diff --git a/amvb/vrijstellingsbesluit-wet-bpf-2000/BWBR0012094/README.md b/amvb/vrijstellingsbesluit-wet-bpf-2000/BWBR0012094/README.md index 15d67112da6..80ba17c2c25 100644 --- a/amvb/vrijstellingsbesluit-wet-bpf-2000/BWBR0012094/README.md +++ b/amvb/vrijstellingsbesluit-wet-bpf-2000/BWBR0012094/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 bwb_id: BWBR0012094 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2004-07-22' +datum_inwerkingtreding: '2007-11-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012094 citeertitel: Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 --- @@ -22,6 +22,10 @@ e. nieuwe werkgever: de werkgever bij wie de werknemers voor wie vrijstelling wa f. oude werkgever: de voor een fusie bestaande werkgever bij wie de werknemers in dienst waren voor wie vrijstelling was verleend; g. verplichte vrijstelling: een vrijstelling welke is verleend op een van de gronden, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5. +### Artikel 1a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 2 Op verzoek van een werkgever wordt door een bedrijfstakpensioenfonds voor alle werknemers of een deel van de werknemers van die werkgever, met ingang van de dag dat de verplichtstelling in werking treedt respectievelijk als gevolg van gewijzigde bedrijfsactiviteiten op hem en zijn werknemers van toepassing wordt, vrijstelling verleend, indien: @@ -53,7 +57,7 @@ Op verzoek van een werkgever wordt door een bedrijfstakpensioenfonds voor alle w Op verzoek van een werkgever wordt door een bedrijfstakpensioenfonds voor alle werknemers of een deel van de werknemers van die werkgever vrijstelling verleend indien: -a. uit de performancetoets, uitgevoerd over een periode van 5 kalenderjaren aan de hand van bijlage 1 bij deze regeling, blijkt dat het feitelijk behaalde beleggingsrendement van het bedrijfstakpensioenfonds in negatieve zin aanzienlijk afwijkt van het rendement van de door het fonds vastgestelde normportefeuille waarbij van een aanzienlijke afwijking in negatieve zin sprake is indien de uitkomst van de berekening van de performancetoets minder is dan – 1,28; +a. uit de performancetoets, uitgevoerd over een periode van 5 kalenderjaren aan de hand van bijlage 1 bij deze regeling, blijkt dat het feitelijk behaalde beleggingsrendement van het bedrijfstakpensioenfonds in negatieve zin aanzienlijk afwijkt van het rendement van de door het fonds vastgestelde normportefeuille waarbij van een aanzienlijke afwijking in negatieve zin sprake is indien de uitkomst van de berekening van de performancetoets, nadat bij die uitkomst 1,28 is opgeteld, negatief is; b. blijkt dat het bedrijfstakpensioenfonds niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan het tweede of derde lid; of c. blijkt dat het bedrijfstakpensioenfonds, indien het vierde lid is toegepast, niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan dat vierde lid. @@ -65,9 +69,9 @@ a. is bepaald in samenhang met het financieringsbeleid en is afgestemd op de pen b. is gekozen op basis van projecties die gebaseerd zijn op realistische en onderling consistente veronderstellingen; en c. de toets op toereikendheid ten aanzien van de continue dekking van de verworven aanspraken, uitgaande van prudente veronderstellingen, heeft doorstaan. -**3.** De normportefeuille, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt jaarlijks door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds voor het daarop volgende kalenderjaar vastgesteld en is gebaseerd op de in het tweede lid bedoelde verdeling van beleggingen in vastrentende waarden en zakelijke waarden, waarbij deze verdeling verder onderverdeeld wordt naar beleggingscategorieën en landen of sectoren waarin belegd wordt en waarbij deze onderverdeling voorzien wordt van herbeleggingsindices voor het daarop volgende jaar die breed samengesteld, belegbaar en objectief meetbaar zijn. Indien geen representatieve openbare herbeleggingsindex bestaat of van toepassing is, kan een representatieve lokale rentemarktindex vermeerderd met 1 procentpunt of een representatieve niet-openbare herbeleggingsindex worden gebruikt. +**3.** De normportefeuille, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt jaarlijks door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds voor het daarop volgende kalenderjaar vastgesteld en is gebaseerd op de in het tweede lid bedoelde verdeling van beleggingen in vastrentende waarden en zakelijke waarden, waarbij deze verdeling verder onderverdeeld wordt naar beleggingscategorieën en landen of sectoren waarin belegd wordt en waarbij deze onderverdeling voorzien wordt van herbeleggingsindices voor het daarop volgende jaar die breed samengesteld, belegbaar en objectief meetbaar zijn. Indien geen representatieve openbare herbeleggingsindex bestaat of van toepassing is, kan een representatieve lokale rentemarktindex vermeerderd met 1 procentpunt of een representatieve niet-openbare herbeleggingsindex worden gebruikt. Bij de vaststelling van de normportefeuille geeft het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds aan welk beleid wordt gehanteerd voor de periodieke herschikking van de in de normportefeuille vastgelegde verdeling in vastrentende en zakelijke waarden. -**4.** In afwijking van het tweede en derde lid kan het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds een eenmaal vastgesteld beleggingsbeleid respectievelijk vastgestelde normportefeuille in de loop van een jaar voor het dan nog resterende deel van dat jaar éénmalig opnieuw vaststellen indien door een onvoorziene substantiële wijziging in de verplichtingenstructuur of door een substantiële wijziging in de waarde van de beleggingen niet langer sprake is van een adequate verdeling tussen vastrentende en zakelijke waarden als bedoeld in het tweede en derde lid. De noodzaak tot het op korte termijn opnieuw vaststellen blijkt uit een na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar opgestelde Asset Liability Managementstudie, uitgevoerd naar aanleiding van de gewijzigde verplichtingenstructuur of de gewijzigde waarde van de beleggingen, en uit een verklaring van een externe deskundige die niet bij die studie betrokken is geweest, waarin de uitkomst van die studie wordt onderschreven. +**4.** In afwijking van het tweede en derde lid kan het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds een eenmaal vastgesteld beleggingsbeleid respectievelijk vastgestelde normportefeuille in de loop van een jaar voor het op dat moment nog resterende deel van dat jaar maximaal twee maal opnieuw vaststellen indien door een onvoorziene substantiële wijziging in de verplichtingenstructuur of door een substantiële wijziging in de waarde van de beleggingen niet langer sprake is van een adequate verdeling tussen vastrentende en zakelijke waarden als bedoeld in het tweede en derde lid. Aan het besluit tot hernieuwde vaststelling ligt een risico-analyse ten grondslag waarbij ook de verplichtingen van het bedrijfstakpensioenfonds zijn betrokken. **5.** @@ -88,6 +92,10 @@ g. doet, in het geval het beleggingsbeleid en de normportefeuille opnieuw zijn v **6.** Dit artikel is niet van toepassing op een bedrijfstakpensioenfonds voorzover dat bedrijfstakpensioenfonds herverzekerd is zonder een gesepareerd beleggingsdepot. Indien een bedrijfstakpensioenfonds gedeeltelijk herverzekerd is zonder een gesepareerd beleggingsdepot is dit artikel niet van toepassing op dit herverzekerde gedeelte. In deze gevallen wordt, in afwijking van het eerste lid, aan een werkgever slechts vrijstelling verleend indien het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds bij het sluiten van de herverzekeringsovereenkomst niet of onvoldoende heeft getoetst of het beleggingsbeleid van de verzekeraar voldoet aan het tweede lid. +### Artikel 5a + +Voor de performancetoets, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van een bedrijfstakpensioenfonds dat is ontstaan door de fusie van twee of meer bedrijfstakpensioenfondsen waarop artikel 5, zesde lid niet van toepassing is, wordt, voor de kalenderjaren vóór de fusie, gebruik gemaakt van de gegevens van de gefuseerde bedrijfstakpensioenfondsen waarbij de verhouding tussen deze gegevens gelijk is aan de verhouding tussen de totale vermogens van de gefuseerde bedrijfstakpensioenfondsen ten tijde van de fusie. + ### Artikel 6 Op verzoek van een werkgever kan door het bedrijfstakpensioenfonds voor alle werknemers of een deel van de werknemers van die werkgever ook om andere redenen dan genoemd in de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 en 5, eerste lid, vrijstelling worden verleend. @@ -102,7 +110,7 @@ Op verzoek van een werkgever kan door het bedrijfstakpensioenfonds voor alle wer **4.** Aan de vrijstelling, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, 5, eerste lid, en 6 kan het bedrijfstakpensioenfonds het voorschrift verbinden dat de werkgever een financiële bijdrage betaalt ter vergoeding van het verzekeringstechnisch nadeel dat het fonds bij de vrijstelling lijdt. De hoogte van deze bijdrage wordt berekend volgens bijlage 2 bij dit besluit, tenzij partijen anders overeenkomen. -**5.** Aan de vrijstelling, bedoeld in de artikelen 2 en 6 wordt door het bedrijfstakpensioenfonds het voorschrift verbonden dat de pensioenregeling van de werkgever volgens de berekening aan de hand van bijlage 3 bij dit besluit te allen tijde ten minste actuarieel en financieel gelijkwaardig is aan die van het bedrijfstakpensioenfonds. +**5.** Aan de vrijstelling, bedoeld in de artikelen 2 en 6 wordt door het bedrijfstakpensioenfonds het voorschrift verbonden dat de pensioenregeling van de werkgever volgens de berekening aan de hand van bijlage 3 bij dit besluit te allen tijde ten minste actuarieel en financieel gelijkwaardig is aan die van het bedrijfstakpensioenfonds. Indien het bedrijfstakpensioenfonds en de werkgever daarmee instemmen kan worden afgezien van de berekening, bedoeld in de vorige zin, en kan in plaats daarvan de gelijkwaardigheid worden aangetoond door middel van een kwalitatieve toets. Ten behoeve van de toets op gelijkwaardigheid verstrekt het bedrijfstakpensioenfonds de werkgever informatie over de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds. **6.** Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt het voorschrift verbonden dat aan de pensioenregeling van de werkgever ten minste dezelfde aanspraken worden ontleend als aan de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds. @@ -175,9 +183,9 @@ b. ten minste 50% van de werknemers van de gefailleerde werkgever in dienst is g **3.** In afwijking van het tweede lid kan de vrijstelling, bedoeld in artikel 5, door het bedrijfstakpensioenfonds worden ingetrokken indien wordt gehandeld in strijd met de voorschriften die aan de vrijstelling verbonden zijn. -### Artikel 9 +### Artikel 9a -Vervallen +Artikel 1a is van toepassing indien het verzoek tot vrijstelling, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 en 6, wordt gedaan na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van het Besluit van 29 augustus 2007 tot wijziging van het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 in verband met de invoering van termijnen voor de behandeling van een verzoek tot vrijstelling en enige andere wijzigingen. ### Artikel 10 @@ -215,31 +223,19 @@ Daartoe berekent men z_j volgens de formule: *[afbeelding]* -6. Op basis hiervan toetst men vanaf 2004 of over de afgelopen 5 jaar geldt dat: +6. Op basis hiervan toetst men of over de afgelopen 5 jaar geldt dat: z(j-5) + z(j-4) + z(j-3) + z(j-2) + z(j-1)≥ – 1,28 √ 5 -7. In 2002 wordt getoetst of - -z(1998) + z(1999) + z(2000) + z(2001)≥ – 1,28 - -√ 3,7 - -8. In 2003 wordt getoetst of - -z(1998) + z(1999) + z(2000) + z(2001)+ z (2002) ≥ – 1,28 - -√ 4,7 - -9. Indien door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds het beleggingsbeleid en de normportefeuille in de loop van een jaar opnieuw zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt bij de performancetoets over dat jaar naar rato van de periode waarvoor de betreffende normportefeuille van toepassing was, met de betreffende normportefeuille rekening gehouden. Dit betekent: +7. Indien door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds het beleggingsbeleid en de normportefeuille in de loop van een jaar opnieuw zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt bij de performancetoets over dat jaar naar rato van de periode waarvoor de betreffende normportefeuille van toepassing was, met de betreffende normportefeuille rekening gehouden. Dit betekent: a. voor de toepassing van punt 1: a_periode 1 % plus b_periode 1 % zijn samen 100% -Voor periode 2 geldt dezelfde formule, zij het dat het subscript «periode 2» wordt genoteerd in plaats van «periode 1»; +Voor periode 2 en 3 geldt dezelfde formule, zij het dat het subscript «periode 2 dan wel 3» wordt genoteerd in plaats van «periode 1»; b. voor de toepassing van punt 2: @@ -247,19 +243,21 @@ E_periode 1 = [a_periode 1 * 0,6 + b_periode 1 * 2,6] Hierbij is a_periode 1 % het aandeel van de vastrentende waarden in de normportefeuille (en het beleggingsbeleid) en b_periode 1 % het aandeel zakelijke waarden in periode 1. -Voor periode 2 geldt dezelfde formule, zij het dat het subscript «periode 2» genoteerd staat in plaats van «periode 1»; +Voor periode 2 en 3 geldt dezelfde formule, zij het dat het subscript «periode 2 dan wel 3» genoteerd staat in plaats van «periode 1»; c. voor de toepassing van punt 5: *[afbeelding]* -voor periode 1, en dezelfde formule voor periode 2, maar dan met subscript« periode 2» +voor periode 1, en dezelfde formule voor periode 2 en 3, maar dan met subscript «periode 2 dan wel 3» -Vervolgens worden de z_periode 1 en z_periode 2 teruggebracht worden naar één periode van een jaar, door de formule +Vervolgens worden de z_periode 1, z_periode 2 en z_periode 3 teruggebracht naar één periode van een jaar, door de formule -z_j = z_periode 1 + z_periode 2 +z_j = z_periode 1 + z_periode 2 + z_periode 3 -De na deze berekening verkregen z_j wordt in de formules van de punten 6, 7 en 8 verwerkt. +De na deze berekening verkregen z_j wordt in de formule van punt 6 verwerkt. + +8. Indien de fusie van twee of meer oude bedrijfstakpensioenfondsen tot een nieuw bedrijfstakpensioenfonds heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar wordt de performancetoets van het nieuwe bedrijfstakpensioenfonds over het kalenderjaar van de fusie als volgt berekend: ## Bijlage 2. Rekenregels verzekeringstechnisch nadeel