diff --git a/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md b/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md index faa319e27b4..a124381e391 100644 --- a/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md +++ b/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md @@ -52,7 +52,7 @@ x. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW. **2.** Voor de toepassing van dit besluit is maandag de eerste dag van de kalenderweek en zijn de eerste vijf dagen van de kalenderweek dagloondagen. -## Hoofdstuk 2. Bepalingen voor vaststelling van dagloon +## Hoofdstuk 2. Bepalingen voor vaststelling WW-dagloon ### Artikel 2 @@ -70,6 +70,15 @@ x. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW. **7.** Bij het vaststellen van het WW-dagloon van de werknemer, op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste en tweede lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin het eerste verlies van arbeidsuren is ingetreden. +**8.** + +In afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt onder referteperiode verstaan de periode van één jaar die eindigt op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, indien: + +a. na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA ontstond, omdat de verzekerde minder dan 35% arbeidsongeschikt was; of +b. op of na de dag waarop het tijdvak van 52 weken, bedoeld in artikel 19aa, eerste lid, van de ZW, maar voordat het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van die wet, is verstreken, niet langer recht op een uitkering op grond van de ZW bestond, omdat de verzekerde minder dan 35% arbeidsongeschikt was. + +**9.** In afwijking van het achtste lid eindigt de referteperiode, indien de aanspraak op uitkering berust op artikel 46 van de ZW, op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd. + ### Artikel 3 **1.** @@ -95,7 +104,7 @@ d. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoe **1.** -Het dagloon van uitkeringen op grond van de WW is de uitkomst van de volgende berekening: +Het dagloon van een uitkering op grond van de WW is de uitkomst van de volgende berekening: [(A-B) x 108/100 + C] / D @@ -129,7 +138,9 @@ c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML. **5.** Indien artikel 18 van de WW van toepassing is en de dienstbetrekking of de inkomensverhouding met de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen waaruit de werknemer werkloos is geworden, een of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof, staat D, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin loon is genoten of waarin geen loon is genoten vanwege verlof. -**6.** +**6.** Indien de referteperiode voor de dagloonvaststelling van een reguliere WW-uitkering een of meer kalendermaanden kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof, dan staat D, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de kalendermaanden waarin loon is genoten of waarin geen loon is genoten vanwege verlof. Het in een aangiftetijdvak genoten loon wordt, voor zover het binnen de referteperiode is genoten, toegerekend aan de kalendermaand waarin de laatste dag van het aangiftetijdvak ligt. Een kalendermaand ligt binnen de referteperiode, indien één of meer dagloondagen van de kalendermaand binnen de referteperiode vallen. + +**7.** Indien het aantal dagloondagen op grond van het eerste lid nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening: @@ -229,7 +240,7 @@ Vervallen **2.** Het WW-dagloon wordt, indien een werknemer, na beëindiging van een dienstbetrekking die ten minste één jaar heeft geduurd, een recht heeft gehad op een reguliere WW-uitkering dat is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet en niet herleeft vanwege artikel 21, tweede lid, onderdeel a, niet lager vastgesteld dan op het WW-dagloon van het geëindigde recht, mits het recht is ontstaan binnen twaalf maanden na de eerste werkloosheidsdag van het geëindigde recht. -## Hoofdstuk 2a. Bepalingen voor vaststelling van dagloon +## Hoofdstuk 2a. Bepalingen voor vaststelling ZW- en Wazo-dagloon ### Artikel 12a @@ -403,7 +414,7 @@ b. 100/A keer de gemiddelde uitkering op grond van de ZW per dag, waarop recht b **6.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing voor de persoon die recht heeft op een Wazo-uitkering op grond van artikel 3:10 van de Wazo. -## Hoofdstuk 3. Bepalingen voor vaststelling van dagloon +## Hoofdstuk 3. Bepalingen voor vaststelling WIA- en WAO-dagloon ### Artikel 13 @@ -628,7 +639,11 @@ Artikelen 3, 5 en 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen zoals deze lu ### Artikel 27a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, zoals dat luidde op 30 november 2016, blijft van toepassing op uitkeringen waarvan de eerste rechtdag is gelegen voor 1 december 2016. + +**2.** Onder de eerste rechtdag, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de WW de eerste dag van werkloosheid verstaan, voor de Wet WIA en WAO de dag dat recht op uitkering is ontstaan en voor de ZW de eerste dag waarover het ziekengeld wordt uitgekeerd. + +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op een dagloonherziening op grond van artikel 40, eerste lid, of 48, derde lid, van de WAO. ### Artikel 27b