2012-07-18 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-18 12:00:00 +00:00
parent 6d053a267b
commit 644bd8e456

View file

@ -88,51 +88,17 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *alleenstaande:* de ongehuwde die
1°. geen tot zijn last komende kinderen heeft,
2°. geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte, en
3°. die niet een of meer meerderjarige kinderen heeft die hun hoofdverblijf in dezelfde woning als de ongehuwde hebben;
b. *alleenstaande ouder:* de ongehuwde die
1°. de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen,
2°. geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte, en
3°. niet een of meer meerderjarige kinderen heeft die hun hoofdverblijf in dezelfde woning als de ongehuwde hebben;
a. *alleenstaande:* de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. *alleenstaande ouder:* de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
c. *gezin:*
1°. de gehuwden tezamen,
2°. de gehuwden met de tot hun laste komende kinderen en hun meerderjarige kinderen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning als de gehuwden hebben,
3°. de alleenstaande of alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen die in dezelfde woning als de alleenstaande of de alleenstaande ouder hun hoofdverblijf hebben;
d. *kind:* het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 9, 25, eerste lid, 26 en 30, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind, of, voor zover het een meerderjarig kind betreft, de echtgenoot van het eigen kind of stiefkind;
1°. de gehuwden tezamen;
2°. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
3°. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
d. *kind:* het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 9, 9a, 25, eerste lid, 26 en 30, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind;
e. *ten laste komend kind:* het kind jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn.
**2.**
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder meerderjarig kind niet verstaan het kind wiens in aanmerking te nemen inkomen niet meer bedraagt dan € 1023,42 per 1 juli 2012: € 1.065,79per maand, en dat:
a. uit s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt;
b. aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; of
c. voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in aanmerking komt.
**3.** Indien de ten laste komende kinderen of de meerderjarige kinderen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2 of onder 3, van de gehuwde, van de alleenstaande of van de alleenstaande ouder, een of meer ten laste komende kinderen of meerderjarige kinderen hebben die in dezelfde woning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2 of onder 3, hun hoofdverblijf hebben, behoren alle in dit lid bedoelde personen tot hetzelfde gezin.
**4.** Onder een ander als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2, en onderdeel b, onder 2, wordt niet verstaan een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde.
**5.**
Op verzoek van de belanghebbende kan het college gelet op de duur van de te verlenen zorg besluiten dat een gehuwde, alleenstaande, alleenstaande ouder of meerderjarig kind als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2 of onder 3, niet tot een gezin behoort, indien die persoon:
a. jonger is dan 65 jaar:
1°. aantoont door middel van een geldig indicatiebesluit dat hij is aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor zover het betreft persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, verblijf, of voortgezet verblijf, waarbij voor begeleiding, verblijf of voortgezet verblijf een dagdeel geldt als 4 uren en een etmaal als 24 uren;
2°. aantoont dat hij voor in ieder geval tien van de uren zorg per week waarop hij op grond van het indicatiebesluit, bedoeld onder 1°, is aangewezen geen persoonsgebonden budget ontvangt en dat in ieder geval tien van die uren zorg per week niet worden verleend door een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; en
3°. aannemelijk maakt dat een of meer van diens meerderjarige kinderen die tot dat gezin behoren respectievelijk een of meer van diens ouders die tot dat gezin behoren in ieder geval tien van de uren zorg per week waarop hij op grond van het indicatiebesluit, bedoeld onder 1°, is aangewezen, aan die persoon verlenen;
b. 65 jaar of ouder is en:
1°. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in onderdeel a, onder 1, 2 en 3; en
2°. op de dag voordat hij recht heeft op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in onderdeel a, onder 1.
**6.** Indien een persoon op grond van het tweede of vijfde lid niet tot het gezin behoort wordt hij als alleenstaande aangemerkt. De overgebleven leden van het gezin, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2 of 3, worden als gezin aangemerkt. Indien de overgebleven leden van het gezin, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2 of 3, bestaan uit één meerderjarige persoon dan wel één meerderjarige persoon met een of meer minderjarige personen wordt deze meerderjarige persoon voor de toepassing van paragraaf 3.2 evenwel als alleenstaande respectievelijk alleenstaande ouder aangemerkt.
**2.** Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt mede verstaan een meerderjarig stiefkind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde.
### Artikel 5
@ -142,7 +108,7 @@ a. bijstand: algemene en bijzondere bijstand;
b. algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;
c. bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2, op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3, door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
d. bijzondere bijstand: de bijstand, bedoeld in artikel 35, en de langdurigheidstoeslag, bedoeld in artikel 36;
e. voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven.
e. voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven.
### Artikel 6
@ -175,7 +141,7 @@ b. het verlenen van bijstand aan personen hier te lande die in zodanige omstandi
Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op personen:
a. jonger dan 27 jaar die uit s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen;
b. als bedoeld in artikel 41, vierde lid, onderdelen a of b, die zich hebben gemeld om bijstand aan te vragen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44; of
b. als bedoeld in artikel 41, vierde lid, die zich hebben gemeld om bijstand aan te vragen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44; of
c. aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt.
**4.** Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen.
@ -236,18 +202,11 @@ c. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid. Zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt, voorzover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a.
**3.** Indien bijstand wordt verleend aan een gezin gelden de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder van de meerderjarige gezinsleden.
**3.** Indien bijstand wordt verleend aan gehuwden gelden de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder van hen.
**4.** De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de belastbaarheid van de betrokkene.
**5.**
De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn niet van toepassing op de persoon:
a. die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoort van de Wet sociale werkvoorziening; of
b. die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
**6.** De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden en de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, gelden voor de personen die zorg verlenen, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, onder 3, slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de mogelijkheid om die zorg te combineren met die verplichtingen, ongeacht of het college een besluit als bedoeld in de aanhef van dat lid heeft genomen.
**5.** De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn niet van toepassing op de persoon die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoort van de Wet sociale werkvoorziening.
### Artikel 9a
@ -327,7 +286,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere hier te lande woonachtige vreem
a. ter uitvoering van een verdrag dan wel van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, of
b. indien zij, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onderdeel g of h, van die wet en zij aan de in die algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden voldoen.
**4.** Het recht op bijstand komt de meerderjarige rechthebbende gezinsleden gezamenlijk toe.
**4.** Het recht op bijstand komt de echtgenoten gezamenlijk toe, tenzij een van de echtgenoten geen recht op bijstand heeft.
### Artikel 12
@ -355,7 +314,7 @@ g. die bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schulden
Geen recht op algemene bijstand heeft degene:
a. van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft;
b. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die een meerderjarig gezinslid is van het gezin waartoe een zodanig persoon behoort, voor zover het gebrek aan middelen van dat gezinslid daarvan het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder of alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, onder 3, is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg;
b. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg;
c. die jonger is dan 27 jaar en uit s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen en:
1°. in verband daarmee aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000, dan wel
@ -406,7 +365,7 @@ Geen recht op bijstand bestaat voorzover een beroep kan worden gedaan op een voo
**3.** Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het tweede lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.
**4.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin en de ten laste komende kinderen van de alleenstaande ouder.
**4.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin.
## Hoofdstuk 3. Algemene bijstand
@ -416,7 +375,7 @@ Geen recht op bijstand bestaat voorzover een beroep kan worden gedaan op een voo
**1.**
Onverminderd paragraaf 2.2, hebben de alleenstaande, alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin recht op algemene bijstand indien:
Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op algemene bijstand indien:
a. het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de bijstandsnorm; en
b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
@ -433,43 +392,36 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
**1.**
Voor een belanghebbende die alleenstaande is, is de norm per kalendermaand:
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 227,00 per 1 juli 2012: € 230,98;
b. indien hij 21 jaar of ouder is: € 656,93 per 1 juli 2012: € 668,44;
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 230,98;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 461,96;
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 899,42.
**2.**
Voor een persoon die alleenstaande ouder is, is de norm per kalendermaand:
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 489,77 per 1 juli 2012: € 498,35;
b. indien hij 21 jaar of ouder is: € 919,70 per 1 juli 2012: € 935,81.
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 498,35;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 729,33;
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1 166,79.
### Artikel 21
**1.** Voor een gezin waarvan alle meerderjarige gezinsleden jonger dan 65 jaar zijn, is de norm per kalendermaand: € 1313,85 per 1 juli 2012: € 1.336,87.
Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
**2.**
In afwijking van het eerste lid is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een gezin dat uit twee meerderjarige personen van 18, 19 of 20 jaar bestaat:
1°. indien er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 454,00 per 1 juli 2012: € 461,96;
2°. indien er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 716,77 per 1 juli 2012: € 729,33;
b. een gezin dat uit twee meerderjarige personen bestaat, waarvan een persoon 18, 19 of 20 jaar is en waarvan de andere persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is:
1°. indien er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 883,93 per 1 juli 2012: € 899,42;
2°. indien er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 1146,70 per 1 juli 2012: € 1.166,79;
c. een gezin dat uit drie meerderjarige personen bestaat, waarvan twee personen 18, 19 of 20 jaar zijn en waarvan een persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 1110,93 per 1 juli 2012: € 1.130,40.
a. een alleenstaande: € 668,44;
b. een alleenstaande ouder: € 935,81;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: € 1 336,87.
### Artikel 22
Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande:  € 843,90 per 1 juli 2012: € 1.026,66;
b. een alleenstaande ouder:  € 1071,01 per 1 juli 2012: € 1.291,99;
c. een gezin waarvan een of meer gezinsleden 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,16 per 1 juli 2012: € 1.413,13.
a. een alleenstaande: € 1 026,66;
b. een alleenstaande ouder: € 1 291,99;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn: € 1 413,13;
d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar: € 1 413,13.
### Artikel 23
@ -477,40 +429,33 @@ c. een gezin waarvan een of meer gezinsleden 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,1
Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder:  € 245,85 per 1 juli 2012: 296,35;
b. alle meerderjarige gezinsleden:  € 382,43 per 1 juli 2012: € 460,93.
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 296,35;
b. gehuwden: € 460,93.
**2.**
Het bedrag van de norm, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder en elk meerderjarig gezinslid dat niet gehuwd is € 51,00 per 1 januari 2012: 49,00;
b. voor gehuwden € 73,00 per 1 januari 2012: € 93,00.
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 49,00;
b. voor gehuwden € 93,00.
**3.**
Indien een of meer meerderjarige gezinsleden in een inrichting verblijft of verblijven en een of meer meerderjarige gezinsleden buiten een inrichting, is de norm:
a. indien één meerderjarig gezinslid in een inrichting verblijft en één meerderjarig gezinslid buiten een inrichting verblijft: de som van de norm die voor degene die in een inrichting als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden en de norm die voor degene buiten een inrichting als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden;
b. indien één meerderjarig gezinslid in een inrichting verblijft en meer meerderjarige gezinsleden buiten een inrichting verblijven: de som van de norm die voor degene in een inrichting als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden en de norm die voor de gezinsleden buiten een inrichting als gezin zou gelden;
c. indien meer meerderjarige gezinsleden in een inrichting verblijven en één meerderjarig gezinslid buiten een inrichting: de som van de norm die voor de gezinsleden in een inrichting als gezin zou gelden en de norm die voor het gezinslid buiten een inrichting al alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden;
d. indien meer meerderjarige gezinsleden in een inrichting verblijven en meer meerderjarige gezinsleden buiten een inrichting verblijven: de som van de norm die voor de gezinsleden in een inrichting als gezin zou gelden en de norm die voor de gezinsleden buiten een inrichting als gezin zou gelden.
**3.** Indien een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden.
### Artikel 24
Indien slechts een van de gezinsleden recht op algemene bijstand heeft, is voor hem de norm gelijk aan de norm die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, is voor de rechthebbende echtgenoot de norm gelijk aan de norm die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
### Paragraaf 3.3. Verhoging en verlaging
### Artikel 25
**1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
**1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 21, onderdelen a en b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste  € 227,11 per 1 juli 2012: € 267,37 per kalendermaand.
