From 62f99a710a4ccea2d2bbeefc3a62076c1868c2b5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jul 2023 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2023-07-01 | BWBR0048350 | Regeling Tijdelijke wet Groningen --- .../BWBR0048350/README.md | 231 ++---------------- 1 file changed, 20 insertions(+), 211 deletions(-) diff --git a/ministeriele-regeling/regeling-tijdelijke-wet-groningen/BWBR0048350/README.md b/ministeriele-regeling/regeling-tijdelijke-wet-groningen/BWBR0048350/README.md index 707a833d269..a695a3d7e66 100644 --- a/ministeriele-regeling/regeling-tijdelijke-wet-groningen/BWBR0048350/README.md +++ b/ministeriele-regeling/regeling-tijdelijke-wet-groningen/BWBR0048350/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Regeling Tijdelijke wet Groningen bwb_id: BWBR0048350 type: ministeriele-regeling status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2023-09-26' +datum_inwerkingtreding: '2023-07-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0048350 citeertitel: Regeling Tijdelijke wet Groningen --- @@ -18,76 +18,21 @@ In deze regeling wordt verstaan onder: - *adres:* adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; - *appartementsrecht:* appartementsrecht als bedoeld in artikel 106, vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; -- *benadeelde:* natuurlijk persoon die geen onderneming drijft of micro-onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, van bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187), die zich in een bijzondere situatie bevindt of een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zich in een vastgelopen situatie bevindt; - *beoordeling:* beoordeling of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 13i, eerste lid, of artikel 13ia, eerste lid, van de wet; - *Besluit:* Besluit Tijdelijke wet Groningen; -- *bijzondere situatie:* situatie als bedoeld in artikel 1a.1, tweede lid; - *constructief verbonden gebouwen:* gebouwen die met elkaar verbonden zijn door een gemeenschappelijke tussen- of scheidingsmuur of een gezamenlijke dakconstructie dan wel anderszins op zodanige wijze verbonden zijn dat het slopen van een bouwkundige constructie redelijkerwijs een aangrenzende bouwkundige constructie kan doen instorten; - *gebouw met een licht verhoogd risico:* gebouw met een licht verhoogd risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit; - *gebouw met een normaal risico:* gebouw met een normaal risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit; - *gebouw met een verhoogd risico:* gebouw met een verhoogd risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit; -- *Minister:* Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; +- *Minister:* Minister van Economische Zaken en Klimaat; - *openbare registers:* openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; - *openingsratio:* verhouding tussen het totale oppervlak van deuren en ramen in een gevel ten opzichte van het totale geveloppervlak; -- *oplossen:* bieden van financiële en andersoortige bijstand; - *piekgrondversnelling:* hoogste waarde op maaiveldniveau van de grondversnelling tijdens een aardbevingamplitude van de grootste absolute versnelling geregistreerd op een locatie tijdens een aardbeving; - *projectmatige aanpak:* de beoordeling, de voorbereiding of de uitvoering van de versterking voor een verzameling gebouwen van dezelfde eigenaar op basis van een overkoepelend plan; - *toegelaten instelling:* toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet; -- *vastgelopen situatie:* situatie als bedoeld in artikel 1a.1, derde lid; - *vereniging van eigenaars:* vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 124, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. -### Paragraaf 1a. Knelpuntentaak - -### Artikel 1a.1 - -**1.** Het Instituut heeft de taak knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, op te lossen die ontstaan door het kader, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de wet. - -**2.** - -Het Instituut heeft de taak een bijzondere situatie op te lossen waarin de benadeelde: - -a. schade heeft geleden of ten aanzien van het gebouw waarvan hij eigenaar is een versterkingsbesluit ontvangt of heeft ontvangen; -b. een aantoonbaar medisch, psychisch of sociaal probleem heeft; en -c. door persoonlijke omstandigheden in ernstige financiële problemen is gekomen of dreigt te komen of failliet is gegaan of dreigt te gaan. - -**3.** - -Het Instituut heeft de taak een vastgelopen situatie op te lossen waarin de benadeelde: - -a. in schrijnende omstandigheden terecht is gekomen of dreigt te komen: - -1°. doordat de algehele staat of conditie van het te herstellen of versterken pand zwak is als gevolg van constructieve problemen; of -2°. door andere factoren; -b. eigenaar is van een gebouw gelegen in een gemeente in het gebied waar het Instituut het bewijsvermoeden, bedoeld in artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek toepast; en -c. in een situatie verkeert die niet op redelijke of adequate wijze kan worden opgelost met behulp van bestaande voorzieningen. - -### Artikel 1a.2 - -Het Instituut verzoekt de Commissie bijzondere situaties, bedoeld in artikel 2 van het Instellingsbesluit Commissie bijzondere situaties om advies over hulp in bijzondere situaties. - -### Artikel 1a.3 - -Het Instituut verzoekt een door de Minister benoemde onafhankelijk adviseur om advies over het oplossen van vastgelopen situaties. Het Instituut voorziet in de ondersteuning van de onafhankelijk adviseur. - -### Artikel 1a.4 - -**1.** - -Een bijzondere situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door: - -a. een burgemeester van een gemeente in het gebied waar het Instituut het bewijsvermoeden, bedoeld in artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, toepast en waarin de benadeelde woonachtig is; -b. de Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman; of -c. regionale zorg- en hulpverleners. - -**2.** - -Een vastgelopen situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door: - -a. een burgemeester van een gemeente, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a; -b. de Minister; of -c. het Instituut. - ### Paragraaf 2. Verrijking risicoprofielen ### Artikel 2.1 @@ -135,13 +80,9 @@ De vergoeding wordt vastgesteld op basis van: a. de in bijlage 2 opgenomen standaardbedragen; of b. de door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen standaardbedragen in bijlage 2 zijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. -**2.** De vergoeding omvat mede een aanspraak ter hoogte van € 890,50, berekend op basis van 6,5 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 voor het inschakelen van een bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur. +**2.** In gevallen waarin door de bijzondere omstandigheden van het geval de vergoeding te laag is en dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister deze verhogen. -**3.** In gevallen waarin door de bijzondere omstandigheden van het geval de vergoeding te laag is en dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister deze verhogen. - -**4.** Indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast, kunnen de standaardbedragen en de offertes of bewijsstukken betrekking hebben op meerdere gebouwen binnen het project. - -**5.** Op het tweede lid zijn de artikelen 8a.1, 8a.2, 8a.4 en 8a.5 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over ‘het Instituut of de Minister’ dit gelezen moet worden als ‘de Minister’, dat in artikel 8a.4, eerste lid, voor ‘artikel 8a.3, eerste lid’ gelezen moet worden ‘artikel 3.3, tweede lid’ en dat in artikel 8a.5, eerste lid, voor ‘artikel 8a.3’ gelezen moet worden ‘artikel 3.3, tweede lid’. +**3.** Indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast, kunnen de standaardbedragen en de offertes of bewijsstukken betrekking hebben op meerdere gebouwen binnen het project. ### Artikel 3.4 @@ -157,7 +98,7 @@ b. de door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, **2.** Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen ontwerpfase. -**3.** De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het besluit tot vergoeding aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd. +**3.** De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. **4.** De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken. @@ -195,7 +136,7 @@ c. andere kosten waarvan de Minister op verzoek van de eigenaar voorafgaand aan **2.** Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen uitvoeringsfase. -**3.** De Minister betaalt uit het budget de kosten voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen van derden of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het versterkingsbesluit aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd. +**3.** De Minister betaalt uit het budget de kosten voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen van derden of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. **4.** De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken. @@ -249,10 +190,11 @@ Bij het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 13ja van de wet overle a. een uitvoeringsontwerp, inclusief kostenraming; b. een verklaring van de opdrachtnemer, bedoeld in artikel 4.1, dat het gebouw na uitvoering van de maatregelen aan de veiligheidsnorm voldoet; -c. een budgetaanvraag voor de uitvoering van het uitvoeringsontwerp, indien de eigenaar deze in eigen beheer wenst uit te voeren; -d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van ten hoogste drie maanden oud, indien de aanvrager een rechtspersoon is; -e. een getekend machtigingsformulier, indien een gemachtigde de aanvraag doet; -f. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eigenaar deze niet zelf indient. +c. een overdracht van zijn vordering tot vergoeding van schade op de exploitant ter zake van de kosten van de versterkingsmaatregelen, bedoeld in artikel 13i, vierde lid, van de wet; +d. een budgetaanvraag voor de uitvoering van het uitvoeringsontwerp, indien de eigenaar deze in eigen beheer wenst uit te voeren; +e. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van ten hoogste drie maanden oud, indien de aanvrager een rechtspersoon is; +f. een getekend machtigingsformulier, indien een gemachtigde de aanvraag doet; +g. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eigenaar deze niet zelf indient. **2.** Het uitvoeringsontwerp, inclusief de kostenraming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt opgesteld volgens detailniveau 6 van de NEN 2699:2017 en maakt duidelijk welke activiteiten die zijn opgenomen in het uitvoeringsontwerp niet noodzakelijk zijn om het gebouw te laten voldoen aan de veiligheidsnorm. @@ -262,7 +204,7 @@ f. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eige **1.** Een eigenaar komt in aanmerking voor vergoeding van de schade die optreedt ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 10g, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit indien de schade op verzoek van de eigenaar niet door de Minister in natura wordt hersteld. -**2.** Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, komt niet in aanmerking voor vergoeding van de schade die een direct gevolg is van de voorbereiding of uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 13m, eerste lid, onderdeel b, van de wet indien hij de rechtmatige gebruiker is van een gebouw van een toegelaten instelling, tenzij de vergoeding betrekking heeft op compensatie voor ongemak, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, eerste rij, of op vergoeding voor eigen tijd, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, elfde rij. +**2.** Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, komt niet in aanmerking voor vergoeding van de schade die een direct gevolg is van de voorbereiding of uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 13m, eerste lid, onderdeel b, van de wet indien hij de rechtmatige gebruiker is van een gebouw van een toegelaten instelling. **3.** @@ -288,13 +230,7 @@ b. hij die voorziening zelf heeft aangebracht, of kan aantonen dat hij deze tege ### Artikel 7.2 -**1.** - -De vergoeding wordt vastgesteld op basis van: - -a. de bedragen, genoemd of bedoeld in bijlage 2; -b. de overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen bedragen in bijlage 2 zijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd; of -c. het door de Minister gehanteerde rekenmodel. +**1.** De vergoeding wordt vastgesteld op basis van de in bijlage 2 opgenomen standaardbedragen, de overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes en bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, of door middel van het door de Minister gehanteerde rekenmodel. **2.** Indien de vergoeding niet overeenkomstig het eerste lid kan worden vastgesteld, stelt de Minister een onafhankelijk adviseur als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan die een advies uitbrengt over de hoogte van de vergoeding. @@ -320,132 +256,21 @@ De Minister kan de schadevergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien Als gevallen als bedoeld in artikel 13j, derde lid, van de wet waarvoor de redelijke termijn voor het nemen van een versterkingsbesluit maximaal zes maanden bedraagt na de dagtekening van de beoordeling en waarvoor de verlenging van die termijn maximaal zes maanden bedraagt, worden aangewezen gevallen waarin uit de beoordeling, uitgevoerd op basis van een typologie, blijkt dat de soort maatregelen die nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, ertoe leiden dat de uitvoering van de versterking naar verwachting ten hoogste vier maanden in beslag zal nemen. -### Paragraaf 8a. Vergoeding bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies - -### Artikel 8a.1 - -**1.** - -De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: - -a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van bouwprocessen, blijkens: - -1°. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4; -2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en -3°. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten; -b. op de hoogte is van huidige eisen ten aanzien van vergunningen en relevante regelgeving; -c. versterkingsadviezen kan vertalen in versterkingsmaatregelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het versterkingstraject; -d. rapporten over schade en schadecalculaties kan beoordelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het schadetraject; en -e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. - -**2.** - -De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bodemkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: - -a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van bodemonderzoek, blijkens: - -1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op funderingstechnologie; en -2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; -b. literatuuronderzoek kan verrichten naar geohydrologische omstandigheden; -c. grondboringen kan laten uitvoeren en beoordelen; -d. bodemmonsters kan laten afnemen en analyseren; -e. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; -f. een bodemkundige opbouw kan beschrijven en over de risico’s voor de gebouwde omgeving kan adviseren; -g. toezicht kan houden op bouwprojecten bij grondverzet-, hei- en bronbemalingsactiviteiten; en -h. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. - -**3.** - -De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor ecologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: - -a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van natuurbescherming, soortherkenning en het zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten, blijkens: - -1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op ecologie of biologie; -2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; en -3°. binnen de kaders van het soortenmanagementplan, bedoeld in bijlage I, onderdeel A, van de Omgevingsregeling, aantoonbare ecologische kennis en ervaring heeft in soort-specifieke ecologie; -b. de potentie van gebouwen voor soorten kan herkennen; -c. kennis heeft van algemeen erkende onderzoeksmethoden; -d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; -e. specifieke ecologische maatregelen, die gerelateerd zijn aan het schade- of versterkingstraject, kan begeleiden en controleren, en oplossingen kan bieden indien hierdoor knelpunten ontstaan; -f. kan adviseren over het natuurvrij maken buiten de gestelde reguliere perioden of de impact van de voorgestelde ecologische maatregelen kan aanduiden; en -g. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. - -**4.** - -De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor hydrologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: - -a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van grondwaterpeil en grondwateronttrekkingen, blijkens: - -1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op geohydrologie; en -2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; -b. bureau- of effectenstudies kan uitvoeren op basis van beschikbare grondwatermodellen en grondwaterpeilingen; -c. grondwaterpeilingen kan laten uitvoeren; -d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; en -e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. - -**5.** - -De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur: - -a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van persoonlijke financiën, blijkens: - -1°. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en -2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en -b. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister. - -### Artikel 8a.2 - -Bij het indienen van een aanvraag voor de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, bij het Instituut respectievelijk de Minister, overlegt de eigenaar de naam en contactgegevens van de bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur waarvan de eigenaar gebruik wenst te maken. - -### Artikel 8a.3 - -**1.** Het Instituut of de Minister verstrekt de vergoeding aan de eigenaar in de vorm van een aanspraak ter hoogte van € 2.740, berekend op basis van 20 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 per uur. - -**2.** Het Instituut of de Minister neemt een besluit over de aanspraak op vergoeding binnen vier weken na de ontvangst van de aanvraag. - -### Artikel 8a.4 - -**1.** Indien het aantal arbeidsuren, genoemd in artikel 8a.3, eerste lid, ontoereikend blijkt door de complexiteit van het te leveren bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, kan de eigenaar een aanvraag tot vergoeding van aanvullende arbeidsuren doen. - -**2.** Bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de eigenaar een raming en onderbouwing van de verwachte aanvullende benodigde arbeidsuren voor het bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies aan de Minister of het Instituut. - -**3.** Het Instituut of de Minister neemt een besluit over het verhogen van de aanspraak op vergoeding binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag. - -### Artikel 8a.5 - -**1.** Het Instituut of de Minister betaalt de vergoeding aan degene die de kosten voor het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies bij de eigenaar in rekening brengt, op basis van een gespecificeerde factuur. De vergoeding bedraagt niet meer dan de hoogte van de aanspraak, bedoeld in artikel 8a.3, eventueel verhoogd op grond van artikel 8a.4. - -**2.** De factuur, op basis waarvan de vergoeding betaald wordt, is voorzien van een handtekening van de eigenaar. De eigenaar verklaart hiermee akkoord te zijn met de arbeidsuren die de adviseur heeft gefactureerd. - -**3.** De vergoeding wordt betaald binnen 30 dagen na het overleggen van de ondertekende factuur. - -### Artikel 8a.6 - -Vervallen - -### Artikel 8a.7 - -**1.** De artikelen 8a.1, tweede lid, 8a.2, 8a.3, 8a.4 en 8a.5 zijn van overeenkomstige toepassing op de rechtmatige gebruiker van een gebouw niet zijnde de eigenaar voor de kosten die hij maakt voor financieel advies, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over ‘eigenaar’ dit gelezen moet worden als ‘rechtmatige gebruiker van een gebouw niet zijnde de eigenaar’ en waar wordt gesproken over ‘artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet’ dit gelezen moet worden als ‘artikel 13m, eerste lid, van de wet’. - -**2.** Artikel 7.1, tweede lid, is niet van toepassing op het eerste lid. - ### Paragraaf 9. Herbeoordeling ### Artikel 9.1 -Vervallen +Het tijdstip, bedoeld in artikel 22b, vierde lid, van de wet is 1 januari 2024. ### Artikel 9.2 -**1.** Indien uit een beoordeling die heeft plaatsgevonden volgens de NPR 9998:2018 tijdvak 2 of een eerdere versie van de NPR 9998 blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, stelt de Minister op verzoek van de eigenaar vast of het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet overeenkomstig artikel 10f, eerste lid, van het Besluit, tenzij voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen al een versterkingsbesluit is genomen, of een aannemingsovereenkomst of depotovereenkomst is gesloten. +**1.** Indien uit een beoordeling die heeft plaatsgevonden volgens de NPR 9998:2018 tijdvak 2 of een eerdere versie van de NPR 9998 blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, kan de eigenaar de Minister verzoeken vast te stellen of het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet overeenkomstig artikel 10f, eerste lid, van het Besluit, tenzij voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen al een versterkingsbesluit is genomen, of een aannemingsovereenkomst of depotovereenkomst is gesloten. **2.** Indien een gebouw is gesplitst in appartementsrechten en de versterkingsmaatregelen uit het versterkingsadvies ook zien op de gemeenschappelijke delen, wordt het verzoek gedaan door de vereniging van eigenaars. -**3.** Indien het gebouw constructief is verbonden met andere gebouwen, overlegt de Minister met de eigenaren van alle constructief verbonden gebouwen of de herbeoordeling wordt uitgevoerd voor al deze gebouwen. Indien hiervoor steun ontbreekt, kan de Minister beslissen of deze herbeoordeling desondanks plaatsvindt. +**3.** Het verzoek wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld formulier. -**4.** Het verzoek wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld formulier. - -**5.** Het verzoek kan worden gedaan tot en met het tijdstip dat vermeld is in de brief waarmee het formulier aan de eigenaar wordt verstrekt. Dat tijdstip is ten minste zes maanden na dagtekening van die brief. +**4.** Het verzoek kan worden gedaan tot en met het tijdstip dat vermeld is in de brief waarmee het formulier aan de eigenaar wordt verstrekt. Dat tijdstip is ten minste zes maanden na dagtekening van die brief. ### Artikel 9.3 @@ -506,19 +331,11 @@ De individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, bedoeld in artike Als de te hanteren versie van de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, vijfde lid, aanhef, van het Besluit, wordt de NPR 9998:2020 aangewezen. -### Paragraaf 11. Hoogte financiële middelen duurzaam herstel en oplossen knelpunten +### Paragraaf 11. Hoogte financiële middelen duurzaam herstel ### Artikel 11.1 -De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut inzake tegemoetkomingen in het kader van duurzaam herstel als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de wet is het bedrag opgenomen voor Duurzaam herstel in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. - -### Artikel 11.2 - -**1.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, die ontstaan door het kader, bedoeld in artikel 2, zesde lid van de wet, is het bedrag opgenomen voor de knelpunten IMG in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. - -**2.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het bijzondere situaties betreft het bedrag opgenomen voor de Commissie bijzondere situaties in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. - -**3.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut en de Minister voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het vastgelopen situaties betreft het bedrag opgenomen voor vastgelopen dossiers in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar. +De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut inzake tegemoetkomingen in het kader van duurzaam herstel als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de wet is het bedrag opgenomen voor Duurzaam herstel in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het desbetreffende jaar. ### Paragraaf 12. Overgangsrecht en slotbepalingen @@ -534,20 +351,12 @@ De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut inzake ### Artikel 12.2 -Indien een subsidie, vergoeding of tegemoetkoming is verstrekt op basis van een in artikel 12.4 genoemde ministeriële regeling of beleidsregel of op basis van een overeenkomst die is gesloten voor 1 juli 2023, wordt voor dezelfde activiteit geen vergoeding verstrekt op basis van deze regeling. +Indien een subsidie, vergoeding of tegemoetkoming is verstrekt op basis van een in artikel 12.4 genoemde ministeriële regeling of beleidsregel, wordt voor dezelfde activiteit geen vergoeding verstrekt op basis van deze regeling. ### Artikel 12.3 Met de beroepseisen ter zake van een opdrachtnemer die de beoordeling, het ontwerp van maatregelen of de uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in deze regeling uitvoert worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. -### Artikel 12.3a - -Met de beroepseisen ter zake van het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, genoemd in deze regeling, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. - -### Artikel 12.3b - -Op aanvragen die zijn ingediend, op subsidies die zijn verleend en op subsidies die zijn vastgesteld op grond van de Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen blijft die regeling van toepassing. - ### Artikel 12.4 De volgende ministeriële regeling en beleidsregels worden ingetrokken: