingskamp en de slechte situatie in deze kampen vormen op zichzelf geen aanleiding om iemand in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet, aangezien hier geen aan het Vluchtelingenverdrag gelieerde grond aanwezig is.
|
||||
Leden van de Hutu-bevolkingsgroep worden op grote schaal gediscrimineerd door de Tutsi. Hutu krijgen regelmatig te maken met discriminatie en achterstelling door de door Tutsi gedomineerde overheid. Overheidsdiscriminatie raakt ieder aspect van de samenleving, maar is het meest uitgesproken in het hoger onderwijs en bepaalde overheidsdiensten zoals het leger en de rechterlijke macht.
|
||||
|
||||
|
||||
De enkele omstandigheid dat de betrokkene bij terugkeer vreest opnieuw te worden geplaatst in een hervestigingskamp vormt onvoldoende aanleiding om de betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet.
|
||||
Met inachtneming van het beleid zoals neergelegd in C1/4.2.5 kan betrokkene met een Hutu-afkomst in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet, indien op grond van het individuele relaas blijkt dat de ondervonden discriminatie een dusdanige ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren.
|
||||
|
||||
|
||||
Overigens is inmiddels een aantal van de hervestigingskampen gesloten door de Burundische autoriteiten onder zware druk van de internationale gemeenschap.
|
||||
Bij vervolgingsacties door de burgerbevolking (bijvoorbeeld discriminatie) dient te worden bezien of bescherming van de Burundese autoriteiten hiertegen soelaas kan bieden. Uitgangspunt is dat het aan betrokkene is om aannemelijk te maken waarom bescherming in zijn geval niet geboden kan worden. Hierbij dient wel in aanmerking te worden genomen dat de autoriteiten regelmatig niet in staat zullen zijn bescherming te bieden, alsmede dat er vanwege de Hutu-afkomst van betrokkene niet in alle gevallen bereidwilligheid zal zijn om bescherming te bieden. Als de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden, kan betrokkene in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 4.5. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
##### 5.3. Tutsi
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12, is van toepassing.
|
||||
Hoewel Tutsi in Burundi de politieke en economische elite van het land vormen en het politieke leven, het leger en de publieke sector domineren, is het niet ondenkbaar dat Tutsi met geprononceerde meningen in de verhoogde aandacht van de autoriteiten staan. Hierbij kan worden gedacht aan Tutsi’s die zich verzetten tegen het Arusha-vredesakkoord, zoals functionarissen van Parena, de belangrijkste Tutsi-partij die zich nog verzet tegen onderdelen van het akkoord.
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Burundi heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
|
||||
Een beroep hierop leidt derhalve niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
|
||||
Ook dient in aanmerking te worden genomen dat binnen de Tutsi bevolkingsgroep sprake is van maatschappelijke verschillen, waarbij de Tutsi uit de provincie Bururi in het Zuidwesten van Burundi op bijna alle terreinen worden bevoorrecht.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
Bij vervolgingsacties door rebellenmilities dient te worden bezien of hiertegen bescherming van de Burundese autoriteiten kan worden ingeroepen. Hierbij dient wel in aanmerking te worden genomen dat de autoriteiten regelmatig niet in staat zullen zijn bescherming te bieden. Indien gebleken is dat de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden, kan betrokkene in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 4.6. Schenders van mensenrechten
|
||||
##### 5.4. Twa
|
||||
|
||||
– welke functie had de betrokkene bij de autoriteiten/militie;
|
||||
– welke werkzaamheden heeft hij verricht;
|
||||
– heeft de betrokkene zelf mensen gemarteld/gedood;
|
||||
– is de betrokkene bij het martelen/doden van mensen door anderen aanwezig geweest;
|
||||
– was de betrokkene (indirect) verantwoordelijk voor het martelen/doden van mensen door anderen.
|
||||
De Twa is een gemarginaliseerde bevolkingsgroep in Burundi die met discriminatie te maken kan hebben van zowel Tutsi als Hutu. Van gerichte vervolging van de Twa is geen sprake. Wel worden zij op allerlei terreinen achtergesteld en gediscrimineerd. Vaak worden zij op economisch, sociaal en politiek terrein gemarginaliseerd. Dit leidt echter niet op voorhand tot de conclusie dat Twa in aanmerking komen voor vluchtelingschap. Hiervoor dienen zij op de gebruikelijke wijze aannemelijk te maken dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging. Gelet op de maatschappelijke positie van de Twa kan het inroepen van bescherming van de autoriteiten slechts op basis van concrete aanknopingspunten in het individuele asielrelaas worden tegengeworpen.
|
||||
|
||||
#### 5. Bijzondere aandachtspunten
|
||||
##### 5.5. Personen die zich geprofileerd hebben als politiek tegenstander van het bewind
|
||||
|
||||
Zowel leden van toegestane politieke partijen, als leden van verboden politieke partijen en leden van rebellenmilities kunnen te maken krijgen met vervolging van de zijde van de Burundese autoriteiten.
|
||||
|
||||
|
||||
Personen die stellen actief te zijn geweest voor een politieke partij of rebellenmilitie kunnen te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van de Burundese overheid in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
|
||||
Om voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking te komen, dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Burundese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
|
||||
Politiek opposanten die aannemelijk hebben gemaakt dat zij door hun stellingname te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van rebellenmilities kunnen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet, indien het inroepen van bescherming door de Burundese autoriteiten niet kan worden tegengeworpen.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.6. Personen die verblijven in vluchtelingenkampen
|
||||
|
||||
In Burundi zijn in het verleden personen gedwongen zich te vestigen in zogenoemde ‘hervestigingskampen’, met name in de provincies Buyumbura Royal, Rutana en Mahamba. Deze kampen zijn inmiddels formeel gesloten, zodat van gedwongen plaatsing geen sprake meer is. Overigens verblijven nog steeds grote aantallen binnenlandse ontheemden in (vluchtelingen)kampen, alhoewel met name in het zuiden grote groepen zijn teruggekeerd naar hun oorspronkelijke leefgebieden. Dit werd mede ingegeven door de angst dat land zou worden ingenomen door de terugkeer van gevluchte Burundezen uit omringende landen.
|
||||
|
||||
|
||||
De situatie van de ontheemden vormt op zichzelf geen reden om in het bezit te worden gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op één van de individuele gronden van artikel 29 Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.7. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12, is van toepassing. Burundi kent geen dienstplicht.
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Burundi heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in hun totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. Een beroep hierop leidt derhalve niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.8. Schenders van mensenrechten
|
||||
|
||||
Zowel leden van het leger, de politie en de veiligheidsdienst (met name Tutsi) als leden van rebellenmilities (met name Hutu) hebben zich in Burundi op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de unit 1F van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.9. Vrouwen
|
||||
|
||||
Geweld tegen en discriminatie van vrouwen in Burundi komen zonder onderscheid naar etniciteit en leeftijd voor. In het maatschappelijk leven is discriminatie van vrouwen een voorkomend verschijnsel.
|
||||
|
||||
|
||||
Slachtoffers van geweld en verkrachting kunnen, voor zover hun relaas geen aanleiding geeft om op een andere grond de asielaanvraag in te willigen, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet, indien aan de voorwaarden van C1/4.4 wordt voldaan.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de beoordeling van een asielaanvraag, ingediend door een vrouw, wordt in algemene zin verwezen naar C1/3.3.2 en C1/4.2.11.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
#### 6. Bijzondere aandachtspunten
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
##### 5.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
##### 6.1. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3, is van toepassing. Ten aanzien van Burundi is geen sprake van gebieden in het land die kunnen gelden als vlucht- en/of vestigingsalternatief. Zie ook paragraaf 4.2 van het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
##### 5.2. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Bij personen uit Burundi dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat zij traumatische ervaringen hebben ondervonden.
|
||||
Indien de betrokkene het bestaan van traumatische ervaringen aannemelijk heeft gemaakt en in redelijkheid van de betrokkene niet verlangd kan worden dat hij terugkeert naar Burundi, kan hij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet.
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4, is hierbij van toepassing.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
##### 5.3. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
Zie C2/7 en C5/24. Het normale beleid is van toepassing.
|
||||
Sinds 26 maart 1996 wordt ten aanzien van Burundi een beleid van categoriale bescherming gevoerd. Asielzoekers uit Burundi komen behoudens contra-indicaties in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5).
|
||||
|
||||
|
||||
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft te kennen gegeven dat op dit moment in Burundi geen adequate opvang van minderjarigen van overheidswege of in weeshuizen kan plaatsvinden.
|
||||
Gelet op de situatie voor Burundezen in de vluchtelingkampen in Tanzania en de houding van de autoriteiten tegenover illegaal verblijvende Burundezen is het tegenwerpen van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder j, Vreemdelingenwet slechts aan de orde als uit het relaas blijkt dat er sprake is van niet-illegaal verblijf in Tanzania buiten de vluchtelingenkampen. Ook voor de overige landen opgenomen in het algemeen ambtsbericht Burundezen in Kenia, Uganda en Tanzania van 26 juni 2001 geldt dat niet enkel op grond van dit ambtsbericht kan worden aangenomen dat er sprake is van een verblijfsalternatief. Ook in die gevallen kan alleen op grond van legaal verblijf buiten de vluchtelingenkampen een verblijfsalternatief worden tegengeworpen. Voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder j, Vreemdelingenwet wordt verwezen naar C1/5.12.4.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.4. Driejarenbeleid
|
||||
##### 6.2. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Om beleidsmatige redenen vindt geen gedwongen terugkeer naar Burundi plaats. Sinds 26 maart 1996 komen Burundische asielzoekers in aanmerking voor categoriale bescherming (of voorwaardelijke vergunning tot verblijf onder Vreemdelingenwet oud). Deze periode dat iemand in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd telt niet mee voor relevant tijdsverloop.
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 6.3. Veilig land van herkomst
|
||||
|
||||
Burundi wordt niet beschouwd als een veilig land van herkomst.
|
||||
|
||||
##### 6.4. Veilig derde land/ land van eerder verblijf
|
||||
|
||||
Burundi wordt niet beschouwd als een veilig derde land.
|
||||
|
||||
##### 6.5. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3 is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9, is verder van toepassing.
|
||||
Indien de dreiging uitgaat van de centrale overheid kan geen vlucht- of vestigingsalternatief worden aangenomen.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.5. Legale uitreis
|
||||
##### 6.6. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
In beginsel kunnen Burundiërs vrij het land in en uit reizen. Een legale, gecontroleerde uitreis kan gelden als contra-indicatie bij de beoordeling van de asielmotieven.
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4 is van toepassing. Gelet op de omvang van het land wordt in Burundi in geen geval een vestigingsalternatief tegengeworpen.
|
||||
|
||||
##### 6.7. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Burundi wordt categoriaal beschermingsbeleid gevoerd. Indien betrokkene op grond hiervan dan wel anderszins in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, is toetsing aan het beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen niet aan de orde.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
#### 6. Procedurele aspecten
|
||||
|
||||
##### 6.1. Gehoor
|
||||
|
||||
20057113-04-200501-04-20052005/1420057113-04-200501-04-20052005/1415-04-2005
|
||||
|
||||
##### 6.2. Taalanalyse
|
||||
|
||||
20057113-04-200501-04-20052005/1420057113-04-200501-04-20052005/1415-04-2005
|
||||
|
||||
#### 7. Terugkeer en uitzetting
|
||||
|
||||
##### 7.1. Uitzettingsbeleid
|
||||
|
||||
Naar Burundi wordt niet verwijderd.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
##### 7.2. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Asielzoekers uit Burundi komen in aanmerking voor categoriale bescherming. Zij komen derhalve, behoudens contra-indicaties, in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet. Zie C1/4.5 en C2/5.
|
||||
Indien deze toetsing wel dient plaats te vinden, geldt het volgende. Ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit Burundi kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 7.3. Besluit- en vertrekmoratorium
|
||||
##### 6.8. Driejarenbeleid
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 en/of artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet.
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9, is van toepassing.
|
||||
|
||||
200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND200115108-08-200108-08-20015097676/01/IND08-08-2001
|
||||
|
||||
Sinds 26 maart 1996 komen Burundese asielzoekers in aanmerking voor categoriale bescherming. De periode dat iemand in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (of een voorwaardelijke vergunning tot verblijf onder de Vreemdelingenwet 1994) telt niet mee voor relevant tijdsverloop.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 6.9. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Het gestelde in C1/5.13.3 is van toepassing. In paragraaf 5.8 van dit hoofdstuk is aangegeven ten aanzien van welke groepen sprake zou kunnen zijn van de bedoelde gedragingen.
|
||||
|
||||
##### 6.10. Legale uitreis
|
||||
|
||||
De kans dat personen ongecontroleerd via het vliegveld van Bujumbura kunnen uitreizen, is gering. Voor de uitreis is een persoonsbewijs (paspoort, identiteitskaart of laissez-passer) noodzakelijk. Een legale uitreis vormt in beginsel een contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Een legale uitreis vormt op zichzelf geen contra-indicatie indien de gestelde vrees niet door toedoen van de autoriteiten wordt veroorzaakt.
|
||||
|
||||
#### 7. Procedurele aspecten
|
||||
|
||||
Het gestelde in C3/10 tot en met C3/16 is van toepassing. Alle onderzoeksvragen dienen te worden voorgelegd aan het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Een uitzondering hierop vormt het leeftijdsonderzoek in het kader van het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen (zie C5/24).
|
||||
|
||||
#### 8. Terugkeer en uitzetting
|
||||
|
||||
##### 8.1. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
##### 8.2. Terug- en overnameovereenkomsten
|
||||
|
||||
Met Burundi is geen overeenkomst gesloten met betrekking tot de terugname van eigen onderdanen.
|
||||
|
||||
### [8/42]. Het asielbeleid ten aanzien van China
|
||||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
|
@ -8580,6 +8626,8 @@ Naar de DRC is terugkeer praktisch mogelijk.
|
|||
|
||||
200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005
|
||||
|
||||
### [8/44a]. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
|
||||
|
||||
### [8/45]. Het asielbeleid ten aanzien van Georgië
|
||||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
|
@ -10346,6 +10394,190 @@ Geen bijzonderheden.
|
|||
|
||||
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
|
||||
|
||||
### [8/55a]. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
|
||||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
||||
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 3 augustus 2005.
|
||||
|
||||
#### 2. Achtergrond
|
||||
|
||||
Op 14 januari 2005 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in de Noordelijke Kaukasus (kenmerk DPV/AM-868986). Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 22 februari 2005.
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het vastgestelde beleid.
|
||||
|
||||
#### 3. Overgangsbeleid
|
||||
|
||||
Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 12 juli 2001 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk.
|
||||
|
||||
#### 4. Algemene situatie in deelrepubliek Tsjetsjenië
|
||||
|
||||
De situatie in de deelrepubliek Tsjetsjenië is nog immer van zodanige aard dat de conclusie zou kunnen worden getrokken dat terugkeer van asielzoekers van een bijzondere hardheid is en daarom een beleid van categoriale bescherming geïndiceerd zou zijn. Echter, gelet op de uiterst geringe mate van de geografische spreiding van het geweld, bestaat de mogelijkheid om zich aan de geweldsituatie te onttrekken door in een ander deel van de Russische Federatie te verblijven. De deelrepubliek Tsjetsjenië is geografisch gezien een zeer klein gedeelte van de Russische Federatie en buiten de deelrepubliek Tsjetsjenië is er geen risico om slachtoffer te worden van gevechtshandelingen. Hoewel de rebellen zich in de verslagperiode niet hebben beperkt tot gevechtshandelingen in Tsjetsjenië, maar de handelingen met name ook hebben uitgevoerd in Dagestan en Ingoesjetië, zijn deze acties niet van dusdanige aard dat hiervoor apart beleid of een nadere invulling van het reeds bestaande beleid geïndiceerd is.
|
||||
|
||||
Hoewel de in het ambtsbericht beschreven discriminatie aanleiding is tot voortdurende zorg zeker na de gijzelingsdrama’s van Moskou in 2002 en Beslan in 2004, kan niet worden gesteld dat dit in algemene zin leidt tot de conclusie dat het leven van personen met een Kaukasisch uiterlijk buiten de deelrepubliek onhoudbaar zou zijn.
|
||||
|
||||
Duidelijk blijkt uit het ambtsbericht dat de intensiteit van de discriminatie van gebied tot gebied verschilt. Er is geen sprake van een eenduidige categoriale situatie waaruit zou blijken dat het onmogelijk is om zonder gevaar voor lijf en leden in de Russische Federatie, buiten de deelrepubliek Tsjetsjenië, te verblijven en dat het van een bijzondere hardheid zou zijn om hier naar toe terug te keren. Voorts is er geen sprake van een categoriale humanitaire noodsituatie voor ontheemden elders in de Russische Federatie, dat wil zeggen dat er in zijn algemeenheid, naar plaatselijke maatstaven gemeten, geen categoriaal risico voor lijf en leden bestaat ten gevolge van de algemene humanitaire situatie.
|
||||
|
||||
#### 5. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
|
||||
##### 5.1. Personen afkomstig uit de deelrepubliek Tsjetsjenië
|
||||
|
||||
###### 5.1.1. Problemen ondervonden in de deelrepubliek Tsjetsjenië
|
||||
|
||||
Hoewel de politieke en mensenrechtensituatie in de deelrepubliek Tsjetsjenië nog steeds zorgwekkend is, is deze situatie niet zodanig dat asielzoekers uit deze deelrepubliek zonder meer als vluchteling kunnen worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
|
||||
Om voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking te kunnen komen, dient betrokkene aannemelijk te maken dat met betrekking tot hem persoonlijk feiten en omstandigheden bestaan op grond waarvan vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin gerechtvaardigd is en voor hem geen vluchtalternatief elders in de Russische Federatie aanwezig is (zie C8/6.4).
|
||||
|
||||
|
||||
Een beroep op de algemene situatie in Tsjetsjenië is derhalve niet voldoende om voor vluchtelingenschap in aanmerking te komen.
|
||||
|
||||
|
||||
N.B. Het enkel niet kunnen verkrijgen van een propiska of registratie (als bedoeld ten aanzien van recht op vrije vestiging) elders in de Russische Federatie is onvoldoende om te concluderen dat er in het geval van betrokkene geen vlucht- of vestigingsalternatief elders in de Russische Federatie aanwezig zou zijn. Het wel of niet hebben van een propiska of registratie is namelijk geen absoluut vereiste om zich (elders) in de Russische Federatie staande te kunnen houden.
|
||||
|
||||
200515512-08-200503-08-20052005/38200515512-08-200503-08-20052005/3814-08-2005
|
||||
|
||||
###### 5.1.2. Problemen ondervonden elders in de Russische Federatie
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht komt naar voren dat personen van Kaukasische afkomst over het algemeen op grond van hun donkere uiterlijk elders in de Russische Federatie te maken kunnen krijgen met (maatschappelijke) discriminatie, zowel van de kant van de (lokale) autoriteiten als van de kant van de bevolking. Uit het ambtsbericht komt evenwel ook naar voren dat de problemen die personen naar aanleiding van deze discriminatie ondervinden, in beginsel niet van dusdanige aard zijn dat deze zijn te herleiden tot daden van vervolging. Het inroepen van bescherming van de autoriteiten is in beginsel mogelijk. Dit betekent echter niet dat in voorkomende gevallen geen gerechtvaardigd beroep kan worden gedaan op bescherming van het Vluchtelingenverdrag indien deze discriminatie het leven van betrokkene onhoudbaar heeft gemaakt.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor wat betreft de vraag wanneer bovengenoemde discriminatie tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet kan leiden, wordt verwezen naar C1/4.2.5.
|
||||
|
||||
|
||||
Hieruit komt naar voren dat discriminatie door de autoriteiten en/of medeburgers als daad van vervolging kan worden aangemerkt als de ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren.
|
||||
|
||||
|
||||
Allereerst zal aannemelijk dienen te worden gemaakt dat de door betrokkene ondervonden discriminatie van dusdanige aard was dat zijn leven in de Russische Federatie onhoudbaar is geworden. Daarbij gaat het niet om willekeurige handelingen, maar om op betrokkene persoonlijk gerichte handelingen waarbij sprake is van systematische, zeer ingrijpende bejegeningen van discriminatoire aard die een ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden opleveren waardoor het leven onhoudbaar is geworden en waartegen de overheid geen bescherming kan of wil bieden.
|
||||
|
||||
|
||||
Een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet kan worden verleend indien de betrokken asielzoeker aannemelijk maakt dat discriminatie voor hem persoonlijk heeft geleid tot ernstige beperkingen in zijn bestaan én aannemelijk is dat de autoriteiten hem niet hebben kunnen of willen beschermen tegen deze vorm van discriminatie.
|
||||
|
||||
|
||||
Tevens dient te worden onderzocht of de betrokken asielzoeker zich aan deze discriminatie kan ontrekken door zich elders in de Russische Federatie te vestigen. Met betrekking tot het bestaan van een vlucht- of vestigingsalternatief elders in de Russische Federatie, wordt verwezen naar C8/6.4.
|
||||
|
||||
200515512-08-200503-08-20052005/38200515512-08-200503-08-20052005/3814-08-2005
|
||||
|
||||
###### 5.1.3. Nader gehoor
|
||||
|
||||
Gezien het vorenstaande is het van belang, wanneer betrokkene zich beroept op discriminatie op grond van zijn etniciteit, te vragen naar de aanleiding van de discriminatie, de wijze waarop betrokkene gediscrimineerd is, door wie, hoe vaak, of hij hiertegen de bescherming van de autoriteiten heeft ingeroepen, wat het resultaat hiervan is geweest etc. Voorts is van belang duidelijkheid te krijgen over de situatie van betrokkene daar waar het gaat om recent vertrek uit Tsjetsjenië dan wel vertrek uit de Russische Federatie nadat betrokkene al eerder uit Tsjetsjenië was weggegaan (bijvoorbeeld na de eerste oorlog in Tsjetsjenië). Immers, etnisch Tsjetsjenen die tijdens of na de eerste oorlog zijn vertrokken hebben elders in de Russische Federatie de status van “forced migrant” gekregen waarmee men in aanmerking kon komen voor onder andere een woonvergunning, huisvesting en medische zorg (paragraaf 4.2 van genoemd ambtsbericht).
|
||||
|
||||
|
||||
Beoordeling geloofwaardigheid verklaringen met betrekking tot gesteld eerder illegaal verblijf elders in de Russische Federatie
|
||||
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas wordt opgemerkt dat langdurig illegaal verblijf (zonder propiska) elders in de Russische Federatie niet snel aannemelijk wordt geacht. Hiertoe wordt verwezen naar het ambtsbericht van 14 januari 2005, paragraaf 4.3 en paragraaf 4.5, met name onder het kopje “woonregistratie en sociale en economische rechten”, waaruit naar voren komt dat deelname aan het maatschappelijk leven vrijwel onmogelijk is zonder (binnenlands) paspoort en zonder een geldige registratie. Om een beroep te doen op voorzieningen die behoren tot het normale maatschappelijk leven (legaal wonen, werken, etc.) was een propiska nodig; thans geldt het recht van vrije vestiging waarbij de registratieplicht formeel niet meer behelst dan het informeren van de politie over het nieuwe woonadres. Echter, niet in alle regio’s in de Russische Federatie wordt het recht van vrije vestiging geïmplementeerd en is het (op legale wijze) verkrijgen van een registratievermelding zonder meer mogelijk. Door middel van omkoping valt niet uit te sluiten dat alsnog het een en ander kan worden geregeld (zie paragraaf 4.5 van genoemd ambtsbericht).
|
||||
|
||||
|
||||
Het is van belang om nadere vragen te stellen over de verblijfsrechtelijke positie van betrokkene. Is betrokkene in het bezit geweest van een propiska, heeft hij geprobeerd deze aan te vragen, wat is het resultaat hiervan geweest, etc. Tevens is van belang te vragen naar de wijze waarop de betrokken asielzoeker zich eventueel zonder propiska staande heeft kunnen houden (woon-werkomstandigheden, het maatschappelijk leven e.d.) en eventueel hoe de betrokken asielzoeker aan het geld kwam om de omkoping te bekostigen.
|
||||
|
||||
|
||||
Hetzelfde geldt voor de situatie met betrekking tot de registratieplicht zoals deze geldt onder het thans bestaande regime van vrije vestiging.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de overige bevolkingsgroepen geldt het algemene beleid.
|
||||
|
||||
200515512-08-200503-08-20052005/38200515512-08-200503-08-20052005/3814-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.2. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12, is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de deelrepubliek Tsjetsjenië heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
|
||||
|
||||
200515512-08-200503-08-20052005/38200515512-08-200503-08-20052005/3814-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.3. 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
De OMON, Kadyrovtsi, Russische militairen (in Tsjetsjenië) en Tsjetsjeense strijders zijn groepen personen die zich mogelijk schuldig hebben gemaakt en maken aan handelingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
Asielaanvragen waarbij sprake is van deelname aan, lidmaatschap van of betrokkenheid bij deze groepen hebben verhoogde aandacht ten aanzien van de 1F indicatie en dienen voorgelegd te worden aan de 1F-unit.
|
||||
|
||||
#### 6. Bijzondere aandachtspunten
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling van de vraag of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
##### 6.1. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit de Russische Federatie is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
##### 6.2. Veilig land van herkomst
|
||||
|
||||
De Russische Federatie wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
|
||||
|
||||
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
|
||||
|
||||
De Russische Federatie wordt niet beschouwd als een veilig derde land.
|
||||
|
||||
##### 6.4. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3, is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de deelrepubliek Tsjetsjenië geldt voorts nog het volgende.
|
||||
Personen afkomstig uit Tsjetsjenië die een geslaagd beroep doen op het Vluchtelingenverdrag wegens gegronde vrees voor vervolging, wegens ondervonden problemen in de deelrepubliek Tsjetsjenië hebben in beginsel een vluchtalternatief elders in de Russische Federatie. Het is aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat er in zijn geval redenen zijn om dit vluchtalternatief niet tegen te kunnen werpen.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor zover de betrokken asielzoeker elders in de Russische Federatie problemen heeft ondervonden (discriminatie) op grond van zijn etniciteit, die in voorkomende gevallen zouden kunnen leiden tot een gegrond beroep op het Vluchtelingenverdrag wegens gegronde vrees voor vervolging, dient te worden bekeken of betrokkene zich hieraan kan onttrekken door zich elders in de Russische Federatie te vestigen.
|
||||
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht komt naar voren dat deze discriminatie met name afkomstig is van de lokale autoriteiten en/of de plaatselijke bevolking. Dit is geen aanleiding om betrokkene een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet te verlenen aangezien betrokkene zich in principe aan deze discriminatie kan onttrekken door zich elders in de Russische Federatie te vestigen. Duidelijk blijkt uit het ambtsbericht dat de intensiteit van de discriminatie van gebied tot gebied verschilt. Er is niet zonder meer sprake van een situatie waarbij dient te worden geoordeeld dat het leven in de Russische Federatie dermate onhoudbaar is waardoor het onmogelijk zou zijn om zonder gevaar voor lijf en leden in de Russische Federatie, buiten de deelrepubliek Tsjetsjenië, te verblijven en dat het van een bijzondere hardheid zou zijn om hier naar toe terug te keren. Hierbij is van belang dat in andere deelrepublieken in de Noordelijke Kaukasus discriminatie minder voorkomt, met name daar waar sinds jaren al een etnisch Tsjetsjeense bevolkingsgroep leeft waarvan de mensen beter geïntegreerd zijn in de lokale gemeenschappen dan elders in de Russische Federatie. Echter, in algemene zin geldt de rest van de Russische Federatie als vlucht/vestigingsalternatief, ongeacht het gegeven dat in het ene gebied van de Russische Federatie mogelijk sprake kan zijn van een meer of minder discriminatoire houding jegens etnisch Tsjetsjenen. Het is immers aan betrokkene zelf om te bepalen waar hij/zij zich elders in de Russische Federatie vestigt. Het is voorts aan betrokkene om aannemelijk te maken dat er in zijn geval redenen zijn om dit vlucht- of vestigingsalternatief niet tegen te kunnen werpen.
