2013-01-01 | BWBR0021505 | Geneesmiddelenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent daa2b99279
commit 63a3305691

View file

@ -200,7 +200,7 @@ Vervallen
### Artikel 17
Afdeling 4.1.2. en de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op besluiten van het College waarmee gevolg wordt gegeven aan een beschikking van de Commissie als bedoeld in artikel 34, derde lid, van richtlijn 2001/83.
Afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op besluiten van het College waarmee gevolg wordt gegeven aan een beschikking van de Commissie als bedoeld in artikel 34, derde lid, van richtlijn 2001/83.
## Hoofdstuk 3. De fabrikantenvergunning en de groothandelsvergunning
@ -577,6 +577,14 @@ e. het middel geen homeopathisch geneesmiddel als bedoeld in artikel 42, derde l
**7.** Het College stelt de Commissie alsmede de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat die daarom verzoekt, in kennis van een door hem genomen beslissing tot weigering van een handelsvergunning voor een traditioneel kruidengeneesmiddel.
### Artikel 45a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 45b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 46
**1.** Het besluit van het College tot het verlenen van de handelsvergunning bevat tevens het besluit dat de samenvatting van de kenmerken van het geneesmiddel is goedgekeurd.
@ -1299,6 +1307,10 @@ Het uitzenden van telewinkelboodschappen is verboden.
**5.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de ambtenaren die door en namens Onze Minister van Defensie belast zijn met de in het derde lid bedoelde taak, hebben geen financiële belangen of andere belangen in de farmaceutische industrie die hun onpartijdigheid in het gedrang kunnen brengen. Zij verstrekken jaarlijks een verklaring omtrent hun financiële belangen aan de minister onder wie zij ressorteren.
### Artikel 100a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 101
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 18, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 48, 49, 50, 61, 62, 64, 65, 66, 66a, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 74, 75, 77, 78, 80, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 91, 92, 93, 94, 95 of 96.