diff --git a/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md b/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md index d3d14a88170..7dab2846d66 100644 --- a/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md +++ b/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md @@ -211,11 +211,41 @@ h. voor wat betreft de kwaliteit van het onderwijspersoneel: ### Artikel 11a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de beschikking waarin is vermeld dat de bekostiging een aanvang zal nemen, bedoeld in artikel 79, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 86, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 66, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wat een agrarisch opleidingscentrum betreft uitsluitend voor het daaraan verzorgde voortgezet onderwijs, toont het bevoegd gezag bij de inspectie aan dat het ten aanzien van die instelling kan voldoen aan de vereisten met betrekking tot: + +a. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra en artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en +b. de voorschriften omtrent onderwijstijd gesteld op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs. + +**2.** De inspectie kan indien het bepaalde in het eerste lid daartoe aanleiding geeft overleg voeren met het bevoegd gezag van de instelling. Naar aanleiding van dit overleg kan de inspectie besluiten dat het bepaalde in artikel 11b, tweede tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing is, met dien verstande dat in afwijking van het derde lid bij het opstellen van de risicoanalyse het schoolplan niet wordt betrokken, en in afwijking van het vierde lid de risicoanalyse wordt opgesteld binnen drie maanden na het overleg, bedoeld in de eerste volzin. ### Artikel 11b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Binnen een maand na aanvang van de bekostiging van een instelling, bedoeld in artikel 81 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 87 van de Wet op de expertisecentra, artikel 66, vierde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, en artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wat een agrarisch opleidingscentrum betreft uitsluitend voor het daaraan verzorgde voortgezet onderwijs, verstrekt de instelling aan de inspectie gegevens met betrekking tot: + +a. het schoolplan, bedoeld in artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 21 van de Wet op de expertisecentra en artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs, +b. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra en artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en +c. het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs. + +**2.** + +De inspectie oefent toezicht uit door middel van het opstellen van een risicoanalyse indien: + +a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet binnen de genoemde termijn zijn verstrekt, +b. de inspectie onvolkomenheden constateert in de naleving van het eerste lid. + +**3.** Bij het opstellen van de risicoanalyse worden de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a, b en c, betrokken. + +**4.** De risicoanalyse wordt binnen drie maanden nadat de bekostiging is aangevangen door de inspectie opgesteld. + +**5.** Binnen een maand nadat de risicoanalyse is opgesteld toont de instelling ten genoegen van de inspectie aan dat de onvolkomenheden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn hersteld. + +**6.** Indien de instelling twee maanden na het opstellen van de risicoanalyse nog steeds in gebreke is ten aanzien van de naleving van het eerste lid, onderdelen a, b en c, kunnen de maatregelen worden genomen die door de in het eerste lid, aanhef, genoemde onderwijswetten worden mogelijk gemaakt. + +**7.** Nadat het bevoegd gezag van een niet uit de openbare kas bekostigde bijzondere school overeenkomstig artikel 5 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 54 van de Wet op het voortgezet onderwijs aan Onze Minister kennis heeft gegeven van de oprichting van de school, brengt de inspectie zo spoedig mogelijk na de aanvang van het onderwijs advies uit aan burgemeester en wethouders over de vraag of deze onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerplichtwet 1969. ### Artikel 12 @@ -235,7 +265,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 13 -**1.** De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in artikel 11, vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister. +**1.** De inspectie legt haar werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in artikel 11 en voor de toepassing van artikelen 11a en 11b, vast in een of meer toezichtskaders. De toezichtskaders behoeven de goedkeuring van Onze Minister. **2.** Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen. @@ -665,7 +695,8 @@ g. diploma’s en cijferlijsten van onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de We h. diploma’s, cijferlijsten en certificaten van staatsexamens als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs die op of na 1 januari 2011 zijn afgegeven door het College voor examens; i. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van de uit ’s Rijks kas bekostigde programma’s, bedoeld in artikel 7.8a, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die op of na 1 januari 2007 zijn afgegeven door instellingen als bedoeld in de onderdelen a, b, c en g, van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; j. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen hoger onderwijs die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip zijn afgegeven door de instelling, bedoeld in onderdeel h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -k. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen hoger onderwijs die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip zijn afgegeven door instellingen als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. +k. getuigschriften van met goed gevolg afgelegde afsluitende examens van uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen hoger onderwijs die op of na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip zijn afgegeven door instellingen als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; +l. diploma’s en cijferlijsten van onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, en artikel 14b van de Wet op de expertisecentra die zijn afgegeven door scholen voor voortgezet speciaal onderwijs. ### Artikel 24o @@ -686,7 +717,8 @@ c. in geval van een diploma, cijferlijst of certificaat van een opleiding als be d. in geval van een diploma voor een staatsexamen als bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, afgegeven door het College voor examens: het behaalde diploma, het programma en de datum waarop het diploma is behaald; e. in geval van een diploma voor het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet inburgering: het behaalde diploma, het niveau, het profiel en de datum waarop het diploma is behaald. f. in geval van een diploma of cijferlijst van onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs, afgegeven door een school als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van die wet: de gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, onder c, d, f en g, van die wet; -g. in geval van een diploma, cijferlijst of certificaat voor een staatsexamen als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, afgegeven door het College voor examens: de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het college-examen, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, de beoordeling van het sectorwerkstuk, alsmede het thema van het sectorwerkstuk, de cijfers van het centraal examen, de eindcijfers en de uitslag van het staatsexamen. +g. in geval van een diploma, cijferlijst of certificaat voor een staatsexamen als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, afgegeven door het College voor examens: de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het college-examen, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, de beoordeling van het sectorwerkstuk, alsmede het thema van het sectorwerkstuk, de cijfers van het centraal examen, de eindcijfers en de uitslag van het staatsexamen; +h. in geval van een diploma of cijferlijst van onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, en artikel 14b van de Wet op de expertisecentra, afgegeven door een school voor voortgezet speciaal onderwijs: de gegevens, bedoeld in artikel 164a, tweede lid, onder c, k, l en m, van die wet. ### Artikel 24p @@ -710,10 +742,10 @@ g. in geval van een diploma, cijferlijst of certificaat voor een staatsexamen al Op grond van het vierde lid kunnen uitsluitend diplomagegevens worden verstrekt van: -a. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder a tot en met d en f tot en met k, indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, onder a, i, j of k, -b. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder b, c, f, g en h, indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder b, -c. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder c, f, g en h, indien het betreft een school, instelling of afdeling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder c, f of g, -d. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder c, d, f, g en h, indien het betreft het College voor examens. +a. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder a tot en met d en f tot en met l, indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, onder a, i, j of k, +b. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder b, c, f, g, h en l, indien het betreft een instelling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder b, +c. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder c, f, g, h en l, indien het betreft een school, instelling of afdeling als bedoeld in artikel 24n, eerste lid, onder c, f, g of l, +d. de waardedocumenten, bedoeld in artikel 24n, onder c, d, f, g, h en l, indien het betreft het College voor examens. **6.** Uit het diplomaregister worden desgevraagd diplomagegevens verstrekt aan Onze Minister en de inspectie voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke taken. Voor zover het betreft het gebruik door Onze Minister voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding, worden de diplomagegevens op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Artikel 24f, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.