### Artikel 26
Het college kan de norm, bedoeld in artikel 21, verlagen voorzover de belanghebbenden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
Het college kan de norm, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede lid, onderdelen b en c, en artikel 21, onderdeel c, verlagen voorzover de belanghebbenden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
### Artikel 27
@ -545,7 +490,7 @@ b. jegens een belanghebbende niet gelijktijdig gebruik gemaakt wordt van de bevo
### Artikel 31
**1.** Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**1.** Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**2.**
@ -558,7 +503,7 @@ d. tegemoetkomingen in de zin van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelinge
e. eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage ontvangen op grond van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvangen op grond van het Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven, voor, alsmede de vermindering of teruggave van, loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen op grond van kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten behoren, tenzij voor deze kosten bijstand wordt verleend;
g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, waarbij voor 16- en 17-jarigen een maximum geldt van € 827,00 per maand, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 juli 2012: € 2.292,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag;
@ -568,7 +513,7 @@ n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van
o. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet opgebouwde voorziening;
p. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet;
q. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder of alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 120,00 per 1 juli 2012: € 120,23 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:
r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 120,00 per 1 juli 2012: € 120,23 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:
1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar,
2°. de periode van zes aaneengesloten maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en
@ -576,8 +521,7 @@ r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder of alleenstaande ouder met e
s. een vergoeding als bedoeld in artikel 18 van de Wet inburgering voorzover deze niet een vergoeding is als bedoeld in onderdeel f;
t. tegemoetkomingen op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten;
u. een uitkering als bedoeld in artikel 19a van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
v. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voor zover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand;
w. een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, voor zover hij tot een gezin behoort dat niet enkel uit gehuwden of uit gehuwden met hun ten laste komende kinderen bestaat.
v. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voor zover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand.
**3.**
@ -603,17 +547,9 @@ b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
**2.** Middelen die het karakter hebben van uitgesteld inkomen worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze zijn verworven. Middelen die het karakter hebben van doorbetaling van inkomen over een periode worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze te gelde kunnen worden gemaakt.
**3.** Indien een of meer gezinsleden geen recht op algemene bijstand hebben, wordt zijn of hun inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het inkomen van de meerderjarige gezinsleden tezamen, met inbegrip van de bijstand die zou worden verleend indien zijn of hun inkomen niet in aanmerking wordt genomen, meer zou bedragen dan de bijstandsnorm voor het gezin. Voor de vaststelling van het inkomen van het niet-rechthebbende gezinslid of de niet-rechthebbende gezinsleden is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
**3.** Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het inkomen van de gehuwden tezamen, met inbegrip van de bijstand die zou worden verleend indien zijn inkomen niet in aanmerking wordt genomen, meer zou bedragen dan de bijstandsnorm voor gehuwden. Voor de vaststelling van het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
**4.** In afwijking van het derde lid wordt, indien het een gezin betreft waarbij gehuwden gescheiden leven, doch niet duurzaam gescheiden, het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot slechts in aanmerking genomen voor zover het de bijstandsnorm te boven gaat.
**5.**
Indien een meerderjarig kind als bedoeld in artikel 4:
a. uit s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt,
b. aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, of
c. voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in aanmerking komt, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan € 1 023,42 per 1 juli 2012: € 1.065,79 per maand.
**4.** In afwijking van het derde lid wordt, indien de gehuwden gescheiden leven, doch niet duurzaam gescheiden, het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot slechts in aanmerking genomen voor zover het de bijstandsnorm te boven gaat.
### Artikel 33
@ -625,7 +561,12 @@ c. voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming on
**4.** Indien de belanghebbende de woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, worden de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking genomen voorzover het college daarmee nog geen rekening heeft gehouden bij de verhoging of verlaging van de norm, bedoeld in paragraaf 3.3.
**5.** Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de gezinsleden 65 jaar of ouder is, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van € 18,40 per 1 januari 2012: € 18,80 per kalendermaand voor een alleenstaande, een alleenstaande ouder en voor elk gezinslid dat 65 jaar of ouder is.
**5.**
Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten 65 jaar of ouder is, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 18,80 per kalendermaand;
b. voor de gehuwden tezamen: € 37,60 per kalendermaand.
### Artikel 34
@ -633,14 +574,14 @@ c. voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming on
Onder vermogen wordt verstaan:
a. de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden. De waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering;
a. de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden. De waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering;
b. middelen die worden ontvangen in de periode waarover algemene bijstand is toegekend, voorzover deze geen inkomen betreffen als bedoeld in de artikelen 32 en 33.
**2.**
Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:
a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin, noodzakelijk zijn;
a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
b. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;
c. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;
d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan  € 42 000,00 per 1 januari 2012: € 48.000,00;
@ -652,8 +593,8 @@ f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel p.
De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is:
a. voor een alleenstaande:  € 4975,00 per 1 januari 2012: € 5.685,00 ;
b. voor een alleenstaande ouder en zijn ten laste komende kinderen:  € 9950,00 per 1 januari 2012: € 11.370,00;
c. voor de gezinsleden tezamen:  € 9950,00 per 1 januari 2012: € 11.370,00.
b. voor een alleenstaande ouder:  € 9950,00 per 1 januari 2012: € 11.370,00;
c. voor de gehuwden tezamen:  € 9950,00 per 1 januari 2012: € 11.370,00.
