2013-11-01 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie
This commit is contained in:
parent
b0465fe6bc
commit
63a4e3f1e7
1 changed files with 12 additions and 23 deletions
|
|
@ -105,28 +105,21 @@ nn. korpschef: korpschef, bedoeld in artikel 27, Politiewet 2012.
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De aanstelling van de aspirant geschiedt in tijdelijke dienst voor de duur van de initiële opleiding met een maximum van twee jaar. In bijzondere gevallen kan de maximale duur van de aanstelling in tijdelijke dienst op aanvraag van de aspirant of ambtshalve worden verlengd met een periode van maximaal één jaar.
|
||||
**1.** De aspirant wordt gedurende het eerste leerjaar van de initiële opleiding tijdelijk aangesteld voor de duur van één jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aspirant voldoet aan de gestelde kwalificatie-eisen, wordt hij aansluitend aan de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd van één jaar, op aanvraag van de aspirant in bijzondere gevallen te verlengen of zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht.
|
||||
**2.** Indien de aspirant aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, dan wel door middel van vrijstelling door een eerder gevolgde opleiding instroomt in het tweede leerjaar, wordt hij aangesteld in tijdelijke dienst voor maximaal twee jaar bij het volgen van de driejarige of kortere opleiding.
|
||||
|
||||
**3.** Na afloop van de proeftijd, bedoeld in het tweede lid, vindt aanstelling in vaste dienst plaats, tenzij tegen een aanstelling in vaste dienst bedenkingen bestaan.
|
||||
**3.** Na het voltooien van de driejarige initiële opleiding, wordt de aspirant aangesteld in vaste dienst als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak tenzij het bevoegd gezag anders beslist.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** Indien de aspirant een vierjarige initiële opleiding volgt, wordt hij nadat hij aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, aangesteld in tijdelijke dienst voor twee jaar voor het tweede en derde leerjaar.
|
||||
|
||||
In afwijking van het derde lid kan een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die de initiële opleiding alsmede de daarop volgende proeftijd heeft voltooid, in tijdelijke dienst plaatsvinden:
|
||||
**5.** Aan het eind van het derde leerjaar van de aspirant, bedoeld in het vierde lid, wordt de aspirant vast aangesteld als aspirant, tenzij het bevoegd gezag anders beslist. Na het voltooien van de vierjarige initiële opleiding wordt de aanstelling gewijzigd in aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
|
||||
|
||||
a. ter vervanging van een wegens ziekte of uit andere hoofde afwezige ambtenaar, of
|
||||
b. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter.
|
||||
|
||||
**5.** Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld.
|
||||
|
||||
**6.** In het geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot aanstelling in tijdelijke dienst zich niet meer voordoet, wanneer de ambtenaar sinds twee jaar zonder onderbreking van langer dan één maand in politiedienst, waarvan laatstelijk gedurende ten minste één jaar in zijn huidige betrekking, in dienst is. Dit geldt echter niet in die gevallen waarin vaststaat dat zijn werkzaamheden in de door hem vervulde betrekking binnen het jaar zullen worden beëindigd.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling worden criteria gegeven op grond waarvan de in het zesde lid genoemde periode van twee jaar kan worden verlengd tot vijf jaar.
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen, van het bepaalde in dit artikel afwijken.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
Na het voltooien van de initiële opleiding wordt de aspirant aangesteld als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -1749,13 +1742,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
**1.** Aan de aspirant die aan het einde van de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet voldoet aan de gestelde kwalificatie-eisen, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken.
|
||||
**1.** Aan de aspirant die is aangesteld op grond van artikel 3, eerste lid, en in het eerste leerjaar een negatief studieadvies ontvangt, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag volgende op de dag waarop de aanstelling in tijdelijke dienst op grond van artikel 3, eerste lid, is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de aspirant en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in artikel 3, tweede lid, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken.
|
||||
**2.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van politie, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van politie, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Aan de aspirant die gedurende de initiële opleiding en aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak dan wel de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die gedurende de proeftijd niet de geschiktheid blijkt te bezitten die voor de dienst wordt vereist, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1763,9 +1754,7 @@ a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan v
|
|||
b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of
|
||||
c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**5.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantieuitkering, berekend op voet van hoofdstuk 6 van het Besluit bezoldiging politie.
|
||||
|
||||
**6.** Aan de aspirant die is aangesteld op grond van artikel 3, tweede of derde lid, en die aan het einde van de initiële opleiding niet aan de gestelde kwalificatie-eisen voldoet, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de initiële opleiding is verstreken.
|
||||
**4.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantieuitkering, berekend op voet van hoofdstuk 6 van het Besluit bezoldiging politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
|
|
@ -1910,7 +1899,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 97
|
||||
|
||||
Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 90, met uitzondering van het tweede lid, 91, eerste lid, 92, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Bij samenloop van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd.
|
||||
Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, 90, met uitzondering van het tweede lid, 91, eerste lid, 92, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Bij samenloop van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 98
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue