2018-04-21 | BWBR0016366 | Wet kabelbaaninstallaties

This commit is contained in:
Coornhert 2018-04-21 12:00:00 +00:00
parent 41e85d22d2
commit 64f7b41ec5

View file

@ -18,80 +18,67 @@ citeertitel: Wet kabelbaaninstallaties
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. richtlijn: richtlijn nr. 2000/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende kabelbaaninstallaties voor personenvervoer (PbEG L106);
b. kabelbaaninstallatie: installatie als bedoeld in artikel 1, tweede, derde en vijfde lid, eerste streepje, van de richtlijn;
c. veiligheidscomponent: veiligheidscomponent als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, tweede streepje, van de richtlijn;
d. subsysteem: onderdeel van een kabelbaaninstallatie als bedoeld in bijlage I van de richtlijn;
e. opdrachtgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening een kabelbaaninstallatie wordt gebouwd, of diens gemachtigde;
f. constructeur: fabrikant van een veiligheidscomponent of een subsysteem, of ontwerper of bouwer van een kabelbaaninstallatie, of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde;
g. essentiële eisen: essentiële eisen bedoeld in bijlage II van de richtlijn;
h. CE-markering: symbool weergegeven in bijlage IX van de richtlijn;
i. overeenstemmingsbeoordeling: onderzoek naar het voldoen aan de essentiële eisen van veiligheidscomponenten of subsystemen;
j. kabelbaanvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 20, eerste lid;
k. keuringsinstantie: ingevolge artikel 5 aangewezen instantie;
l. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
- *CE-markering:* CE-markering als bedoeld in artikel 3, onderdeel 27, van de verordening;
- *conformiteitsbeoordelingsinstantie:* ingevolge artikel 5 aangewezen instantie;
- *essentiële eisen:* essentiële eisen, genoemd in bijlage II bij de verordening;
- *EU-conformiteitsverklaring:* EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 19 van de verordening;
- *kabelbaaninstallatie:* kabelbaaninstallatie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van de verordening;
- *kabelbaanvergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 20, eerste lid;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *subsysteem:* subsysteem als bedoeld in artikel 3, onderdeel 2, van de verordening;
- *veiligheidscomponent:* veiligheidscomponent als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de verordening;
- *verordening:* Verordening (EU) nr. 2016/424 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende kabelbaaninstallaties en tot intrekking van Richtlijn 2000/9/EG (PbEU 2016, L 81).
**2.** In hoofdstuk 4, paragraaf 1, en hoofdstuk 5, wordt onder keuringsinstantie mede verstaan een door een andere lidstaat van de Europese Unie bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instantie, belast met de in het kader van de procedure van overeenstemmingsbeoordeling in bijlage V en VII van de richtlijn uit te voeren taken, dan wel het uitvoeren van een veiligheidsanalyse op grond van bijlage III van de richtlijn.
**3.** In deze wet wordt onder het bouwen van een kabelbaaninstallatie mede verstaan het vernieuwen, veranderen of vergroten van een kabelbaaninstallatie.
**2.** In deze wet wordt onder bouwen van een kabelbaaninstallatie mede verstaan: vernieuwen, veranderen of vergroten van een kabelbaaninstallatie waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist.
### Artikel 2
Deze wet is niet van toepassing op:
a. liften;
b. traditioneel gebouwde kabeltrams;
c. installaties die worden gebruikt voor landbouwdoeleinden;
d. attractie- en speeltoestellen;
e. mijnbouwinstallaties en installaties die worden aangelegd of gebruikt voor industriële doeleinden;
f. kabelponten;
g. tandradbanen;
h. met kettingen voortbewogen installaties.
a. liften die vallen onder Richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften (PbEU 2014, L 96);
b. kabelbaaninstallaties die van historisch of cultureel belang zijn of als cultureel erfgoed zijn aangemerkt, die vóór 1 januari 1986 in bedrijf zijn gesteld en vandaag nog worden geëxploiteerd, en die geen ingrijpende wijzigingen wat betreft ontwerp of bouw hebben ondergaan, met inbegrip van specifiek daarvoor ontworpen subsystemen en veiligheidscomponenten;
c. installaties die worden gebruikt voor land- en bosbouwdoeleinden;
d. kabelbaaninstallaties voor het bereiken van berghutten die uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen en specifiek aangewezen personen;
e. al dan niet vaste toestellen en installaties die uitsluitend bedoeld zijn voor vrijetijdsbesteding en recreatie, en niet voor personenvervoer;
f. mijnbouwinstallaties of andere industriële installaties op een vaste locatie die worden gebruikt voor industriële activiteiten, of
g. installaties waarbij de gebruikers of de vervoermiddelen zich op het water bewegen.
## Hoofdstuk 2. Algemene verplichtingen
### Artikel 3
**1.** Veiligheidscomponenten worden slechts in de handel gebracht of in bedrijf gesteld indien zij voldoen aan de essentiële eisen en zijn voorzien van een CE-markering.
Een kabelbaaninstallatie wordt slechts in bedrijf gesteld en gehouden indien zij:
**2.** Subsystemen worden slechts in de handel gebracht of in bedrijf gesteld indien zij voldoen aan de essentiële eisen en zijn voorzien van een EG-keuringscertificaat.
**3.** Een kabelbaaninstallatie wordt slechts in bedrijf gesteld en gehouden indien zij voldoet aan de essentiële eisen en bij gebruik volgens haar bestemming geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van personen en de veiligheid van goederen.
a. voldoet aan de essentiële eisen, en
b. bij gebruik volgens haar bestemming geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van personen en de veiligheid van goederen.
### Artikel 4
**1.** Veiligheidscomponenten, subsystemen en kabelbaaninstallaties die overeenstemmen met door Onze Minister aan te wijzen nationale normen ter omzetting van geharmoniseerde normen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de richtlijn, worden vermoed te voldoen aan de essentiële eisen.
Vervallen
**2.** Bij het ontbreken van op Europees niveau geharmoniseerde normen, kan Onze Minister normen aanwijzen die van belang zijn voor de juiste toepassing van de essentiële eisen.
**3.** De referentienummers van de normen bedoeld in het eerste lid en tweede lid, worden bekendgemaakt in de Staatscourant.
## Hoofdstuk 3. Aanwijzing van keuringsinstanties
## Hoofdstuk 3. Aanwijzing van conformiteitsbeoordelingsinstanties
### Artikel 5
Onze Minister kan, met inachtneming van bijlage VIII van de richtlijn, keuringsinstanties aanwijzen die belast zijn met:
a. door hem aan te geven taken in het kader van de procedures van overeenstemmingsbeoordeling, zoals opgenomen in de bijlagen V en VII van de richtlijn;
b. het uitvoeren van veiligheidsanalyses als omschreven in bijlage III van de richtlijn.
Onze Minister kan, met inachtneming van de artikelen 23 tot en met 30 van de verordening, op verzoek conformiteitsbeoordelingsinstanties aanwijzen die bevoegd zijn tot de uitvoering van conformiteitsbeoordelingen volgens één van de procedures, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de verordening en in overeenstemming met de verplichtingen, bedoeld in artikel 34 van de verordening.
### Artikel 6
**1.** Aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 5 kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen mede betrekking hebben op de door de keuringsinstanties in rekening te brengen tarieven.
**1.** Aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 5 kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen mede betrekking hebben op de door de conformiteitsbeoordelingsinstanties in rekening te brengen tarieven.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de criteria voor de aanwijzing van instanties als bedoeld in artikel 5, de wijze van beoordeling, het op keuringsinstanties uit te oefenen toezicht en de door instanties verschuldigde vergoeding voor de kosten van de beoordeling en de uitoefening van het toezicht.
**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie een vergoeding verschuldigd is voor de kosten van de beoordeling van het verzoek tot aanwijzing als bedoeld in artikel 5 en de uitoefening van het toezicht, volgens de daarbij vast te stellen tarieven.
**3.**
Onze Minister trekt een aanwijzing als bedoeld in artikel 5 in:
Onze Minister beperkt, schorst of trekt een aanwijzing als bedoeld in artikel 5 in:
a. op verzoek van de desbetreffende instantie;
b. indien hij van oordeel is dat de desbetreffende instantie niet meer voldoet aan de criteria van bijlage VIII van de richtlijn of de criteria voor de beoordeling van keuringsinstanties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid;
c. indien de desbetreffende instantie de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft.
a. op verzoek van de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsinstantie;
b. indien is gebleken dat de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsinstantie niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 26 van de verordening, of de verplichtingen, genoemd in de artikelen 28, 34, 35, 36 of 38 van de verordening, niet nakomt, of
c. indien de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsinstantie de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft.
### Artikel 7
Onze Minister stelt onverwijld de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de andere lidstaten van de Europese Unie in kennis van een aanwijzing of een intrekking daarvan ingevolge artikel 5 onderscheidenlijk artikel 6, derde lid, en vermeldt in geval van een aanwijzing de aan de aangewezen instantie toegekende taken.
Onze Minister verricht de taken van de aanmeldende autoriteit in de zin van de verordening.
## Hoofdstuk 4. De procedure van overeenstemmingsbeoordeling
@ -99,124 +86,73 @@ Onze Minister stelt onverwijld de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de
### Artikel 8
**1.** Voordat een veiligheidscomponent of een subsysteem in de handel wordt gebracht, volgt de constructeur voor veiligheidscomponenten en subsystemen een procedure van overeenstemmingsbeoordeling.
**2.** De constructeur kiest voor de uitvoering van een procedure van overeenstemmingsbeoordeling een keuringsinstantie die bevoegd is om de in het kader van die procedure aan een keuringsinstantie opgedragen taken te verrichten.
Vervallen
### Artikel 9
**1.**
Een procedure van overeenstemmingsbeoordeling behelst voor een veiligheidscomponent een van de in bijlage V van de richtlijn bedoelde procedures:
a. het in module B beschreven EG-typeonderzoek, aangevuld met de in module D beschreven procedure van productiekwaliteitsborging;
b. het in module B beschreven EG-typeonderzoek, aangevuld met de in module F beschreven procedure van productkeuring;
c. de in module H beschreven procedure van volledige kwaliteitsborging; of
d. de in module G beschreven procedure van eenheidskeuring.
**2.** Indien een procedure als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt gevolgd, kan voor de aanvullende procedure een andere keuringsinstantie worden gekozen dan voor het EG-typeonderzoek.
Vervallen
### Artikel 10
**1.** De constructeur stelt voor een veiligheidscomponent ten aanzien waarvan op basis van een procedure van overeenstemmingsbeoordeling is vastgesteld dat deze voldoet aan de essentiële eisen, in de laatste fase van het productieproces een EG-verklaring van overeenstemming op, overeenkomstig bijlage IV van de richtlijn en voorziet de veiligheidscomponent van een CE-markering.
**2.** De CE-markering wordt zodanig op de veiligheidscomponent of een daaraan bevestigd plaatje aangebracht, dat het zichtbaar en leesbaar is.
**3.** Indien de procedure bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, is gevolgd, brengt de constructeur naast de CE-markering het identificatienummer van de keuringsinstantie aan die de procedure uitvoert. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het aanbrengen van het identificatienummer.
Vervallen
### Artikel 11
**1.** Een procedure van overeenstemmingsbeoordeling behelst voor een subsysteem de in bijlage VII van de richtlijn bedoelde EG-keuring in de ontwerpfase, de productiefase en bij de aflevering.
**2.** De constructeur stelt voor een subsysteem ten aanzien waarvan op basis van procedure van overeenstemmingsbeoordeling is vastgesteld dat het voldoet aan de essentiële eisen, een EG-verklaring van overeenstemming op overeenkomstig bijlage VI van de richtlijn.
Vervallen
### Artikel 12
De constructeur verleent de keuringsinstantie en de door deze ingevolge artikel 15, tweede lid, aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, alle medewerking voorzover dat noodzakelijk is ten behoeve van de procedure van overeenstemmingsbeoordeling en de uitoefening van andere in deze wet bedoelde taken.
