From 64f26e4ac1affc1e28dea59100a2df43e60b8943 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 25 Mar 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-03-25 | BWBR0006759 | Bekostigingsbesluit cultuuruitingen --- .../BWBR0006759/README.md | 87 +++++++++++-------- 1 file changed, 53 insertions(+), 34 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-cultuuruitingen/BWBR0006759/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-cultuuruitingen/BWBR0006759/README.md index f71929c2bbf..e2dcce81d40 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-cultuuruitingen/BWBR0006759/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-cultuuruitingen/BWBR0006759/README.md @@ -75,7 +75,7 @@ Onze Minister kan ieder jaar subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende ## Hoofdstuk II. Het aanvragen van subsidie -### Paragraaf 1. Aanvraag van een jaarlijks instellingssubsidie +### Paragraaf 1. Aanvraag van een jaarlijkse instellingssubsidie ### Artikel 6 @@ -105,7 +105,7 @@ c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling op het t **4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een publiekrechtelijke rechtspersoon een instellingssubsidie aanvraagt. -### Paragraaf 2. Aanvraag van een meerjarig instellingssubsidie +### Paragraaf 2. Aanvraag van een meerjarige instellingssubsidie ### Artikel 8 @@ -113,18 +113,22 @@ Vervallen ### Artikel 9 -**1.** Een aanvraag voor een meerjarig instellingssubsidie wordt ingediend vóór een door Onze Minister te bepalen tijdstip, dat voor verschillende cultuuruitingen verschillend kan worden vastgesteld. Dit tijdstip ligt ten minste zes maanden vóór de aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd. De aanvraag gaat vergezeld van een beleidsplan voor de hele periode en een liquiditeitsprognose. Artikel 6, vierde lid, en artikel 7 zijn van overeenkomstige toepassing. +**1.** -**2.** +Een aanvraag voor een meerjarige instellingssubsidie wordt ingediend vóór een door Onze Minister te bepalen tijdstip, dat voor verschillende cultuuruitingen verschillend kan worden vastgesteld. Dit tijdstip ligt ten minste zes maanden vóór de aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd. -Het beleidsplan geeft ten minste een duidelijk inzicht in: +De aanvraag gaat vergezeld van een: -a. de beleidsvoornemens voor de betrokken periode; en -b. de geschatte baten en lasten gedurende de betrokken periode. +a. beleidsplan voor de betrokken periode, en +b. begroting voor de betrokken periode. -Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden in het jaar van indiening van de aanvraag. +Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing. -**3.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde aanvraagtermijn. +**2.** Het beleidsplan geeft ten minste een duidelijk inzicht in de beleidsvoornemens. + +**3.** De begroting geeft inzicht in de geschatte baten en lasten. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil in het jaar dat bij ministeriële regeling is aangewezen. + +**4.** Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde aanvraagtermijn. ### Artikel 10 @@ -182,11 +186,11 @@ Op een aanvraag voor een instellingssubsidie wordt beslist dertien weken voorafg ### Artikel 15 -Ten aanzien van de verlening en bevoorschotting van een meerjarig instellingssubsidie zijn de artikelen 13 en 14 van toepassing, met dien verstande dat Onze Minister beslist dertien weken voorafgaand aan de betrokken periode en dat in een beslissing waarbij een meerjarig instellingssubsidie wordt verleend, wordt vermeld welk bedrag elk jaar van de betrokken periode als voorschot zal worden verstrekt. +Ten aanzien van de verlening en bevoorschotting van een meerjarige instellingssubsidie zijn de artikelen 13 en 14 van toepassing, met dien verstande dat Onze Minister beslist dertien weken voorafgaand aan de betrokken periode en dat in een beslissing waarbij een meerjarige instellingssubsidie wordt verleend, wordt vermeld welk bedrag elk jaar van de betrokken periode als voorschot zal worden verstrekt. ### Artikel 16 -**1.** Bij de verlening van een meerjarig instellingssubsidie kan Onze Minister bepalen dat het subsidiebedrag jaarlijks door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden. +**1.** Bij de verlening van een meerjarige instellingssubsidie kan Onze Minister bepalen dat het subsidiebedrag jaarlijks door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil en met de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden. **2.** Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden. @@ -208,7 +212,7 @@ Vervallen De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: -a. de doeleinden gesteld in het activiteitenplan en het beleidsplan dan wel het projectplan op doelmatige wijze worden nagestreefd; +a. de doeleinden gesteld in het activiteitenplan, het beleidsplan of het projectplan op doelmatige wijze worden nagestreefd; b. dat de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd; en c. dat de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het wordt verleend. @@ -245,35 +249,40 @@ De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze M ### Artikel 23a -**1.** Tenzij bij ministeriële regeling of bij de subsidieverlening anders is bepaald, dient de ontvanger van een meerjarig instellingssubsidie jaarlijks bij Onze Minister een activiteitenplan en een begroting van de instelling in. Artikel 6, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Voor het eerste jaar van de meerjarige subsidieperiode worden de in het eerste lid genoemde bescheiden ingediend uiterlijk 13 weken nadat een meerjarig instellingssubsidie is verleend. - -**3.** Voor de overige jaren van de meerjarige subsidieperiode worden de in het eerste lid bedoelde bescheiden ingediend uiterlijk 13 weken voorafgaand aan het betrokken jaar. +Vervallen ### Artikel 24 **1.** De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend een activiteitenverslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het beleidsplan, activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan voorgenomen activiteiten. -**2.** De ontvanger van een meerjarig instellingssubsidie dient binnen vier maanden na afloop van enig jaar waarvoor subsidie is verleend, het activiteitenverslag, bedoeld in het eerste lid, en de jaarrekening in vergezeld van een toelichting; de artikelen 33, derde lid, 35 en 36 zijn van toepassing. +**2.** De ontvanger van een meerjarige instellingssubsidie dient binnen vier maanden na afloop van enig jaar waarvoor subsidie is verleend een activiteitenverslag, een bestuursverslag en een jaarrekening vergezeld van een toelichting in. De artikelen 33, derde lid, 35 en 36 zijn op de jaarrekening van toepassing. -**3.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot tussentijdse verslaglegging bij projectsubsidies die zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekken. +**3.** + +Het bestuursverslag geeft toelichting op: + +a. het exploitatieresultaat van de instelling; +b. de financiële positie van de instelling; +c. het al dan niet realiseren van de voorgenomen activiteiten; +d. de zaken die nu of in de toekomst van invloed kunnen zijn op het functioneren van de instelling. + +**4.** Het bestuur van de instelling ondertekent het bestuursverslag. + +**5.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot tussentijdse verslaglegging bij projectsubsidies die zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekken. ### Artikel 25 -**1.** Indien een gesubsidieerd project leidt tot een publikatie, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat bij de publikatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest. +**1.** Indien een gesubsidieerd project leidt tot een publicatie, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest. **2.** Indien een subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet 1912, draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk. -**3.** De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publikaties. +**3.** De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties. ### Artikel 26 -**1.** Voor zover na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit het bedrag van een verleend instellingssubsidie niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, kan het worden gereserveerd. De aldus gereserveerde bedragen kunnen uitsluitend worden besteed aan doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt. +**1.** Voor zover na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit het bedrag van een verleend instellingssubsidie niet is besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, kan het worden gereserveerd in een bestemmingsfonds OCW. De aldus gereserveerde bedragen kunnen uitsluitend worden besteed aan doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt. -**2.** Het totaal van de gereserveerde bedragen, bedoeld in het eerste lid, gaat een door Onze Minister voor een subsidieontvanger of categorie subsidieontvangers te bepalen percentage van de verleende subsidie of bedrag niet te boven. - -**3.** Bedragen die zijn bestemd voor reserveringen voor toekomstige uitgaven, die door Onze Minister zijn aangewezen, worden voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als bedragen die zijn besteed aan de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt. +**2.** Over de aanwending van het bedrag in het bestemmingsfonds OCW neemt Onze Minister na afloop van de subsidieperiode binnen tien maanden een besluit. ### Artikel 27 @@ -334,7 +343,7 @@ b. een subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon. ### Artikel 34 -De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. Verschillen van meer dan 5% worden in ieder geval belangrijk geacht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht. +De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht. ### Artikel 35 @@ -350,7 +359,7 @@ De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan **3.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie. -**4.** Indien de voor het boekjaar begrote exploitatielasten minder dan € 230 000 bedragen en het totaal van de door het Rijk verleende subsidies met betrekking tot dat jaar minder dan € 115 000 bedraagt, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing. Voor projectsubsidies blijft het bedrag van de begrote exploitatielasten buiten beschouwing. +**4.** Indien het totaal van de door Onze Minister verleende subsidies met betrekking tot het boekjaar minder bedraagt dan € 125.000 zijn het eerste en het tweede lid niet van toepassing. ### Artikel 37 @@ -372,13 +381,23 @@ Specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten ten behoeve van het door het ### Artikel 41 -**1.** De aanvraag voor een specifieke uitkering wordt uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van het desbetreffende kalenderjaar ingediend. +**1.** De aanvraag voor een specifieke uitkering wordt uiterlijk zes maanden vóór de aanvang van de desbetreffende uitkeringsperiode ingediend. Bij ministeriële regeling kan een andere termijn worden vastgesteld. -**2.** Bij de aanvraag wordt aangegeven welke activiteiten met behulp van de specifieke uitkering zullen worden gesubsidieerd, welke beleidsdoelen daarmee worden nagestreefd en welke kosten met de activiteiten zullen zijn gemoeid. +**2.** + +In de aanvraag voor een specifieke uitkering geeft het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders aan welke: + +a. doelen worden nagestreefd, +b. indicatoren de realisatie van deze doelen uitdrukken, en +c. kosten met het realiseren van deze doelen zullen zijn gemoeid. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen indicatoren worden vastgesteld. + +**4.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders geen toepassing behoeft te geven aan het tweede lid, onderdeel b. ### Artikel 42 -Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel op of na een of meer data in een kalenderjaar. Op een aanvraag wordt dertien weken voorafgaande aan het betrokken jaar beslist. +Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel op of na een of meer data in een kalenderjaar. Op een aanvraag wordt dertien weken voorafgaande aan de betrokken uitkeringsperiode beslist. ### Artikel 43 @@ -392,7 +411,7 @@ De provincie of gemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan On ### Artikel 45 -Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarin een specifieke uitkering is verstrekt zendt de provincie of gemeente een schriftelijk verslag aan Onze Minister over de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt. +Binnen tien maanden na afloop van de uitkeringsperiode zendt het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders een schriftelijk verslag aan Onze Minister, waarin hij aangeeft in hoeverre de doelen en resultaten, bedoeld in artikel 41, tweede lid, zijn gerealiseerd. Indien het vierde lid van artikel 41 van toepassing is, geeft het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders in het schriftelijk verslag aan in hoeverre de doelen, bedoeld in artikel 41, tweede lid, onderdeel a, zijn gerealiseerd. ### Artikel 46 @@ -400,17 +419,17 @@ De provincie of gemeente werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde o ### Artikel 47 -**1.** Binnen tien maanden na afloop van het jaar waarin een specifieke uitkering is verstrekt, legt de provincie of gemeente aan Onze Minister een verklaring over, waaruit blijkt in hoeverre de verstrekte specifieke uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd. Deze verklaring gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de specifieke uitkering minder bedroeg dan € 115 000, kan worden volstaan met de in de eerste volzin bedoelde verklaring. +**1.** Binnen tien maanden na afloop van de uitkeringsperiode waarin een specifieke uitkering is verstrekt, legt het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders aan Onze Minister een verantwoording over, waaruit blijkt dat de verstrekte uitkering rechtmatig is besteed. Deze verantwoording gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de specifieke uitkering minder bedroeg dan € 250.000 per boekjaar, kan worden volstaan met de in de eerste volzin bedoelde verantwoording. **2.** Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens voldoende blijken uit de vastgestelde rekening van de provincie of gemeente, kan worden volstaan met de toezending van de rekening, voorzien van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin. -**3.** Voor zover niet uit een verklaring als bedoeld in het eerste lid of uit de rekening, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd, wordt het desbetreffende bedrag teruggevorderd. +**3.** Voor zover niet uit een verantwoording als bedoeld in het eerste lid of uit de rekening, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de uitkering rechtmatig is besteed, wordt het desbetreffende bedrag teruggevorderd. ## Hoofdstuk VII. Slotbepalingen ### Artikel 48 -Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van de inrichting van aanvragen, het beleidsplan, het activiteitenplan, het projectplan, de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, de subsidiedeclaratie, de verklaring van de accountant en activiteitenverslagen. +Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van de inrichting van aanvragen, het beleidsplan, het activiteitenplan, het projectplan, de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, de subsidiedeclaratie, de verklaring van de accountant, activiteitenverslagen, het bestuursverslag, het schriftelijke verslag en de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, van artikel 47. ### Artikel 49