From 64adbbfa5a562572622bb3527491d9530daa919f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008 --- .../BWBR0024096/README.md | 51 ++++++++++--------- 1 file changed, 26 insertions(+), 25 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md index 72ca90714ee..160aa10dbcd 100644 --- a/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md +++ b/beleidsregel/leidraad-invordering-2008/BWBR0024096/README.md @@ -233,9 +233,10 @@ In gerechtelijke procedures voor de burgerlijke rechter waarin de ontvanger als – verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen; – kantonzaken; – verzoekschriftprocedures; -– aansprakelijkheidsprocedures; – procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid, of artikel 708, tweede lid, Rv. +In afwijking van de vorige volzin geldt voor in hoger beroep te voeren zaken dat altijd toestemming van het ministerie nodig is. + ### 3.4. Rijksadvocaat Aan de advocaat aan wie de rechtsbijstand van de Belastingdienst in invorderingszaken is opgedragen, wordt de persoonlijke titel van rijksadvocaat verleend. In overleg met de rijksadvocaat kan aan één of meer van zijn kantoorgenoten de persoonlijke titel van plaatsvervangend rijksadvocaat worden verleend. @@ -1222,7 +1223,7 @@ In situaties waarin de ontvanger de beslagvrije voet heeft vastgesteld zonder vo #### 19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkering -Als de belastingschuldige in het buitenland woont, stelt de ontvanger overeenkomstig artikel 475e Rv de beslagvrije voet vast op nihil. Na de vooraankondiging van de loonvordering kan de belastingschuldige door middel van het aanleveren van informatie aannemelijk maken dat hij uitsluitend of nagenoeg uitsluitend periodieke inkomsten uit Nederland geniet. Als de belastingschuldige kan aantonen dat hij buiten deze periodieke inkomsten onvoldoende middelen van bestaan heeft, stelt de ontvanger op basis van de verstrekte informatie de beslagvrije voet vast. +Als de belastingschuldige in het buitenland woont, stelt de ontvanger overeenkomstig artikel 475e Rv de beslagvrije voet vast op nihil. Na de vooraankondiging van de loonvordering kan de belastingschuldige door middel van het aanleveren van informatie aannemelijk maken dat hij uitsluitend of nagenoeg uitsluitend periodieke inkomsten uit Nederland geniet. Als de belastingschuldige kan aantonen dat hij buiten deze periodieke inkomsten onvoldoende middelen van bestaan heeft, stelt de ontvanger op basis van de verstrekte informatie de beslagvrije voet vast. In dat geval past de ontvanger op de beslagvrije voet het percentage toe dat in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 en de bijlage bij die regeling is opgenomen voor het woonland van de belastingschuldige. Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige uit zijn woonland geniet, komen in mindering op de beslagvrije voet, nadat het in de vorige volzin bedoelde percentage is toegepast. Als de belastingschuldige in het buitenland woont, kan hij uit Nederland een periodieke uitkering genieten die in het woonland belast is op grond van een overeenkomst inzake voorkoming van dubbele belasting. In dat geval wordt op verzoek van de belastingschuldige het beslag op de periodieke uitkering beperkt met de belasting die in het woonland over die uitkering verschuldigd is. De belastingschuldige moet bij zijn verzoek gegevens overleggen waaruit deze belasting blijkt. @@ -1855,7 +1856,7 @@ Naast bezwaren tegen de hoogte van een belastingaanslag kunnen ook bezwaren word #### 25.2.2. Bezwaarschrift geldt als verzoek om uitstel; beroepschrift niet -Als de belastingschuldige een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een belastingaanslag indient, merkt de ontvanger het bezwaarschrift aan als een verzoek om uitstel van betaling. Dit geldt echter uitsluitend als de belastingschuldige in het bezwaarschrift tevens het bestreden bedrag van de belastingaanslag en de berekening van dat bedrag vermeldt. +Als de belastingschuldige een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een belastingaanslag indient, merkt de ontvanger het bezwaarschrift aan als een verzoek om uitstel van betaling. Een beroepschrift tegen de uitspraak van de inspecteur op het bezwaarschrift en een ingesteld hoger beroep of beroep in cassatie tegen een rechterlijke uitspraak over de juistheid van een dergelijke uitspraak, gelden niet als een verzoek om uitstel van betaling. In die gevallen moet de belastingschuldige dus een afzonderlijk verzoek om uitstel van betaling indienen bij de ontvanger. @@ -1863,9 +1864,9 @@ Een beroepschrift tegen de uitspraak van de inspecteur op het bezwaarschrift en Als de belastingschuldige een verzoek om uitstel indient bij de ontvanger in verband met een bezwaarschrift tegen de belastingaanslag dan moet hij in het verzoek het bestreden bedrag van de aanslag en de berekening van dat bedrag vermelden. -#### 25.2.2.b. Ontbrekende gegevens +#### 25.2.2.b. Nadere gegevens -Als in het verzoek aan de ontvanger om uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift het bestreden bedrag of de berekening daarvan niet zijn vermeld, dan stelt de ontvanger de belastingschuldige in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog schriftelijk mee te delen. De ontvanger kan voorts aan de belastingschuldige nadere gegevens vragen ter bepaling van de hoogte van het bestreden bedrag. De ontvanger geeft de belastingschuldige een termijn van ten hoogste een maand vanaf de dagtekening van zijn verzoek om nadere gegevens. De invordering wordt voor die termijn geschorst. +De ontvanger kan aan de belastingschuldige nadere gegevens vragen ter bepaling van de hoogte van het bestreden bedrag. De ontvanger geeft de belastingschuldige een termijn van ten hoogste een maand vanaf de dagtekening van zijn verzoek om nadere gegevens. De invordering wordt voor die termijn geschorst. Een langere termijn (of verlenging van de eerder gegeven termijn) is mogelijk als de ontvanger van oordeel is dat dit redelijk is. Als de belastingschuldige de verleende termijn ongebruikt voorbij laat gaan, wijst de ontvanger het verzoek om uitstel af. @@ -2060,7 +2061,7 @@ Naast het aanwezige vermogen speelt bij de beoordeling van de financiële omstan Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger met betrekking tot de huur- en hypotheekverplichtingen voor de woning waarin de belastingschuldige feitelijk verblijft uit van de werkelijke uitgaven. -De betalingscapaciteit bestaat uit het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor de betalingsregeling eist de ontvanger 80% van de betalingscapaciteit op. +De betalingscapaciteit bestaat uit het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor de betalingsregeling eist de ontvanger 80% van de betalingscapaciteit op. Voor een belastingschuldige die in het buitenland woont, past de ontvanger op de hiervoor bedoelde betalingscapaciteit het percentage toe dat in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 en de bijlage bij die regeling is opgenomen voor het woonland van de belastingschuldige. Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige uit zijn woonland geniet, telt de ontvanger op bij de aldus berekende betalingscapaciteit. #### 25.5.7. Berekening betalingscapaciteit – bijzondere uitgaven @@ -2361,7 +2362,7 @@ Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbu De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag. -A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 61. +A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 62. B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 54 en met het bedrag aan onderwijsretributie. Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B. Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan worden om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt: @@ -2718,9 +2719,9 @@ In situaties waarin de ontvanger feitelijk de keuze heeft tussen de toepassing v In de belangenafweging die aan de aansprakelijkstelling voorafgaat, wordt in beginsel doorslaggevend gewicht toegekend aan die aansprakelijkheidsbepaling waarbij de aansprakelijke in de gelegenheid is zich te disculperen. -### 32.2. Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid +### 32.2. Gemeenschapsschulden -De ontvanger merkt een belastingschuld in principe aan als een gemeenschapsschuld. De ontbinding van een goederengemeenschap ontheft de echtgenoten niet van hun aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden die zijn ontstaan vóór de ontbinding van de gemeenschap. Ieder van de echtgenoten blijft aansprakelijk voor het geheel van de gemeenschapsschulden waarvoor hij/zij voordien aansprakelijk was. +De ontvanger merkt een belastingschuld in principe aan als een gemeenschapsschuld. ### 32.3. Belastingrente, heffingsrente en aansprakelijkheid @@ -3519,7 +3520,7 @@ Als een gewezen bestuurder die door de ontvanger aansprakelijk is gesteld, geen #### 36.6.3. Aansprakelijkheid nieuwe bestuurder -Voor de reeds vastgestelde belastingschulden is de bestuurder aansprakelijk bij zijn in functie treden, tenzij hij aannemelijk maakt dat er niet voldoende middelen aanwezig waren om deze schulden te betalen en dat het niet mogelijk is gebleken maatregelen te treffen om de schuld toch te voldoen, zodat de niet-betaling niet aan hem is te wijten. +Voor de reeds vastgestelde belastingschulden is de bestuurder aansprakelijk bij zijn in functie treden, tenzij hij aannemelijk maakt dat er niet voldoende middelen aanwezig waren om deze schulden te betalen en dat het niet mogelijk is gebleken maatregelen te treffen om de schuld toch te voldoen, zodat de niet-betaling niet aan hem is te wijten. Voor de materieel verschuldigde belastingen die nog niet in een belastingaanslag zijn geformaliseerd is de bestuurder eveneens aansprakelijk bij zijn in functie treden. Artikel 36, derde en vierde lid, van de wet en het daarop gebaseerd beleid zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. ### 36.7. Geen administratieve controle bij bestuurder @@ -3745,7 +3746,7 @@ Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten In aansluiting op artikel 48a van de wet beschrijft dit artikel het beleid dat de ontvanger hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor belastingaanslagen die samenhangen met bedragen inkomstenbelasting die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken. -1. In afwijking van artikel 49.6 van deze leidraad zoekt de ontvanger als er een vermoeden van fraude is, eerst verhaal bij de aansprakelijkgestelde. Pas als blijkt dat dat onvoldoende is, zoekt de ontvanger verhaal bij de belastingschuldige. +1. In afwijking van artikel 49.6 van deze leidraad kan de ontvanger als er een vermoeden van fraude is, eerst verhaal zoeken bij de aansprakelijkgestelde. 2. Als de ontvanger inkomstenbelasting heeft uitbetaald aan: – een lid van de NVVK in het kader van een schuldregelingsovereenkomst of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK; @@ -4078,7 +4079,8 @@ In dit artikel is het volgende beleid over insolventieprocedures opgenomen: – insolventieprocedure: faillissement; – insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (‘NVVK’) of gemeenten; – insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten; -– insolventieprocedure: akkoorden. +– insolventieprocedure: akkoorden; +– wettelijk breed moratorium. ### 73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures @@ -4308,7 +4310,11 @@ Als omzetting van een faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling mo ### 73.5. Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten -#### 73.5.1. Algemeen +#### 73.5.1. Voorwaarden voor MSNP + +Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan met een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldhulpverlener als hierna bedoeld in onderdeel b. Voor de toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van de schuldhulpverlener waarin staat dat hij activiteiten ontplooit die erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar op korte termijn te stabiliseren. + +Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de ontvanger gedurende 120 dagen geen dwanginvorderingsmaatregelen. Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Daarnaast vindt verrekening alleen plaats met belastingteruggaven die (materieel) zijn ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. Als zich bijzondere omstandigheden voordoen kan de schuldhulpverlener de voormelde termijn in overleg met de ontvanger met maximaal 120 dagen verlengen. Het in deze alinea beschreven terughoudende beleid geldt niet in situaties waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van het hierna in dit artikel beschreven beleid. De ontvanger informeert de schudhulpverlener hierover. De ontvanger verleent uitstel van betaling voor een periode van maximaal 36 maanden als: @@ -4328,15 +4334,7 @@ De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking hebben op de (ma #### 73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP -Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan met een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 73.5.1, onder b. Voor de toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van de schuldhulpverlener inhoudend dat hij activiteiten ontplooit die erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar op korte termijn te stabiliseren. - -Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de ontvanger gedurende vier maanden geen dwanginvorderingsmaatregelen. Deze periode komt niet in mindering op de in artikel 73.5.1 van deze leidraad genoemde periode van maximaal 36 maanden. - -Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Voorts vindt verrekening alleen plaats met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. - -Dit terughoudende beleid geldt niet in situaties waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van artikel 73.5.1 van deze leidraad. De ontvanger informeert de schuldhulpverlener hierover. - -Als zich bijzondere omstandigheden voordoen kan de voormelde termijn door de schuldhulpverlener in overleg met de ontvanger met maximaal vier maanden worden verlengd. +20166910728-12-201620166910728-12-201601-01-2017Wijziging is herplaatst.20166910728-12-201622-12-20162016-21813020166910728-12-201622-12-20162016-21813001-01-2017 #### 73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen @@ -4366,7 +4364,7 @@ De ontvanger trekt in de situaties genoemd bij het eerste, tweede, derde en vier Als de ontvanger uitstel van betaling heeft verleend voor de periode van de MSNP, wordt een schriftelijke kennisgeving van de schuldhulpverlener na afloop van de overeenkomst tot schuldregeling aangemerkt als het aanbieden van een buitengerechtelijk akkoord in de zin van artikel 19a van de regeling. -In de kennisgeving moet zijn gesteld dat de overeenkomst na eindcontrole is beëindigd en de schuldenaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan. +In de kennisgeving moet zijn gesteld dat de overeenkomst na eindcontrole is beëindigd en de schuldenaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Voor de gevolgen van een buitengerechtelijk akkoord wordt verwezen naar artikel 73.6.3 van deze leidraad. #### 73.5.7. Na de toepassing van de MSNP @@ -4454,6 +4452,8 @@ Aangezien de ontvanger niet heeft ingestemd met het akkoord, verleent hij geen k Indien een akkoord op grond van artikel 22a van de regeling niet mogelijk is, vindt kwijtschelding voor ondernemers uitsluitend plaats bij een zogenoemd saneringsakkoord in de zin van artikel 22 van de regeling. Zie ook artikel 26.3 van deze leidraad. +### 73.7. Wettelijk breed moratorium + ## 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten Voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting zijn in artikel 25 van de wet uitstelfaciliteiten opgenomen in het vierde, vijfde, zesde, achtste, negende, veertiende, zestiende, zeventiende en achttiende lid. @@ -4730,7 +4730,7 @@ Het voorgaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend dan wel kosten bu ### 75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel -Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.599, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.599. +Als op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten in totaal meer zouden bedragen dan € 11.970, zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 11.970. ## 76. Douane en invordering @@ -4972,6 +4972,8 @@ Zie voor toeslagschulden na de toepassing van de WSNP of MSNP de artikelen 73.2. Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in artikel 73.5 van deze leidraad overeenkomstig wordt toepast. In aanvulling op artikel 73.5.2, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.2, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8. +### 79.4a. Wettelijk breed moratorium + ### 79.5. Verrekening en toeslagschuld Een toeslagschuld kan worden verrekend met een aan dezelfde belanghebbende uit te betalen teruggaaf die voortvloeit uit een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Van deze bevoegdheid zal alleen gebruik worden gemaakt als de ontvanger de belastingteruggaaf niet met belastingschulden wil verrekenen. @@ -5090,7 +5092,6 @@ gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als: − financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht ontvangen toeslagen, of − wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was of dat er geen recht bestond op de toeslag. -5. Als er een vermoeden van fraude is, zoekt de Belastingdienst/Toeslagen eerst verhaal bij de aansprakelijkgestelde. Pas als blijkt dat dat onvoldoende is, zoekt de Belastingdienst/Toeslagen verhaal bij de belanghebbende. ### 79.12. Beslag door derden op toeslag