2010-03-26 | BWBR0012757 | Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens

This commit is contained in:
Coornhert 2010-03-26 12:00:00 +00:00
parent ece9546589
commit 64e5d4464f

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens
bwb_id: BWBR0012757
type: KB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2001-09-01'
datum_inwerkingtreding: '2010-03-17'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012757
citeertitel: Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens
---
@ -21,7 +21,7 @@ b. wet: de Wet bescherming persoonsgegevens.
**1.** Aan de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden wordt afschrift verstrekt van het koninklijk besluit waarbij zij tot voorzitter, lid onderscheidenlijk buitengewoon lid van het College bescherming persoonsgegevens zijn benoemd of herbenoemd.
**2.** Aan de voorzitter en de andere leden wordt bovendien schriftelijk mededeling gedaan van de standplaats, de bezoldiging, alsmede van de omvang van de werktijd uitgedrukt in uren per week, waarbij een benoeming voor de in artikel 21, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement genoemde arbeidsduur geldt als volledige werktijd.
**2.** Aan de voorzitter en de andere leden wordt bovendien schriftelijk mededeling gedaan van de standplaats, het salaris en de arbeidsduur waarvoor zij worden aangesteld.
### Artikel 3
@ -31,13 +31,23 @@ b. wet: de Wet bescherming persoonsgegevens.
**3.** Aan de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken.
### Artikel 3a
**1.** De voorzitter en de andere leden van het College worden door Onze Minister aangesteld voor een arbeidsduur van ten hoogste gemiddeld 36 uren per week.
**2.** Op eigen verzoek kan de arbeidsduur waarvoor de voorzitter of een ander lid van het College is aangesteld door Onze Minister worden gewijzigd.
**3.** Op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt niet beslist dan nadat daarover het advies is ingewonnen van de voorzitter van het College.
**4.** Het derde lid is niet van toepassing voorzover het de aanstelling van de voorzitter van het College betreft.
### Artikel 4
**1.** Het salaris van de voorzitter wordt, bij benoeming voor de volledige werktijd, vastgesteld op het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
**1.** Het salaris van de voorzitter van het College, die voor een volledige arbeidsduur is aangesteld, is gelijk aan het bedrag, genoemd in bijlage A, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
**2.** Het salaris van de andere leden wordt, bij benoeming voor de volledige werktijd, vastgesteld op het maximum van salarisschaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
**2.** Het salaris van de andere leden, die voor een volledige arbeidsduur zijn aangesteld, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
**3.** Bij benoeming voor een gedeeltelijke werktijd wordt het salaris, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar evenredigheid vastgesteld.
**3.** De voorzitter die of een ander lid van het College dat is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste of tweede lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. De arbeidsduurfactor, bedoeld in de eerste volzin, is een breuk waarvan de teller uit de voor het lid van het College vastgestelde arbeidsduur bestaat en de noemer uit het getal 36 bestaat.
### Artikel 5
@ -47,9 +57,11 @@ b. wet: de Wet bescherming persoonsgegevens.
**3.** Voorts genieten de voorzitter en de andere leden een gratificatie bij ambtsjubileum op de tijdstippen en tot de bedragen als voor de ambtenaren in de sector Rijk gelden. Bij de bepaling van de diensttijd wordt rekening gehouden met de tijd in overheidsdienst doorgebracht, zulks met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de ambtenaren in de sector Rijk.
**4.** De bevoegdheden die op grond van het eerste tot en met derde lid van toepassing zijn, worden uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat de bevoegdheden van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk aan een bepaald gezag toekomende regelgevende bevoegdheden door die minister onderscheidenlijk dat gezag worden uitgeoefend.
### Artikel 6
Aan de buitengewone leden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers.
De buitengewone leden van het College ontvangen van Onze Minister zittingsgeld als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van de wet overeenkomstig de bepalingen die voor rechters-plaatsvervangers gelden met betrekking tot de vergoeding voor een zitting.
### Artikel 7
@ -59,7 +71,7 @@ Aan de buitengewone leden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toe
### Artikel 8
Ten aanzien van de voorzitter en de andere leden zijn de hoofdstukken V (Vakantie en verlof) en VI (Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte) van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van de voorzitter en de andere leden zijn de hoofdstukken V (Vakantie en verlof) en VI (Bedrijfsgeneeskundige begeleiding, rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid) van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 9
@ -67,7 +79,9 @@ De voorzitter die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaam
### Artikel 10
Aan de voorzitter, een ander lid of buitengewoon lid wordt op diens aanvraag op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit eervol ontslag verleend.
**1.** Aan de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid wordt ontslag op eigen verzoek verleend met ingang van de dag niet vroeger dan een maand of later dan drie maanden na de dag waarop het ontslagverzoek door Onze Minister is ontvangen.
**2.** Van het bepaalde in het eerste lid kan op verzoek van de betrokken voorzitter, ander lid of plaatsvervangend lid van het College door Onze Minister worden afgeweken.
### Artikel 11
@ -77,7 +91,7 @@ Aan de voorzitter, een ander lid of buitengewoon lid wordt op diens aanvraag op
### Artikel 12
De voorzitter die of een ander lid dat, zonder een mededeling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, te hebben gedaan, niet wordt herbenoemd, heeft recht op wachtgeld overeenkomstig de bepalingen van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, behoudens wanneer hij een direct ingaand recht heeft op een pensioen of op een uitkering, bedoeld in artikel 11.
Ten aanzien van de leden van het College is het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «betrokkene» wordt verstaan: het lid van het College, dat ten gevolge van ontslag, niet zijnde ontslag op eigen verzoek, of ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet.
### Artikel 13
@ -87,4 +101,4 @@ De voorzitter die of een ander lid dat, zonder een mededeling als bedoeld in art
### Artikel 14
Degenen die tot het tijdstip waarop de Wet bescherming persoonsgegevens in werking treedt, werkzaam waren als voorzitter of lid van de Registratiekamer, worden geacht te zijn benoemd als voorzitter onderscheidenlijk lid van het College bescherming persoonsgegevens voor de op dat tijdstip nog resterende duur van de termijn waarvoor zij waren benoemd als voorzitter onderscheidenlijk lid van de Registratiekamer.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens.