2019-01-01 | BWBR0037522 | Wet tegemoetkomingen loondomein
This commit is contained in:
parent
9450fcefa3
commit
6274b185c2
1 changed files with 21 additions and 21 deletions
|
|
@ -51,7 +51,7 @@ waarbij een uiterlijk op de in artikel 4.1, tweede of zevende lid, bedoelde datu
|
|||
|
||||
Een werkgever die een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan, heeft recht op een loonkostenvoordeel oudere werknemer indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is die:
|
||||
|
||||
a. in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
|
||||
a. in de maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
|
||||
|
||||
1°. recht had op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; of
|
||||
2°. recht had op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
|
|
@ -73,9 +73,9 @@ c. de periode, bedoeld in artikel 2.4, voor deze werknemer is verstreken.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of, indien het een oudere werknemer betreft die in de kalendermaand voorafgaand aan zijn dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het college van burgemeester en wethouders, verstrekt uitsluitend aan degene die een dienstbetrekking met een werkgever aangaat en, met inachtneming van artikel 2.2, tweede tot en met vierde lid, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, op diens verzoek een verklaring dat deze werknemer aan de genoemde voorwaarden voldoet. Indien de doelgroepverklaring niet kan worden verstrekt, wordt het besluit tot weigering uitsluitend verstrekt aan de aanvrager van de doelgroepverklaring. De doelgroepverklaring wordt aangevraagd binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheid van de doelgroepverklaring, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of, indien het een oudere werknemer betreft die in de maand voorafgaand aan zijn dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het college van burgemeester en wethouders, verstrekt uitsluitend aan degene die een dienstbetrekking met een werkgever aangaat en, met inachtneming van artikel 2.2, tweede tot en met vierde lid, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, op diens verzoek een verklaring dat deze werknemer aan de genoemde voorwaarden voldoet. Indien de doelgroepverklaring niet kan worden verstrekt, wordt het besluit tot weigering uitsluitend verstrekt aan de aanvrager van de doelgroepverklaring. De doelgroepverklaring wordt aangevraagd binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheid van de doelgroepverklaring, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Indien artikel 2.2, derde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.2, derde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
**2.** Indien artikel 2.2, derde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij in de maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.2, derde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever bewaart de doelgroepverklaring, bedoeld in het eerste lid, bij de loonadministratie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,7 +97,7 @@ Een loonkostenvoordeel oudere werknemer bedraagt € 3,05 per verloond uur van
|
|||
|
||||
Een werkgever die een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan, heeft recht op een loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is die:
|
||||
|
||||
a. in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
|
||||
a. in de maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
|
||||
|
||||
1°. recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
|
||||
2°. arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zou zijn geweest in verband met het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen indien dat artikel niet zou zijn ingetrokken en tevens voor 1 januari 2006 arbeidsgehandicapte was op grond van dat artikel;
|
||||
|
|
@ -106,7 +106,7 @@ c. een geldige doelgroepverklaring als bedoeld in artikel 2.7 aan de werkgever h
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van het eerste lid met betrekking tot een werknemer die binnen vijf jaar na de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 24 van die wet of artikel 25, negende lid, van die wet, in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever en die:
|
||||
Bij de toepassing van het eerste lid met betrekking tot een werknemer die binnen vijf jaar na de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet of na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 629, elfde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel van het tijdvak, bedoeld in artikel 76a, zesde lid, onderdeel a, van de Ziektewet, in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever en die:
|
||||
|
||||
a. volgens een arbeidskundig onderzoek op de dag, bedoeld in de aanhef, minder dan 35% arbeidsongeschikt is en niet in staat is tot het verrichten van arbeid bij de werkgever waarbij de werknemer op die dag in dienstbetrekking was; en
|
||||
b. op de eerste dag van elf weken voorafgaand aan de dag, bedoeld in onderdeel a, geen dienstbetrekking had met een andere werkgever dan de werkgever, bedoeld in onderdeel a, en nog bij die werkgever in dienstbetrekking is, tenzij de dienstbetrekking met die andere werkgever reeds bestond op de eerste dag van de wachttijd, bedoeld in de aanhef;
|
||||
|
|
@ -129,7 +129,7 @@ c. de periode, bedoeld in artikel 2.8, voor deze werknemer is verstreken.
|
|||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt uitsluitend aan degene die een dienstbetrekking met een werkgever aangaat en, met inachtneming van artikel 2.6, derde tot en met vijfde lid, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onderdelen a en b, of aan de voorwaarden, bedoel in artikel 2.6, tweede lid, op diens verzoek een verklaring dat de aanvrager aan de genoemde voorwaarden voldoet. Indien de doelgroepverklaring niet kan worden verstrekt, wordt het besluit tot weigering uitsluitend verstrekt aan de aanvrager van de doelgroepverklaring. De doelgroepverklaring wordt aangevraagd binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheid van de doelgroepverklaring, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Indien artikel 2.6, vierde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.6, vierde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
**2.** Indien artikel 2.6, vierde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij in de maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.6, vierde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever bewaart de doelgroepverklaring, bedoeld in het eerste lid, bij de loonadministratie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -151,7 +151,7 @@ Een loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer bedraagt € 3,05 per verl
|
|||
|
||||
Een werkgever die een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan, heeft recht op een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is die:
|
||||
|
||||
a. in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
|
||||
a. in de maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking of op de eerste dag van de dienstbetrekking:
|
||||
|
||||
1°. recht had op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
2°. geïndiceerd was als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking had op grond van artikel 11 van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014;
|
||||
|
|
@ -196,7 +196,7 @@ Een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt
|
|||
|
||||
Een werkgever die een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan, heeft recht op een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is die:
|
||||
|
||||
a. zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden en in de kalendermaand voorafgaand aan de hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever:
|
||||
a. zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden en in de maand voorafgaand aan de hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever:
|
||||
|
||||
1°. recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
|
||||
2°. een persoon is die voor 1 januari 2006 arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, en arbeidsgehandicapte zou zijn geweest als bedoeld in dat artikel indien dat artikel niet zou zijn ingetrokken; en
|
||||
|
|
@ -218,7 +218,7 @@ c. de periode, bedoeld in artikel 2.16, voor deze werknemer is verstreken.
|
|||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt uitsluitend aan degene die zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden en, met inachtneming van artikel 2.14, tweede tot en met vierde lid, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, op diens verzoek een verklaring dat de aanvrager aan de genoemde voorwaarden voldoet. Indien de doelgroepverklaring niet kan worden verstrekt, wordt het besluit tot weigering uitsluitend verstrekt aan de aanvrager van de doelgroepverklaring. De doelgroepverklaring wordt aangevraagd binnen drie maanden na de gehele of gedeeltelijke hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheid van de doelgroepverklaring, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Indien artikel 2.14, derde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij in de kalendermaand voorafgaand aan de hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.14, derde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
**2.** Indien artikel 2.14, derde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij in de maand voorafgaand aan de hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.14, derde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever bewaart de doelgroepverklaring, bedoeld in het eerste lid, bij de loonadministratie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -246,8 +246,8 @@ Een werkgever heeft recht op een lage-inkomensvoordeel indien bij deze werkgever
|
|||
|
||||
a. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar:
|
||||
|
||||
1°. gelijk is aan of meer bedraagt dan € 9,82 maar niet meer dan € 10,81; of
|
||||
2°. meer bedraagt dan € 10,81 maar niet meer dan € 12,29; en
|
||||
1°. gelijk is aan of meer bedraagt dan € 10,05 maar niet meer dan € 11,07; of
|
||||
2°. meer bedraagt dan € 11,07 maar niet meer dan € 12,58; en
|
||||
b. in het kalenderjaar ten minste 1248 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt. Ingeval de periode waarin het lage-inkomensvoordeel van toepassing is, in de loop van een aangiftetijdvak eindigt, wordt die periode verlengd met het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode eindigt.
|
||||
|
|
@ -274,12 +274,12 @@ Een werkgever heeft recht op een minimumjeugdloon voordeel indien bij deze werkg
|
|||
a. de werknemer op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 22 jaar; en
|
||||
b. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar ten aanzien van de volgende te onderscheiden leeftijden van de werknemer valt binnen de volgende bandbreedtes die worden afgeleid van het wettelijk minimumloon en de wettelijke minimumvakantiebijslag waarop recht bestaat in het kalenderjaar ingevolge de hoofdstukken II en III van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag:
|
||||
|
||||
1°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, ten minste 47,5 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 55 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
2°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt, ten minste 55 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 70 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
3°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt, ten minste 70 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 85 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
4°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, 85 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 100 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week.
|
||||
1°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, ten minste 48,75 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 57,5 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
2°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt, ten minste 57,5 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 75 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
3°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt, ten minste 75 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 92,5 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
4°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, 92,5 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 100 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemiddelde uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door de verloonde uren.
|
||||
**2.** Het gemiddelde uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door de verloonde uren en bedraagt niet meer dan het laagste gemiddelde uurloon, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het begin van de maand juli van het kalenderjaar worden de bedragen van de ondergrens en bovengrens naar leeftijd met toepassing van de bandbreedtes, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na overleg met Onze Minister van Financiën vastgesteld voor dat kalenderjaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -287,10 +287,10 @@ b. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar ten aanzien van de volgende te ond
|
|||
|
||||
Een minimumjeugdloon voordeel bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 0,15 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, doch ten hoogste € 312,– per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
b. € 0,19 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, doch ten hoogste € 395,20 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
c. € 0,68 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, doch ten hoogste € 1.414,40 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
d. €. 1,05 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, doch ten hoogste € 2.184,– per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
a. € 0,13 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, doch ten hoogste € 270,40 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
b. € 0,16 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, doch ten hoogste € 332,80 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
c. € 0,59 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, doch ten hoogste € 1.227,20 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
d. €. 0,91 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, doch ten hoogste € 1.892,80 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Procedure bij uitvoering
|
||||
|
||||
|
|
@ -343,7 +343,7 @@ b. de hoogte van de tegemoetkomingen wordt berekend op basis van de gegevens in
|
|||
|
||||
**1.** Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 4.2, 4.3 en 4.7, is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur op het bezwaarschrift binnen 26 weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De inspecteur beslist op het bezwaarschrift inzake de verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1 en artikel 3.1 na overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur op het bezwaarschrift binnen 26 weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De inspecteur beslist op het bezwaarschrift inzake de verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.1, 3.1 en 3.3 na overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue