2003-06-18 | BWBR0008615 | Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997
This commit is contained in:
parent
c9801c20f8
commit
62ea84cf4e
1 changed files with 21 additions and 21 deletions
|
|
@ -23,9 +23,7 @@ b. eigenaar: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom
|
|||
c. restauratie: werkzaamheden aan een beschermd monument, het normale onderhoud te boven gaand, die voor het herstel van het beschermd monument noodzakelijk zijn;
|
||||
d. subsidiabele restauratiekosten: kosten als bedoeld in artikel 16;
|
||||
e. budgethoudende gemeente: een gemeente die beschikt over een in werking getreden verordening als bedoeld in artikel 15 van de wet en waarin ten minste 100 beschermde monumenten gelegen zijn;
|
||||
f. woonhuizen en boerderijen: monumenten die in oorsprong primair zijn vervaardigd voor bewoning of ten behoeve van het agrarisch bedrijf, met uitzondering van kastelen, van historische buitenhuizen en buitenplaatsen, alsmede van hofjes van liefdadigheid;
|
||||
g. overige monumenten: andere monumenten dan woonhuizen en boerderijen;
|
||||
h. budget: een budget als bedoeld in artikel 5.
|
||||
f. budget: het budget, bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal beschermde monumenten dat in een gemeente is gelegen, wordt eenmaal in de vier jaar bepaald aan de hand van het register, bedoeld in artikel 6, van de wet; de eerste keer naar de stand van 1 januari 1997.
|
||||
|
||||
|
|
@ -41,12 +39,12 @@ h. budget: een budget als bedoeld in artikel 5.
|
|||
|
||||
Een subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt slechts verstrekt voorzover:
|
||||
|
||||
a. de som van de budgetten van de budgethoudende gemeente of van de provincie in het jaar of de jaren ten laste waarvan de subsidie wordt verstrekt, toereikend is; en
|
||||
b. de som van vier opeenvolgende budgetten die zijn vastgesteld voor de categorie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, waartoe het te restaureren monument behoort, toereikend is, met dien verstande dat de som van de voor een categorie vastgestelde vier opeenvolgende budgetten kan worden vermeerderd met ten hoogste 50% van de som van de voor de andere categorie vastgestelde vier opeenvolgende budgetten, onder gelijktijdige vermindering van de laatstbedoelde som met het bedrag van de vermeerdering.
|
||||
a. het budget van de budgethoudende gemeente of van de provincie in het jaar of de jaren ten laste waarvan de subsidie wordt verstrekt, toereikend is; en
|
||||
b. de som van vier opeenvolgende budgetten toereikend is.
|
||||
|
||||
**4.** Een periode van vier opeenvolgende budgetten als bedoeld in het derde lid, onderdeel *b*, valt samen met een periode van vier jaren als bedoeld in artikel 7.
|
||||
**4.** Een periode van vier opeenvolgende budgetten als bedoeld in het derde lid, onderdeel *b*, valt samen met elke periode van vier jaren, te rekenen vanaf het jaar 2002.
|
||||
|
||||
**5.** Zolang binnen een periode van vier jaren als bedoeld in het vierde lid voor een of meer jaren geen budgetten zijn vastgesteld, wordt uitsluitend om de som van het derde lid, onderdeel *b*, te kunnen maken, het voor de categorieën van monumenten, genoemd in artikel 4, tweede lid, vastgestelde budget of het gemiddelde van twee of drie vastgestelde budgetten, geacht te zijn vastgesteld voor het tweede, derde of vierde jaar.
|
||||
**5.** Zolang binnen een periode van vier jaren als bedoeld in het vierde lid voor een of meer jaren geen budget is vastgesteld, wordt uitsluitend om de som van het derde lid, onderdeel *b*, te kunnen maken, het vastgestelde budget of het gemiddelde van twee of drie vastgestelde budgetten, geacht te zijn vastgesteld voor het tweede, derde of vierde jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,21 +66,21 @@ Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verl
|
|||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per vier jaar een restauratie-behoefteraming bij Onze minister indienen vóór 1 mei van enig jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Een restauratie-behoefteraming bestaat uit een inventarisatie van alle restauraties die binnen een gemeente uitvoering behoeven, onderverdeeld in de categorie woonhuizen en boerderijen, en de categorie overige monumenten.
|
||||
**2.** Een restauratie-behoefteraming bestaat uit een inventarisatie van alle restauraties die binnen een gemeente uitvoering behoeven.
|
||||
|
||||
**3.** De inventarisatie, bedoeld in het tweede lid, wordt opgesteld volgens een door Onze minister nader voor te schrijven methode waarbij soorten van restauratie worden onderscheiden, zo nodig per categorie van monumenten, genoemd in het tweede lid.
|
||||
**3.** De inventarisatie, bedoeld in het tweede lid, wordt opgesteld volgens een door Onze minister nader voor te schrijven methode waarbij categorieën van monumenten en soorten van restauratie kunnen worden onderscheiden.
|
||||
|
||||
**4.** In een restauratie-behoefteraming worden betrokken de monumenten die naar de stand van 1 januari 1997 dan wel telkens vier jaar later in het register, bedoeld in artikel 6, van de wet zijn opgenomen, met uitzondering van de monumenten die eigendom zijn van de Staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de budgethoudende gemeenten op basis van hun restauratie-behoefteraming, voor elke categorie van monumenten, genoemd in artikel 4, tweede lid, een budget vast.
|
||||
**1.** Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de budgethoudende gemeenten op basis van hun restauratie-behoefteraming het budget vast.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de provincies op basis van de restauratie-behoefteramingen van de niet-budgethoudende gemeenten voor elke categorie van monumenten, genoemd in artikel 4, tweede lid, een budget vast.
|
||||
**2.** Onze minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober ten behoeve van de provincies op basis van de restauratie-behoefteramingen van de niet-budgethoudende gemeenten het budget vast.
|
||||
|
||||
**3.** De budgetten, bedoeld in het eerste lid, worden berekend door per categorie de verhouding van het aantal restauratie-eenheden in een gemeente tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden binnen de desbetreffende categorie te vermenigvuldigen met het bedrag dat ingevolge artikel 7 beschikbaar is voor de desbetreffende categorie.
|
||||
**3.** Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de verhouding van het aantal restauratie-eenheden in een gemeente tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in artikel 6, wil brengen.
|
||||
|
||||
**4.** De budgetten, bedoeld in het tweede lid, worden berekend door per categorie de verhouding van de som van het aantal restauratie-eenheden van de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden binnen de desbetreffende categorie te vermenigvuldigen met het bedrag dat ingevolge artikel 7 beschikbaar is voor de desbetreffende categorie.
|
||||
**4.** Het budget, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door de verhouding van de som van het aantal restauratie-eenheden van de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, tot het landelijk gemeten aantal restauratie-eenheden te vermenigvuldigen met het bedrag dat Onze minister voor de toepassing van dit besluit ten laste van de begroting van het zesde jaar, bedoeld in artikel 6, wil brengen.
|
||||
|
||||
**5.** Een restauratie-eenheid als bedoeld in het derde en vierde lid is een getal per monument dat ontstaat door van elke door Onze minister te onderscheiden werkzaamheid het geïnventariseerde aantal te vermenigvuldigen met de door Onze minister voor de door hem te onderscheiden werkzaamheden vast te stellen normgetallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,17 +92,17 @@ Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verl
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Onze minister bepaalt eenmaal in de vier jaar vóór 1 september in welke verhouding de begrotingsgelden die in de dan komende periode van vier jaren ter beschikking worden gesteld voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 2 beschikbaar zijn voor de vaststelling van budgetten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Indien een budgethoudende gemeente na 30 april een restauratie-behoefteraming indient, worden voor de desbetreffende gemeente in dat jaar geen budgetten vastgesteld.
|
||||
**1.** Indien een budgethoudende gemeente na 30 april een restauratie-behoefteraming indient, wordt voor de desbetreffende gemeente in dat jaar geen budget vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een niet-budgethoudende gemeente na 30 april een restauratie-behoefteraming heeft ingediend, wordt die restauratie-behoefteraming in dat jaar buiten de vaststelling van de budgetten gehouden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat een restauratie-behoefteraming niet is opgesteld volgens de methode, bedoeld in artikel 4, derde lid, dan wel dat daarin onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste vaststelling zou hebben geleid, kan in geval van een budgethoudende gemeente de vaststelling van de budgetten worden geweigerd, en kan in geval van een provincie die restauratie-behoefteraming buiten de vaststelling van de budgetten worden gehouden.
|
||||
**3.** Indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat een restauratie-behoefteraming niet is opgesteld volgens de methode, bedoeld in artikel 4, derde lid, dan wel dat daarin onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste vaststelling zou hebben geleid, kan in geval van een budgethoudende gemeente de vaststelling van het budget worden geweigerd, en kan in geval van een provincie die restauratie-behoefteraming buiten de vaststelling van het budget worden gehouden.
|
||||
|
||||
**4.** Een restauratie-behoefteraming die ouder is dan vier jaren wordt niet betrokken bij de vaststelling van budgetten.
|
||||
**4.** Een restauratie-behoefteraming die ouder is dan vier jaren wordt niet betrokken bij de vaststelling van het budget.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,7 +147,7 @@ Ten laste van een budget kunnen tot 1 oktober van het jaar waarop het budget bet
|
|||
|
||||
**1.** Op aanvraag van een budgethoudende gemeente betrekt het provinciaal bestuur die gemeente bij het vaststellen van het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een bij een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma betrokken budgethoudende gemeente vraagt om die betrokkenheid op te heffen, vindt de opheffing plaats met ingang van het eerste jaar van de eerst volgende periode van vier jaren, bedoeld in artikel 7.
|
||||
**2.** Indien een bij een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma betrokken budgethoudende gemeente vraagt om die betrokkenheid op te heffen, vindt de opheffing plaats met ingang van het eerste jaar van de eerst volgende periode van vier jaren, bedoeld in artikel 2, vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Afschrift van een aanvraag als bedoeld in het eerste of tweede lid zenden burgemeester en wethouders aan Onze minister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -228,8 +226,10 @@ e. Voor orgels, carillons, klokken en uurwerken, die deel uitmaken van een monum
|
|||
De percentages, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden met 30 verhoogd, indien ten tijde van de indiening van de aanvraag om subsidie bij de gemeente, de eigenaar:
|
||||
|
||||
a. een lichaam is dat niet behoort tot de belastingplichtigen, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
|
||||
b. een lichaam is als bedoeld in artikel 5, onder *d*, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969; of
|
||||
c. tevens bewoner is van het pand dat geheel behoort tot diens privé vermogen en hij de kosten van de restauratie niet kan aanmerken als aftrekbare kosten in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
|
||||
b. een lichaam is als bedoeld in artikel 5, onderdeel a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 waarop artikel 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet van toepassing is;
|
||||
c. een lichaam is als bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
|
||||
d. een lichaam is dat op grond van artikel 6 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van belasting;
|
||||
e. een natuurlijke persoon is, die de kosten van restauratie niet kan aanmerken als uitgaven waarvoor hij persoonsgebonden aftrek in de zin van artikel 6.1, tweede lid, onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 kan genieten, zulks blijkens een daartoe strekkende beslissing van de belastingdienst, en voorzover het monument door hem niet wordt gebruikt in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. De beslissing op de aanvraag
|
||||
|
||||
|
|
@ -257,7 +257,7 @@ De eigenaar aan wie een subsidie is verleend, komt in aanmerking voor een door d
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Het budget van de budgethoudende gemeente of de provincie, waarin het beschermd monument ten behoeve waarvan een subsidie is verleend, is gelegen, en dat is vastgesteld voor de categorie van monumenten, genoemd in artikel 4, tweede lid, waartoe dat beschermd monument behoort, wordt verminderd met het bedrag van de subsidie dat de beschikking tot subsidieverlening vermeldt.
|
||||
**1.** Het budget van de budgethoudende gemeente of de provincie, waarin het beschermd monument ten behoeve waarvan een subsidie is verleend, is gelegen, wordt verminderd met het bedrag van de subsidie dat de beschikking tot subsidieverlening vermeldt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de eigenaar voor de in artikel 20 bedoelde hypothecaire geldlening in aanmerking komt, wordt het desbetreffende budget van de budgethoudende gemeente of de provincie tevens verminderd met een bedrag ter grootte van 30% van de subsidiabele restauratiekosten.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue