diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index 27acd7400d9..4125dc7b125 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -1100,7 +1100,7 @@ Op grond van artikel 2d Vw, juncto artikel 1.16 VV vraagt de IND voor de beoorde • bewijs van inschrijving van een opleiding in het CROHO-register; • bewijs van inschrijving in het register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van BuZa; • bewijs van inschrijving in het register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid; -• bewijs dat voortgezet onderwijs wordt aangeboden als bedoeld in artikel 1.4 Wet op het voortgezet onderwijs 2020; +• bewijs dat voortgezet onderwijs wordt aangeboden als bedoeld in artikel 1.4 Wet voortgezet onderwijs 2020; • bewijs dat beroepsonderwijs wordt aangeboden als bedoeld in artikel 1.2.1 Wet educatie en beroepsonderwijs; • bewijs van vermelding in het NARCIS; • bewijs van vermelding in het Register Normering Arbeid; en @@ -1884,7 +1884,7 @@ Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb en artikel 3.22 VV beschouwt de IND mi Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Studie’. -De IND vermeldt op het verblijfsdocument: ‘Studie, mobiliteit cf. aanvullend document’. Als de vreemdeling gebruik gaat maken van mobiliteit binnen de Europese Unie ontvangt hij van de IND een aanvullend document waarop het onderwijsprogramma met mobiliteitsmaatregelen vermeld staat. +De IND vermeldt op het verblijfsdocument: ‘Studie, mobiliteit cf. aanvullend document’. Als de vreemdeling gebruik gaat maken van mobiliteit binnen de EU ontvangt hij van de IND een aanvullend document waarop het onderwijsprogramma met mobiliteitsmaatregelen vermeld staat. Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid in loondienst niet toegestaan’. @@ -1892,20 +1892,20 @@ De werkgever kan pas in het bezit worden gesteld van een TWV voor een vreemdelin De werkzaamheden mogen verricht worden zonder TWV als de vreemdeling: -− in het bezit is van een verblijfsvergunning voor studie en arbeid als zelfstandige verricht; of -− als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie. +• in het bezit is van een verblijfsvergunning voor studie en arbeid als zelfstandige verricht; of +• als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie. -Ook de vreemdeling die in het kader van inkomende mobiliteit voor studenten in Nederland verblijft, mag werkzaamheden verrichten. Evenzeer heeft te gelden dat een TWV is vereist voor arbeid van bijkomende aard en andere arbeid in loondienst niet is toegestaan. Het aantonen van het verblijfsrecht in kader van mobiliteit binnen de Europese Unie alsmede een verblijfssticker in het paspoort van de vreemdeling is voldoende voor afgifte van de TWV. +Ook de vreemdeling die in het kader van inkomende mobiliteit voor studenten in Nederland verblijft, mag werkzaamheden verrichten. Ook hier geldt dat een TWV is vereist voor arbeid van bijkomende aard en andere arbeid in loondienst niet is toegestaan. Het aantonen van het verblijfsrecht in kader van mobiliteit binnen de EU alsmede een verblijfssticker in het paspoort van de vreemdeling is voldoende voor afgifte van de TWV. -Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten. +Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb kan aan de afgifte van de verblijfsvergunning het voorschrift verbonden worden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten. De vreemdeling die uitsluitend om studieredenen in Nederland verblijft, is niet verzekeringsplichtig in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De vreemdeling kan dan geen basisverzekering afsluiten in Nederland. -Een (buitenlandse) ziektekostenverzekering volstaat bij studie, mits deze voldoende dekking biedt in Nederland. Een (buitenlandse) ziektekostenverzekering waarin een uitsluitingsclausule is opgenomen voor nog niet bekende kwalen wordt niet geaccepteerd, omdat deze onvoldoende dekking biedt. +Een (buitenlandse) ziektekostenverzekering volstaat bij studie, voor zover deze voldoende dekking biedt in Nederland. Een (buitenlandse) ziektekostenverzekering waarin een uitsluitingsclausule is opgenomen voor nog niet bekende kwalen wordt niet geaccepteerd, omdat deze onvoldoende dekking biedt. Wanneer de vreemdeling naast de studie (vrijwilligers)werk gaat verrichten (niet zijnde stage in het kader van de studie), is de vreemdeling verzekeringsplichtig in het kader van de Zvw en moet hij een basisverzekering in Nederland afsluiten. -Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar. +Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar. De IND verleent de verblijfsvergunning in het kader van de pilot ‘Inkomende mobiliteit mbo4’ voor de duur van maximaal twaalf maanden. @@ -3710,7 +3710,8 @@ In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen voor vreemdelingen die in Nederlan • plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996; • verblijf van vreemdelingen die zich in de terminale fase van een ziekte bevinden; • verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel; -• verblijf als beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid. +• verblijf als beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid; +• mensenrechtenverdedigers. De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.6, 3.46, 3.48, 3.49, 3.99a, 3.102b, 61c en 6.1d Vb. @@ -4615,7 +4616,7 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de #### 13.7. Verlenging en intrekking -De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, of trekt deze in als niet aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: +De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, of trekt deze in als een van de volgende situaties zich voordoet: 1. De geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling door de kinderrechter is niet verlengd; of 2. Uit advies van de DT&V blijkt dat de ondertoezichtstelling inmiddels kan worden overgedragen aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend. @@ -4688,6 +4689,34 @@ De vreemdeling kan: Bij beëindiging van het beschermingsprogramma zal de IND de verblijfsvergunning in beginsel intrekken. Als tussentijds blijkt dat de betreffende vreemdeling niet langer voldoet aan één van de voorwaarden die aan het verblijfsrecht is verbonden, beoordeelt de IND of dit aanleiding is het verblijfsrecht te beëindigen. +### 15. Mensenrechtenverdedigers + +#### 15.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon + +De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo. artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder h, VV een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan mensenrechtenverdedigers, indien zij deelnemen aan het programma van ICORN (Vluchtstad) en er een daartoe strekkend verzoek is gedaan door een desbetreffende aan ICORN deelnemende gemeente. + +#### 15.2. Beleidsregels voor de gezinsleden van de hoofdpersoon + +De IND verleent een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo. artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder h, VV aan de (adoptie- of pleeg)kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner die feitelijk behoren tot het gezin van de hoofdpersoon. + +De hoofdpersoon moet aantonen dat zijn (adoptie- of pleeg)kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner op het moment van binnenkomst van de hoofdpersoon in Nederland feitelijk tot zijn gezin behoren en dat de feitelijke gezinsband niet verbroken is. + +#### 15.3. Middelen van bestaan + +Deelnemers aan het programma van ICORN (Vluchtstad) zijn vrijgesteld van het middelenvereiste, omdat de desbetreffende gemeente zorgt draagt voor de middelen voor het levensonderhoud van de deelnemers en hun gezinsleden. + +#### 15.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur + +Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’. + +Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. + +Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het beleid inzake mensenrechtenverdedigers met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar. + +De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het beleid inzake mensenrechtenverdedigers niet. + +Bij beëindiging van deelname aan het programma van ICORN (Vluchtstad) zal de IND de verblijfsvergunning in beginsel intrekken. + ## B9. Humanitair niet-tijdelijk ### 1. Inleiding @@ -6395,7 +6424,7 @@ Als het afhankelijke gezinslid van de ex-geprivilegieerde niet zelfstandig en du ### 1. Inleiding -Vanwege de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) is een onderdaan van het VK (hierna: VK-onderdaan) na 31 januari 2020 geen burger van de Unie meer. De EU en het VK hebben een terugtrekkingsakkoord 1Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and te European Energy Community, as agreed at negotiators’ level on 12 november 2019 bereikt, dat is geratificeerd door het VK en goedgekeurd door de Europese Unie. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe Nederland het terugtrekkingsakkoord uitvoert ten behoeve van de beoordeling van de verblijfsaanspraken van een VK-onderdaan en de daarmee verband houdende afgifte van verblijfsdocumenten. +Vanwege de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU is een onderdaan van het VK (hierna: VK-onderdaan) na 31 januari 2020 geen burger van de Unie meer. De EU en het VK hebben een terugtrekkingsakkoord 1Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and te European Energy Community, as agreed at negotiators’ level on 12 november 2019 bereikt, dat is geratificeerd door het VK en goedgekeurd door de EU. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe Nederland het terugtrekkingsakkoord uitvoert ten behoeve van de beoordeling van de verblijfsaanspraken van een VK-onderdaan en de daarmee verband houdende afgifte van verblijfsdocumenten. Onderdeel van het terugtrekkingsakkoord is een overgangsperiode. De overgangsperiode ging in op 31 januari 2020 en is geëindigd op 31 december 2020. Tijdens deze overgangsperiode behield een VK-onderdaan en zijn familieleden die vóór 31 januari 2020 in Nederland woonden, het recht om te verblijven, werken en studeren, binnen de kaders van de richtlijn 2004/38/EG. @@ -6403,18 +6432,18 @@ Het terugtrekkingsakkoord biedt lidstaten op grond van artikel 19, eerste lid de Na indiening van de aanvraag beoordeelt de IND of de VK-onderdaan en zijn familielid op grond van het terugtrekkingsakkoord in aanmerking komt voor: -− een verblijfsdocument als het verblijfsrecht korter is dan 5 jaar als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc; of -− duurzaam verblijfsrecht onder de voorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. +– een verblijfsdocument als het verblijfsrecht korter is dan 5 jaar als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc; of +– duurzaam verblijfsrecht onder de voorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. De IND verstaat onder een familielid van de VK-onderdaan: een familielid als bedoeld en omschreven in artikel 9 en 10 van het terugtrekkingsakkoord en uitgewerkt in artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit, ongeacht hun nationaliteit. Een VK-onderdaan die na 31 december 2020 naar Nederland komt en hier wil verblijven kan geen aanspraak maken op een verblijfsvergunning op grond van het terugtrekkingsakkoord. Hij is derdelander op wie het algemene reguliere beleid van hoofdstuk B1 Vc van toepassing is. -Een familielid van een VK-onderdaan als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, onderdeel ii van het terugtrekkingsakkoord en artikel 10, derde en vierde lid van het terugtrekkingsakkoord heeft het recht om zijn verblijf in Nederland na 31 december 2020 aan te vangen. Het verblijfsrecht van een familielid van een VK-onderdaan gaat in dat geval in vanaf het moment dat het familielid een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in paragraaf B13/2.3 Vc, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: +Een familielid van een VK-onderdaan als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, onderdeel ii van het terugtrekkingsakkoord en artikel 10, derde en vierde lid van het terugtrekkingsakkoord heeft het recht om zijn verblijf in Nederland na 31 december 2020 aan te vangen. Het verblijfsrecht van een familielid van een VK-onderdaan gaat in dat geval in vanaf het moment dat het familielid een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in paragraaf B13/2.3 Vc. Daarbij moet zowel aan de voorwaarden uit de hiervoor genoemde leden van artikel 10 van het terugtrekkingsakkoord worden voldaan als aan de volgende voorwaarden: -− de VK-onderdaan en het familielid voldoen aan de verblijfsvoorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc; -− het familielid was al vóór 1 januari 2021 familielid van de VK-onderdaan; en -− er is geen sprake is van een contra-indicatie als bedoeld in paragraaf B13/2.2 Vc. +– de VK-onderdaan en het familielid voldoen aan de verblijfsvoorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc; +– het familielid was al vóór 1 januari 2021 familielid van de VK-onderdaan; en +– er is geen sprake is van een contra-indicatie als bedoeld in paragraaf B13/2.2 Vc. Voor de overige in artikel 10 van het terugtrekkingsakkoord vermelde familieleden geldt dat in het geval zij hun verblijf na 31 december 2020 aanvangen het algemene reguliere beleid van hoofdstuk B1 Vc van toepassing is. @@ -6477,11 +6506,16 @@ De IND verleent het verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc met in #### 2.4. Beëindiging van het verblijfsrecht +De IND beëindigt, op grond van artikel 15, lid 2, terugtrekkingsakkoord, het verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc als (het familielid van) de VK-onderdaan: + +• op of na 1 oktober 2023 niet in Nederland verblijft en die afwezigheid uit Nederland meer dan zes maanden per jaar bedraagt; of +• op of na 1 april 2024 niet in Nederland verblijft, als die afwezigheid uit Nederland verband houdt met belangrijke redenen zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding en langer dan twaalf achtereenvolgende maanden bedraagt. + De IND beëindigt het verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc met terugwerkende kracht bij rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van het verblijfsdocument (zie paragraaf B10/2.3 Vc). De IND beëindigt het verblijfsrecht van de VK-onderdaan en zijn familielid als de VK-onderdaan of het familielid een gevaar voor de openbare orde vormt als bedoeld in artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord. -Indien zich na de verlening van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc, maar vóór het einde van de overgangsperiode, nieuwe omstandigheden op het gebied van openbare orde voordoen op grond waarvan het verblijfsrecht kan worden ingetrokken, zijn de bepalingen van hoofdstuk 6 van richtlijn 2004/38/EG van toepassing. Bij openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op 31 december 2020 geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Als het misdrijf ná 31 december 2020 is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc. +Indien na de verlening van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc, maar vóór het einde van de overgangsperiode, nieuwe omstandigheden op het gebied van openbare orde zich voordoen op grond waarvan het verblijfsrecht kan worden ingetrokken, zijn de bepalingen van hoofdstuk 6 van richtlijn 2004/38/EG van toepassing. Bij openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op 31 december 2020 geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Als het misdrijf ná 31 december 2020 is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc. Als een economisch niet-actieve VK-onderdaan of zijn familielid een beroep doet op de algemene middelen, is ten aanzien van de beoordeling van de verblijfsrechtelijke gevolgen de inhoud van het onderdeel ‘Beroep op de algemene middelen’ van paragraaf B10/2.3 Vc van toepassing.