2010-07-01 | BWBR0001830 | Wet op de rechterlijke organisatie

This commit is contained in:
Coornhert 2010-07-01 12:00:00 +00:00
parent b05f76b6aa
commit 628f594e60

View file

@ -19,15 +19,16 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. gerechten: de gerechten, genoemd in artikel 2;
b. rechterlijke ambtenaren:
1°. de president van de Hoge Raad;
2°. de coördinerend vice-presidenten van, de vice-presidenten van, de raadsheren in, de raadsheren in buitengewone dienst bij, de raadsheren-plaatsvervangers in, de rechters in en de rechters-plaatsvervangers in de gerechten;
3°. de procureur-generaal bij de Hoge Raad, alsmede de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal en de advocaten-generaal in buitengewone dienst;
4°. de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal vormen, bedoeld in artikel 130;
5°. de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortsparketten;
6°. de officieren van justitie en de plaatsvervangende officieren van justitie bij de arrondissementsparketten, het landelijk parket en het functioneel parket;
7°. de gerechtsauditeurs bij de gerechten;
8°. de griffier en substituut-griffiers van de Hoge Raad;
c. rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast: de rechterlijke ambtenaren, genoemd in onderdeel b, onder 1° en 2°;
1°. de president van, de vice-presidenten van, de raadsheren in en de raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;
2°. de coördinerend vice-presidenten van, de vice-presidenten van, de raadsheren in en de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven;
3°. de coördinerend vice-presidenten van, de vice-presidenten van, de rechters in en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken;
4°. de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal, de advocaten-generaal en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;
5°. de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 130, vormen;
6°. de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortsparketten en het parket-generaal;
7°. de officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, het landelijk parket, het functioneel parket en het parket-generaal;
8°. de gerechtsauditeurs bij de gerechten;
9°. de griffier en de substituut-griffier van de Hoge Raad;
c. rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast: de rechterlijke ambtenaren, genoemd in onderdeel b, onder 1° tot en met 3°;
d. gerechtsambtenaren: burgerlijke rijksambtenaren op basis van een aanstelling werkzaam bij een gerecht;
e. Hoge Raad: Hoge Raad der Nederlanden;
f. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
@ -103,7 +104,7 @@ Vervallen
**2.** Ieder lid is verplicht aan de besluitvorming deel te nemen.
**3.** De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffiers en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit.
**3.** De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffier en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit.
### Artikel 7a
@ -127,7 +128,7 @@ Vervallen
### Artikel 9
De Raad kan in overeenstemming met het lid van een gerechtshof of rechtbank en het bestuur van het gerecht waar hij werkzaam is, dat lid belasten met de waarneming van een ander rechterlijk ambt bij een ander gerechtshof of andere rechtbank.
De Raad kan in overeenstemming met de bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijk ambtenaar en het bestuur van het gerecht waar hij werkzaam is, die rechterlijk ambtenaar belasten met de waarneming van een ander rechterlijk ambt bij een ander gerechtshof of andere rechtbank.
### Artikel 10
@ -153,7 +154,7 @@ Vervallen
### Artikel 12
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding en de griffier en substituut-griffiers van de Hoge Raad mogen zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten of gemachtigden over enige voor hen aanhangige geschillen of geschillen waarvan zij weten of vermoeden dat die voor hen aanhangig zullen worden.
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding en de griffier en substituut-griffier van de Hoge Raad mogen zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten of gemachtigden over enige voor hen aanhangige geschillen of geschillen waarvan zij weten of vermoeden dat die voor hen aanhangig zullen worden.
### Artikel 12a
@ -161,7 +162,7 @@ Vervallen
### Artikel 13
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffiers en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, de rechterlijke ambtenaren in opleiding, de griffier, substituut-griffier en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid, zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun ambt de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
### Artikel 13a
@ -188,7 +189,7 @@ b. gerechtsambtenaren.
**3.** De daartoe door het bestuur van een gerecht aangewezen gerechtsambtenaren, rechterlijke ambtenaren in opleiding en gerechtsauditeurs verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. Zij zijn bevoegd deze werkzaamheden ook voor andere gerechten uit te voeren. De aanwijzing geschiedt schriftelijk.
**4.** Het bestuur van een gerecht kan personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, gerechtsambtenaar, rechterlijk ambtenaar in opleiding of gerechtsauditeur, benoemen tot buitengriffier. Zij kunnen in die hoedanigheid door het bestuur worden opgeroepen voor het verrichten van werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. Het derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. Alvorens voor de eerste keer te worden opgeroepen leggen zij ten overstaan van het bestuur de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld over hun beëdiging. Zij ontvangen een vergoeding volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
**4.** Het bestuur van een gerecht kan personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, gerechtsambtenaar, rechterlijk ambtenaar in opleiding of gerechtsauditeur, benoemen tot buitengriffier. Zij kunnen in die hoedanigheid door het bestuur worden opgeroepen voor het verrichten van werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. Het derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. Alvorens voor de eerste keer te worden opgeroepen leggen zij de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en worden regels gesteld over de beëdiging. Aan de buitengriffiers wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels door het gerechtsbestuur een vergoeding toegekend.
**5.** Een buitengriffier wordt op eigen verzoek door het bestuur van het gerecht ontslagen.
@ -247,9 +248,9 @@ De vordering van de procureur-generaal tot het instellen van een onderzoek naar
**1.** Bij elk gerecht is een bestuur, dat bestaat uit een voorzitter, de sectorvoorzitters en een niet-rechterlijk lid.
**2.** De voorzitter van het bestuur is een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast en draagt de titel van president.
**2.** De voorzitter van het bestuur en de sectorvoorzitters zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast die hun rechtsprekend ambt op basis van een aanstelling als bedoeld in artikel 5f, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vervullen.
**3.** De sectorvoorzitter is een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast.
**3.** De voorzitter van het bestuur draagt de titel van president.
**4.** Het niet-rechterlijk lid is een gerechtsambtenaar en draagt de titel van directeur bedrijfsvoering.
@ -272,23 +273,23 @@ f. Nationale ombudsman of substituut-ombudsman;
g. advocaat of notaris, dan wel anderszins van het verlenen van rechtskundige bijstand het beroep maken;
h. ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven.
**9.** De voorzitter en de sectorvoorzitters zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Zij kunnen niet tevens rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1, onder b, onder 1° en 3° tot en met 8°, vice-president van de Hoge Raad, raadsheer in de Hoge Raad of raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad zijn.
**9.** De voorzitter van het bestuur en de sectorvoorzitters kunnen niet tevens rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 1° en 4° tot en met 9°, zijn.
**10.** De directeur bedrijfsvoering kan niet tevens rechterlijk ambtenaar zijn.
### Artikel 16
**1.** De voorzitter onderscheidenlijk de sectorvoorzitter ontvangt in verband met het verrichten van de werkzaamheden als voorzitter onderscheidenlijk sectorvoorzitter een toelage op het salaris dat hij als rechterlijk ambtenaar geniet. Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk sectorvoorzitter vast te stellen salarishoogte.
**1.** De voorzitter onderscheidenlijk de sectorvoorzitter ontvangt in verband met het verrichten van de werkzaamheden als voorzitter onderscheidenlijk sectorvoorzitter een toelage op het salaris dat hij als rechterlijk ambtenaar geniet. Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk sectorvoorzitter vast te stellen salarishoogte. Toekenning van de toelage geschiedt door het bestuur uitgezonderd de betrokken voorzitter onderscheidenlijk sectorvoorzitter.
**2.** Een lid van het bestuur wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen bij de aanvaarding van een ambt dat of een betrekking die ingevolge artikel 15 onverenigbaar is met het zijn van lid van het bestuur van het gerecht.
**3.** De voorzitter en de sectorvoorzitter worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen onderscheidenlijk geschorst als lid van het bestuur indien zij als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast worden ontslagen onderscheidenlijk geschorst, tenzij dat ontslag of die schorsing alleen een rechtsprekend ambt betreft waarin zij niet zijn aangesteld overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
**3.** De voorzitter en de sectorvoorzitter worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen onderscheidenlijk geschorst als lid van het bestuur indien zij als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast worden ontslagen onderscheidenlijk geschorst, tenzij dat ontslag of die schorsing alleen een rechtsprekend ambt betreft dat zij niet vervullen op basis van een aanstelling als bedoeld in artikel 5f, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
**4.** De voorzitter en de sectorvoorzitter worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen.
**5.** De directeur bedrijfsvoering wordt disciplinair gestraft, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Onze Minister doet zijn voordracht op voorstel van de Raad.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de rechtspositie van de bestuursleden, waaronder in ieder geval regels betreffende de in het eerste lid bedoelde toelage van de voorzitter en de sectorvoorzitter alsmede de bezoldiging van de directeur bedrijfsvoering.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de rechtspositie van de bestuursleden, waaronder in ieder geval regels betreffende de in het eerste lid bedoelde toelage van de voorzitter en de sectorvoorzitter alsmede het salaris van de directeur bedrijfsvoering.
### Artikel 17
@ -318,7 +319,7 @@ Het bestuur kan een of meer leden van het bestuur machtigen een of meer van zijn
**2.** Binnen een sector als bedoeld in het eerste lid worden in de enkelvoudige en meervoudige kamers de soorten zaken behandeld en beslist die door het bestuur aan die sector zijn opgedragen.
**3.** Met uitzondering van de raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers, die niet zijn aangewezen voor het vervullen van een gehele of gedeeltelijke taak, vormen de binnen een sector werkzame rechterlijke ambtenaren, rechterlijke ambtenaren in opleiding en gerechtsambtenaren tezamen de sectorvergadering.
**3.** Met uitzondering van de raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers, die hun ambt niet vervullen op basis van een aanwijzing als bedoeld in artikel 5f, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, vormen de binnen een sector werkzame rechterlijke ambtenaren, rechterlijke ambtenaren in opleiding en gerechtsambtenaren tezamen de sectorvergadering.
**4.** De raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers die ingevolge het derde lid niet van de sectorvergadering deel uitmaken, kunnen daar op uitnodiging aan deelnemen.
@ -332,11 +333,11 @@ Het bestuur kan een of meer leden van het bestuur machtigen een of meer van zijn
### Artikel 22
**1.** Met uitzondering van de raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers, die niet zijn aangewezen voor het vervullen van een gehele of gedeeltelijke taak, vormen de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, die tevens raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger zijn, en de rechterlijke ambtenaren in opleiding tezamen de gerechtsvergadering.
**1.** Met uitzondering van de raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers, die hun ambt niet vervullen op basis van een aanwijzing als bedoeld in artikel 5f, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, vormen de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de gerechtsauditeurs, die tevens raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger zijn, en de rechterlijke ambtenaren in opleiding tezamen de gerechtsvergadering.
**2.** De president is voorzitter van de gerechtsvergadering.
**3.** De bij het gerecht werkzame gerechtsambtenaren, gerechtsauditeurs, die niet tevens raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger zijn, en de raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers, die niet zijn aangewezen voor het vervullen van een gehele of gedeeltelijke taak, kunnen op uitnodiging deelnemen aan de gerechtsvergadering.
**3.** De bij het gerecht werkzame gerechtsambtenaren, gerechtsauditeurs, die niet tevens raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger zijn, en de raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers, die hun ambt niet vervullen op basis van een aanwijzing als bedoeld in artikel 5f, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, kunnen op uitnodiging deelnemen aan de gerechtsvergadering.
#### Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
@ -367,13 +368,11 @@ f. overige materiële voorzieningen.
### Artikel 25
**1.** Met uitzondering van de directeur bedrijfsvoering worden de gerechtsambtenaren aangesteld, disciplinair gestraft, geschorst en ontslagen door het bestuur.
**1.** Ten aanzien van de gerechtsambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheden ten aanzien van de directeur bedrijfsvoering worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering.
**2.** Ten aanzien van de gerechtsambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur, met dien verstande dat deze bevoegdheden ten aanzien van de directeur bedrijfsvoering worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de gerechtsambtenaren door het bestuur onderscheidenlijk het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering en door de Raad voor de rechtspraak.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de gerechtsambtenaren door het bestuur onderscheidenlijk het bestuur uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering en door de Raad voor de rechtspraak.
**4.** Het bestuur is functionele autoriteit als bedoeld in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de daarop berustende bepalingen ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij het gerecht en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, voorzover zij de opleiding bij het gerecht doorbrengen. In afwijking hiervan worden de bij en krachtens de wet aan het bestuur als functionele autoriteit toegekende bevoegdheden ten aanzien van een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens lid van het bestuur is, uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd die rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast.
**3.** Ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, die tevens voorzitter van het bestuur of sectorvoorzitter is, worden de bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan het bestuur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd die rechterlijk ambtenaar.
### Artikel 26
@ -523,7 +522,7 @@ Een beslissing van het bestuur ter uitvoering van de in artikel 23, eerste lid,
**2.** De schorsing of het ontslag geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister.
**3.** Indien alle leden van het bestuur zijn geschorst of ontslagen, kan de Raad bij het desbetreffende gerecht een of meer tijdelijke bewindvoerders aanstellen. Artikel 15, zevende tot en met tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Bij de aanstelling wordt een termijn bepaald voor de bewindvoering.
**3.** Indien alle leden van het bestuur zijn geschorst of ontslagen, kan de Raad bij het desbetreffende gerecht een of meer tijdelijke bewindvoerders aanstellen. Artikel 15, zevende tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepassing. Bij de aanstelling wordt een termijn bepaald voor de bewindvoering.
### Artikel 39
@ -606,7 +605,7 @@ Het bestuur van de rechtbank wijst uit de bij het gerecht werkzame rechterlijke
Het bestuur hoort de sectorvergadering van de sector kanton over:
a. het opmaken van een lijst van aanbeveling voor een opengevallen plaats binnen de sector kanton als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
a. het opmaken van een lijst van aanbeveling voor een opengevallen plaats binnen de sector kanton als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
b. het houden van zittingen door de sector kanton in nevenzittingsplaatsen;
c. de verdeling van kantonzaken over de hoofdplaats en nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen.
@ -632,13 +631,13 @@ Vervallen
**4.** Bij de benoeming van de deskundige leden en van de plaatsvervangende leden dragen Wij zorg, dat in de pachtkamer noch het belang der pachters, noch het belang van de verpachters overheerst.
**5.** De deskundige leden en hun plaatsvervangers leggen voorafgaand aan de datum van indiensttreding de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de tweede bijlage bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
**5.** De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de tweede bijlage bij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
**6.** Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de pachtkamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.
### Artikel 48b
**1.** Het in de artikelen 46c, 46d, 46e, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid onder c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijk ambtenaren bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de deskundige leden van de pachtkamers en hun plaatsvervangers.
**1.** Het in de artikelen 46c, 46d, 46e, 46f, 46i, met uitzondering van het eerste lid onder c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p, van de Wet rechtspositie rechterlijk ambtenaren bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de deskundige leden van de pachtkamers en hun plaatsvervangers, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht.
**2.** Zij genieten vergoeding voor hun reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels.
@ -839,15 +838,15 @@ Het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam vormt voor het behandelen en beslis
**1.** Het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 173, 217 en 218 van de Pensioenwet, artikel 5 van de Wet op de Europese ondernemingsraden, artikel 26 van de Wet op de ondernemingsraden, artikel 36 van de Wet medezeggenschap op scholen en de artikelen 997 en 1000 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een meervoudige kamer onder de benaming van ondernemingskamer en bepaalt de bezetting daarvan.
**2.** De ondernemingskamer bestaat uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c, 46d, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
**2.** De ondernemingskamer bestaat uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c, 46d, 46f, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk artikel 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht.
**3.** Het bestuur van het gerechtshof te 's-Gravenhage vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in artikel 46d, onderdeel i, van de Wet op de ondernemingsraden een meervoudige kamer en bepaalt de bezetting daarvan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
**4.** De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd.
**5.** De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerecht waarbij zij zijn benoemd.
**5.** De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de tweede bijlage bij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze van eedaflegging, het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
### Artikel 67
@ -855,13 +854,13 @@ Het bestuur van het gerechtshof te Amsterdam vormt voor het behandelen en beslis
**2.** Deze kamer is voorts belast met het verstrekken van adviezen ingevolge artikel 43, derde lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen.
**3.** Deze kamer wordt voor de beslissing in zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502, 509v en 509ff van het Wetboek van Strafvordering aangevuld met twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. In de overige zaken kan de voorzitter van de kamer deze leden toevoegen. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c, 46d, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
**3.** Deze kamer wordt voor de beslissing in zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502, 509v en 509ff van het Wetboek van Strafvordering aangevuld met twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. In de overige zaken kan de voorzitter van de kamer deze leden toevoegen. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c, 46d, 46f, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk artikel 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht.
**4.** De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd.
**5.** De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerecht waarbij zij zijn benoemd.
**5.** De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de tweede bijlage bij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze van eedaflegging, het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
### Artikel 68
@ -901,13 +900,13 @@ Het bestuur van het gerechtshof te Leeuwarden vormt enkelvoudige en meervoudige
**2.** De raadsheren in buitengewone dienst verrichten, als raadsheer, werkzaamheden voorzover zij daartoe door de president worden opgeroepen.
**3.** Bij de Hoge Raad wordt een griffier benoemd.
**3.** Bij de Hoge Raad is een griffier werkzaam.
**4.** Bij de Hoge Raad kunnen gerechtsauditeurs worden benoemd.
**4.** Bij de Hoge Raad kunnen gerechtsauditeurs en een substituut-griffier werkzaam zijn.
**5.** Voor de toepassing van het eerste lid worden de president van, de vice-presidenten van en de raadsheren in de Hoge Raad aan wie buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend, voor de duur van dat verlof en gedurende ten hoogste een jaar daarna buiten beschouwing gelaten.
**6.** Voor de toepassing van het eerste lid worden rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke werktijd, geteld overeenkomstig de breuk die hun werktijd aangeeft.
**6.** Voor de toepassing van het eerste lid worden rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, geteld overeenkomstig de breuk die hun arbeidsduur aangeeft.
### Artikel 73
@ -915,7 +914,7 @@ Het bestuur van het gerechtshof te Leeuwarden vormt enkelvoudige en meervoudige
**2.** In geval van ziekte of andere verhindering van de griffier wordt hij, bij gebreke van een substituut-griffier, vervangen door een waarnemend griffier.
**3.** De waarnemend griffiers worden door Onze Minister benoemd op aanbeveling van de Hoge Raad. Alvorens in dienst te treden, leggen zij ten overstaan van de president van de Hoge Raad de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en kunnen nadere regels worden gesteld over hun beëdiging. Zij ontvangen een vergoeding volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
**3.** De waarnemend griffiers worden door Onze Minister benoemd op aanbeveling van de Hoge Raad. Alvorens voor de eerste keer door de president van de Hoge Raad te worden opgeroepen leggen zij de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en worden regels gesteld over de beëdiging. Aan een waarnemend griffier wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels door Onze Minister een vergoeding toegekend.
**4.** Een waarnemend griffier wordt op eigen verzoek door Onze Minister ontslagen. Onze Minister stelt de president van de Hoge Raad hiervan op de hoogte.
@ -1042,26 +1041,23 @@ Vervallen
**3.** De leden van de Raad worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor een periode van zes jaar. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van drie jaar.
**4.** Van de vijf leden van de Raad zijn drie leden rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast dan wel met rechtspraak belaste leden van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De overige twee leden van de Raad zijn geen rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, dan wel met rechtspraak belaste leden van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
**4.** Van de vijf leden van de Raad zijn drie leden rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast dan wel met rechtspraak belaste leden van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, die hun rechtsprekend ambt op basis van een aanstelling als bedoeld in artikel 5f, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vervullen. De overige twee leden van de Raad zijn geen rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, dan wel met rechtspraak belaste leden van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
**5.** Een van de rechterlijke leden wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister tot voorzitter van de Raad benoemd.
**6.** De rechterlijke leden zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast dan wel met rechtspraak belaste leden van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
**7.**
**6.**
De leden kunnen niet tevens zijn:
a. lid van de Staten-Generaal;
b. minister;
c. staatssecretaris;
a. lid van het bestuur van een gerecht;
b. lid van de Staten-Generaal;
c. minister of staatssecretaris;
d. vice-president van de Raad van State of staatsraad;
e. president of lid van de Algemene Rekenkamer;
f. Nationale ombudsman of substituut-ombudsman;
g. ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven;
h. rechterlijk ambtenaar, als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1° en 3° tot en met 8°;
i. vice-president van, raadsheer in of raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad;
j. lid van het College van Afgevaardigden, bedoeld in artikel 90.
h. rechterlijk ambtenaar, als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1° en 4° tot en met 9°;
i. lid van het College van Afgevaardigden, bedoeld in artikel 90.
### Artikel 84a
@ -1079,21 +1075,21 @@ Vervallen
### Artikel 86
**1.** De rechterlijke leden van de Raad ontvangen in verband met het verrichten van de werkzaamheden als lid van de Raad een toelage op het salaris dat zij als rechterlijk ambtenaar, lid van de Centrale Raad van Beroep of lid van het College van Beroep voor het bedrijfsleven genieten. Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van rechterlijk lid van de Raad vast te stellen salarishoogte.
**1.** De rechterlijke leden van de Raad ontvangen in verband met het verrichten van de werkzaamheden als lid van de Raad een toelage op het salaris dat zij als rechterlijk ambtenaar, lid van de Centrale Raad van Beroep of lid van het College van Beroep voor het bedrijfsleven genieten. Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van rechterlijk lid van de Raad vast te stellen salarishoogte. Toekenning van de toelage geschiedt door de Raad voor de rechtspraak uitgezonderd het betrokken lid.
**2.** Een lid van de Raad wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen bij de aanvaarding van een ambt dat of een betrekking die volgens artikel 84 onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Raad. Een niet-rechterlijk lid van de Raad wordt tevens als lid van de Raad ontslagen indien hij wordt benoemd als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, met rechtspraak belast lid van de Centrale Raad van Beroep of met rechtspraak belast lid van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
**2.** Een lid van de Raad wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen bij de aanvaarding van een ambt dat of een betrekking die volgens artikel 84 onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Raad. Een niet-rechterlijk lid van de Raad wordt tevens als lid van de Raad bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen indien hij wordt benoemd als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, met rechtspraak belast lid van de Centrale Raad van Beroep of met rechtspraak belast lid van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
**3.** Een rechterlijk lid van de Raad wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen onderscheidenlijk geschorst als lid van de Raad indien hij als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast dan wel met rechtspraak belast lid van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven wordt ontslagen onderscheidenlijk geschorst, tenzij dat ontslag of die schorsing alleen een rechtsprekend ambt betreft waarin hij niet is aangesteld overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
**3.** Een rechterlijk lid van de Raad wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen onderscheidenlijk geschorst als lid van de Raad indien hij als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast dan wel met rechtspraak belast lid van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven wordt ontslagen onderscheidenlijk geschorst, tenzij dat ontslag of die schorsing alleen een rechtsprekend ambt betreft dat hij niet op basis van een aanstelling als bedoeld in artikel 5f, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vervult.
**4.** Een rechterlijk lid van de Raad wordt op eigen verzoek bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister ontslagen.
**5.** Een niet-rechterlijk lid van de Raad wordt disciplinair gestraft, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister.
**6.** Ten aanzien van een niet-rechterlijk lid van de Raad worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad, uitgezonderd het niet-rechterlijk lid van de Raad. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van een niet-rechterlijk lid.
**6.** Ten aanzien van een niet-rechterlijk lid van de Raad worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad, uitgezonderd het niet-rechterlijk lid van de Raad. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van een niet-rechterlijk lid door de Raad uitgezonderd het niet-rechterlijk lid.
**7.** Ten aanzien van een rechterlijk lid van de Raad worden de in de artikelen 21, 27a tot en met 30, 34, 35, 37 tot en met 39, 45 en 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan de functionele autoriteit toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad, uitgezonderd dat rechterlijk lid van de Raad. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van een rechterlijk lid.
**7.** Ten aanzien van een rechterlijk lid van de Raad worden de in de artikelen 7, 17, 18, 18a, 40, 45 en 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan het gerechtsbestuur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad uitgezonderd het rechterlijk lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van een rechterlijk lid door de Raad uitgezonderd het rechterlijk lid.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de rechtspositie van de leden van de Raad, waaronder in ieder geval regels betreffende de in het eerste lid bedoelde toelage van de rechterlijke leden alsmede de bezoldiging van een niet-rechterlijk lid.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de rechtspositie van de leden van de Raad, waaronder in ieder geval regels betreffende de in het eerste lid bedoelde toelage van de rechterlijke leden alsmede het salaris van een niet-rechterlijk lid.
### Artikel 87
@ -1113,11 +1109,9 @@ De Raad kan een of meer leden machtigen een of meer van zijn bevoegdheden uit te
**1.** Te zijner ondersteuning beschikt de Raad over een bureau.
**2.** De tot het bureau behorende ambtenaren worden door de Raad aangesteld, disciplinair gestraft, geschorst en ontslagen.
**2.** Ten aanzien van de tot het bureau behorende ambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad.
**3.** Ten aanzien van de tot het bureau behorende ambtenaren worden de in de Ambtenarenwet aan het bevoegd gezag toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de Raad.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van de tot het bureau behorende ambtenaren.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden door de Raad ten aanzien van de tot het bureau behorende ambtenaren.
### Artikel 90
@ -1309,7 +1303,7 @@ De Raad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn
**2.** De schorsing of het ontslag geschiedt bij koninklijk besluit.
**3.** Indien alle leden van de Raad zijn geschorst of ontslagen, kan Onze Minister bij de Raad een of meer tijdelijke bewindvoerders aanstellen. Artikel 84, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. Bij de aanstelling wordt een termijn bepaald voor de bewindvoering.
**3.** Indien alle leden van de Raad zijn geschorst of ontslagen, kan Onze Minister bij de Raad een of meer tijdelijke bewindvoerders aanstellen. Artikel 84, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. Bij de aanstelling wordt een termijn bepaald voor de bewindvoering.
### Artikel 108
@ -1360,7 +1354,7 @@ Vervallen
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid worden de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal, en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad aan wie buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend, voor de duur van dat verlof en gedurende ten hoogste een jaar daarna buiten beschouwing gelaten.
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid worden rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke werktijd, geteld overeenkomstig de breuk die hun werktijd aangeeft.
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid worden rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, geteld overeenkomstig de breuk die hun arbeidsduur aangeeft.
### Artikel 114
@ -1384,19 +1378,17 @@ Onze Minister van Justitie kan de plaatsvervangend procureur-generaal of een adv
### Artikel 119
**1.** Onze Minister van Justitie kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als plaatsvervangend advocaat-generaal bij de Hoge Raad een lid van een rechtbank of een gerechtshof of een lid van het openbaar ministerie aanwijzen. De aanwijzing geschiedt voor een daarbij te bepalen termijn. De artikelen 46c, eerste lid, 46d, eerste lid, onderdeel d, en 46e van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn op de plaatsvervangend advocaat-generaal van overeenkomstige toepassing.
**1.** Onze Minister van Justitie kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als plaatsvervangend advocaat-generaal bij de Hoge Raad een rechterlijk ambtenaar, die bij een rechtbank, een gerechtshof of een tot het openbaar ministerie behorend parket werkzaam is in een functie als bedoeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, aanwijzen. De aanwijzing geschiedt voor een daarbij te bepalen termijn. De artikelen 46c, eerste lid, 46d, eerste lid, onderdeel d, en 46e van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn op de plaatsvervangend advocaat-generaal van overeenkomstige toepassing.
**2.** Aanwijzing van een lid van een rechtbank of een gerechtshof tot plaatsvervangend advocaat-generaal geschiedt slechts met diens toestemming.
**2.** Aanwijzing van een bij een rechtbank of een gerechtshof werkzame rechterlijk ambtenaar tot plaatsvervangend advocaat-generaal geschiedt slechts met diens toestemming.
**3.** Plaatsvervangende advocaten-generaal nemen, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voor zover zij daartoe door de procureur-generaal worden opgeroepen. Zij nemen in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.
**4.** Artikel 12 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is niet van toepassing op de plaatsvervangende advocaten-generaal.
**5.** De president van de Hoge Raad kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, als waarnemend advocaat-generaal bij de Hoge Raad aanwijzen een lid of lid in buitengewone dienst van de Hoge Raad, die daarmee heeft ingestemd. Een waarnemend advocaat-generaal neemt, op de voet van een advocaat-generaal, conclusies voorzover hij daartoe door de procureur-generaal wordt geroepen. Hij neemt in zodanig geval, wanneer de Hoge Raad ten principale recht doet, de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 125, waar.
**4.** De president van de Hoge Raad kan, op aanbeveling van de procureur-generaal, een vice-president van, een raadsheer in of een raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, indien hij daarmee instemt, belasten met de waarneming van het ambt van advocaat-generaal bij de Hoge Raad.
### Artikel 120
**1.** De artikelen 12, 13 en 74 zijn op de in artikel 111 genoemde rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
**1.** De artikelen 12, 13 en 74 zijn op de in artikel 113 genoemde rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 111, tweede lid, is artikel 83 van overeenkomstige toepassing op de procureur-generaal bij de Hoge Raad.
@ -1428,7 +1420,7 @@ De taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie worden, op de wijze bij of
a. het College van procureurs-generaal;
b. de officieren van justitie, de plaatsvervangende officieren van justitie, de officieren enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen;
c. de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal.
c. de advocaten-generaal en de plaatsvervangende advocaten-generaal, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°.
### Artikel 126
@ -1472,7 +1464,7 @@ Onze Minister van Justitie kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreff
**2.** Het College staat aan het hoofd van het openbaar ministerie.
**3.** Het College bestaat uit een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van ten minste drie en ten hoogste vijf procureurs-generaal. Bij koninklijk besluit wordt een van de procureurs-generaal benoemd tot voorzitter van het College voor een periode van ten hoogste drie jaar. Hij kan eenmaal worden herbenoemd. De voorzitter ontvangt in verband met het verrichten van werkzaamheden als voorzitter een toelage op het salaris dat hij als procureur-generaal geniet, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
**3.** Het College bestaat uit een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van ten minste drie en ten hoogste vijf procureurs-generaal. Bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister wordt een van de procureurs-generaal benoemd tot voorzitter van het College voor een periode van ten hoogste drie jaar. Hij kan eenmaal worden herbenoemd. De voorzitter ontvangt in verband met het verrichten van werkzaamheden als voorzitter een toelage op het salaris dat hij als procureur-generaal geniet, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Toekenning van de toelage geschiedt door Onze Minister.
**4.** Het College kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie.
@ -1525,11 +1517,13 @@ Bij het parket-generaal zijn werkzaam:
a. de procureurs-generaal die het College vormen;
b. andere ambtenaren.
**2.** Bij het parket-generaal kunnen ambtenaren werkzaam zijn in alle rangen, bedoeld in de artikelen 136 tot en met 138.
**2.** Bij het parket-generaal kunnen advocaten-generaal, plaatsvervangende advocaten-generaal, officieren van justitie, plaatsvervangende officieren van justitie, officieren enkelvoudige zittingen en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen werkzaam zijn.
**3.** Aan het hoofd van het parket-generaal staat het College.
**3.** Een in het tweede lid bedoelde advocaat-generaal onderscheidenlijk officier van justitie is van rechtswege plaatsvervangend advocaat-generaal bij de ressortsparketten onderscheidenlijk plaatsvervangend officier van justitie bij de arrondissementsparketten, het functioneel parket en het landelijk parket.
**4.** De procureurs-generaal zijn van rechtswege plaatsvervangend advocaat-generaal bij de ressortsparketten, plaatsvervangend officier van justitie bij de arrondissementsparketten, plaatsvervangend officier van justitie bij het landelijk parket en plaatsvervangend officier van justitie bij het functioneel parket.
**4.** Aan het hoofd van het parket-generaal staat het College.
**5.** De procureurs-generaal zijn van rechtswege plaatsvervangend advocaat-generaal bij de ressortsparketten, plaatsvervangend officier van justitie bij de arrondissementsparketten, plaatsvervangend officier van justitie bij het landelijk parket en plaatsvervangend officier van justitie bij het functioneel parket.
### Artikel 136
@ -1547,15 +1541,11 @@ e. andere ambtenaren.
**3.** Aan het hoofd van een arrondissementsparket staat een officier van justitie in de rang van hoofdofficier en met de titel hoofd van het arrondissementsparket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket.
**4.** Bij een arrondissementsparket wordt tevens een officier van justitie benoemd hetzij indien in het arrondissement twee politieregio's gelegen zijn in de rang van fungerend hoofdofficier, hetzij indien dat niet het geval is in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het arrondissementsparket wordt hij vervangen door de fungerend onderscheidenlijk door de plaatsvervangend hoofdofficier.
**4.** Bij een arrondissementsparket is tevens een officier van justitie werkzaam hetzij indien in het arrondissement twee politieregio's gelegen zijn in de rang van fungerend hoofdofficier, hetzij indien dat niet het geval is in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het arrondissementsparket wordt hij vervangen door de fungerend onderscheidenlijk door de plaatsvervangend hoofdofficier.
**5.** De overige officieren van justitie worden benoemd in de rang van officier eerste klasse, officier of substituut-officier.
**5.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij een arrondissementsparket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de overige arrondissementsparketten, bij het landelijk parket, bij het functioneel parket en bij het parket-generaal.
**6.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij een arrondissementsparket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de overige arrondissementsparketten, bij het landelijk parket en bij het functioneel parket.
**7.** Het College van procureurs-generaal kan een officier van justitie bij een arrondissementsparket benoemen tot plaatsvervangend advocaat-generaal.
**8.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.
**6.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.
### Artikel 137
@ -1571,15 +1561,11 @@ e. andere ambtenaren.
**2.** Aan het hoofd van het landelijk parket staat een officier van justitie in de rang van hoofdofficier en met de titel hoofd van het landelijk parket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket.
**3.** Bij het landelijk parket wordt tevens een officier van justitie benoemd in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het landelijk parket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdofficier.
**3.** Bij het landelijk parket is tevens een officier van justitie werkzaam in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het landelijk parket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdofficier.
**4.** De overige officieren van justitie worden benoemd in de rang van officier eerste klasse, officier of substituut-officier.
**4.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij het landelijk parket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, het functioneel parket en het parket-generaal.
**5.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij het landelijk parket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten en het functioneel parket.
**6.** Het College van procureurs-generaal kan een officier van justitie bij het landelijk parket benoemen tot plaatsvervangend advocaat-generaal.
**7.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.
**5.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.
### Artikel 137a
@ -1595,15 +1581,11 @@ e. andere ambtenaren.
**2.** Aan het hoofd van het functioneel parket staat een officier van justitie in de rang van hoofdofficier en met de titel hoofd van het functioneel parket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket.
**3.** Bij het functioneel parket wordt tevens een officier van justitie benoemd in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het functioneel parket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdofficier.
**3.** Bij het functioneel parket is tevens een officier van justitie werkzaam in de rang van plaatsvervangend hoofdofficier. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het functioneel parket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdofficier.
**4.** De overige officieren van justitie worden benoemd in de rang van officier eerste klasse, officier of substituut-officier.
**4.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij het functioneel parket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, het landelijk parket en het parket-generaal.
**5.** De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij het functioneel parket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket.
**6.** Het College van procureurs-generaal kan een officier van justitie bij het functioneel parket benoemen tot plaatsvervangend advocaat-generaal.
**7.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de arrondissementsrechtbank.
**5.** De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de arrondissementsrechtbank.
### Artikel 138
@ -1617,13 +1599,9 @@ c. andere ambtenaren.
**2.** Aan het hoofd van een ressortsparket staat een advocaat-generaal in de rang van hoofdadvocaat-generaal en met de titel hoofd van het ressortsparket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket.
**3.** Bij een ressortsparket wordt tevens een advocaat-generaal benoemd in de rang van plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal. Bij afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het ressortsparket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal.
**3.** Bij een ressortsparket is tevens een advocaat-generaal werkzaam in de rang van plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal. Bij afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het ressortsparket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal.
**4.** De overige advocaten-generaal worden benoemd in de rang van ressorts-advocaat-generaal.
**5.** De advocaten-generaal zijn van rechtswege plaatsvervangend advocaat-generaal bij de overige ressortsparketten.
**6.** Het College van procureurs-generaal kan een advocaat-generaal benoemen tot plaatsvervangend officier van justitie.
**4.** De advocaten-generaal zijn van rechtswege plaatsvervangend advocaat-generaal bij de overige ressortsparketten en bij het parket-generaal.
### Artikel 139
@ -1645,7 +1623,7 @@ Vervallen
### Artikel 142
Onze Minister van Justitie kan een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4° tot en met 6°, belasten met de waarneming van een ander ambt bij het openbaar ministerie.
Onze Minister van Justitie kan een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5° tot en met 7°, belasten met de waarneming van een ander ambt bij het openbaar ministerie.
### Artikel 143
@ -1659,9 +1637,9 @@ Artikel 13 is op de in artikel 142 bedoelde rechterlijke ambtenaren van overeenk
### Artikel 145
**1.** Onze Minister kan rechterlijke ambtenaren in opleiding aanstellen.
**1.** Onze Minister kan rechterlijke ambtenaren in opleiding benoemen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de selectie, de aanstelling, de opleiding en overige aangelegenheden die de rechtspositie van de rechterlijke ambtenaren in opleiding betreffen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de selectie en de opleiding van rechterlijke ambtenaren in opleiding.
## Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
@ -1675,4 +1653,28 @@ De nevenvestigingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
## Bijlage 2
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een deskundig lid
Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.
Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.
Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.
Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als deskundig lid de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn werkzaamheden als deskundig lid de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.
Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal verrichten en mij in deze verrichtingen zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!
Op ........................, werd te .....................
ten overstaan van (1) ..............................
door (2) .............................
de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.
(1) .............................
(2) .............................