From 63ed0cca69fb4a9ecc2f44e33f1468c6a736a756 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Aug 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-08-01 | BWBR0003862 | Bekostigingsbesluit WPO --- .../BWBR0003862/README.md | 45 ++++++++++++++++--- 1 file changed, 40 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-wpo/BWBR0003862/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-wpo/BWBR0003862/README.md index c7f7ef4a73f..aa39ff69c2b 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-wpo/BWBR0003862/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-wpo/BWBR0003862/README.md @@ -357,7 +357,7 @@ De vergoeding voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding **1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 137, eerste en derde lid, van de wet vast voor zover deze bedragen mede gebaseerd zijn op het aantal leerlingen op de teldatum, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op de teldatum, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de in artikel 178a, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar zijn opgenomen in het basisregister onderwijs overeenkomstig artikel 178b van de wet, dan wel de leerlingen van wie opgave is gedaan aan Onze Minister overeenkomstig artikel 36a, vierde lid. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar. -**2.** Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 137, eerste lid, van de wet voorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in de artikelen 29, 30 en 34, vast binnen 14 weken na de voor de desbetreffende bekostiging relevante datum. +**2.** Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 137, eerste lid, van de wet voorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in de artikelen 29 en 30, vast binnen 14 weken na de voor de desbetreffende bekostiging relevante datum. **3.** Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 171, vierde lid, van de wet aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. @@ -449,11 +449,13 @@ Voor elke leerling die volgens onderstaande tabel in een categorie kan worden in Met het hebben gevolgd van een schoolopleiding op maximaal het niveau praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg wordt gelijkgesteld het hebben doorlopen van ten hoogste de eerste twee leerjaren van een andere vorm van voortgezet onderwijs. -**2.** Het schoolgewicht wordt berekend door de som van de volgens het eerste lid vastgestelde gewichten van de op de teldatum ingeschreven leerlingen te verminderen met een getal, gelijk aan 6% van het aantal leerlingen op de teldatum. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Indien de uitkomst negatief is, bedraagt het schoolgewicht nul. +**2.** De indeling van een leerling in een van de categorieën, genoemd in het eerste lid, wordt gebaseerd op de gegevens over de schoolopleiding van de ouders of verzorgers van de leerling, zoals blijkt uit een door die ouders of verzorgers ingevuld en ondertekend formulier dat is opgenomen in de leerlingenadministratie van de school. -**3.** Indien het schoolgewicht hoger is dan 80% van het aantal op de teldatum ingeschreven leerlingen van de basisschool, wordt het schoolgewicht vastgesteld op 80% van het aantal op de teldatum op de basisschool ingeschreven leerlingen. +**3.** Het schoolgewicht wordt berekend door de som van de volgens het eerste lid vastgestelde gewichten van de op de teldatum ingeschreven leerlingen te verminderen met een getal, gelijk aan 6% van het aantal leerlingen op de teldatum. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Indien de uitkomst negatief is, bedraagt het schoolgewicht nul. -**4.** Indien een basisschool bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, bestaat het schoolgewicht van de basisschool uit de som van de schoolgewichten die de afzonderlijke vestigingen zouden hebben, indien zij zelfstandige scholen zouden zijn. +**4.** Indien het schoolgewicht hoger is dan 80% van het aantal op de teldatum ingeschreven leerlingen van de basisschool, wordt het schoolgewicht vastgesteld op 80% van het aantal op de teldatum op de basisschool ingeschreven leerlingen. + +**5.** Indien een basisschool bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, bestaat het schoolgewicht van de basisschool uit de som van de schoolgewichten die de afzonderlijke vestigingen zouden hebben, indien zij zelfstandige scholen zouden zijn. ### Artikel 28 @@ -603,7 +605,7 @@ Indien er geen of onvoldoende gegevens zijn voor een betrouwbaar oordeel over de a. het verkrijgen van nadere gegevens van de school over de resultaten en de doorstroom van leerlingen; b. onderzoek en verificatie ter plekke. -## Hoofdstuk IIIb. Ontwikkelingsperspectief, deskundigen en inrichting commissies +## Hoofdstuk IIIb. Ontwikkelingsperspectief, deskundigen, inrichting commissies en orthopedagogisch-didactische centra ### Artikel 34.7 @@ -637,6 +639,39 @@ De deskundigen, bedoeld in artikel 18a, elfde lid, van de wet zijn een orthopeda ### Artikel 34.10 +**1.** Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1 van de wet, een of meer n orthopedagogisch-didactisch centra omvat, wordt dat vermeld in het ondersteuningsplan. + +**2.** Een leerling, die is of wordt ingeschreven bij een school, kan gedurende ten hoogste een half jaar het onderwijsprogramma of een gedeelte daarvan volgen bij een orthopedagogisch-didactisch centrum. De termijn, genoemd in de eerste volzin, kan in bijzondere gevallen eenmalig worden verlengd met ten hoogste een half jaar. + +**3.** Het onderwijs aan leerlingen die een programma volgen bij het orthopedagogisch-didactisch centrum wordt gegeven door leraren die voldoen aan de bevoegdheids- en bekwaamheidseisen zoals die zijn vastgesteld in de artikelen 3 en 32a van de wet. + +### Artikel 34.11 + +**1.** Voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, van de wet is vereist dat tussen het bevoegd gezag van een school en het bevoegd gezag van een andere school, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra een schriftelijke overeenkomst over de uitvoering daarvan wordt gesloten. + +**2.** + +De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval afspraken over: + +a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan; +b. de onderwijsactiviteiten die de leerling ontvangt op de school of instelling; +c. het aantal lesuren per week per onderwijsactiviteit dat ten minste wordt aangeboden; en +d. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling. + +**3.** + +Een leerling kan gedurende een termijn van ten hoogste drie maanden aaneengesloten het volledige onderwijsprogramma volgen op een school of instelling als bedoeld in het eerste lid. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat dan in elk geval afspraken over: + +a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan; +b. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling; en +c. het bedrag voor de personele en materiële kosten dat het bevoegd gezag van de school waar de leerling is ingeschreven betaalt aan het bevoegd gezag van de school of instelling waarmee de overeenkomst wordt gesloten. + +**4.** Onderdeel c is niet van toepassing op een overeenkomst met een school waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. + +**5.** Indien voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, van de wet, scholen of instellingen binnen hetzelfde bevoegd gezag zijn betrokken, maakt dit bevoegd gezag afspraken met deze betrokken scholen of instellingen over de onderdelen, genoemd in het tweede of derde lid. + +### Artikel 34.12 + Het percentage, bedoeld in artikel 9, lid 13a, van de wet, waarin een deel van het onderwijs kan worden gegeven in de Engelse, Duitse of Franse taal is ten hoogste 15% per schooljaar. ## Hoofdstuk IV. Correcties op de bekostiging