|
||||
|
||||
200515512-08-200503-08-20052005/38200515512-08-200503-08-20052005/3814-08-2005
|
||||
|
||||
##### 6.5. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot de Russische Federatie en meer specifiek de deelrepubliek Tsjetsjenië geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
##### 6.6. Opvangmogelijkheden en beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
|
||||
Ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (exclusief (etnisch) Tsjetsjeense minderjarigen) uit de Russische Federatie kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
|
||||
|
||||
Dit beleid geldt niet voor (etnisch) Tsjetsjeense minderjarigen; gelet op het feit dat de Tsjetsjeense minderjarigen in de weeshuizen in de Russische Federatie problemen kunnen ondervinden wegens discriminatie (zie p. 109 van het genoemd ambtsbericht) en zij, gelet op het feit dat Tsjetsjenië categoriaal beschermingswaardig wordt geacht, niet terug kunnen keren naar de deelrepubliek, wordt geconcludeerd dat van adequate opvang voor Tsjetsjeense minderjarigen geen sprake is. Zij komen, behoudens contra-indicaties, voor een vergunning op grond van het beleid inzake minderjarigen in aanmerking.
|
||||
|
||||
##### 6.7. Driejarenbeleid
|
||||
|
||||
Ten aanzien van het driejarenbeleid dient de volgende periode in acht genomen te worden. Voor asielzoekers afkomstig uit de deelrepubliek Tsjetsjenië die niet in het bezit waren van een propiska voor een plaats elders in de Russische Federatie, is het uitstel-van-vertrekbeleid dat vanaf 3 april 2000 gold, bij brief van 1 juni 2001 beëindigd. De periode dat betrokkene in het bezit is geweest van uitstel van vertrek dient in voorkomende gevallen te worden meegerekend als relevant tijdsverloop.
|
||||
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9, is van toepassing.
|
||||
|
||||
200515512-08-200503-08-20052005/38200515512-08-200503-08-20052005/3814-08-2005
|
||||
|
||||
##### 6.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Het gestelde in C1/5.13.3 is van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 7. Procedurele aspecten
|
||||
|
||||
Het gestelde in C3/10 tot en met C3/16 is van toepassing. Het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde feiten dient te worden opgestart bij het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Dit is ook van toepassing indien het onderzoek wordt verricht door derden, zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
Een uitzondering hierop vormt het leeftijdsonderzoek in het kader van het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen, zie C5/24.
|
||||
|
||||
#### 8. Terugkeer en uitzetting
|
||||
|
||||
##### 8.1. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Asielzoekers uit de Russische Federatie komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5). De deelrepubliek Tsjetsjenië is categoriaal beschermingswaardig gebied, maar Tsjetsjenen hebben een verblijfsalternatief elders in de Russische Federatie.
|
||||
|
||||
##### 8.2. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit de Russische Federatie is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
##### 8.3. Terug- en overnameovereenkomsten
|
||||
|
||||
Met de Russische Federatie is geen overeenkomst gesloten met betrekking tot de terugname van eigen onderdanen.
|
||||
|
||||
##### 8.4. Praktische aspecten terugkeer
|
||||
|
||||
Naar de Russische Federatie is terugkeer praktisch mogelijk.
|
||||
|
||||
|
||||
Naar de deelrepubliek Tsjetsjenië wordt, gelet op de categoriaal beschermingswaardigheid van deze deelrepubliek, niet verwijderd.
|
||||
|
||||
200515512-08-200503-08-20052005/38200515512-08-200503-08-20052005/3814-08-2005
|
||||
|
||||
### [8/56]. Het asielbeleid ten aanzien van Rwanda
|
||||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue