2009-03-25 | BWBR0017212 | Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden
This commit is contained in:
parent
0ecf490889
commit
6498ca95b3
1 changed files with 1 additions and 1 deletions
|
|
@ -62,7 +62,7 @@ b. redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van zijn DNA-profi
|
|||
|
||||
**3.** De opsporingsambtenaar stelt de identiteit vast van de aangehouden persoon.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de aangehouden persoon ontkent de persoon te zijn tegen wie het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, is gericht, of indien omtrent zijn identiteit twijfel bestaat, is de opsporingsambtenaar bevoegd voor de vaststelling van zijn identiteit naar zijn sociaal-fiscaal nummer te vragen. Voorzover noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit, is de opsporingsambtenaar tevens bevoegd de aangehouden persoon aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken. Het derde, vierde en vijfde lid van artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Indien de aangehouden persoon ontkent de persoon te zijn tegen wie het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, is gericht, of indien omtrent zijn identiteit twijfel bestaat, is de opsporingsambtenaar bevoegd voor de vaststelling van zijn identiteit naar zijn burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, zijn sociaal-fiscaalnummer te vragen. Voorzover noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit, is de opsporingsambtenaar tevens bevoegd de aangehouden persoon aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken. Het derde, vierde en vijfde lid van artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Voorzover noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit, kan de aangehouden persoon op bevel van de officier van justitie voor ten hoogste zes uren worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur 's morgens niet wordt meegerekend. Het bevel tot ophouding is schriftelijk en bevat de reden van ophouding. Het bevel wijst de aangehouden persoon, aan wie onverwijld een afschrift van het bevel wordt uitgereikt, zo duidelijk mogelijk aan. De officier van justitie kan ten aanzien van de opgehouden persoon maatregelen ter vaststelling van zijn identiteit bevelen. Als zodanige maatregelen worden aangemerkt de maatregelen genoemd in artikel 61a, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering. Indien noodzakelijk voor de vaststelling van de identiteit van de aangehouden persoon, kan de officier van justitie schriftelijk bevelen dat de termijn van zes uren eenmaal met ten hoogste zes uren wordt verlengd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue