From 63e158e8e688ccc12c5262b5e78eea54cdbd668e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0009755 | Elektriciteitswet 1998 --- .../BWBR0009755/README.md | 128 +++++++----------- 1 file changed, 46 insertions(+), 82 deletions(-) diff --git a/wet/elektriciteitswet-1998/BWBR0009755/README.md b/wet/elektriciteitswet-1998/BWBR0009755/README.md index c9bcce5bf68..7130cdb0e53 100644 --- a/wet/elektriciteitswet-1998/BWBR0009755/README.md +++ b/wet/elektriciteitswet-1998/BWBR0009755/README.md @@ -272,85 +272,56 @@ Vervallen **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de in artikel 8 van de richtlijn bedoelde procedure. -### Paragraaf 2. Coördinatie van de aanleg of uitbreiding van productie-installaties +### Paragraaf 2. Bevoegd gezag projectbesluit windpark en productie-installatie ### Artikel 9b **1.** -De procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening, is van toepassing op de aanleg en uitbreiding van: +Werken met een nationaal belang waarvoor Onze Minister in ieder geval een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet vaststelt, zijn de volgende projecten: -a. een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 100 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie; -b. een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 50 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit anders dan met behulp van windenergie; -c. een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 500 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van andere dan duurzame elektriciteit. +a. de aanleg en uitbreiding van een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 100 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie op land; +b. de aanleg en uitbreiding van een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 50 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit anders dan met behulp van windenergie; +c. de aanleg en uitbreiding van een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 500 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van andere dan duurzame elektriciteit; +d. de uitbreiding van een productie-installatie voor de opwekking van andere dan duurzame elektriciteit, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, indien door die uitbreiding de capaciteit van die productie-installatie wordt vergroot tot ten minste 500 MW. -**2.** De procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening is eveneens van toepassing op de uitbreiding van een productie-installatie voor de opwekking van andere dan duurzame elektriciteit, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, indien door die uitbreiding de capaciteit van die productie-installatie wordt vergroot tot ten minste 500 MW. +**2.** Artikel 16.7 van de Omgevingswet is van toepassing op de coördinatie van besluiten ter uitvoering van projectbesluiten als bedoeld in het eerste lid. -**3.** De producent meldt een voornemen tot aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in het eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens een formulier worden vastgesteld. +**3.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar zijn oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente of van een provincie het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente respectievelijk gedeputeerde staten van de betreffende provincie daarmee instemmen. -**4.** +**4.** Onze Minister geeft tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het derde lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doet mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer. -Indien, in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van een installatie als bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede het aantal voor de aanleg of uitbreiding van die installatie benodigde besluiten, redelijkerwijs niet valt te verwachten dat toepassing van de procedure, bedoeld in het eerste of tweede lid, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, kan Onze Minister bepalen dat: - -a. geen van de procedures, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, -b. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, -c. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of -d. de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gevolgd door de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing zijn of is op de aanleg of de uitbreiding van die installatie. Onze Minister hoort de producent en de betrokken bestuursorganen over een voornemen toepassing te geven aan de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin. +**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het derde lid wordt ingetrokken. ### Artikel 9c -**1.** Onze Minister is de aangewezen minister, bedoeld in artikel 3.35, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. +**1.** Voor het volgende werk van provinciaal belang stellen gedeputeerde staten in ieder geval een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet vast: de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een capaciteit van ten minste 5 MW maar minder dan 100 MW, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net. -**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.28, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening treden, in afwijking van dat artikellid, Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu gezamenlijk in de plaats van burgemeester en wethouders ten aanzien van de bevoegdheden en verplichtingen, bedoeld in dat artikellid. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan per provincie een minimumrealisatienorm worden vastgesteld. -**3.** Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bepalen dat Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, met overeenkomstige toepassing van artikel 3.35, derde lid, vierde volzin, van de Wet ruimtelijke ordening, één of meer besluiten nemen die nodig zijn voor de aanleg of uitbreiding van een daarbij aangewezen productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid. +**3.** In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten bepalen dat de projectprocedure, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet, niet van toepassing is, indien is voldaan aan de minimumrealisatienorm, bedoeld in het tweede lid. + +**4.** In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar hun oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente daarmee instemmen. + +**5.** Gedeputeerde staten geven tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het vierde lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doen mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer. + +**6.** Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt ingetrokken. ### Artikel 9d -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de besluiten aangewezen die voor de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, in ieder geval besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening zijn. - -**2.** Onze Minister kan ten behoeve van de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, tevens één of meer andere besluiten dan de bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluiten aanwijzen als besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening. - -**3.** Onze Minister kan, indien een bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluit de toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, zou belemmeren of ernstig bemoeilijken, bepalen dat het desbetreffende besluit, in afwijking van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur, niet als een besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening wordt aangemerkt. +Vervallen ### Artikel 9e -**1.** Provinciale staten zijn bevoegd voor de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, gronden aan te wijzen en daarvoor een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. De gemeenteraad is voor de duur van tien jaren na de vaststelling van het inpassingsplan niet bevoegd voor die gronden een bestemmingsplan vast te stellen. - -**2.** Provinciale staten geven in ieder geval toepassing aan de bevoegdheid op grond van het eerste lid indien een producent een voornemen tot de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid schriftelijk bij hen heeft gemeld en de betrokken gemeente een aanvraag van die producent tot vaststelling dan wel wijziging van een bestemmingplan ten behoeve van de realisatie van dat voornemen heeft afgewezen. Voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens kunnen provinciale staten een formulier vaststellen. - -**3.** Artikel 3.26, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3.26, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is niet van toepassing. - -**4.** Indien provinciale staten toepassing geven aan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid, oefenen gedeputeerde staten de bevoegdheden en voeren de verplichtingen, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uit en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c of g, van die wet. Gedeputeerde staten zenden terstond een afschrift aan burgemeester en wethouders van beschikkingen die zijn gegeven met toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in de eerste volzin. - -**5.** Het tweede lid is niet van toepassing indien is voldaan aan de krachtens het zesde lid voor die provincie gestelde minimum realisatienorm. - -**6.** Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister wordt per provincie een minimum realisatienorm vastgesteld. De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. +Vervallen ### Artikel 9f -**1.** Gedeputeerde staten coördineren de voorbereiding en bekendmaking van de besluiten, aangewezen op grond van artikel 9d, eerste lid, ten behoeve van de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid. - -**2.** Gedeputeerde staten nemen de in het eerste lid bedoelde besluiten met uitsluiting van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan, tenzij dit een bestuursorgaan van het Rijk is. - -**3.** Gedeputeerde staten geven ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, gezamenlijk toepassing aan artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en voegen de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, samen in een kennisgeving die door hen wordt gedaan. - -**4.** Voor zover de aanleg of de uitbreiding, bedoeld in het eerste lid, onevenredig wordt belemmerd door bepalingen die – al dan niet krachtens de wet – bij of krachtens een regeling van een gemeente of waterschap zijn vastgesteld, kunnen die bepalingen bij het nemen of uitvoeren van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, om dringende redenen buiten toepassing worden gelaten. - -**5.** Artikel 3.33, tweede en vierde tot en met zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is van overeenkomstige toepassing. - -**6.** - -Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat het eerste of tweede lid niet van toepassing is op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid, indien: - -a. in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van de desbetreffende productie-installatie, redelijkerwijze niet valt te verwachten dat toepassing van het eerste lid de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of dat daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, of -b. is voldaan aan de krachtens artikel 9e, zesde lid, voor die provincie gestelde minimum realisatienorm. +Vervallen ### Artikel 9g -**1.** Een windpark met een capaciteit van ten minste 5 MW wordt voor de toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht aangemerkt als openbaar werk van algemeen nut. - -**2.** Artikel 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op openbare werken van algemeen nut die met toepassing van een verplichting tot gedogen als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht worden aangelegd, in stand gehouden, gewijzigd of verplaatst. +Vervallen ### Paragraaf 3. Directe lijn @@ -599,7 +570,7 @@ c. in artikel 78 in plaats van «netbeheerder» wordt gelezen «eigenaar van een ### Artikel 15a -**1.** Het net op zee omvat de netten die bestemd zijn voor het transport van elektriciteit en die één of meer windparken op zee verbinden met het landelijk hoogspanningsnet met uitzondering van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van het transport van elektriciteit die één of meer windparken op zee verbinden met het landelijk hoogspanningsnet en waarvoor voor 1 januari 2016 een vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of op grond van artikel 6.5 van de Waterwet is verleend. +**1.** Het net op zee omvat de netten die bestemd zijn voor het transport van elektriciteit en die één of meer windparken op zee verbinden met het landelijk hoogspanningsnet met uitzondering van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van het transport van elektriciteit die één of meer windparken op zee verbinden met het landelijk hoogspanningsnet en waarvoor voor 1 januari 2016 een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg respectievelijk een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, onder 1° respectievelijk onder 2°, van de Omgevingswet is verleend. **2.** Hetgeen in hoofdstuk 3, paragraaf 1, en in de artikelen 19b, 19c, 21, 93a en 94 geldt onderscheidenlijk niet geldt voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, geldt eveneens onderscheidenlijk geldt eveneens niet voor de netbeheerder van het net op zee. @@ -923,7 +894,7 @@ c. de klacht zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht weken wordt afgehand ### Artikel 20 -**1.** Een net dat door een netbeheerder is of wordt aangelegd, hersteld, vernieuwd of uitgebreid in het voor hem op grond van artikel 36 of 37 vastgestelde gebied, wordt voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht aangemerkt als openbaar werk van algemeen nut. +**1.** Een net dat door een netbeheerder is of wordt aangelegd, hersteld, vernieuwd of uitgebreid in het voor hem op grond van artikel 36 of 37 vastgestelde gebied, wordt aangemerkt als openbaar werk van algemeen nut. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot daarbij aan te wijzen gebieden regels worden gesteld over de wijze waarop, gelet op het belang van een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding, een afweging wordt gemaakt met betrekking tot de aanleg van een net en de aanleg van een gastransportnet of een warmtenet. @@ -933,48 +904,41 @@ c. de klacht zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht weken wordt afgehand **1.** -De procedure bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening, is van toepassing op een uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet voor zover het betreft: +Voor het volgende werk met een nationaal belang stelt Onze Minister in ieder geval een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet vast: een uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet voor zover het betreft: a. de van dat net deel uitmakende netten bestemd voor het transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 220 kV of hoger en die als zodanig worden bedreven met inbegrip van de aansluitingen op die netten, b. de van dat net deel uitmakende landsgrensoverschrijdende netten op een spanningsniveau van 500 V of hoger met inbegrip van de aansluitingen op die netten, of c. de aanleg of uitbreiding van een landsgrensoverschrijdend net met inbegrip van de aansluitingen op zo’n net, en het een project betreft voor elektriciteit dat is opgenomen op de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (PbEU 2013, L 115). -**2.** De beheerder van het net, bedoeld in het eerste lid, meldt een voornemen tot een uitbreiding van een net waarop het eerste lid van toepassing is zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens een formulier worden vastgesteld. +**2.** Onze Minister stelt in ieder geval een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet vast voor de aanleg of uitbreiding van het net op zee, met dien verstande dat Onze Minister geen projectbesluit vaststelt voor het gebied gelegen aan de zeezijde van gemeentegrenzen of provinciale grenzen. -**3.** +**3.** Artikel 16.7 van de Omgevingswet is van toepassing op de coördinatie van besluiten ter uitvoering van projectbesluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid. -Indien, in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van een net als bedoeld in het eerste lid, alsmede het aantal voor de aanleg of uitbreiding van dat net benodigde besluiten, redelijkerwijs niet valt te verwachten dat toepassing van de procedure, bedoeld in het eerste lid, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, kan Onze Minister bepalen dat: +**4.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister besluiten geen projectbesluit vast te stellen als naar zijn oordeel besluitvorming door een bestuursorgaan van een gemeente of van een provincie het project kan versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, en het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente respectievelijk gedeputeerde staten van de betreffende provincie daarmee instemmen. -a. geen van de procedures, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, -b. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, -c. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of -d. de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gevolgd door de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing zijn of is op de uitbreiding van dat net. Onze Minister hoort de beheerder van het net en de betrokken bestuursorganen over een voornemen toepassing te geven aan de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin. +**5.** Onze Minister geeft tegelijk met of zo snel mogelijk na de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het vierde lid kennis van dat besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze en doet mededeling van dat besluit door toezending daarvan aan de initiatiefnemer. + +**6.** Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing als een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt ingetrokken. + +**7.** Voor projecten als bedoeld in het eerste lid, onder c, stelt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een handleiding vast als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening, bedoeld in dat lid. ### Artikel 20b -**1.** Onze Minister is de aangewezen minister, bedoeld in artikel 3.35, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. - -**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.28, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening treden, in afwijking van dat artikellid, Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu gezamenlijk in de plaats van burgemeester en wethouders ten aanzien van de bevoegdheden en verplichtingen, bedoeld in dat artikellid. - -**3.** Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bepalen dat Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, met overeenkomstige toepassing van artikel 3.35, derde lid, vierde volzin, van de Wet ruimtelijke ordening, één of meer besluiten nemen die nodig zijn voor een daarbij aangewezen uitbreiding van het net, bedoeld in artikel 20a, eerste lid. +Vervallen ### Artikel 20c -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de besluiten aangewezen die voor de uitbreiding van het net, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, in ieder geval besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening zijn. - -**2.** Onze Minister kan ten behoeve van een uitbreiding van het net, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, tevens één of meer andere besluiten dan de bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluiten aanwijzen als besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening. - -**3.** Onze Minister kan, indien een bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluit de toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, zou belemmeren of ernstig bemoeilijken, bepalen dat het desbetreffende besluit, in afwijking van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur, niet als een besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening wordt aangemerkt. +Vervallen ### Artikel 20ca -De artikelen 20a tot en met 20c zijn van overeenkomstige toepassing op de aanleg of uitbreiding van het net op zee met dien verstande dat Onze Minister geen inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening vaststelt voor het gebied gelegen aan de zeezijde van gemeentegrenzen of provinciale grenzen. +Vervallen ### Artikel 20d -**1.** De Autoriteit Consument en Markt verrekent de kosten van een investering waarvoor op grond van artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening een inpassingsplan is vastgesteld of projectbesluit is genomen, in de tarieven. +**1.** De Autoriteit Consument en Markt verrekent de kosten van een investering waarvoor een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet is genomen, in de tarieven. -**2.** De Autoriteit Consument en Markt verrekent de kosten van investeringen voor de ontsluiting van windparken, die zijn opgenomen in een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, in de tarieven. +**2.** De Autoriteit Consument en Markt verrekent de kosten van investeringen voor de ontsluiting van windparken, die zijn opgenomen in een programma als bedoeld in afdeling 3.2 van de Omgevingswet, in de tarieven. **3.** De Autoriteit Consument en Markt verrekent de kosten van investeringen ter uitvoering van het ontwikkelkader, bedoeld in artikel 16e, eerste lid, in de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het net op zee. @@ -1577,8 +1541,8 @@ q = de kwaliteitsterm, die de aanpassing van de tarieven in verband met de gelev e. de gemaakte kosten voor investeringen, bedoeld in artikel 20d, voor zover de kosten doelmatig zijn; f. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; g. het totaal van de gemaakte kosten voor een verwerving van een bestaand net waarvoor nog niet eerder een netbeheerder was aangewezen door of met instemming van Onze Minister en voor de investeringen tot aanpassing van dat verworven net waardoor aan de bij of krachtens deze wet daaraan gestelde eisen wordt voldaan, voor zover deze kosten doelmatig zijn; -h. de geschatte vermogenskosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft zal maken met betrekking tot nog niet in gebruik genomen investeringen, waarop de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is; -i. de geschatte kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft voor investeringen die in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft, in gebruik worden of zijn genomen, waarop de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is; +h. de geschatte vermogenskosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft zal maken met betrekking tot nog niet in gebruik genomen investeringen, waarop de projectprocedure, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet van toepassing is; +i. de geschatte kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft voor investeringen die in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft, in gebruik worden of zijn genomen, waarop de projectprocedure, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet van toepassing is; j. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 7a, voor zover deze kosten doelmatig zijn en niet op grond van artikel 30b in rekening zijn gebracht via een tarief; k. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 17a, voor zover deze kosten doelmatig zijn; l. de gemaakte kosten voor de uitvoering van artikel 22a, voor zover deze kosten doelmatig zijn en deze kosten niet op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 22a, zevende lid, worden betaald door de verzoeker, bedoeld in artikel 22a, eerste lid. @@ -1621,8 +1585,8 @@ e. zijn vastgesteld op basis van de geschatte kosten als bedoeld in het zevende De Autoriteit Consument en Markt betrekt bij het vaststellen van de tarieven: -a. de geschatte vermogenskosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft zal maken met betrekking tot nog niet in gebruik genomen investeringen, waarop de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is; -b. de geschatte kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft voor investeringen die in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft, in gebruik worden of zijn genomen, waarop de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. +a. de geschatte vermogenskosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft zal maken met betrekking tot nog niet in gebruik genomen investeringen, waarop de projectprocedure, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet van toepassing is; +b. de geschatte kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft voor investeringen die in het jaar waarop het tarievenvoorstel betrekking heeft, in gebruik worden of zijn genomen, waarop de projectprocedure, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet van toepassing is. **8.** Indien de netbeheerder van het net op zee op grond van artikel 42a, derde lid, een bedrag in rekening brengt bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wordt dat bedrag zonder toepassing van de formule, bedoeld in artikel 41b, eerste lid, onderdeel d, toegevoegd aan de totale inkomsten uit de tarieven. @@ -1714,8 +1678,8 @@ cpi = de relatieve wijziging van de consumentenprijsindex (alle huishoudens), be x = de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering; b. de gemaakte kosten voor investeringen, bedoeld in artikel 20d, derde lid, voor zover de kosten doelmatig zijn; c. een schadevergoeding als bedoeld in artikel 16f; -d. de geschatte vermogenskosten die de netbeheerder van het net op zee in het jaar waarop het voorstel betrekking heeft zal maken met betrekking tot nog niet in gebruik genomen investeringen, waarop de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is; -e. de geschatte kosten die de netbeheerder van het net op zee heeft voor investeringen die in het jaar waarop het voorstel betrekking heeft, in gebruik worden of zijn genomen, waarop de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. +d. de geschatte vermogenskosten die de netbeheerder van het net op zee in het jaar waarop het voorstel betrekking heeft zal maken met betrekking tot nog niet in gebruik genomen investeringen, waarop de projectprocedure, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet van toepassing is; +e. de geschatte kosten die de netbeheerder van het net op zee heeft voor investeringen die in het jaar waarop het voorstel betrekking heeft, in gebruik worden of zijn genomen, waarop de projectprocedure, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet van toepassing is. **2.** Indien sprake is van grove nalatigheid van de netbeheerder van het net op zee, wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, het totaal aan schadevergoedingen tot een bedrag van ten hoogste € 10 miljoen per jaar niet in de toegestane inkomsten verdisconteerd. Het totaal aan schadevergoedingen die het bedrag van € 10 miljoen in één jaar overstijgt wordt in dit geval betrokken bij het vaststellen van de inkomsten. @@ -2134,7 +2098,7 @@ De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van het bepaalde bi De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens: a. de artikelen 4a, derde lid,10, zesde en zevende lid, 10Aa, achtste lid, 9h, 11b, derde lid, 12, eerste en tweede lid, 15, negende lid16, eerste lid, onderdelen g, k en l, tweede lid, onderdeel g, en zestiende lid, 16a, 17, vierde lid, 18, 19b, 19c, 19d, 19e, 21, negende lid, tweede volzin, 24, tweede lid, 24a, 26ad, elfde lid, 26ae, twaalfde en veertiende lid, 38, derde lid, 39, 42, derde lid, 68, tweede lid, 71, 78, tweede lid, 95b, tweede en achtste lid, 95e, 95k, 95l en 95o en de artikelen 8, 9 en 15 van verordening 1227/2011, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder, en -b. de artikelen 10a, eerste en tweede lid, 10Aa, achtste lid, 10b, tweede tot en met vijfde lid, 11, eerste lid, 11a, tweede lid, 11b, eerste en tweede lid, 15a, tweede lid, artikel 16, eerste lid, onderdelen a tot en met f, h, i, j, n en o, derde, vierde, zesde en vijftiende lid, 17, eerste tot en met derde lid, 17a, 17b, 17c, eerste tot met vierde lid, 18a, 19, 20, derde lid, 21, 23, 24, eerste en derde lid, 24Aa, 26ab, 26ac, 26ad, eerste tot en met vierde lid, 26ae, eerste tot en met vierde lid, zesde, zevende en negende lid, 31, eerste lid, 31b, 36, 37, 39, 43, 55, 56, tweede lid, 57, derde en vierde lid, 68, eerste lid, 79, eerste en tweede lid, 84, 86, eerste, tweede en vierde lid86d, 86e, 93b, 95a, eerste lid, 95b, eerste en vijfde lid, 95ca, 95cb, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 95f, tweede lid en 95m, de artikelen 3, 4 en 5 van verordening 1227/2011 en besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van verordening 2019/942, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder. +b. de artikelen 10a, eerste en tweede lid, 10Aa, achtste lid, 10b, tweede tot en met vijfde lid, 11, eerste lid, 11a, tweede lid, 11b, eerste en tweede lid, 15a, tweede lid, artikel 16, eerste lid, onderdelen a tot en met f, h, i, j, n en o, derde, vierde, zesde en vijftiende lid, 17, eerste tot en met derde lid, 17a, 17b, 17c, eerste tot met vierde lid, 18a, 19, 20, tweede lid, 21, 23, 24, eerste en derde lid, 24Aa, 26ab, 26ac, 26ad, eerste tot en met vierde lid, 26ae, eerste tot en met vierde lid, zesde, zevende en negende lid, 31, eerste lid, 31b, 36, 37, 39, 43, 55, 56, tweede lid, 57, derde en vierde lid, 68, eerste lid, 79, eerste en tweede lid, 84, 86, eerste, tweede en vierde lid86d, 86e, 93b, 95a, eerste lid, 95b, eerste en vijfde lid, 95ca, 95cb, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 95f, tweede lid en 95m, de artikelen 3, 4 en 5 van verordening 1227/2011 en besluiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van verordening 2019/942, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder. **2.** De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid, onderdelen a en b, ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.