2019-06-16 | BWBR0017624 | Besluit spoorverkeer
This commit is contained in:
parent
8b7e29d7cb
commit
641f671a6f
1 changed files with 6 additions and 43 deletions
|
|
@ -22,7 +22,6 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- gebruik van een hoofdspoorweg: met een spoorvoertuig rijden over of stilstaan op een hoofdspoorweg;
|
||||
- gevaarlijke stoffen: gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
|
||||
- hoofdspoorweg: hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, of artikel 124, tweede lid, van de wet;
|
||||
- proefrit: rit met een of meerdere toegelaten materieeleenheden waarbij een nieuw of gewijzigd component in, dan wel een functie van een (deel van een) materieeleenheid of een deel daarvan, het rijden of anderszins in gebruik zijn wordt beproefd op prestatie, functie of correct functioneren;
|
||||
- rangeerder: persoon die een trein begeleidt;
|
||||
- sein: verkeersteken inhoudende een ge- of verbod, een waarschuwing of een aanduiding;
|
||||
- trein: spoorvoertuig of samenstel van spoorvoertuigen;
|
||||
|
|
@ -80,13 +79,7 @@ c. bij het achteruitrijden met een treinstel over korte afstand uitsluitend in v
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Het is de spoorwegonderneming verboden van een hoofdspoorweg gebruik te maken of gebruik te laten maken voor een proefrit zonder voorafgaande melding daarvan aan de beheerder.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder kan naar aanleiding van de melding in het belang van een veilig en ongestoord verkeer op de hoofdspoorweg aanwijzingen geven.
|
||||
|
||||
**3.** De spoorwegonderneming is verplicht deze aanwijzingen op te volgen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid is het de spoorwegonderneming verboden van een hoofdspoorweg in het hogesnelheidsspoorwegsysteem gebruik te maken of gebruik te laten maken voor een proefrit zonder een door haar ter zake opgesteld en door de beheerder goedgekeurd plan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -132,7 +125,7 @@ Het is verboden met een trein over een hoofdspoorweg te gebruiken dan wel te lat
|
|||
|
||||
**2.** De spoorwegonderneming zorgt er voor dat de bestuurder het toestel voor het afgeven van geluidssignalen te allen tijde kan bedienen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid mag de stralende verlichting geel zijn bij een trein waarvan het spoorvoertuig aan de voorzijde een spoorvoertuig is als bedoeld in artikel 41, of waarvoor een ontheffing is afgegeven op grond van artikel 36, eerste of tiende lid, van de wet.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid mag de stralende verlichting geel zijn bij een trein waarvan het spoorvoertuig aan de voorzijde een spoorvoertuig is waarvoor een ontheffing is afgegeven op grond van artikel 26k, vijfde lid, van de wet of artikel 26q, zesde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -321,7 +314,7 @@ De spoorwegonderneming verstrekt voordat in haar opdracht wordt gerangeerd, aan
|
|||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden over aanwijzingen als bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 10, derde lid, onderdeel c, en 26, tweede lid.
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden over aanwijzingen als bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 6, tweede lid, 10, derde lid, onderdeel c, en 26, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -358,47 +351,17 @@ Overtreding van de artikelen 22 en 27 vormt een strafbaar feit in de zin van art
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Overtreding van de artikelen 3, 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde lid, 6, eerste en derde lid, 7, eerste, derde en vierde lid, 8, 10, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 11, 12, eerste lid, 13, 14, derde lid, 15, vijfde lid, 16, derde lid, 17, 18, 19, eerste lid, 20, eerste en tweede lid, 21, 24, 25, tweede lid, 26, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 28, 32, 33, 37 en 38, vierde lid, vormt een beboetbaar feit in de zin van artikel 77, eerste lid, van de wet.
|
||||
Overtreding van de artikelen 3, 4, eerste en derde lid, 5, eerste en derde lid, 6, eerste en derde lid, 8, 10, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 11, 12, eerste lid, 13, 14, derde lid, 15, vijfde lid, 16, derde lid, 17, 18, 19, eerste lid, 20, eerste en tweede lid, 21, 24, 25, tweede lid, 26, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 28, 32, 33, 37 en 38, vierde lid, vormt een beboetbaar feit in de zin van artikel 77, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
De artikelen 36, eerste lid, en 36b, eerste lid, van de wet gelden niet voor een spoorvoertuig:
|
||||
|
||||
a. dat in overeenstemming met de op 31 december 2004 geldende voorschriften kon worden gebruikt op een hoofdspoorweg;
|
||||
b. waarvoor Onze Minister voor 19 juli 2008 een inzetcertificaat heeft verleend als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de wet, zoals dat op 19 juli 2008 luidde;
|
||||
c. dat voldoet aan de technische voorschriften van de Overeenkomst inzake het wederzijdse gebruik van personenrijtuigen en bagagewagens in het internationale verkeer (RIC) in haar laatst geldende redactie, in het voertuigregister van een staat is ingeschreven, en waarmee voor 19 juli 2008 van hoofdspoorweginfrastructuur gebruik werd gemaakt, of
|
||||
d. dat voldoet aan de technische voorschriften van de Overeenkomst inzake het wederzijdse gebruik van goederenwagens in het internationale verkeer (RIV) in haar laatst geldende redactie, in het voertuigregister van een staat is ingeschreven, en waarmee voor 19 juli 2008 gebruik werd gemaakt van hoofdspoorweginfrastructuur.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van het spoorvoertuig waarvoor een vergunning voor indienststelling respectievelijk aanvullende vergunning voor indienststelling van het type is verleend, met dat type.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister worden met inachtneming van het daaromtrent bij of krachtens richtlijn 2008/57/EG bepaalde, regels gesteld over de verlening en aanvraag van:
|
||||
|
||||
a. de vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, derde lid, en 36b, derde lid, van de wet en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, derde lid van de wet;
|
||||
b. de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, vijfde lid, en 36b, vierde lid, van de wet en van de aanvullende vergunning voor indienststelling en van de nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid, van de wet
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen met inachtneming van het daaromtrent bij of krachtens richtlijn 2008/57/EG bepaalde, regels worden gesteld over de afgifte, vorm en inhoud van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 36, zesde lid, van de wet en het informatiedossier, bedoeld in artikel 37b, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen met inachtneming van het daaromtrent bij of krachtens richtlijn 2008/57/EG bepaalde, regels worden gesteld over het registreren of bewaren van gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in de artikelen 36, zesde lid, en 36b, derde lid, van de wet;
|
||||
b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 36, zevende lid, van de wet of van de verklaring, bedoeld in artikel 37b, negende lid, van de wet;
|
||||
c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, derde lid, en 36b, derde lid, van de wet of van de vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld artikel 37b, derde lid, van de wet en
|
||||
d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in de artikelen 36, vijfde lid en 36b, vierde lid, van de wet of van de aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen met inachtneming van het daaromtrent bij of krachtens richtlijn 2008/57/EG bepaalde, regels worden gesteld over:
|
||||
|
||||
a. vorm en inhoud van de EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2008/57/EG, alsmede over het registreren of bewaren van gegevens of documenten over de afgifte, en
|
||||
b. het onderzoek naar de overeenstemming van de productie van interoperabiliteitsonderdelen waarvoor goedkeuring van het type is verleend, met het goedgekeurde type.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue