2008-06-13 | BWBR0020396 | Wet geurhinder en veehouderij

This commit is contained in:
Coornhert 2008-06-13 12:00:00 +00:00
parent 3e57f0d6ba
commit 64ea894b89

View file

@ -18,19 +18,21 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*dierenverblijf*: al dan niet overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden;
*geuremissiefactor*: bij ministeriële regeling vastgestelde geuremissie per dier, behorende bij een daartoe aangewezen diercategorie;
*geuremissiefactor*: bij ministeriële regeling vastgestelde geuremissie per dier, behorende bij een daartoe aangewezen diercategorie en huisvestingssysteem;
*geurgevoelig object*: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;
*geurhinder*: gevolgen voor het milieu door de emissie van geur;
*huisvestingssysteem:* gedeelte van een dierenverblijf, waarin dieren van één diercategorie op dezelfde wijze worden gehouden;
*veehouderij*: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren.
### Artikel 2
**1.** Bij een beslissing inzake de vergunning voor het oprichten of veranderen van een veehouderij betrekt het bevoegd gezag de geurhinder door de geurbelasting vanwege tot veehouderijen behorende dierenverblijven uitsluitend op de wijze als aangegeven bij of krachtens de artikelen 3 tot met 9.
**2.** Het eerste lid geldt niet voor het weigeren van de vergunning met toepassing van artikel 8.10, tweede lid, van de Wet milieubeheer of voor voorschriften die worden gesteld met toepassing van de artikelen 8.11, 8.44, 8.45 of 8.46 van de Wet milieubeheer.
**2.** Het eerste lid geldt niet voor het weigeren van de vergunning met toepassing van artikel 8.10, tweede lid, van de Wet milieubeheer of voor voorschriften die worden gesteld met toepassing van de artikelen 8.11, 8.40, 8.45 of 8.46 van de Wet milieubeheer.
### Artikel 3
@ -47,8 +49,8 @@ d. buiten een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 8,0 o
In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij:
a. binnen de bebouwde kom ten minste 100 meter;
b. buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter.
a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en
b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
**3.** Indien de geurbelasting, bedoeld in het eerste lid, groter is dan aangegeven in dat lid of de afstand, bedoeld in het tweede lid, kleiner is dan aangegeven in dat lid, wordt een vergunning, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geweigerd indien de geurbelasting niet toeneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën niet toeneemt.
@ -60,8 +62,8 @@ b. buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter.
De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt:
a. binnen de bebouwde kom ten minste 100 meter;
b. buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter.
a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en
b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de afstand of de geuremissiefactor voor pelsdieren vastgesteld bij ministeriële regeling.
@ -73,8 +75,8 @@ b. buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter.
Onverminderd de artikelen 3 en 4 bedraagt de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object:
a. binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter;
b. buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter.
a. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en
b. ten minste 25 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
**2.**
@ -100,8 +102,8 @@ d. buiten een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom niet minder bedraagt da
Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere afstand van toepassing is dan de afstand, genoemd in artikel 4, eerste lid, met dien verstande dat deze:
a. binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter bedraagt;
b. buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter bedraagt.
a. ten minste 50 meter bedraagt indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en
b. ten minste 25 meter bedraagt indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
**4.** Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente voor pelsdieren een andere afstand van toepassing is met dien verstande dat deze ten minste de helft bedraagt van de afstand, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
@ -113,7 +115,7 @@ b. buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter bedraagt.
**3.** Een aanhoudingsbesluit vervalt op het tijdstip waarop de verordening ter voorbereiding waarvan het besluit is genomen, in werking treedt. Een aanhoudingsbesluit vervalt tevens, indien niet binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding daarvan het ontwerp voor de verordening bij de raad aanhangig is gemaakt.
**4.** Een aanhoudingsbesluit wordt bekendgemaakt door terinzagelegging van dit besluit. Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Van het voorbereidingsbesluit wordt tevens mededeling gedaan langs elektronische weg.
**4.** Een aanhoudingsbesluit wordt bekendgemaakt door terinzagelegging van dit besluit. Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Van het aanhoudingsbesluit wordt tevens mededeling gedaan langs elektronische weg.
### Artikel 8
@ -161,11 +163,13 @@ De Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebiede
**2.**
Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 bedraagt de afstand tussen een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd:
Voor de toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd:
a. op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij;
a. op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij,
b. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en
c. in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij, en een veehouderij binnen de bebouwde kom ten minste 100 meter en een veehouderij buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter.
c. in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij,
ten minste 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen.
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een geurgevoelig object dat op de in dat lid bedoelde kavel aanwezig is.