2010-02-01 | BWBR0027683 | Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2010–2011
This commit is contained in:
parent
0a33316831
commit
635148887a
1 changed files with 56 additions and 80 deletions
|
|
@ -42,7 +42,7 @@ citeertitel: Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het school
|
|||
22 *Netto-loonkosten:* het betreft hier de bruto loonkosten minus de eventuele brutokortingen vermeerderd met de werkgeverslasten.
|
||||
23 *OALT:* Onderwijs in Allochtone Levende Talen zoals bedoeld in de voormalige Afdeling 10 van de WEC (die kwam te vervallen per 1 augustus 2004).
|
||||
24 *Onderwijsassistent in opleiding:* de functie als bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO.
|
||||
25 *Onderwijspersoneel:* Directieleden, leraren en onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking bij het bevoegd gezag als hierboven bedoeld en leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 17c, derde lid, WPO, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling.
|
||||
25 *Onderwijspersoneel:* directieleden, leraren en onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking bij het bevoegd gezag als hierboven bedoeld.
|
||||
26 *Ontslag:* beëindiging van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het eindigen of de beëindiging van een dienstverband voor bepaalde tijd, of een tijdelijke uitbreiding van een (vast) dienstverband, wordt ongeacht de reden met ontslag gelijkgesteld.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit Reglement wordt met ontslag niet gelijkgesteld:
|
||||
|
|
@ -422,33 +422,33 @@ Hiervoor zijn vijf vragen opgesteld. Indien het antwoord op een of meer van deze
|
|||
|
||||
**Ontslaggrond**
|
||||
|
||||
In het geval een werkgever de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, kan ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden een grond zijn voor de toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden doet zich voor indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk zijn aan de omvang van het gemelde ontslag. Indien van een dergelijke daling sprake is, is ontslagruimte aanwezig.
|
||||
In het geval een werkgever de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, kan ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel een grond zijn voor de toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel doet zich voor indien de daling van de rijksbekostiging van personeel inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. Indien van een dergelijke daling sprake is, is ontslagruimte aanwezig.
|
||||
|
||||
**7.2.**
|
||||
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden**
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel**
|
||||
|
||||
Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel.
|
||||
Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging van personeel direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel.
|
||||
|
||||
Het niveau van de vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden is afhankelijk van één van de onderstaande situaties:
|
||||
Het niveau van de vergelijking van de rijksbekostiging personeel is afhankelijk van één van de onderstaande situaties:
|
||||
|
||||
**7.2.1.**
|
||||
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden op bestuursniveau**
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel op bestuursniveau**
|
||||
|
||||
De vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden wordt op bestuursniveau gemaakt, tenzij er sprake is van een in artikel 7.2.2 of 7.2.3 genoemde situatie.
|
||||
De vergelijking van de rijksbekostiging personeel wordt op bestuursniveau gemaakt, tenzij er sprake is van een in artikel 7.2.2 of 7.2.3 genoemde situatie.
|
||||
|
||||
**7.2.2.**
|
||||
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het bkb-Samenwerkingsverband**
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van het Samenwerkingsverband**
|
||||
|
||||
Het ontslag wordt getoetst op het niveau van het samenwerkingsverband indien er sprake is van een samenwerkingsverband in het kader van een bestuurlijke krachtenbundeling. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging zoals is beschreven in artikel 7.2. op het niveau van het samenwerkingsverband vergeleken.
|
||||
Het ontslag wordt getoetst op het niveau van het samenwerkingsverband indien er sprake is van een samenwerkingsverband in het kader van een bestuurlijke krachtenbundeling. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging zoals is beschreven in artikel 7.2 op het niveau van het samenwerkingsverband vergeleken.
|
||||
|
||||
**7.2.3.**
|
||||
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van een centrale dienst**
|
||||
**Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van een centrale dienst**
|
||||
|
||||
Het ontslag wordt getoetst op het niveau van de centrale dienst indien er sprake is van ontslag van personeel dat werkzaam is bij een centrale dienst. In de vergelijking wordt de voor de centrale dienst beschikbare rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden vergeleken.
|
||||
Het ontslag wordt getoetst op het niveau van de centrale dienst indien er sprake is van ontslag van personeel dat werkzaam is bij een centrale dienst. In de vergelijking wordt de voor de centrale dienst beschikbare rijksbekostiging vergeleken.
|
||||
|
||||
**7.2.4.** **Vervallen**
|
||||
|
||||
|
|
@ -456,17 +456,17 @@ Het ontslag wordt getoetst op het niveau van de centrale dienst indien er sprake
|
|||
|
||||
**Uitgesteld ontslag**
|
||||
|
||||
Indien er sprake is van uitgesteld ontslag, wordt het ontslag getoetst op bestuursniveau over drie schooljaren. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 7.2 in de schooljaren 2008–2009 en 2009–2010 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum van het ontslag ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag.
|
||||
Indien er sprake is van uitgesteld ontslag, wordt het ontslag getoetst op bestuursniveau over drie schooljaren. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging personeel zoals beschreven in artikel 7.2 in de schooljaren 2008-2009 en 2009–2010 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel tot de datum van het ontslag ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel per de datum van het ontslag.
|
||||
|
||||
De ontslagruimte per 1 augustus 2009 wordt opgeteld bij de ontslagruimte, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Tevens wordt bij de beoordeling bekeken of betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden.
|
||||
De ontslagruimte per 1 augustus 2009 wordt opgeteld bij de ontslagruimte, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel per de datum van het ontslag. Tevens wordt bij de beoordeling bekeken of betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden.
|
||||
|
||||
**7.4.**
|
||||
|
||||
**Natuurlijk verloop en andere ontslagen**
|
||||
|
||||
Ten gevolge van natuurlijk verloop en andere ontslagen komen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden beschikbaar. Om deze reden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het gemelde ontslag in de vergelijking betrokken.
|
||||
Ten gevolge van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt rijksbekostiging van personeel beschikbaar. Om deze reden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het gemelde ontslag in de vergelijking betrokken.
|
||||
|
||||
Indien er sprake is van een daling in de beschikbare rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in de beschikbare rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld.
|
||||
Indien er sprake is van een daling in de beschikbare rijksbekostiging van personeel wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in de beschikbare rijksbekostiging van personeel wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld.
|
||||
|
||||
**7.4.1.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -474,18 +474,16 @@ Indien er sprake is van een daling in de beschikbare rijksbekostiging van person
|
|||
|
||||
In het geval van uitgesteld ontslag is de omvang van de andere ontslagen en het natuurlijk verloop vanaf 1 februari 2009 tot en met de datum van het gemelde ontslag onderdeel van de toetsing.
|
||||
|
||||
**7.5.** Vervallen
|
||||
**7.5.** **Vervallen**
|
||||
|
||||
**7.6.**
|
||||
|
||||
**Benodigde gegevens**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt bij de melding van ontslagen wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het in artikel 7.2 aangegeven toetsingsniveau:
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt bij de melding van ontslagen wegens daling van de rijksbekostiging van personeel op het in artikel 7.2 aangegeven toetsingsniveau:
|
||||
|
||||
een gespecificeerde opgave van de omvang van de (verwachte) aanvullende rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden over de perioden waarop de vergelijking betrekking heeft;
|
||||
|
||||
a. een gespecificeerde opgave van de omvang in nettoloonkosten van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de ontslagdatum;
|
||||
b. een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder b van de WPO over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag;
|
||||
a. een gespecificeerde opgave van de omvang van de (verwachte) aanvullende rijksbekostiging van personeel over de perioden waarop de vergelijking betrekking heeft;
|
||||
b. een gespecificeerde opgave van de omvang in nettoloonkosten van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de ontslagdatum;
|
||||
c. in geval van uitgesteld ontslag toont het bevoegd gezag tevens aan dat betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden;
|
||||
d. in geval van uitgesteld ontslag, een gespecificeerde opgave in nettoloonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in de periode vanaf 1 februari 2009 tot aan de datum van het gemelde ontslag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,22 +499,20 @@ Ontslag op grond van artikel 7 per of na de laatste schooldag van een schooljaar
|
|||
|
||||
Bij een ontslag op grond van artikel 7 dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV.
|
||||
|
||||
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7, stelt:
|
||||
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7, stelt
|
||||
|
||||
1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); *en*
|
||||
1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
|
||||
2. (vervallen)
|
||||
3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; *of*
|
||||
3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren;
|
||||
4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
|
||||
|
||||
1. (vervallen)
|
||||
2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; *of*
|
||||
2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
|
||||
3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
|
||||
|
||||
#### . Toelichting bij
|
||||
#### . Toelichting op
|
||||
|
||||
Alle instellingen voor primair onderwijs ontvangen een budget voor personeels en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget) In artikel 7 van het reglement wordt een deel van het PAB-budget bij de beoordeling van de vermijdbaarheid van het ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel buiten beschouwing gelaten. Voor het schooljaar 2010–2011 is het percentage van PAB-budget dat bij de vergelijking buiten beschouwing wordt gelaten, gesteld op 35%.
|
||||
|
||||
Onder financiële bijdragen van derden worden onder meer bijdragen van gemeenten verstaan, Europese subsidies en sponsorgelden.
|
||||
Alle instellingen voor primair onderwijs ontvangen een budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget) In artikel 7 van het reglement wordt een deel van het PAB-budget bij de beoordeling van de vermijdbaarheid van het ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel buiten beschouwing gelaten. Voor het schooljaar 2010–2011 is het percentage van PAB-budget dat bij de vergelijking buiten beschouwing wordt gelaten, gesteld op 35%.
|
||||
|
||||
##### 7.1. Ontslaggrond
|
||||
|
||||
|
|
@ -524,15 +520,15 @@ Indien er een ontslaguitkering wordt aangevraagd ten gevolge van de afbouw van o
|
|||
|
||||
Indien de ontslagruimte kleiner is dan de omvang van het ontslag, kan ontslag uit een vast dienstverband niet plaatsvinden omdat deelontslag niet is toegestaan. In het geval dat een tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt, dient een herbenoeming plaats te vinden welke gelijk is aan de omvang van de voorafgaande betrekking minus de ontslagruimte.
|
||||
|
||||
Aan de herbenoemingsverplichting van tijdelijk personeel is een ondergrens gesteld. Voor groepsleraren in het primair onderwijs is deze ondergrens 8 uur. Indien de omvang van de voorafgaande aanstelling minder dan 8 uur is, bedraagt de ondergrens de helft van de beëindigde aanstelling. Voor vakleraren en onderwijsondersteunend personeel wordt de één-uurgrens gehanteerd.
|
||||
Aan de herbenoemingsverplichting van tijdelijk personeel is een ondergrens gesteld. Voor groepsleraren in het primair onderwijs is deze ondergrens 8 uur. Indien de omvang van de voorafgaande aanstelling minder dan 8 uur is, bedraagt de ondergrens de helft van de beëindigde aanstelling. Voor vakleraren en onderwijsondersteunend personeel wordt de één-uur-grens gehanteerd.
|
||||
|
||||
##### 7.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden gezamenlijk
|
||||
##### 7.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel
|
||||
|
||||
Indien er sprake is van een fusie en/of overdracht van instellingen dan wel besturen, houdt het bevoegd gezag hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2010–2011 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2009–2010 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.
|
||||
|
||||
##### 7.2.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden gezamenlijk op het niveau van het bkb-Samenwerkingsverband
|
||||
##### 7.2.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van het Samenwerkingsverband
|
||||
|
||||
Een samenwerkingsverband van bevoegde gezagsorganen in het kader van bestuurlijke krachtenbundeling zal zich voor wat betreft ontwikkelingen inzake de rijksbekostiging van personeel gedragen als ware het één werkgever. Een ontslag binnen het samenwerkingsverband kan dan ook pas plaatsvinden als er binnen dat samenwerkingsverband geen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden beschikbaar zijn om dat ontslag te voorkomen. Het feit dat de stimuleringsbijdrage is vervallen betekent niet dat er geen bkb- Samenwerkingsverbanden meer bestaan. Dit is afhankelijk van de inhoud en looptijd van de samenwerkingsovereenkomst.
|
||||
Een samenwerkingsverband van bevoegde gezagsorganen in het kader van bestuurlijke krachtenbundeling zal zich voor wat betreft ontwikkelingen inzake de rijksbekostiging van personeel gedragen als ware het één werkgever. Een ontslag binnen het samenwerkingsverband kan dan ook pas plaatsvinden als er binnen dat samenwerkingsverband geen rijksbekostiging van personeel beschikbaar is om dat ontslag te voorkomen. Het feit dat de stimuleringsbijdrage is vervallen betekent niet dat er geen Samenwerkingsverbanden meer bestaan. Dit is afhankelijk van de inhoud en looptijd van de samenwerkingsovereenkomst.
|
||||
|
||||
##### 7.2.3. Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van een centrale dienst
|
||||
|
||||
|
|
@ -949,9 +945,11 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub d, dient het bevoegd gezag te voldoen
|
|||
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
|
||||
e **Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid**
|
||||
|
||||
De reden voor het ontslag is gelegen in arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% in de zin van de WIA. Wanneer sprake is van 35% of meer arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA, behoeft geen melding bij het Participatiefonds plaats te vinden. Deze uitzondering geldt niet voor arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO.
|
||||
De reden voor het ontslag is gelegen in de arbeidsongeschiktheid.
|
||||
|
||||
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid en dat een onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe in geval van ontslag uit een vast dienstverband een afschrift van de WIA-beschikking en een afschrift van het herplaatsingsonderzoek. In geval van ontslag uit een tijdelijk dienstverband overlegt het bevoegd gezag hiertoe een verklaring van een bevoegde onafhankelijke instelling waaruit blijkt dat betrokkene op de datum van ontslag arbeidsongeschikt is.
|
||||
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslag grond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid en dat een onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe in geval van ontslag uit een vast dienstverband een afschrift van de WIA-beschikking en een afschrift van het herplaatsingsonderzoek.
|
||||
|
||||
In geval van ontslag uit een tijdelijk dienstverband overlegt het bevoegd gezag hiertoe een verklaring van een bevoegde onafhankelijke instelling waaruit blijkt dat betrokkene op de datum van ontslag arbeidsongeschikt is.
|
||||
|
||||
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub e aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -959,22 +957,28 @@ Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag,
|
|||
|
||||
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub e, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV. Indien betrokkene volledig arbeidsongeschikt is verklaard (ontslag uit een vast dienstverband en 80-100% ziek volgens UWV) verlangt het Participatiefonds geen inspanning als bedoeld in de categorieën II, III en IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub e, stelt
|
||||
|
||||
1. overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
|
||||
2. overzicht met data van re-integratiegesprekken.
|
||||
1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
|
||||
2 overzicht met data van re-integratiegesprekken.
|
||||
|
||||
1. interne begeleiding door de leiding van de school.
|
||||
1 interne begeleiding door de leiding van de school.
|
||||
|
||||
1. intern een andere passende functie aanbieden; of
|
||||
2. scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
|
||||
1 intern een andere passende functie aanbieden; of
|
||||
2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
|
||||
2. (vervallen)
|
||||
3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
|
||||
4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
|
||||
1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
|
||||
2 (vervallen)
|
||||
3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
|
||||
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
|
||||
|
||||
1. (vervallen)
|
||||
2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
|
||||
3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
|
||||
1 (vervallen)
|
||||
2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
|
||||
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
|
||||
|
||||
e **Ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid**
|
||||
|
||||
Waar voorheen bij ontslag uit een vast dienstverband werd gevraagd om een afschrift van het functie-ongeschiktheidsadvies te overleggen, is die eis sinds de aanpassing van het BZA per 1 februari 2007 niet meer aan de orde. Sinds de invoering van de WIA maakt de beoordeling van functie-ongeschiktheid namelijk deel uit van de WIA-beschikking. Er kan worden volstaan met het overleggen van deze WIA-beschikking.
|
||||
|
||||
Als betrokkene of het bevoegd gezag een deskundigenoordeel aan het UWV heeft aangevraagd, moet dit door het bevoegd gezag zijn betrokken bij het onderzoek ter beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9 sub e (arbeidsongeschiktheid en een onderzoek waaruit is gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene te herplaatsen).
|
||||
f **Ontslag op grond van ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard**
|
||||
|
||||
De reden voor het ontslag is gelegen in de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een uitspraak van de sector kanton van de Rechtbank, dan wel een uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep waarbij het beroep van de werknemer tegen het ontslag ongegrond is verklaard.
|
||||
|
|
@ -1056,11 +1060,11 @@ Andere gronden zijn gronden welke niet genoemd zijn onder enig ander lid van art
|
|||
|
||||
Een ontslag dat wordt veroorzaakt door het moeten voldoen aan wettelijke bepalingen, bijvoorbeeld het moeten voldoen aan eigen wachtgelderbepalingen, kan op grond van dit artikellid worden gemeld. In het geval van eigen wachtgelderbepalingen toont het bevoegd gezag aan dat het onmogelijk is om zowel de eigen wachtgelder als het met ontslag bedreigde (tijdelijke) personeelslid te herbenoemen. Hiertoe wordt de akte van benoeming van de eigen wachtgelder overgelegd en wordt aangetoond dat er op basis van de geldende onderwijswet sprake is van een eigen wachtgelder. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag een afschrift van de beschikking van UWV Groningen of, indien de eigen wachtgelder (nog) niet daadwerkelijk een werkloosheidsuitkering geniet, de akten van aanstelling waaruit blijkt dat er sprake is van eigen wachtgeldverplichtingen.
|
||||
|
||||
Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangingsbetrekking per 1 augustus.
|
||||
Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangingsbetrekking per 1 augustus.
|
||||
|
||||
Onder de in dit artikellid bedoelde gronden valt niet het van rechtswege eindigen van een aanstelling. Er dient een in het reglement genoemde ontslaggrond te zijn, die aan betrokkene is medegedeeld waarom het tijdelijk dienstverband niet verlengd wordt.
|
||||
|
||||
Het komt regelmatig voor dat bevoegde gezagsorganen niet bevoegde leraren in dienst nemen. Wanneer vervolgens een bevoegde leraar wordt aangenomen volgt ontslag van de onbevoegde leraar. Dit ontslag kan gemeld worden op artikel 9 sub h. Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van de akte van ontslag van de onbevoegde leraar en een afschrift van de akte van aanstelling danwel de akte van benoeming van de bevoegde leraar, waaruit blijkt dat de bevoegde leraar is benoemd op het moment dat de onbevoegde leraar is ontslagen. Wanneer het ontslag van de onbevoegde leraar heeft plaatsgevonden vóór 1 augustus 2006 wordt tevens een afschrift van de melding bij de inspectie overgelegd.
|
||||
Het komt regelmatig voor dat bevoegde gezagsorganen niet bevoegde leraren in dienst nemen. Wanneer vervolgens een bevoegde leraar wordt aangenomen volgt ontslag van de onbevoegde leraar. Dit ontslag kan gemeld worden op artikel 9 sub h. Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van de akte van ontslag van de onbevoegde leraar en een afschrift van de akte van aanstelling danwel de akte van benoeming van de bevoegde leraar, waaruit blijkt dat de bevoegde leraar is benoemd op het moment dat de onbevoegde leraar is ontslagen. Wanneer het ontslag van de onbevoegde leraar heeft plaatsgevonden vóór 1 augustus 2006 wordt tevens een afschrift van de melding bij de inspectie overgelegd.
|
||||
i **Ontslag op eigen verzoek**
|
||||
|
||||
De reden voor het ontslag is gelegen in het eigen verzoek.
|
||||
|
|
@ -1248,34 +1252,6 @@ u **Ontslag op grond van een beëindigingsovereenkomst**
|
|||
|
||||
Bij het bepalen van de minimumvereisten waaraan een beëindigingsovereenkomst moet voldoen, heeft het Participatiefonds aansluiting gezocht bij de minimumvereisten die UWV aan een beëindigingsovereenkomst stelt.
|
||||
|
||||
v **Ontslag wegens bezuiniging op ambulante begeleiding en de leerlinggebonden financiering**
|
||||
|
||||
De reden voor het ontslag is de vermindering van de bedragen van de rugzak speciaal basisonderwijs en het leerlinggebonden budget cluster 3 en 4 als gevolg van het Besluit van 31 maart 2010 tot wijziging per 1 augustus 2010 van enkele bedragen van het leerlinggebonden budget in het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O (Staatsblad 2010, 156).
|
||||
|
||||
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat als gevolg van de wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O vermindering is opgetreden van de rijksbekostiging voor ambulant begeleiders voor cluster 3 en 4 en personeelsleden in het speciaal basisonderwijs. De daling van deze rijksbekostiging is miniaal gelijk aan de omvang van het gemelde ontslag.
|
||||
|
||||
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub v, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
|
||||
|
||||
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub v, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
|
||||
|
||||
Om flankerend beleid vast te stellen dat erop gericht is om optimale voorwaarden te scheppen voor de mobiliteit van met ontslag bedreigde personeelsleden, hebben de minister van OCW, de PO-raad, de WEC-raad en de centrales het Convenant flankerend beleid naar aanleiding van wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Bekostigingsbesluit W.V.O. in verband met de wijziging van enkele bedragen van het leerlinggebonden budget gesloten.
|
||||
|
||||
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub v, overlegt het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring waarin het volgende dient te zijn opgenomen:
|
||||
|
||||
a. het bevoegd gezag heeft het personeelslid dat hij niet intern heeft kunnen herplaatsen, onverwijld aangemeld bij het matchpunt (als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Convenant), met vermelding van de datum waarop de aanmelding bij het matchpunt heeft plaatsgevonden en
|
||||
b. het bevoegd gezag heeft het matchpunt, ten aanzien van personeelsleden die zichzelf bij het matchpunt hebben aangemeld, in de gelegenheid gesteld om de in artikel 4, tweede lid, van het Convenant genoemde toetsing uit te voeren.
|
||||
|
||||
Daarnaast dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub v, stelt:
|
||||
|
||||
1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
|
||||
2. (vervallen)
|
||||
3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
|
||||
4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
|
||||
|
||||
1. (vervallen)
|
||||
2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
|
||||
3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1322,7 +1298,7 @@ Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2010 volgend op de daling
|
|||
|
||||
Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2010 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 vergeleken.
|
||||
|
||||
Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2011 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2010 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
|
||||
Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2011 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2010 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
|
||||
|
||||
**11.4.3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1338,7 +1314,7 @@ Als gevolg van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt budget beschikbaar. B
|
|||
|
||||
**11.5.2.** Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2010 tot en met 1 januari 2011 betrokken.
|
||||
|
||||
**11.5.3.** Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2010 tot en met 1 januari 2011 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld.
|
||||
**11.5.3.** Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2010 tot en met 1 januari 2011 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld.
|
||||
|
||||
**11.6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1483,7 +1459,7 @@ Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2010 en heeft betrekking op ontslagen die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011. Dit reglement is voor onbepaalde tijd van kracht.
|
||||
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2010 en heeft betrekking op alle ontslagen die zijn of worden geëffectueerd per of na 1 augustus 2010. Dit reglement is voor onbepaalde tijd van kracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue