From 63706c31b2b2fdabb5327cbd70969023c8545f72 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-07-01 | BWBR0002415 | Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen --- .../BWBR0002415/README.md | 2 +- 1 file changed, 1 insertion(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/wet-aansprakelijkheidsverzekering-motorrijtuigen/BWBR0002415/README.md b/wet/wet-aansprakelijkheidsverzekering-motorrijtuigen/BWBR0002415/README.md index 21f4d326793..08d50441239 100644 --- a/wet/wet-aansprakelijkheidsverzekering-motorrijtuigen/BWBR0002415/README.md +++ b/wet/wet-aansprakelijkheidsverzekering-motorrijtuigen/BWBR0002415/README.md @@ -590,7 +590,7 @@ De in het vorige lid bedoelde bestuurder is niet strafbaar indien: a. met betrekking tot het motorrijtuig vrijstelling van de verplichting tot verzekering is verleend en een geldig bewijs van die vrijstelling is uitgereikt; b. een in artikel 2, zesde lid, bedoeld bureau, groep van verzekeraars of buitenlandse instantie de verplichting op zich heeft genomen de door het motorrijtuig veroorzaakte schade overeenkomstig de bepalingen van deze wet te vergoeden. -**6.** Bij veroordeling wegens een strafbaar feit, omschreven in het eerste, tweede of vierde lid, kan de schuldige de bevoegdheid worden ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de tijd van ten hoogste één jaar en ingeval tijdens het plegen van het strafbare feit nog geen vijf jaar zijn verlopen na het einde van de tijdsduur, waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling de schuldige de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd, voor de tijd van ten hoogste vijf jaren. Met een veroordeling wordt een strafbeschikking gelijkgesteld. Overigens zijn de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, betreffende de bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen van overeenkomstige toepassing. +**6.** Bij veroordeling wegens een strafbaar feit, omschreven in het eerste, tweede of vierde lid, kan de schuldige de bevoegdheid worden ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de tijd van ten hoogste één jaar en ingeval tijdens het plegen van het strafbare feit nog geen vijf jaar zijn verlopen na het einde van de tijdsduur, waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling de schuldige de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd, voor de tijd van ten hoogste vijf jaren. Met een veroordeling wordt een strafbeschikking gelijkgesteld. Onder vroegere onherroepelijke veroordeling wordt mede verstaan een vroegere onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie. Overigens zijn de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, betreffende de bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen van overeenkomstige toepassing. **7.** Bij veroordeling wegens een strafbaar feit, omschreven in het eerste, tweede of vierde lid, kan de rechter tevens de schuldige de bijkomende straf van betaling van een bedrag van ten hoogste € 2723 aan het Waarborgfonds Motorverkeer opleggen. De artikelen 24a-24c van het Wetboek van Strafrecht zijn van overeenkomstige toepassing.