2007-04-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

This commit is contained in:
Coornhert 2007-04-01 12:00:00 +00:00
parent 5e85f36fe7
commit 63f9e7c69b

View file

@ -2273,170 +2273,120 @@ r. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertre
N.B. Voor deze bepaling geldt overgangsrecht. Zie de toelichting bij artikel 7 RWN, onder Overgangsrecht.
In het onderhavige artikellid beschrijft de wetgever wat hij onder inburgering verstaat. Evenals voorheen geschiedt dit aan de hand van een tweedeling: enerzijds moet de vreemdeling beschikken over kennis van de Nederlandse taal en anderzijds moet hij zich hebben doen opnemen in de Nederlandse samenleving. Nieuw is het vereiste dat de vreemdeling zich kennis van de staatsinrichting en maatschappij moet hebben toegeëigend en dat hij de onderwerpen taal, staatsinrichting en maatschappij op een algemene maatregel van rijksbestuur bepaald niveau moet beheersen. Ook moet hij kunnen lezen en schrijven. Er is dus sprake van een verzwaring van de vereisten voor inburgering.
De naturalisatietoets zoals deze gold sinds 1 april 2003 in Nederland en voor verzoekers om naturalisatie die buiten het Koninkrijk wonen, is per 1 april 2007 vervangen door het inburgeringsexamen van de Wet inburgering. Uit het inburgeringsdiploma moet blijken dat alle onderdelen op niveau A2 van het Europese Raamwerk Vreemde talen zijn behaald.
Vanaf 1 april 2007 is het niet meer mogelijk om de naturalisatietoets te doen welke gold vanaf 1 april 2003. Enkel de verzoeker die op 1 april 2007 het onderdeel kennis van staatsinrichting en maatschappij (deel I) heeft behaald, alsmede ten minste één onderdeel van de toets kennis van de Nederlandse taal (deel II) van de naturalisatietoets zoals deze gold sinds 1 april 2003, wordt tot 1 oktober 2007 éénmalig in de gelegenheid gesteld om bij een Regionaal Opleidings Centrum (ROC), genoemd in artikel 3, eerste lid, van de regeling naturalisatietoets zoals deze gold tot 1 april 2007, de resterende onderdelen van de toets kennis van de Nederlandse taal te behalen.
##### 2. Procedure
###### 2.1.1. Voorlichtingsfase
###### 2.1.1. De Voorlichtingsfase
Aan de indiening van het verzoek om naturalisatie gaat een voorlichtingsfase vooraf, waarin de burgemeester de aspirant-verzoeker zal informeren over de naturalisatietoets. In dit stadium behoeft deze laatste nog geen verzoek om naturalisatie in te dienen en dus ook geen naturalisatiegelden te voldoen. De burgemeester legt dan ook geen dossier aan, totdat door de verzoeker een verzoek om naturalisatie daadwerkelijk wordt ingediend. In den regel geschiedt dit pas nadat betrokkene de naturalisatietoets heeft afgelegd en het Certificaat Naturalisatietoets kan overleggen.
Aan de indiening van het verzoek om naturalisatie gaat een voorlichtingsfase vooraf, waarin de burgemeester de aspirant-verzoeker zal infomeren over het inburgeringsvereiste. In dit stadium behoeft deze laatste nog geen verzoek om naturalisatie in te dienen en dus ook geen naturalisatiegelden te voldoen. De burgemeester legt dan ook geen dossier aan, totdat door de verzoeker een verzoek om naturalisatie daadwerkelijk wordt ingediend. In de regel geschiedt dit pas nadat betrokkene het inburgeringsexamen heeft afgelegd en het bijbehorende inburgeringsdiploma kan overleggen.
| Deel 1 | € 94,00 |
| --- | --- |
| Deel 2 | € 171,00 |
| Herkansing onderdelen van Deel 2 | € 52,00 |
| Telefoontoets | € 104,00 |
| Haalbaarheidsonderzoek | € 208,00 |
Het praktijkdeel van het examen bestaat uit een onderzoek naar de vijf functionele taalvaardigheden (spreken, luisteren, lezen, schrijven en gespreksvaardigheid) gerelateerd aan veel voorkomende praktijksituaties die van cruciaal belang zijn om adequaat te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. Het praktijkdeel bestaat uit een portfolio of assessment of een combinatie van beide.
Het centraal deel van het examen bestaat uit drie examens die met behulp van een computer worden afgenomen: kennis van de Nederlandse samenleving (KNS), het electronisch praktijkexamen (EPE) en toets gesproken Nederlands (TGN).
Voorts verwijst de burgemeester de aspirant-verzoeker naar de IB-Groep (de Informatie Beheer Groep). De examens van het centraal deel van het examen worden enkel afgenomen door de IB-Groep. Hiertoe heeft de IB-Groep verspreid door het land meerdere examenlocaties ingericht. Deze zijn te vinden op de site van de IB-Groep www.inburgeren.nl . Het praktijkgedeelte van het examen kan worden afgenomen door exameninstellingen die door de Minister daartoe zijn aangewezen (assessment, portfolio of combinatie van een assessment en portfolio) en door de IB-Groep (alleen portfolio). Meer informatie over het examen en naturalisatie is te vinden in de speciaal daarvoor ontwikkelde brochure, getiteld inburgeringsexamen: voorwaarde voor naturalisatie.
###### 2.1.2. Aanvraagfase
De verzoeker legt bij zijn verzoek om naturalisatie het in artikel 5 BNT bedoelde certificaat over, tenzij hij voor vrijstelling of gehele ontheffing in aanmerking komt (artikel 34, eerste lid, BVVN). Indien verzoeker niet voor vrijstelling of ontheffing in aanmerking komt (of daaromtrent moet in het geval van (gedeeltelijke) ontheffing nog nader onderzoek plaatsvinden), noch het Certificaat Naturalisatietoets kan overleggen, wordt hem door de burgemeester ontraden een verzoek in te dienen. Staat hij er toch op een verzoek in te dienen, dan wordt zijn verzoek in ontvangst genomen. In dit geval wordt verzoeker door de burgemeester erop gewezen dat zijn verzoek om naturalisatie door de IND buiten behandeling zal worden gesteld of afgewezen, en dat hij de voor naturalisatie te betalen leges niet terug zal ontvangen. De burgemeester kan verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21.
De verzoeker legt bij zijn verzoek om naturalisatie het in het eerste lid, van artikel 5, BNT bedoelde inburgeringsdiploma over waaruit blijkt dat alle onderdelen op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen zijn behaald, tenzij hij voor (gedeeltelijke) vrijstelling of gehele ontheffing in aanmerking komt (artikel 34, eerste lid, BVVN). Indien verzoeker niet voor vrijstelling of gehele ontheffing in aanmerking komt (of daaromtrent moet in het geval van ontheffing nog nader onderzoek plaatsvinden), noch het inburgeringsdiploma op het juiste niveau kan overleggen, wordt hem door de burgemeester ontraden een verzoek om naturalisatie in te dienen. Staat hij er toch op een verzoek in te dienen, dan wordt zijn verzoek in ontvangst genomen. In dit geval wordt verzoeker door de burgemeester erop gewezen dat zijn verzoek om naturalisatie door de IND kan worden afgewezen, en dat hij de voor naturalisatie te betalen leges niet terug zal ontvangen. De burgmeester kan verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21 (verklaring geïnformeerd over negatief advies).
###### 2.2. Vrijstelling van de toets
###### 2.2. Vrijstelling van het examen
De verzoeker kan een beroep doen op een vrijstellingsgrond als genoemd in artikel 3 BNT. Daartoe dient hij aan te tonen dat hij behoort tot een van de volgende categorieën vrijgestelde personen:
1. Molukkers, die op grond van de Wet van 9 september 1976 (*Stb.* 1976, 468) bij de toepassing van de Nederlandse wetgeving worden behandeld als Nederlander en dientengevolge als voldoende ingeburgerd worden beschouwd;
2. Degene die een diploma heeft van een afgeronde opleiding in de Nederlandse taal van een hoger niveau dan lagere school of basisschool. Betrokkene dient in dat geval te overleggen het originele:
2. Degene die, na onderwijs te hebben gevolgd in de Nederlandse taal en in het bezit is van een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen. Betrokkene dient in dat geval te overleggen het originele:
getuigschrift Wetenschappelijk Onderwijs en Hoger Beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Getuigschrift Wetenschappelijk Onderwijs of Hoger beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
diploma voortgezet (middelbaar) onderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs;
diploma beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs;
diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs of de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs;
diploma staatsexamen Nederlands als tweede Taal (NT-2), programma I of II;
Certificaat Inburgering in het kader van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) met daarop de expliciete vermelding dat minimaal niveau 2 voor NT-2 is behaald. Daarnaast dient verzoeker de verklaring van het ROC te overleggen op grond waarvan het niveau voor NT-2 op het certificaat is ingevuld. Het vermelde niveau op het Certificaat inburgering dient uiteraard overeen te komen met het niveau dat is vermeld op de bijbehorende ROC-verklaring. Een certificaat zonder vermelding van enig niveau, of met vermelding van een niveau dat verschilt van de ROC-verklaring, geeft dus geen recht op vrijstelling.
3. Degene die door het College van Burgemeester en Wethouders is vrijgesteld of ontheven (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, f en g, BNT) van het inburgeringsprogramma in het kader van de WIN. Betrokkene dient in dit geval de originele beschikking tot vrijstelling of ontheffing te overleggen. Ten aanzien van een beschikking tot vrijstelling (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, BNT) moet worden nagegaan of de vrijstelling heeft plaatsgevonden op grond van de veronderstelling dat verzoeker de kennis, inzicht en vaardigheden op het moment van de vrijstelling in zijn bezit had of dat hij die (binnen een redelijke termijn na het moment van de vrijstelling) in zijn bezit zou krijgen (artikel 5, tweede lid, WIN). Vrijstelling van het inburgeringsprogramma kan namelijk ook zijn verleend op grond van kennis, inzicht en vaardigheden waarvan wordt verondersteld dat die in de toekomst zullen worden verworven. Indien een vrijstelling van het inburgeringsprogramma is verleend op grond van in de toekomst te verwerven kennis, inzicht en vaardigheden wordt verzoeker niet vrijgesteld van de naturalisatietoets; betrokkene heeft immers in dat geval nog niet aangetoond dat hij reeds over het vereiste taal- en kennisniveau beschikt.41De vrijstellingen genoemd in artikel 3, eerste lid, BNT gelden binnen het gehele Koninkrijk.
Certificaat Inburgering in het kader van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) met daarop de expliciete vermelding dat minimaal voor de onderdelen “Luisteren”, “Spreken”, “Lezen” en “Schrijven” niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is gehaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 van de Kwalificatiestructuur Educatie. Daarnaast dient verzoeker de verklaring van het ROC te overleggen overleggen op grond waarvan het niveau 2 op het certificaat is ingevuld. Het vermelde niveau op het Certificaat inburgering dient uiteraard overeen te komen met het niveau dat is vermeld op de bijbehorende ROC-verklaring. Een certificaat zonder vermelding van enig niveau, of vermelding van enig niveau dat verschilt van de ROC-verklaring, geeft geen recht op vrijstelling.
3. Degene die door het College van Burgemeester en Wethouders is vrijgesteld of ontheven (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, f en g, BNT) van het inburgeringsprogramma in het kader van de WIN. Betrokkene dient in dit geval de originele beschikking tot vrijstelling of ontheffing te overleggen. Ten aanzien van een beschikking tot vrijstelling (artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e, BNT) moet worden nagegaan of de vrijstelling heeft plaatsgevonden op grond van de veronderstelling dat verzoeker de kennis, inzicht en vaardigheden op het moment van de vrijstelling reeds in zijn bezit had of dat hij die (binnen een redelijke termijn na het moment van de vrijstelling) in zijn bezit zou krijgen (artikel 5, tweede lid, WIN). Vrijstelling van het inburgeringsprogramma kan namelijk ook zijn verleend op grond van kennis, inzicht en vaardigheden waarvan wordt verondersteld dat die in de toekomst zullen worden verworven. Indien een vrijstelling van het inburgeringsprogramma is verleend op grond van in de toekomst te verwerven kennis, inzicht en vaardigheden wordt verzoeker niet vrijgesteld van de naturalisatietoets; betrokkene heeft immers in dat geval nog niet aangetoond dat hij reeds over het vereiste taal- en kennisniveau beschikt.
4. Degene die tenminste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven. Het gaat hier om de periode tussen het vijfde en het zestiende levensjaar. Betrokkene kan dit aantonen door een uittreksel van de GBA of een daaraan voorafgaande bevolkingsboekhouding (bijvoorbeeld het Vestigingsregister) waaruit blijkt dat hij ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd woonachtig was in Nederland.
####### 2.2.1.. Gedeeltelijke vrijstelling van de toets
Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond is niet vereist dat het hierbij om een ononderbroken inschrijving van acht jaar gaat; ook de betrokken persoon die tijdens de leerplichtige leeftijd bijvoorbeeld twee perioden van vier jaar ingeschreven was, is vrijgesteld. Tevens is niet vereist dat het om legaal verblijf gaat.
5. Degene die in het bezit is van een Belgisch diploma of getuigschrift, behaald in Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands.
6. Degene die in het bezit is van een Surinaamse diploma, behaald in het Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands.
7. Degene die in het bezit is van het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school (Trb. 1957, 246), voorzover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald.
8. Degene die in het bezit is van het getuigschrift International baccalaureaat Middle Years Certificate, International General Certificate of Secondary Education of International Baccalaureaat, indien daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor het vak een voldoende is behaald.
9. Degene die in het bezit is van het document dat wordt uitgereikt nadat de Korte Vrijstellingstoets van de Wet Inburgering is afgelegd. Hieruit moet blijken dat betrokkene niveau B1 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen heeft gehaald.
De verzoeker kan een beroep doen op de vrijstellingsgrond geformuleerd in artikel IV van de wijziging van het Besluit naturalisatietoets die is ingegaan op 1 april 2007 (certificaat naturalisatietoets).
10. Degene die in het bezit is van het certificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit naturalisatietoets zoals dit luidde voor 1 april 2007. Hieruit moet blijken dat betrokkene is geslaagd voor de volgende zes onderdelen: kennis van staatsinrichting en maatschappij; spreek-, luister-, schrijf- en leesvaardigheid.
De verzoeker kan een beroep doen op de gedeeltelijke vrijstellingsgrond als genoemd in artikel 3, derde en vierde lid BNT. Daartoe dient hij het volgende te overleggen:
####### 2.2.1.. Gedeeltelijke vrijstelling
een certificaat oudkomers als bedoeld in de Regeling certificaat oudkomers, met daarop de aantekening dat voor de onderdelen Lezen, Spreken, Schrijven en Luisteren tenminste het niveau 2 van het referentiekader NT2 is behaald; én
een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven, gewaarmerkte kopie over de verklaring van de onderwijsinstelling waar de NT2-profieltoets is afgelegd.
De verzoeker kan een beroep doen op de gedeeltelijke vrijstellingsgronden als genoemd in artikel 4 van de Regeling naturalisatietoets Nederland. Indien verzoeker voor gedeeltelijke vrijstelling van het inburgeringsexamen in aanmerking wil komen dient hij het volgende te overleggen:
Voor de algemene handelwijze gemeente, het beoordelen van de overgelegde stukken en de controle wordt verwezen naar paragraaf 2.2.
een certificaat oudkomers als bedoeld in de Regeling certificaat oudkomers, met daarop de aantekening dat voor de onderdelen Lezen, Spreken, Schrijven en Luisteren tenminste het niveau 2 van referentie kader NT2 is behaald; én
een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven gewaarmerkte kopie over de verklaring van de onderwijsinstelling waar de NT2-profieltoets is afgelegd.
Naturalisatietoets onderdeel staatsinrichting en maatschappij
Van het afleggen van het examen kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) is vrijgesteld de verzoeker die kan aantonen dat hij op grond van de Regeling naturalisatietoets, zoals deze gold voor 1 april 2007, het onderdeel kennis van de staatsinrichting en maatschappij (deel I) van de naturalisatietoets zoals deze gold voor 1 april 2007, heeft behaald.
Blijkt dat verzoeker enkel het onderdeel staatsinrichting en maatschappij van de toets moet afleggen, dan verwijst de gemeente verzoeker naar een van de acht ROCs die bevoegd zijn om de naturalisatietoets af te nemen. Indien verzoeker het getoetste onderdeel met goed gevolg heeft afgelegd, reikt het ROC hem/haar het Certificaat Naturalisatietoets uit met achter het onderdeel staatsinrichting en maatschappij de aantekening: AFGENOMEN.
Indien betrokkene is vrijgesteld van het vorengenoemd onderdeel en voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen slaagt, dan krijgt hij voor de overige onderdelen van het inburgeringsexamen een resultatenbrief.
*Achter de overige onderdelen wordt de volgende aantekening geplaatst: NIET AFGENOMEN.’”*
####### 2.2.2.. Procedure (gedeeltelijke) vrijstelling
Voor indiening van het verzoek beoordeelt de burgemeester of het overgelegde document dat recht op (gedeeltelijke) vrijstelling kan geven origineel is en of de personalia overeenkomen met die van de verzoeker. Ook controleert de burgemeester aan de hand van een door de IB-Groep te Groningen samengesteld modellenboek van diplomas en getuigschriften. Bij twijfel kan contact worden opgenomen met de IB-Groep; ook bij niet Nederlandse diplomas.
###### 2.3. (Gedeeltelijke) ontheffing van de toets
###### 2.3. Ontheffing van het inburgeringsexamen
####### 2.3.1. Inleiding
Een verzoeker tot naturalisatie die wegens een lichamelijke en/of geestelijke belemmering of wegens ongeletterdheid niet in staat is de naturalisatietoets af te leggen, is ingevolge artikel 4 Besluit naturalisatietoets ontheven van de toets.
Een verzoeker om naturalisatie die ten genoegen van de Minister aantoont wegens een lichamelijke en/of geestelijke belemmering dan wel een verstandelijke handicap of ondanks geleverde inspanningen redelijkerwijs niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen, is ingevolge artikel 4 van het Besluit Naturalisatietoets, van het examen ontheven.
####### 2.3.2. (Gedeeltelijke) ontheffing van de toets
####### 2.3.2. Psychische of lichamelijke belemmering
In de procedure wordt onderscheid gemaakt tussen ontheffing wegens een lichamelijke en/of geestelijke belemmering (zie daarvoor onder 3) en ontheffing wegens ongeletterdheid (zie onder 4).
Indien verzoeker een ernstige psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap heeft en het inburgeringsexamen niet op de gebruikelijke wijze of met aangepaste examenomstandigheden kan afleggen is hij ontheven van het examen. Er is geen sprake van gedeeltelijke ontheffing. Verzoeker wordt altijd voor het gehele examen ontheven. Artikel 5 van de Regeling naturalisatietoets Nederland geeft hieraan uitwerking.
De belemmering moet het betrokkene feitelijk en blijvend onmogelijk maken de naturalisatietoets af te leggen. In dat kader wordt ervan uitgegaan dat indien te verwachten is dat betrokkene wegens een lichamelijke en/of een geestelijke belemmering niet binnen vijf jaar op reguliere wijze de toets kan afleggen, reden tot ontheffing bestaat. Eenzelfde termijn van vijf jaar geldt bij de beoordeling of een ongeletterde verzoeker nog het gewenste lees- en schrijfvaardigheidniveau zal halen.
De verzoeker om naturalisatie die aantoont dat hij een zodanig psychische of lichamelijke belemmering dan wel een zodanige verstandelijke handicap heeft, dat hij binnen vijf jaar niet in staat is het inburgeringsexamen af te leggen is ontheven van de verplichting het examen te behalen. Voor een medische advies die de belemmering of handicap aantoont, kan hij terecht bij de, in het kader van de uitvoering van de Wet inburgering, door het college van burgemeester en wethouders van zijn woonplaats aangewezen medisch adviseur. In geval van verhuizing kan het advies afkomstig zijn van een aangewezen arts uit de vorige woonplaats.
####### 2.3.3. Lichamelijke of geestelijke belemmering
Indien betrokkene inburgeringsplichtig is geweest conform de Wet inburgering is het mogelijk dat er in het kader van deze wet een beschikking die strekt tot ontheffing van het inburgeringsexamen wegens een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap door het college van burgemeester en wethouders aan de verzoeker is afgegeven. Deze beschikking geeft ook ontheffing voor het examen op voorwaarde dat deze op de dag van indiening van het verzoek om naturalisatie niet ouders is dan drie jaar.
Indien de verzoeker een ernstige lichamelijke en/of geestelijke belemmering heeft, is hij ontheven van de naturalisatietoets of één of meer onderdelen daarvan. Betrokkene dient zelf door middel van één of meer verklaringen aan te tonen dat hij in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke ontheffing. In geval van een lichamelijke of geestelijke belemmering volgt de burgemeester de hierna beschreven procedure.
In de voorlichtende sfeer wijst de gemeente betrokkene op het feit dat het medisch advies inburgeringsexamen afkomstig moet zijn van een medisch adviseur als hierboven beschreven. De door de burgemeester aangewezen arts is bekend bij de afdeling inburgering van de betreffende gemeente. De gemeente gaat ervan uit dat een overgelegd medisch advies is opgemaakt door een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen medisch adviseur. Tijdens de behandeling van het verzoek om naturalisatie kan de IND onderzoeken of het medisch advies door een bevoegde adviseur is opgemaakt. Op het moment van indienen van het verzoek om naturalisatie bij de gemeente mag het advies niet ouder zijn dan zes maanden.
De (aspirant-)verzoeker verklaart dat hij niet in staat is de volledige naturalisatietoets te doen, dan wel dat hij slechts één of meer onderdelen niet kan doen. Voor deze verklaring is model 2.26 (Beroep op ontheffing naturalisatietoets) beschikbaar. Het ingevulde en door betrokkene ondertekende model 2.26 wordt gevoegd bij het naturalisatieverzoek.
De gemeente kan zonder nadere controle afgaan op het medisch advies, en op het adviesblad naturalisatie bij inburgering aantekenen dat ontheffing van het examen wordt geadviseerd. Mocht het advies niet conform het advies (model 2.27) of onvolledig zijn, dan adviseert de burgemeester betrokkene een nieuw advies te krijgen. Wenst betrokkene toch een verzoek om naturalisatie in te dienen, onder overlegging van een advies dat onvolledig of onduidelijk is, dan wordt op het adviesblad naturalisatie bij inburgering niet akkoord aangetekend.
Betrokkene dient de belemmering aan te tonen door middel van het overleggen van één of meer verklaringen van een arts of deskundige.
Telefonisch overleg met de IND inzake overgelegde adviezen is voor gemeenten altijd mogelijk via de vaste aanspreekpunten bij de naturalisatie-units van de IND.
Er is een informatieblad over de naturalisatietoets en de ontheffing daarvan wegens een lichamelijke en/of geestelijke belemmering beschikbaar bij de gemeente voor de arts of deskundige. Het is de verzoeker tot naturalisatie aan te raden dit informatieblad voor de arts of deskundige mee te nemen.
Mocht daartoe aanleiding bestaan dan kan tijdens de naturalisatieprocedure het medisch advies nader worden onderzocht door de IND. De IND stuurt dan het medische advies naar de medisch adviseur die het advies heeft opgesteld, waarna de medisch adviseur de authenticiteit kan vaststellen. Indien het advies niet authentiek blijkt, is betrokkene niet ontheven van het inburgeringsexamen.
Ten behoeve van de arts of deskundige is model 2.27 (Modelverklaring ten behoeve van arts/deskundige in het kader van de ontheffing van de naturalisatietoets) beschikbaar met daarin de punten die in de op te maken verklaring van belang zijn. De verklaring wordt opgemaakt door de modelverklaring in te vullen. Verklaringen, opgemaakt anders dan conform dit model, dan wel onvolledig ingevuld, worden niet geaccepteerd. Om in zon geval de garantie te hebben dat het model inderdaad is ingevuld door de arts of deskundige, hecht deze een korte verklaring dienaangaande op zijn eigen brief- of receptpapier aan de ingevulde verklaring. De arts/deskundige voorziet het eigen brief- of receptpapier van zijn stempel en zijn paraaf.
####### 2.3.3. Beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het examen te behalen
Geaccepteerd worden verklaringen afkomstig van een in Nederland gevestigde (huis)arts (denk bijv. ook aan een arts GGD, verpleeg- of verzorgingshuisarts, of een in Nederland gevestigde medisch specialist) of een andere in Nederland gevestigde deskundige.
Artikel 6 van de Regeling naturalisatietoets Nederland geeft hieraan uitwerking. Het gaat hier om een verzoeker die:
Is de verklaring afkomstig van een arts, dan moet het betreffen een in Nederland gevestigde arts, die als zodanig is ingeschreven in het BIG-register (het conform de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gehouden register). Is de verklaring niet afkomstig van een arts, maar wel van een deskundige werkzaam binnen de gezondheidszorg, dan dient ook deze deskundige, denk bijvoorbeeld aan een psychotherapeut, te zijn geregistreerd conform de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
1. niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Nederlandse taal, en
2. van wie, gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij (nog) Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar.
Een verklaring van een psycholoog moet afkomstig zijn van een psycholoog ingeschreven in het register van psychologen bij het Nederlands Instituut van Psychologen (dit blijkt uit een NIP-registratie).
Het bovenstaande leidt ertoe dat bij een beroep op deze ontheffingsgrond een nader onderzoek moet worden ingesteld. In dit onderzoek worden de volgende factoren meegenomen: de mate van het niet gealfabetiseerd zijn, de mate van extra inspanning om gealfabetiseerd te raken, alsmede het leervermogen van betrokkene, de vooropleiding en de leeftijd.
In de voorlichtende sfeer wijst de gemeente betrokkene op het feit dat de verklaring afkomstig moet zijn van een arts of deskundige als hierboven beschreven. De gemeente gaat ervan uit dat een overgelegde verklaring is opgemaakt door een bevoegde arts of deskundige. Het is niet de bedoeling dat de gemeente dienaangaande een controle verricht. Tijdens de behandeling van het naturalisatieverzoek kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onderzoeken of de verklaring door een bevoegde arts of deskundige is opgemaakt.
Gezien de vorm waarin het inburgeringsexamen wordt afgenomen, kunnen de onderdelen, praktijkdeel examen, kennis Nederlandse samenleving (KNS) en elektronisch praktijkexamen (EPE) bij een geslaagd beroep op niet gealfabetiseerd zijn niet op reguliere wijze door betrokkene worden afgelegd. Kunnen lezen is nu eenmaal een minimale voorwaarde om deze onderdelen af te kunnen leggen. Bij de toets gesproken Nederlands (TGN) geldt de voorwaarde van het kunnen lezen echter niet. Bij een geslaagd beroep op niet gealfabetiseerd zijn moet de niet gealfabetiseerde verzoeker derhalve de vaardigheden spreken en luisteren door middel van de toets gesproken Nederlands (TGN) afleggen.
Op het moment van indienen van het naturalisatieverzoek bij de gemeente mag de verklaring niet ouder zijn dan 6 maanden.
Indien de niet gealfabetiseerde verzoeker de toets gesproken Nederlands (TGN) met goed gevolg op A2 niveau heeft afgelegd, verstrekt de IB-Groep een resultaten brief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands, met het resultaat geslaagd.
De overgelegde verklaring geeft aan welk onderdeel (of welke onderdelen) van de toets iemand niet kan doen. Tevens dient de overgelegde verklaring te vermelden om welke lichamelijke of geestelijke reden de betrokken onderdelen niet kunnen worden afgelegd.
In de voorlichtende sfeer wijst de gemeente betrokkene op het feit dat kosten zijn verbonden aan het haalbaarheidsonderzoek. De gemeente adviseert betrokkene dan ook eerst de toets gesproken Nederlands (TGN) op het gewenste niveau te behalen alvorens betrokkene naar ROC Amsterdam gaat voor het haalbaarheidsonderzoek.
De gemeente treedt niet in een inhoudelijke beoordeling van de medische of deskundigenverklaring. De gemeente kan zonder nadere controle afgaan op de medische verklaring, en op het adviesblad naturalisatie bij inburgering aantekenen dat ontheffing van (bepaalde onderdelen van) de naturalisatietoets wordt geadviseerd.
####### 2.3.4. Toetscriteria niet gealfabetiseerd
Mocht evenwel de verklaring niet voldoende duidelijk zijn, dan adviseert de burgemeester betrokkene een duidelijkere verklaring te krijgen. Wenst betrokkene toch een naturalisatieverzoek in te dienen, onder overlegging van een verklaring die niet voldoende duidelijk is ter zake van de lichamelijke en/of geestelijke belemmering en het gevolg daarvan voor het kunnen afleggen van onderdelen van de naturalisatietoets, dan wordt op het adviesblad naturali- satie bij inburgering niet akkoord aangetekend.
Iemand is niet gealfabetiseerd in het kader van het examen indien hij analfabeet is in zowel zijn eigen taal als het Nederlands. Beheerst iemand wel het schrift van zijn eigen taal (bijvoorbeeld betrokkene kan Arabisch, Chinees of Thais schrijven), maar beheerst hij niet het Europese schrift, dan kan hij niet als niet gealfabetiseerd worden beschouwd. Betrokkene beheerst immers de kunst van het schrijven. In onderwijskringen wordt dit anders gealfabetiseerd genoemd.
Telefonisch overleg met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) inzake overgelegde verklaringen is voor gemeenten altijd mogelijk via de vaste aanspreekpunten bij de naturalisatie-units van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Heeft iemand in zijn eigen land niet de aldaar gebruikelijke basisopleiding (lagere school) afgerond, dan wordt hij in het kader van het inburgeringsexamen als niet gealfabetiseerd beschouwd. Mogelijkerwijs kan betrokkene enigszins in zijn eigentaal en (al dan niet) het Nederlands enige woorden lezen en schrijven, toch is betrokkene te beschouwen als niet gealfabetiseerd. Van een ieder die op model 2.28 aangeeft dat hij in het herkomst land geen enkel opleiding heeft afgerond, wordt aangenomen dat hij de eigen taal niet kan lezen en schrijven. Betrokkene hoeft dienaangaande geen stukken te overleggen.
Is iemand doof of doofstom (en blijkt dit uit de overgelegde verklaring), dan is betrokkene ontheven van de volledige naturalisatietoets. Gezien de vorm waarin de toets wordt aangeboden, kunnen doven en doofstommen geen enkel onderdeel van de naturalisatietoets afleggen. Onder doof valt mede hardhorendheid, indien betrokkene niet door hulpmiddelen alsnog voldoende hoorvermogen krijgt om de toets af te leggen. Ook de hier bedoelde personen zijn ontheven van de volledige toets.
Betrokkene dient aan de hand van certificaten of verklaringen van (bij voorkeur onderwijs-)instellingen aan te tonen dat hij zich heeft ingespannen om gealfabetiseerd te raken. Van een extra inspanning is sprake als meer dan gemiddeld is getracht niveau A2 op het gebied van Nederlands leren lezen en schrijven te behalen. Hierbij is het niet van belang of betrokkene wel of niet inburgeringsplichtig is of was ingevolge de Wet inburgering. Het moet wel ten minste gaan om een cursus in georganiseerd verband, bij voorkeur bij een onderwijsinstelling, maar het kan ook gaan om een gemeentelijk welzijnswerk, een cursus bij of via het arbeidsbureau of een cursus bij buurt- of clubhuis.
Is betrokkene blind of stom dan wordt hij/zij verwezen naar het ROC van Amsterdam om onderdelen van de toets te doen. Iemand die blind is, kan de onderdelen luisteren en spreken wel doen. Iemand die stom is, kan de onderdelen Maatschappijoriëntatie, schrijven, luisteren en lezen wel doen. Is betrokkene blind dan worden de onderdelen luisteren en spreken afgenomen door middel van de telefoontoets.
Anders dan in het voorafgaande, waar beperkt leervermogen betrekking heeft op lichamelijke en geestelijke aandoeningen als gevolg waarvan iemand gebrekkige (of gebrekkig werkende) verstandelijke vermogens bezit, gaat het hier om beperkt leervermogen in de zin van beperkte studievaardigheden als gevolg van gebrek aan educatie. Iemand die nooit geleerd heeft om te leren bezit, in deze context, een beperkt leervermogen. Of hiervan sprake is, wordt onderzocht en beoordeeld door het ROC van Amsterdam. In die beoordeling betrekt het ROC van Amsterdam factoren als de geen tot zeer beperkte vooropleiding van betrokkene, diens leeftijd en het feit dat betrokkene wel heeft getracht Nederlands te leren schrijven en lezen op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen.
Onder lichamelijke of geestelijke belemmering, waarvoor een verklaring van een arts of deskundigen is vereist, zijn mede te verstaan woordblindheid (dyslexie), een beperkt leervermogen (bijvoorbeeld Downsyndroom) alsmede duurzame ernstige depressies, traumas en/of concentratiestoornissen. Ook in deze gevallen geldt dat de overgelegde verklaring van de arts of deskundige duidelijk moet stellen welk onderdeel (of onderdelen) betrokkene niet kan afleggen en wat de reden daarvoor is.
####### 2.3.5. Aanmelding bij ROC Amsterdam
Ook hier geldt dat de gemeente niet in de inhoudelijke beoordeling treedt van de verklaring. In beginsel is een verklaring van de eigen huisarts voldoende. Zo kan bij woordblindheid of dyslexie de verklaring afkomstig zijn van de (al dan niet eigen) huisarts, dan wel van deskundigen als een psycholoog of een orthopedagoog.
Echter, dit geldt niet in een geval waarin sprake is van een psychische stoornis, zoals bijvoorbeeld duurzame ernstige depressies, traumas en/of concentratiestoornissen. Beoordeling daarvan dient te geschieden door een deskundige op het gebied van psychische ziektebeelden. In die gevallen dient de verklaring afkomstig te zijn van een psychiater of een psycholoog.
Mocht daartoe aanleiding bestaan dan kan tijdens de naturalisatieprocedure de gegrondheid van het beroep op ontheffing van de naturalisatietoets nader worden onderzocht door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Bureau Medische Advisering. In het kader van dit onderzoek kan betrokkene rechtstreeks worden opgeroepen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Blijkt uit het ingevulde model 2.26, en de ondersteunende verklaring(en) dat betrokkene één of meer onderdelen van de toets moet afleggen, dan verwijst de gemeente op de hieronder bij 2.3.6 beschreven wijze betrokkene naar het ROC van Amsterdam. Het onderdeel (of de onderdelen) die betrokkene wél kan doen, moet(en) ingevolge artikel 3, vierde lid Regeling naturalisatietoets worden afgelegd bij het Regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam. In beginsel doet betrokkene in een reguliere klas het onderdeel of de onderdelen van de toets die hij wel kan afleggen (tegen het gewone herkansingstarief). De betrokkene moet gewoon kunnen meedoen aan een onderdeel van de toets. Er worden geen onderdelen aangepast voor betrokkene. Het gaat dus in beginsel om óf ontheffing van een onderdeel, óf het kunnen meedoen aan een toetsmoment met reguliere deelnemers.
Is betrokkene niet in staat op de gebruikelijke wijze te lezen en/of schrijven (bijvoorbeeld doordat hij/zij alleen kan lezen met gebruikmaking van het brailleschrift), dan doet hij/zij de onderdelen door middel van de telefoontoets.
Indien verzoeker het/de getoetste onderdeel(en) met goed gevolg heeft afgelegd, reikt het ROC van Amsterdam hem/haar het Certificaat Naturalisatietoets uit met achter het/de niet- getoetste onderdeel(en) de aantekening: NIET AFGENOMEN.
Ingeval de onderdelen luisteren en spreken door middel van de telefoontoets zijn afgenomen, dan wordt achter deze onderdelen geplaatst de aantekening: AFGENOMEN MET TELEFOONTOETS.
Tezamen met de overgelegde verklaringen en model 2.26 stuurt de gemeente met het naturalisatiedossier een gewaarmerkt afschrift van het Certificaat Naturalisatietoets aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Een ander gewaarmerkt afschrift houdt de burgemeester voor zichzelf. Het certificaat wordt weer aan verzoeker overhandigd.
####### 2.3.4. Beroep op ongeletterdheid
Ongeletterdheid kan aanleiding zijn voor gedeeltelijke ontheffing van de naturalisatietoets. Onder de navolgende omstandigheden leidt ongeletterdheid (of analfabetisme) tot ontheffing. Het gaat hier om de verzoeker die ongeletterd is en die kan aantonen dat hij zich extra heeft ingespannen het vereiste taalniveau van onderdelen van de naturalisatietoets te bereiken, maar daarin niet is geslaagd. Betrokkene is ontheven van de toets, indien hij een verklaring overlegt van een ter zake deskundige, waarin deze aangeeft dat betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet meer in staat geacht kan worden het gewenste lees- en schrijfvaardigheidniveau te bereiken.
Het bovenstaande leidt ertoe dat bij een beroep op deze ontheffingsgrond een nader onderzoek door een deskundige moet worden ingesteld naar de ongeletterdheid en de mate van extra inspanning van betrokkene, alsmede naar diens leervermogen, vooropleiding en leeftijd.
Dit zogenaamde haalbaarheidsonderzoek vindt conform artikel 3, derde lid Regeling naturalisatietoets uitsluitend plaats bij het Regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam. Het ROC van Amsterdam beoordeelt of het haalbaar is voor betrokkene binnen een tijdsbestek van vijf jaar Nederlands te leren lezen en schrijven op het niveau Nederlands als Tweede taal, kwalificatiestructuur educatie, niveau 2 (NT2, KSE niveau 2).
Als ter zake deskundigen gelden in dit verband derhalve uitsluitend de taalkundigen van het Regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam.
Betrokkene betaalt voor het haalbaarheidsonderzoek € 202,00.
Gezien de vorm waarin de naturalisatietoets wordt afgenomen, kunnen de onderdelen maatschappijoriëntatie, luisteren en spreken bij een geslaagd beroep op ongeletterdheid niet op reguliere wijze door betrokkene worden afgelegd. Kunnen lezen is nu eenmaal een minimale voorwaarde om een onderdeel van de (reguliere) naturalisatietoets te kunnen afleggen. Dit niet alleen omdat de instructies voor het afleggen van de (reguliere) toets schriftelijk zijn, maar ook omdat de toetsvragen bij de onderdelen spreken en luisteren schriftelijk in de opgavenboekjes zijn opgenomen. Bij de telefoontoets geldt de voorwaarde van het kunnen lezen echter niet. Bij een geslaagd beroep op ongeletterdheid moet de ongeletterde verzoeker derhalve de onderdelen spreken en luisteren door middel van de telefoontoets afleg- gen.
Indien de ongeletterde verzoeker de getoetste onderdelen met goed gevolg heeft afgelegd, reikt het ROC van Amsterdam hem het Certificaat Naturalisatietoets uit met achter de niet-getoetste onderdelen de aantekening: NIET AFGENOMEN en achter de getoetste onderdelen de aantekening: AFGENOMEN MET TELEFOONTOETS.
Indien de (aspirant-)verzoeker tot naturalisatie een verklaring van het ROC van Amsterdam overlegt met het advies dat betrokkene wegens ongeletterdheid en beperkte educatieve vaardigheden in een tijdsbestek van vijf jaar niet in staat is de naturalisatietoets te halen, tekent de burgemeester op het adviesblad naturalisatie aan dat gedeeltelijke ontheffing van de naturalisatietoets wordt geadviseerd.
Met het naturalisatiedossier stuurt de gemeente een gewaarmerkt afschrift van de verklaring van het ROC van Amsterdam aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Een ander gewaarmerkt afschrift houdt de burgemeester voor zijn administratie. Het origineel van de verklaring van het ROC van Amsterdam wordt weer aan verzoeker overhandigd.
Incidenteel zal bij gemeente of Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de behoefte blijken om inzake de verklaring van het ROC van Amsterdam navraag te doen bij dat ROC. Onderaan de verklaring staat daarvoor een telefoonnummer.
####### 2.3.5. Toetsingscriteria ongeletterdheid
Iemand is ongeletterd in het kader van de naturalisatietoets indien hij analfabeet is in zowel zijn eigen taal als in het Nederlands. Beheerst iemand wel het schrift van zijn eigen taal (bijvoorbeeld betrokkene kan Arabisch, Chinees of Thais schrijven), maar beheerst hij niet het Europese schrift, dan kan hij niet als analfabeet worden beschouwd. Betrokkene beheerst immers de kunst van het schrijven. In onderwijskringen wordt dit anders gealfabetiseerd genoemd.
Heeft iemand in zijn eigen land niet de aldaar gebruikelijke basisopleiding (lagere school) afgerond, dan wordt hij in het kader van de naturalisatietoets als ongeletterd beschouwd. Mogelijk kan betrokkene enigszins in zijn eigen taal en (al dan niet) ook in het Nederlands enige woorden lezen en schrijven, toch is betrokkene te beschouwen als ongeletterd. Van eenieder die op model 2.28 aangeeft dat hij in het herkomstland geen enkele opleiding heeft afgerond, wordt aangenomen dat hij de eigen taal niet kan lezen en schrijven. Betrokkene hoeft dienaangaande geen stukken te overleggen.
Betrokkene dient aan de hand van certificaten of verklaringen van (bij voorkeur onderwijs-) instellingen aan te tonen dat hij zich heeft ingespannen om Nederlands te leren schrijven en lezen. Van een extra inspanning is sprake als betrokkene meer heeft gedaan op het gebied van Nederlands leren lezen en schrijven dan hij op grond van voor hem geldende regelgeving verplicht was om te doen. Het moet wel ten minste gaan om een cursus in een georganiseerd verband, bij voorkeur bij een onderwijsinstelling, maar het kan ook gaan om gemeentelijk welzijnswerk, een cursus bij of via het arbeidsbureau of een cursus bij een buurt- of clubhuis.
Dit betekent voor een betrokkene die verplicht is geweest de inburgeringscursus uit de Wet Inburgering Nieuwkomers te doen (en daarvoor (wel getoetst) niet het niveau heeft gehaald waarop hij vrijstelling van de naturalisatietoets zou hebben gekregen, (ingevolge artikel 3, eerste lid en onder d Besluit Naturalisatietoets)), dat hij, na het hebben gevolgd van de WIN-cursus, moet kunnen aantonen dat hij (onverplicht door enige regelgeving) door middel van het volgen van een cursus zich heeft ingespannen te leren lezen en schrijven in de Nederlandse taal.
Voor een betrokkene die niet is verplicht geweest de inburgeringscursus uit de Wet Inburgering Nieuwkomers te doen, geldt in het kader van extra inspanning een zelfde maatstaf. Ook hier moet betrokkene kunnen aantonen dat hij (onverplicht door enige regelgeving) door middel van een cursus Nederlands zich heeft ingespannen te leren lezen en schrijven.
De eis van extra inspanning dient betrokkene door middel van bescheiden, afkomstig van de instelling waar het onderwijs of de cursus is gevolgd, aan te kunnen tonen bij het ROC van Amsterdam.
De gemeente heeft hierbij een voorlichtende taak, die eruit bestaat betrokkene erop te wijzen dat hij bij zijn aanmelding bij het ROC van Amsterdam zal moeten kunnen aantonen dat hij (onverplicht) een cursus Nederlands heeft gedaan. Gezien de kosten voor het onderzoek is het een betrokkene die niet kan aantonen (onverplicht) een cursus Nederlands te hebben gedaan, bij voorbaat af te raden om zich bij het ROC van Amsterdam te melden voor het onderzoek. Alleen als betrokkene ervan overtuigd is de extra inspanning te kunnen aantonen bij het ROC van Amsterdam, heeft het zin hem door te verwijzen naar dat ROC voor het onderzoek naar de vraag of betrokkene eventueel nog binnen vijf jaar met kans op succes de naturalisatietoets zal kunnen afleggen.
Anders dan in het voorafgaande onder 3, waar beperkt leervermogen betrekking heeft op lichamelijke en geestelijke aandoeningen als gevolg waarvan iemand gebrekkige (of gebrekkig werkende) verstandelijke vermogens bezit, gaat het hier om beperkt leervermogen in de zin van beperkte studievaardigheden als gevolg van gebrek aan educatie. Iemand die nooit geleerd heeft om te leren bezit, in deze context, een beperkt leervermogen.
Of hiervan sprake is, wordt onderzocht en beoordeeld door het ROC van Amsterdam. In die beoordeling betrekt het ROC van Amsterdam factoren als de geen tot zeer beperkte vooropleiding van betrokkene, diens leeftijd en het feit dat betrokkene wel heeft getracht Nederlands te leren schrijven en lezen op NT2, niveau 2.
####### 2.3.6. Aanmelding bij ROC Amsterdam
Voor het afleggen van een toetsonderdeel of -onderdelen of de telefoontoets, dan wel de aanmelding voor het haalbaarheidsonderzoek meldt betrokkene zich door middel van model 2.28 (Aanmeldingsformulier ROC van Amsterdam) aan bij dat ROC. De ongeletterde verzoeker bij wie het ROC van Amsterdam reeds heeft vastgesteld dat hij voldoet aan de criteria voor ongeletterdheid, wordt rechtstreeks opgeroepen door dat ROC om de onderdelen luisteren en spreken af te leggen. Bij een lichamelijke of geestelijke belemmering meldt de (aspirant-)verzoeker zich wel zelf rechtstreeks aan bij het ROC van Amsterdam. In een aantal gevallen denk aan gehandicapten en ongeletterden zal de hulp van de gemeente bij het invullen van model 2.28 noodzakelijk blijken. Betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het insturen van zijn aanmeldingsformulier.
Op het aanmeldingsformulier wordt ingeval van een beroep op ongeletterdheid door de gemeente ingevuld of betrokkene verplicht is geweest een Wet Inburgering Nieuwkomerstraject te volgen. Alsdan wordt het formulier voorzien van een gemeente- of dienststempel. Tezamen met het ingevulde model 2.28 stuurt betrokkene die zich wenst aan te melden voor het haalbaarheidsonderzoek, het bewijs of bewijzen mee van zijn gepleegde extra inspanning. Dit betekent voor degene die WIN-plichtig is geweest: het (originele) Certificaat Inburgering én overige verklaringen. Voor degene die niet WIN-plichtig is geweest betreft het (alleen) één of meer overige verklaringen.
Na ontvangst van het aanmeldingsformulier stuurt het ROC Amsterdam betrokkene een acceptgiro en roept na het ontvangen van de betaling betrokkene op voor (bij een lichamelijke en/of geestelijke belemmering) het/de af te leggen onderdeel of onderdelen dan wel voor het haalbaarheidsonderzoek. Is van de gepleegde extra inspanning onvoldoende bewijs overgelegd naar het oordeel van het ROC van Amsterdam, dan wordt door het ROC het aanmeldingsformulier, inclusief de aangeleverde bescheiden, aan betrokkene geretourneerd.
Voor het aanmelden voor het haalbaarheidsonderzoek meldt betrokkene zich door middel van model 2.28 (Aanmeldingsformulier ROC van Amsterdam) aan bij dat ROC. De (aspirant-)verzoeker meldt zich zelf rechtstreeks aan bij het ROC van Amsterdam. In een aantal gevallen kan de hulp van de gemeente bij het invullen van model 2.28 noodzakelijk blijken. Betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het insturen van zijn aanmeldingsformulier. Op het aanmeldingsformulier wordt ingeval van een beroep op het niet gealfabetiseerd zijn door de gemeente ingevuld of betrokkene verplicht is geweest een traject in het kader van de Wet Inburgering Nieuwkomers te volgen. Alsdan wordt het formulier voorzien van een gemeente- of dienststempel.
##### 3. Opneming in de Nederlandse samenleving
@ -3979,18 +3929,6 @@ Het bedrog, de valse verklaring of het verzwijgen van voor de naturalisatie rele
Immers, door het opgeven van onjuiste personalia (valse identiteit) zijn niet de (juiste) personalia van betrokkene vermeld op het koninklijk besluit tot naturalisatie. Aan betrokkene is dan ook niet het Nederlanderschap verleend. Voor de optieverklaring geldt mutatis mutandis hetzelfde.
####### 2.1.1. Gebruik van valse identiteit bij naturalisatie of optie
De Hoge Raad heeft bij beschikking van 30 juni 2006 aangegeven dat bij naturalisatiebesluiten die zijn genomen vóór 1 april 2003 in geval van bedrog omtrent de identiteit wordt aangenomen dat het Nederlanderschap niet is verkregen omdat het naturalisatiebesluit geen rechtsgevolg heeft gehad voor de betrokkene. Immers, door het opgeven van onjuiste personalia (valse identiteit) zijn niet de (juiste) personalia van betrokkene vermeld op het Koninklijk Besluit tot naturalisatie. Aan betrokkene is dan ook niet het Nederlanderschap verleend. Voor de optieverklaring geldt mutatis mutandis hetzelfde.
####### 2.1.2. Bijzondere omstandigheden
De Hoge Raad heeft bij beschikking van 11 november 2005 ten aanzien van het vorenstaande nog opgemerkt dat sprake kan zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een naturalisatiebesluit waarin valse of fictieve persoonsgegevens zijn opgenomen de betrokkene toch identificeert en daarom rechtsgevolg heeft. Daarop aansluitend heeft de Hoge Raad in de beschikking van 30 juni 2006, onder verwijzing naar zijn beschikking van 11 november 2005, gesteld dat bijzondere omstandigheden inhouden dat *de betrokkene desondanks wel voldoende geïdentificeerd was en de aanvrager door het tot stand gekomen naturalisatiebesluit wel het Nederlanderschap heeft verworven.*Hiervan is sprake wanneer *ondanks de onjuistheid van de verschafte persoonsgegevens, omtrent de ware identiteit van de aanvrager bij de instanties die het verzoek moesten onderzoeken en beoordelen, een zodanige duidelijkheid heeft bestaan, dat niet gezegd kan worden dat de onjuistheid van de persoonsgegevens hun onderzoek en beoordeling belemmerd heeft*.
####### 2.1.3. Naturalisatiebesluit van op of na 1 april 2003
Ten aanzien van naturalisatiebesluiten die zijn genomen op of ná 1 april 2003 heeft de Hoge Raad bij beschikking van 30 juni 2006 overwogen dat “*In het licht van dit alles moet worden aangenomen dat de regeling van artikel 14 lid 1 (RWN) mede betrekking heeft op gevallen als het onderhavige, waarin de aanvrager zijn personalia niet juist heeft opgegeven en het naturalisatiebesluit hem derhalve niet met de juiste personalia aanduidt, doch wel duidelijk is op welke fysieke persoon het besluit betrekking heeft. Uit het systeem en de strekking van de wet volgt derhalve dat ook in dat geval een naturalisatiebesluit, verleend onder de werking van de RWN zoals deze sinds 1 april 2003 luidt, rechtsgevolg heeft, zolang het niet met toepassing van artikel 14 lid 1 RWN is ingetrokken*.” In het geval het Koninklijk Besluit dateert van op of ná 1 april 2003 geldt voor het opgeven van een valse identiteit derhalve dat rechtsgevolg is verbonden aan het Koninklijk Besluit en betrokkene Nederlander is geworden. Het Nederlanderschap kan wel conform artikel 14, eerste lid, RWN worden ingetrokken.
###### 2.2. Intrekking Nederlanderschap uitsluitend wegens valse verklaringen, bedrog of verzwijging van relevante feiten
Indien achteraf blijkt dat het Nederlanderschap op onjuiste gronden is verkregen, rijst de vraag of deze situatie in stand moet blijven. Uitgangspunt bij een situatie als bedoeld in het onderhavige artikellid is dat het Nederlanderschap wordt ingetrokken. Als gevolg van eventuele individuele bijzondere omstandigheden én na afweging van de bij intrekking betrokken belangen kan van intrekking worden afgezien. Aan een eventuele intrekking wegens fraude gaat een zogenaamde voornemenprocedure vooraf. Het betreft hier de procedure uit de artikelen 66 tot en met 69 BVVN. Zie paragraaf 4.1.