**4.**
@ -668,7 +609,7 @@ b. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit
### Artikel 35
**1.** Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
**1.** Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van  € 107,00 per 1 januari 2012: € 125,00 niet te boven gaan.
@ -684,7 +625,7 @@ b. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit
**8.** Voorzover de gemeente krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, wordt de bijzondere bijstand verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen, alsmede met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
**9.** Het derde tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing ingeval van een alleenstaande, een alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of een gezin waarvan het in aanmerking te nemen inkomen hoger is dan 110 procent van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**9.** Het derde tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing ingeval van een alleenstaande of een gezin waarvan het in aanmerking te nemen inkomen hoger is dan 110 procent van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm.
### Artikel 36
@ -698,7 +639,7 @@ b. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit
**5.** De artikelen 12, 43, 44, 49 en 52 zijn niet van toepassing.
**6.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder laag inkomen niet verstaan in aanmerking te nemen inkomen hoger dan 110 procent van de op de desbetreffende alleenstaande, alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of gezin van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**6.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder laag inkomen niet verstaan in aanmerking te nemen inkomen hoger dan 110 procent van de op de desbetreffende alleenstaande of gezin van toepassing zijnde bijstandsnorm.
### Artikel 36a
@ -747,8 +688,7 @@ Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32:
Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt, worden herzien:
a. met het percentage van deze wijziging, de normen, genoemd in de artikelen 21 en 22, en het bedrag, genoemd in artikel 25, tweede lid;
b. het percentage, genoemd in artikel 19, derde lid, zodanig dat dit gelijk is aan de procentuele verhouding tussen de netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag over het minimumloon en het netto minimumloon. Onder netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag wordt verstaan het verschil tussen het netto minimumloon en het netto minimumloon zoals dat overeenkomstig artikel 37, eerste lid, zou zijn berekend zonder rekening te houden met de aanspraak op vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
c. de bedragen, genoemd in de artikelen 4, tweede lid, aanhef, en 32, vijfde lid, met de netto uitkomst van 80% van het bruto minimumloon, inclusief vakantiebijslag, rekening houdende met de arbeidskorting, bedoeld in artikel 8.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
b. het percentage, genoemd in artikel 19, derde lid, zodanig dat dit gelijk is aan de procentuele verhouding tussen de netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag over het minimumloon en het netto minimumloon. Onder netto aanspraak op de minimum vakantiebijslag wordt verstaan het verschil tussen het netto minimumloon en het netto minimumloon zoals dat overeenkomstig artikel 37, eerste lid, zou zijn berekend zonder rekening te houden met de aanspraak op vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
**2.** Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantiebijslag, wijzigt, worden de bedragen, genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdelen j, n en r, herzien met het percentage van deze wijziging.
@ -758,8 +698,6 @@ c. de bedragen, genoemd in de artikelen 4, tweede lid, aanhef, en 32, vijfde lid
**5.** Van de herziene normen en bedragen en van de dag waarop de herziening plaatsvindt wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
**6.** Met ingang van de dag waarop de bedragen wijzigen op grond waarvan wordt beoordeeld of een verzekerde als bedoeld in de Algemene Kinderbijslagwet een kind in belangrijke mate onderhoudt als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van die wet, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel h, herzien met het percentage van deze wijziging.
### Artikel 39
**1.** Met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar worden de in artikel 33, vijfde lid, artikel 34, tweede lid, onderdeel d, en derde lid, en artikel 35, tweede lid, genoemde bedragen herzien met de procentuele stijging van de consumentenprijsindex.
@ -798,18 +736,11 @@ c. daarvoor naar het oordeel van het college dringende redenen aanwezig zijn.
**3.** De gemeenteraad kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bij verordening categorieën van aanvragen vaststellen die, in afwijking van het tweede lid, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ingediend.
**4.**
**4.** Een aanvraag van algemene bijstand die alleen ziet op alleenstaanden en alleenstaande ouders jonger dan 27 jaar en gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger dan 27 jaar zijn wordt niet eerder ingediend dan vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, en wordt niet eerder dan vier weken na die melding door het college in behandeling genomen.
Een aanvraag van algemene bijstand die alleen ziet op:
**5.** Indien tot de personen voor wie bijstand is aangevraagd een of meer personen jonger dan 27 jaar behoren, worden documenten verstrekt die het college kunnen helpen bij de beoordeling of die personen jonger dan 27 jaar nog mogelijkheden hebben binnen het uit s Rijks kas bekostigde onderwijs.
a. alleenstaanden en alleenstaande ouders jonger dan 27 jaar,
b. een gezin waarvan alle gezinsleden jonger dan 27 jaar zijn,
wordt niet eerder ingediend dan vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, en wordt niet eerder dan vier weken na die melding door het college in behandeling genomen.
**5.** Indien tot de personen voor wie bijstand is aangevraagd meerderjarige personen jonger dan 27 jaar behoren, worden documenten verstrekt die het college kunnen helpen bij de beoordeling of de meerderjarige personen jonger dan 27 jaar nog mogelijkheden hebben binnen het uit s Rijks kas bekostigde onderwijs.
**6.** De personen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b, die recht hebben op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, kunnen zich al melden om bijstand aan te vragen vanaf de dag gelegen vier weken voordat het recht op die uitkering eindigt.
**6.** De personen, bedoeld in het vierde lid, die recht hebben op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, kunnen zich al melden om bijstand aan te vragen vanaf de dag gelegen vier weken voordat het recht op die uitkering eindigt.
**7.**
@ -842,9 +773,9 @@ b. van wie de aanspraak op verstrekkingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, v
**1.** Het college stelt het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag of, indien een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, ambtshalve vast.
**2.** De bijstand wordt door de meerderjarige gezinsleden gezamenlijk aangevraagd dan wel door een of meer van hen met schriftelijke toestemming van de ander of anderen.
**2.** De bijstand wordt door de echtgenoten gezamenlijk aangevraagd dan wel door een van hen met schriftelijke toestemming van de ander.
**3.** Het college stelt het recht op bijstand ambtshalve vast indien een of meer van de meerderjarige gezinsleden niet met de aanvraag instemt, doch bijstandsverlening, gezien de belangen van de overige gezinsleden, niettemin geboden is.
**3.** Het college stelt het recht op bijstand ambtshalve vast indien een van de echtgenoten niet met de aanvraag instemt, doch bijstandsverlening, gezien de belangen van de overige gezinsleden, niettemin geboden is.
**4.** Het college houdt, indien artikel 41, vierde lid, van toepassing is, bij de vaststelling van het recht op algemene bijstand rekening met de houding en gedragingen van de meerderjarige personen die ten tijde van de aanvraag van algemene bijstand jonger dan 27 jaar zijn gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44.
@ -865,14 +796,7 @@ b. indien artikel 41, vierde lid, niet van toepassing is: hij in staat is gestel
**3.** Indien de belanghebbende de aanvraag niet zo spoedig mogelijk indient nadat hij zich heeft gemeld en hem dit te verwijten valt, kan het college, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat de bijstand wordt toegekend vanaf de dag dat de aanvraag is ingediend.
**4.**
Bij een besluit tot toekenning van algemene bijstand voor zover dat ziet op:
a. alleenstaanden en alleenstaande ouders jonger dan 27 jaar,
b. meerderjarige gezinsleden jonger dan 27 jaar,
wordt, in een bijlage, een plan van aanpak opgenomen als bedoeld in artikel 44a.
**4.** Bij een besluit tot toekenning van algemene bijstand voor zover dat ziet op personen van 18 jaar of ouder, doch jonger dan 27 jaar, wordt, in een bijlage, een plan van aanpak opgenomen als bedoeld in artikel 44a.
### Artikel 44a
@ -893,19 +817,14 @@ b. de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling en de gevolgen van het niet
**3.**
De algemene bijstand wordt vastgesteld over het deel van de kalendermaand waarover recht op bijstand bestaat, indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin voorafgaand aan of volgend op de bijstandsverlening:
De algemene bijstand wordt vastgesteld over het deel van de kalendermaand waarover recht op bijstand bestaat, indien de alleenstaande of het gezin voorafgaand aan of volgend op de bijstandsverlening:
a. gedurende een periode van ten minste 30 dagen geen algemene bijstand ontvangt; of
b. anderszins geen recht op algemene bijstand heeft.
**4.**
**4.** De algemene bijstand wordt uitbetaald aan ieder van de rechthebbende echtgenoten voor de helft dan wel op hun gezamenlijk verzoek aan een van hen voor het geheel.
De bijstand wordt uitbetaald:
a. in gelijke delen aan ieder van de meerderjarige rechthebbende gezinsleden, waarbij indien er sprake is van een gezin waarvan gehuwden onderdeel uitmaken, de delen die aan echtgenoten toekomen op gezamenlijk verzoek van die echtgenoten aan een van hen kan worden uitbetaald; of
b. op gezamenlijk verzoek van de meerderjarige rechthebbende gezinsleden aan een van hen voor het geheel.
**5.** Aan een persoon of personen die als gevolg van het overlijden van een of meer van hun gezinsleden, hun ouder of een of meer van hun ten laste komend kinderen, geen recht meer hebben op algemene bijstand of recht hebben op algemene bijstand naar een lagere norm, wordt de algemene bijstand tot en met één maand na de dag van het overlijden, betaald naar de op het moment van overlijden van toepassing zijnde bijstandsnorm aan die persoon of personen.
**5.** Ingeval van overlijden van een van de echtgenoten, van de alleenstaande ouder, van het laatste ten laste komende kind van gehuwden waarvan de leeftijd van een echtgenoot of beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar is, of van het laatste ten laste komende kind van de alleenstaande ouder, wordt de algemene bijstand tot en met één maand na de dag van het overlijden, betaald naar de op het moment van overlijden van toepassing zijnde bijstandsnorm aan de andere echtgenoot, de ten laste komende kinderen, onderscheidenlijk de gewezen alleenstaande ouder.
### Artikel 46
@ -936,7 +855,7 @@ c. zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodig
De Sociale verzekeringsbank heeft tot taak het verlenen van algemene bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen aan:
a. alleenstaanden en alleenstaande ouders van 65 jaar of ouder;
b. een gezin, waarvan ten minste een van de gezinsleden 65 jaar of ouder is, doch waarvan geen van de gezinsleden, anders dan de echtgenoot van het gezinslid dat 65 jaar of ouder is, jonger is dan 65 jaar;
b. gehuwden, van wie beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn dan wel van wie één echtgenoot 65 jaar of ouder is;
hier te lande die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
@ -944,7 +863,7 @@ hier te lande die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat
### Artikel 47b
Voor de toepassing van artikel 47a, eerste lid, wordt in de artikelen 9, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, 16, eerste lid, 17, 31, tweede lid, onderdeel m, 33, vierde lid, 40, tweede tot en met zesde lid, 41, vierde, vijfde en achtste lid, 43, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 44, eerste en derde lid, 48, derde, vierde en vijfde lid, 52, eerste lid, 53a, eerste en tweede lid, 54, 55, 57, 58, eerste, derde en vierde lid, 60, tweede tot en met vijfde lid, 62b, vierde lid, 62e, 62f, 62g, 62h, derde lid, 63, 66, 78s, derde en vierde lid, 78t, tweede lid, 81, eerste en tweede lid, voor «het college» telkens gelezen: de Sociale verzekeringsbank.
Voor de toepassing van artikel 47a, eerste lid, wordt in de artikelen 9, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, 16, eerste lid, 17, 31, tweede lid, onderdeel m, 33, vierde lid, 40, tweede tot en met zesde lid, 41, vierde, vijfde en achtste lid, 43, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 44, eerste en derde lid, 48, derde, vierde en vijfde lid, 52, eerste lid, 53a, eerste en tweede lid, 54, 55, 57, 58, eerste, derde en vierde lid, 60, tweede tot en met vijfde lid, 62b, vierde lid, 62e, 62f, 62g, 62h, derde lid, 63, 66, 78s, derde en vierde lid, 78t, tweede lid, 78x, eerste lid, onderdeel b, 81, eerste en tweede lid, voor «het college» telkens gelezen: de Sociale verzekeringsbank.
### Artikel 47c
@ -956,7 +875,7 @@ Voor de toepassing van artikel 47a, eerste lid, wordt in de artikelen 9, met uit
**4.** De Sociale verzekeringsbank heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid binnen een door haar te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.
**5.** Bij de toepassing van het eerste en derde lid wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen.
**5.** Bij de toepassing van het eerste en derde lid wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin.
**6.** Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van een melding als bedoeld in het derde lid toepassing heeft gegeven aan dit artikel stelt de Sociale verzekeringsbank het college daarvan terstond in kennis.
@ -968,10 +887,10 @@ Voor de toepassing van artikel 47a, eerste lid, wordt in de artikelen 9, met uit
**3.**
Voor algemene bijstand als aanvullende inkomensvoorziening ouderen heeft de belanghebbende heeft zich gemeld als zijn naam, adres en woonplaats bij de Sociale verzekeringsbank zijn geregistreerd, en:
Voor algemene bijstand als aanvullende inkomensvoorziening ouderen heeft de belanghebbende zich gemeld als zijn naam, adres en woonplaats bij de Sociale verzekeringsbank zijn geregistreerd, en:
a. indien de echtgenoot van het gezinslid dat 65 jaar of ouder is jonger dan 27 jaar is: de belanghebbende door de Sociale verzekeringsbank op de hoogte is gesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, en de inhoud van het tweede lid, artikel 41, vijfde en zevende lid, en artikel 43, vijfde lid;
b. indien tot de personen voor wie bijstand is aangevraagd geen personen jonger dan 27 jaar behoren: hij in staat is gesteld zijn aanvraag in te dienen bij de Sociale verzekeringsbank.
a. indien het gehuwden betreft waarvan de echtgenoot van degene die 65 jaar of ouder is, jonger dan 27 jaar is: de belanghebbende door de Sociale verzekeringsbank op de hoogte is gesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, en de inhoud van het tweede lid, artikel 41, vijfde en zevende lid, en artikel 43, vijfde lid;
b. indien tot de personen voor wie bijstand is aangevraagd geen persoon jonger dan 27 jaar behoort: hij in staat is gesteld zijn aanvraag in te dienen bij de Sociale Verzekeringsbank.
**4.** Het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a, wordt door de Sociale verzekeringsbank vastgesteld in overeenstemming met het college.
@ -1026,7 +945,7 @@ b. indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de in onderdeel a genoemde m
### Artikel 50
**1.** De belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin of, indien hij alleenstaande ouder is, door hem en zijn ten laste komend kind bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft recht op bijstand voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring, van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd.
**1.** De belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft recht op bijstand voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring, van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd.
**2.**
@ -1137,9 +1056,9 @@ f. anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat:
### Artikel 59
**1.** Onverminderd artikel 58 kunnen kosten van bijstand, indien de bijstand aan een gezin of alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen wordt verleend, van alle gezinsleden respectievelijk van de ten laste komende kinderen van de alleenstaande ouder worden teruggevorderd.
**1.** Onverminderd artikel 58 kunnen kosten van bijstand, indien de bijstand aan een gezin wordt verleend, van alle gezinsleden worden teruggevorderd.
**2.** Indien de bijstand als gezinsbijstand had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven, omdat de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, of artikelen 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van bijstand mede worden teruggevorderd van de personen met wier middelen als bedoeld in paragraaf 3.4, bij de verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden.
**2.** Indien de bijstand als gezinsbijstand aan gehuwden had moeten worden verleend maar zulks achterwege is gebleven, omdat de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, of artikelen 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kunnen de kosten van bijstand mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens middelen als bedoeld in paragraaf 3.4, bij de verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van kosten van bijstand die worden teruggevorderd.
@ -1631,7 +1550,7 @@ b. degene die op enig moment in de periode van 26 weken onmiddellijk voorafgaand
### Artikel 78m
De artikelen 3, zevende en achtste lid, en 4, vierde lid, zijn niet van toepassing, indien voor 1 januari 2010 op grond van artikel 11 recht bestaat op bijstand voor gehuwden, omdat de ongehuwde bijstandsgerechtigde wegens een gezamenlijke huishouding met een meerderjarig voormalig pleegkind is aangemerkt als gehuwd, voor zolang dit recht op bijstand bestaat, tenzij toepassing van de genoemde artikelleden leidt tot een hogere bijstandsuitkering.
De artikelen 3, zevende en achtste lid, en 4, tweede lid, zijn niet van toepassing, indien voor 1 januari 2010 op grond van artikel 11 recht bestaat op bijstand voor gehuwden, omdat de ongehuwde bijstandsgerechtigde wegens een gezamenlijke huishouding met een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind is aangemerkt als gehuwd, voor zolang dit recht op bijstand bestaat, tenzij toepassing van de genoemde artikelleden leidt tot een hogere bijstandsuitkering.
### Artikel 78o