diff --git a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md index 08ea945d2c5..b9e53f7fe0e 100644 --- a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md +++ b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md @@ -115,8 +115,6 @@ e. voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de belanghe ### Artikel 6 -**1.** - In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die als werkloze werkzoekende staat geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en die geen recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of een uitkering op grond van deze wet of de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene nabestaandenwet dan wel een uitkering op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt; @@ -125,14 +123,8 @@ c. sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle ac d. startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 2.5 onderscheidenlijk 2.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; e. doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, alsmede personen als bedoeld in artikel 10d, tweede lid; f. dienstbetrekking: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking; -g. loonwaarde: vastgesteld percentage van het wettelijk minimumloon voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. - -**2.** - -De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en g. Deze regels bepalen in ieder geval: - -a. de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort; en -b. de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld. +g. loonwaarde: vastgesteld percentage van het wettelijk minimumloon voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort; +h. proefplaats: het verrichten van onbeloonde werkzaamheden bij een werkgever voor een beperkte duur gericht op arbeidsinschakeling bij die werkgever. ### Artikel 6a @@ -182,7 +174,7 @@ c. ontwikkelt beleid ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie als b Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op personen: a. jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen; -b. als bedoeld in artikel 41, vierde lid, die zich hebben gemeld om bijstand aan te vragen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44; of +b. als bedoeld in artikel 41, vierde lid, die zich hebben gemeld om bijstand aan te vragen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, tenzij, gelet op de omstandigheden van de persoon, het college ondersteuning bij arbeidsinschakeling noodzakelijk acht; of c. aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt, tenzij het betreft een persoon ten behoeve van wie loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend, tot het moment dat diens inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie is verleend. **4.** Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen. @@ -228,7 +220,22 @@ e. het verrichten van werkzaamheden in een beschutte omgeving, bedoeld in artike De regels, bedoeld in het eerste lid, bepalen in ieder geval: a. onder welke voorwaarden welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en werkgevers van deze personen in aanmerking komen voor in de verordening te omschrijven voorzieningen en hoe deze rekening houdend met omstandigheden, zoals de zorgtaken, en het feit, dat die persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort of gebruik maakt van de voorziening beschut werk, bedoeld in artikel 10b, of een andere structurele functionele beperking heeft, evenwichtig over deze personen worden verdeeld; -b. welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding en voor de premie indien onbeloonde additionele werkzaamheden worden verricht als bedoeld in artikel 10a waarbij die regels voor de premie in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de premie in relatie tot de armoedeval. +b. welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding en voor de premie indien onbeloonde additionele werkzaamheden worden verricht als bedoeld in artikel 10a waarbij die regels voor de premie in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de premie in relatie tot de armoedeval; +c. de wijze waarop het administratieve proces met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10d, wordt vormgegeven; +d. onder welke voorwaarden het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, die algemene bijstand ontvangt om op een proefplaats gedurende twee maanden, met mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten; +e. met betrekking tot de persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid: + +1°. de duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning en op welke wijze het college ervoor zorgdraagt dat die zowel in natura als door middel van subsidieverstrekking kan worden gerealiseerd; +2°. welke kwaliteitseisen aan een persoon als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderdeel a, worden gesteld en op welke wijze die eisen worden geborgd; +f. op welke wijze het college welke voorzieningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, verstrekt die bestaan uit: + +1°. een vervoersvoorziening die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken; +2°. een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap; +3°. een meeneembare voorziening voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen; +g. op welke wijze waar nodig voor een persoon als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 10d, tweede lid, wordt voorzien in: + +1°. integrale ondersteuning, en +2°. voortgezette persoonlijke ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk. ### Artikel 8b @@ -307,7 +314,18 @@ d. door het college ingetrokken indien uit houding en gedragingen van de alleens **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die vanwege een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot een van de groepen, bedoeld in het eerste lid, behoren. -**3.** Artikel 40, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** + +De persoonlijke ondersteuning kan, afhankelijk van de omstandigheden van de persoon die de ondersteuning nodig heeft, gegeven worden door: + +a. een erkende deskundige die methodische ondersteuning biedt aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; of +b. een interne werkbegeleider die de werknemer dagelijks op het werk begeleidt. + +**4.** Voor het oordeel of een voorziening voor de arbeidsinschakeling noodzakelijk is, in welke mate en voor welke duur, verricht het college onderzoek en neemt een besluit met inachtneming van de resultaten van het onderzoek. + +**5.** Een persoon als bedoeld in het eerste of tweede lid, of een werkgever, kan bij het college een aanvraag indienen om gevolg te geven aan de aanspraak, bedoeld in het eerste lid. + +**6.** Artikel 40, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing waarbij in het geval de werkgever een aanvraag doet als bedoeld in het vijfde lid, onder belanghebbende wordt verstaan de persoon ten behoeve van wie de aanvraag wordt gedaan. ### Artikel 10a @@ -366,20 +384,21 @@ b. ambtshalve vaststellen of een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, o **1.** -Indien een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, verleent het college loonkostensubsidie aan de werkgever: +Indien een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, verleent het college ambtshalve dan wel op aanvraag van de werkgever of die persoon loonkostensubsidie aan de werkgever: a. met inachtneming van het vierde lid, nadat het college eerst de loonwaarde van die persoon heeft vastgesteld en de dienstbetrekking tot stand komt, dan wel b. met inachtneming van het vijfde lid, nadat het college in overleg met de werkgever heeft vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde van die persoon achterwege kan blijven en de dienstbetrekking tot stand komt. **2.** -Indien een werkgever reeds een dienstbetrekking is aangegaan met een persoon die met voltijdse arbeid niet in staat blijkt tot het verdienen van het wettelijk minimumloon doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en die in de periode van zes maanden voorafgaande aan de dienstbetrekking deelnam aan: +Het college verleent op aanvraag van de werkgever of werknemer, gedaan binnen zes maanden na het begin van de dienstbetrekking, in aanvulling op artikel 7, loonkostensubsidie als na vaststelling door het college blijkt dat de persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon en die persoon in de periode van zes maanden voorafgaand aan de dienstbetrekking: -a. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, -b. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra, of -c. de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, +a. deelnam aan: -stelt het college op diens aanvraag in aanvulling op artikel 7 de loonwaarde van die persoon vast en verleent het college de loonkostensubsidie, met in achtneming van het vierde lid, aan de werkgever. +1°. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs; +2°. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra; of +3°. de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; dan wel +b. een persoon was als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a. **3.** Het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien de arbeid wordt verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van de Wet sociale werkvoorziening. @@ -395,17 +414,38 @@ stelt het college op diens aanvraag in aanvulling op artikel 7 de loonwaarde van **9.** Indien het college loonkostensubsidie als bedoeld in dit artikel verleent, verleent het ten aanzien van dezelfde dienstbetrekking geen andere subsidie voor de loonkosten. -**10.** Indien een persoon in een dienstbetrekking waarbij loonkostensubsidie als bedoeld in dit artikel wordt verleend zijn woonplaats verplaatst naar een andere gemeente, wordt gedurende die dienstbetrekking onder college in dit artikel verstaan het college dat op grond van het eerste of tweede lid de loonkostensubsidie verleende. +**10.** Indien een persoon in een dienstbetrekking waarbij loonkostensubsidie als bedoeld in dit artikel wordt verleend zijn woonplaats verplaatst naar een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, wordt gedurende die dienstbetrekking onder college in dit artikel verstaan het college dat op grond van het eerste of tweede lid de loonkostensubsidie verleende. **11.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**12.** + +De beschikking tot loonkostensubsidie wordt genomen binnen vijf weken: + +a. nadat de loonwaarde is vastgesteld, bedoeld in artikel 10d, eerste lid, aanhef en onderdeel a; of +b. nadat is vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde achterwege kan blijven, bedoeld in artikel 10d, eerste lid, aanhef en onderdeel b. + ### Artikel 10da Personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie hebben aanspraak op begeleiding op de werkplek. ### Artikel 10e -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 6, 10b, 10c en 10d. +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot artikel 6, ten aanzien van de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde en de wijze waarop deze wordt vastgesteld. + +**2.** + +Bij of krachten algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot artikel 10 regels worden gesteld die zien op: + +a. de persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, waaronder het stellen van kwaliteitseisen aan een persoon als bedoeld in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdeel a, en op welke wijze die eisen worden geborgd; +b. de integrale ondersteuning en voortgezette persoonlijke ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk van een persoon als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 10d, tweede lid; +c. voorzieningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, die bestaan uit: + +1°. een vervoersvoorziening die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken; +2°. een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap; +3°. een meeneembare voorziening voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of de opleiding te gebruiken hulpmiddelen. + +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 10b, 10c en 10d. ### Artikel 10f @@ -729,32 +769,32 @@ d. een persoon is die: Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 295,20; -b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 590,40; -c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 1.149,24. +a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 300,36; +b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 600,72; +c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 1.169,37. **2.** Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 295,20; -b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 932,02; -c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 1.490,86. +a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 300,36; +b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 948,32; +c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, zonder kostendelende medebewoners: € 1.516,97. ### Artikel 21 Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.195,66; -b. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd, zonder kostendelende medebewoners: € 1.708,08. +a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.216,62; +b. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd, zonder kostendelende medebewoners: € 1.738,02. ### Artikel 22 Voor belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.330,67; -b. gehuwden waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1,807,20; -c. gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.807,20. +a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners: € 1.357,66; +b. gehuwden waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.843,60; +c. gehuwden waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, zonder kostendelende medebewoners: € 1.843,60. ### Artikel 22a @@ -777,8 +817,8 @@ c. 22, onderdeel b, indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd he Voor rechthebbende gehuwden, waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder is, met een of meer kostendelende medebewoners, is de norm per kalendermaand: -a. indien ze een of meer ten laste komende kinderen hebben: € 636,82 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder, -b. indien ze geen ten laste komende kinderen hebben: € 295,20 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder. +a. indien ze een of meer ten laste komende kinderen hebben: € 647,96 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder, +b. indien ze geen ten laste komende kinderen hebben: € 300,36 plus de op basis van dit artikel van toepassing zijnde norm voor de echtgenoot van 21 jaar of ouder. ### Artikel 22b @@ -790,8 +830,8 @@ Vervallen Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 378,62; -b. gehuwden: € 588,93. +a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 385,24; +b. gehuwden: € 599,23. **2.** @@ -854,15 +894,15 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend; h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen; i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden; -j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.934,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; +j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.979,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag; l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade; m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn; -n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 246,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling; +n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 249,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling; o. de eenmalige energietoeslag, bedoeld in artikel 35, vierde lid; p. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet; q. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; -r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 153,38 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en onderdeel y, z of aa niet van toepassing is, ingeval: +r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 155,74 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en onderdeel y, z of aa niet van toepassing is, ingeval: 1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar, 2°. de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en @@ -873,9 +913,9 @@ u. hetgeen een mantelzorger op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2 v. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voor zover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand; w. het vrijgelaten deel van de toeslag, uitkering, kinderbijslag of ouderdomspensioen op grond van de artikelen 14h, vijfde lid, van de Toeslagenwet, 27h, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, 54a, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 24a, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 29h,vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 97, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 45h, vijfde lid, van de Ziektewet, 17h, vijfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 45a, vijfde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 17j, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 29, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en 29, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; x. een inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet; -y. inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 155,56 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel n van toepassing is; -z. inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 155,56 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel y van toepassing is; -aa. inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 155,56 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in onderdeel z, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht. +y. inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 157,96 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel n van toepassing is; +z. inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 157,96 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel y van toepassing is; +aa. inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 157,96 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in onderdeel z, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht. **3.** @@ -1027,7 +1067,7 @@ b. geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsv **1.** In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen. -**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 160,0% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover. +**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 157,5% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover. **3.** Onder consumentenprijsindex wordt in deze afdeling verstaan hetgeen daaronder in artikel 13, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt verstaan. @@ -1096,7 +1136,15 @@ c. daarvoor naar het oordeel van het college dringende redenen aanwezig zijn. **3.** De gemeenteraad kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bij verordening categorieën van aanvragen vaststellen die, in afwijking van het tweede lid, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ingediend. -**4.** Een aanvraag van algemene bijstand die alleen ziet op alleenstaanden en alleenstaande ouders jonger dan 27 jaar en gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger dan 27 jaar zijn wordt niet eerder ingediend dan vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, en wordt niet eerder dan vier weken na die melding door het college in behandeling genomen. +**4.** + +Een aanvraag van algemene bijstand die alleen ziet op alleenstaanden en alleenstaande ouders jonger dan 27 jaar en gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger dan 27 jaar zijn wordt niet eerder ingediend dan vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, en wordt niet eerder dan vier weken na die melding door het college in behandeling genomen. De vorige zin is niet van toepassing: + +a. voor de duur van een jaar op alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden wanneer een van de personen uiterlijk een jaar voorafgaand aan de aanvraag ingeschreven heeft gestaan bij: + +1°. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs, of +2°. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra; +b. op alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden wanneer een van de personen medisch urenbeperkt is of behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. **5.** Indien tot de personen voor wie bijstand is aangevraagd een of meer personen jonger dan 27 jaar behoren, worden documenten verstrekt die het college kunnen helpen bij de beoordeling of die personen jonger dan 27 jaar nog mogelijkheden hebben binnen het uit ‘s Rijks kas bekostigde onderwijs. @@ -2126,6 +2174,16 @@ Artikel 6, onderdeel g, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtr **2.** De artikelen 5, onderdeel d, 35 en 36b, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VI, onderdeel Cb, van de Verzamelwet SZW 2022 blijven van toepassing op de persoon aan wie een individuele studietoeslag is verleend, indien het verleende bedrag tot een hoger bedrag aan individuele studietoeslag leidt dan een studietoeslag op grond van artikel 36b. +### Artikel 78ee* + +**1.** Door het college op grond van artikel 10d genomen besluiten, zoals dit artikel luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven tot een jaar na inwerkingtreding van artikel III, onderdeel E, van de Wet invoering minimumuurloon gelden als door hem genomen besluiten op grond van deze wet. + +**2.** Het college brengt de in het eerste lid bedoelde besluiten binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van artikel III, onderdeel E, van de Wet invoering minimumuurloon in overeenstemming met deze wet, voor zover die besluiten afwijken van deze wet. + +**3.** Op een aanvraag op grond van artikel 10d waarop niet is beslist voor de datum van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel E, van de Wet invoering minimumuurloon wordt beslist met toepassing van artikel 10d, zoals deze luidt na inwerkingtreding van artikel III, onderdeel E, van de Wet invoering minimumuurloon. + +**4.** Op een bezwaar- of beroepschrift dat vóór of op de datum van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel E, van de Wet invoering minimumuurloon is ingediend tegen een door het college op grond van de artikel 10d van de Participatiewet genomen besluit en waarop op die datum nog niet onherroepelijk is beslist, wordt beslist met toepassing van artikel 10d, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van deze wet. + ## Hoofdstuk 8. Slotbepalingen ### Artikel 79