Vervallen
### Artikel 13
**1.** De constructeur informeert de keuringsinstantie die de procedure van overeenstemmingsbeoordeling uitvoert of heeft uitgevoerd, over alle wijzigingen die zich voordoen ten aanzien van het ontwerp, het toegepaste kwaliteitssysteem als bedoeld in module B of H van bijlage V, of het productieproces van de desbetreffende veiligheidscomponent of het desbetreffende subsysteem.
**2.** De constructeur bewaart alle op grond van bijlage V en VII van de richtlijn in het kader van een procedure van overeenstemmingsbeoordeling aan de keuringsinstantie te verstrekken en van de keuringsinstantie ontvangen documentatie gedurende een periode van 30 jaar na de productie van de laatste veiligheidscomponent of het laatste subsysteem.
Vervallen
### Artikel 14
**1.** Voorzover de constructeur niet aan een verplichting, bedoeld in deze paragraaf, heeft voldaan, rust een dergelijke verplichting op de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het product in de handel brengt. Zodra de persoon die het product in de handel brengt aan deze verplichting heeft voldaan, is de verplichting voor de constructeur opgeheven.
**2.** De verplichtingen, bedoeld in deze paragraaf, gelden eveneens voor degene die veiligheidscomponenten of subsystemen vervaardigt voor eigen gebruik.
Vervallen
### Paragraaf 2. Voorschriftenvoor de keuringsinstantie
### Artikel 15
**1.** Een keuringsinstantie neemt bij de uitvoering van de taken waarmee zij in het kader van de procedures van overeenstemmingsbeoordeling is belast, de in bijlage V en VII van de richtlijn opgenomen regels in acht.
**2.** Een keuringsinstantie is bevoegd om met inachtneming van bij ministeriële regeling gegeven voorschriften, de in module B van bijlage V van de richtlijn bedoelde beproevingen en controles te doen verrichten door andere natuurlijke personen of rechtspersonen.
**3.** Indien een keuringsinstantie de in module D of H van bijlage V van de richtlijn bedoelde procedure uitvoert, is daarbij tenminste een persoon betrokken met ervaring in beoordeling van de toegepaste technologie.
Vervallen
### Artikel 16
**1.** Een keuringsinstantie draagt zorg voor het aanbrengen van haar identificatienummer op elke veiligheidscomponent waarvan zij op basis van de procedure bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b of d, heeft vastgesteld dat de veiligheidscomponent voldoet aan de essentiële eisen.
**2.** Een keuringsinstantie stelt ten aanzien van de in het kader van de procedure bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b of d, verrichte proeven een schriftelijke verklaring van overeenstemming op.
Vervallen
### Artikel 17
**1.** Een keuringsinstantie stelt voor een subsysteem waarvan zij op basis van de procedure bedoeld in artikel 11, eerste lid, heeft vastgesteld dat het voldoet aan de essentiële eisen, een EG-verklaring van overeenstemming, overeenkomstig bijlage VI en een EG-keuringscerficaat overeenkomstig bijlage VII van de richtlijn op, en bepaalt daarbij welke technische documentatie bij het EG-keuringscertificaat wordt gevoegd.
**2.**
De technische documentatie bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:
a. noodzakelijke documenten met betrekking tot de kenmerken van het desbetreffende subsysteem;
b. de gebruiksvoorwaarden, de gebruiksbeperkingen en de onderhoudsvoorschriften, en
c. de EG-verklaringen van overeenstemming van in het desbetreffende subsysteem toegepaste veiligheidscomponenten.
Vervallen
### Artikel 18
**1.** De keuringsinstantie stelt de andere keuringsinstanties op de hoogte van afgifte, intrekking, weigering of aanvulling van verklaringen van EG-typeonderzoek, kwaliteitssysteemgoedkeuringen, certificaten van EG-ontwerp onderzoek, EG-keuringscertificaten en van ontvangen aanvragen voor het verrichten van een keuring.
**2.** Een keuringsinstantie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Vervallen
### Artikel 19
**1.** Indien de keuringsinstantie die een verklaring van EG-typeonderzoek of een EG-keuringscertificaat heeft afgegeven, vermoedt dat de desbetreffende veiligheidscomponent of het desbetreffende subsysteem niet meer voldoet aan de essentiële eisen, stelt zij daarnaar een onderzoek in.
**2.** Een verklaring van EG-typeonderzoek of een EG-keuringscertificaat wordt door de keuringsinstantie ingetrokken, indien het in het eerste lid bedoelde onderzoek uitwijst dat de desbetreffende veiligheidscomponent of het desbetreffende subsysteem niet meer aan de essentiële eisen voldoet.
Vervallen
## Hoofdstuk 5. Bouw en exploitatie van kabelbaaninstallaties
### Artikel 20
**1.** Voor het bouwen en in bedrijf stellen en hebben van een kabelbaaninstallatie is een kabelbaanvergunning van Onze Minister vereist. Een voor een kabelbaaninstallatie verleende vergunning geldt voor eenieder die de kabelbaaninstallatie bouwt of in bedrijf stelt en houdt. De vergunninghouder draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd.
**1.** Voor het bouwen en in bedrijf stellen en hebben van een kabelbaaninstallatie is een kabelbaanvergunning van Onze Minister vereist. Een voor een kabelbaaninstallatie verleende vergunning geldt voor eenieder die de kabelbaaninstallatie bouwt of in bedrijf stelt en houdt.
**2.** Aan een kabelbaanvergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Een kabelbaanvergunning kan worden verleend voor een in de vergunning bepaalde tijd.
**3.** Indien Onze Minister van oordeel is dat de in de kabelbaaninstallatie toe te passen veiligheidscomponenten of subsystemen ten aanzien van ontwerp of constructie innoverende kenmerken vertonen, kan hij aan de vergunning bijzondere voorschriften en beperkingen verbinden. Hij stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen hiervan onverwijld in kennis.
**4.** De beperkingen waaronder een kabelbaanvergunning is verleend en de aan een vergunning verbonden voorschriften kunnen ambtshalve of op aanvraag worden gewijzigd of ingetrokken.
**3.** De beperkingen waaronder een kabelbaanvergunning is verleend en de aan een vergunning verbonden voorschriften kunnen ambtshalve of op aanvraag worden gewijzigd of ingetrokken.
### Artikel 21
**1.** De opdrachtgever laat voorafgaand aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en voor een kabelbaanvergunning, door een daartoe bevoegde keuringsinstantie een veiligheidsanalyse uitvoeren als omschreven in bijlage III van de richtlijn.
**2.** Bij de veiligheidsanalyse worden alle veiligheidsaspecten van de kabelbaaninstallatie en de omgeving van de kabelbaaninstallatie in het kader van ontwerp, uitvoering en inbedrijfstelling, betrokken.
**3.** De keuringsinstantie stelt aan de hand van de veiligheidsanalyse een veiligheidsrapport op, waarin wordt aangegeven welke maatregelen nodig zijn om risico's uit te sluiten. Het veiligheidsrapport bevat een lijst van de in de desbetreffende kabelbaaninstallatie opgenomen veiligheidscomponenten en subsystemen.
Vervallen
### Artikel 22
**1.** Een aanvraag voor een kabelbaanvergunning wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid voor de desbetreffende installatie. Onze Minister bevordert een gecoördineerde voorbereiding en inhoudelijke afstemming van beide vergunningen. Burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente verlenen de daarvoor benodigde medewerking.
**1.** Een aanvraag voor een kabelbaanvergunning wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de desbetreffende installatie. Onze Minister bevordert een gecoördineerde voorbereiding en inhoudelijke afstemming van beide vergunningen. Burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente verlenen de daarvoor benodigde medewerking.
**2.**
Bij de aanvraag voor een kabelbaanvergunning worden overgelegd:
a. de voor de kabelbaaninstallatie opgestelde veiligheidsanalyse bedoeld in artikel 21 en het op basis daarvan opgestelde veiligheidsrapport;
b. de EG-verklaringen van overeenstemming en de EG-keuringscertificaten van alle in de kabelbaaninstallatie toe te passen veiligheidscomponenten en subsystemen;
c. een kopie van de aanvraag voor een bouwvergunning.
**2.** Bij de aanvraag voor een kabelbaanvergunning wordt een kopie van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit overgelegd, naast de documenten, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de verordening.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag van een kabelbaanvergunning en de daarbij in te dienen gegevens en bescheiden.
@ -224,13 +160,7 @@ c. een kopie van de aanvraag voor een bouwvergunning.
**1.** Een kabelbaanvergunning wordt slechts verleend indien de kabelbaaninstallatie, mits naar behoren geïnstalleerd en onderhouden, en in overeenstemming met haar bestemming gebruikt, de veiligheid en gezondheid van personen en de veiligheid van goederen niet in gevaar kan brengen.
**2.**
Een kabelbaanvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:
a. de kabelbaaninstallatie niet voldoet aan de essentiële eisen;
b. de kabelbaaninstallatie niet voldoet aan de voorwaarden van het veiligheidsrapport;
c. de in de kabelbaaninstallatie toe te passen veiligheidscomponenten niet zijn voorzien van een CE-markering of de toe te passen subsystemen niet zijn voorzien van een EG-keuringscertificaat.
**2.** Een kabelbaanvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien de kabelbaaninstallatie niet voldoet aan de eisen uit de verordening of deze wet.
### Artikel 24
@ -246,14 +176,7 @@ c. de kabelbaaninstallatie permanent buiten gebruik is gesteld.
### Artikel 25
De vergunninghouder bewaart de volgende documenten en bewaart kopieën van deze documenten bij de kabelbaaninstallatie:
a. de kabelbaanvergunning;
b. het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 21;
c. de veiligheidsanalyse bedoeld in artikel 21;
d. de EG-keuringscertificaten van de toegepaste subsystemen en technische documentatie inclusief alle documenten met betrekking tot de kenmerken van de kabelbaaninstallatie;
e. de EG-verklaringen van overeenstemming van de toegepaste veiligheidscomponenten;
f. de documenten met betrekking tot onderhoud, toezicht, afstelling en instandhouding van de kabelbaaninstallatie.
De vergunninghouder bewaart een kopie van de kabelbaanvergunning bij de kabelbaaninstallatie, naast de documenten, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de verordening.
### Artikel 26
@ -261,41 +184,37 @@ f. de documenten met betrekking tot onderhoud, toezicht, afstelling en instandho
**2.** De tarieven ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
## Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen
## Hoofdstuk 6. Handhavingsbevoegdheden
### Artikel 27
**1.** Indien Onze Minister van oordeel is dat een veiligheidscomponent die is voorzien van een CE-markering, of een subsysteem dat is voorzien van een EG-verklaring van overeenstemming, ook wanneer die veiligheidscomponent of dat subsysteem in overeenstemming met zijn bestemming wordt gebruikt en op de juiste wijze wordt onderhouden, de veiligheid of gezondheid van personen of de veiligheid van goederen in gevaar kan brengen, neemt hij passende voorlopige maatregelen. Hij kan het gebruik verbieden, aan het gebruik beperkingen stellen, verbieden dat het in de handel wordt gebracht of voorwaarden verbinden aan het in de handel brengen.
**2.** Onze Minister stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen onmiddellijk en onder opgaaf van redenen in kennis van maatregelen als bedoeld in het eerste lid. Daarbij vermeldt hij of de maatregelen voortvloeien uit het niet beantwoorden aan de essentiële eisen of een verkeerde toepassing van of een leemte in de normen bedoeld in artikel 4, eerste lid.
Indien Onze Minister van oordeel is dat een subsysteem dat of een veiligheidscomponent die is voorzien van een CE-markering, ook wanneer dat subsysteem of die veiligheidscomponent in overeenstemming met zijn bestemming wordt gebruikt en op de juiste wijze wordt onderhouden, de veiligheid of gezondheid van personen of de veiligheid van goederen in gevaar kan brengen, verbiedt hij het gebruik van het subsysteem of de veiligheidscomponent, stelt hij daaraan beperkingen, verbindt hij voorwaarden aan het in de handel brengen van het subsysteem of de veiligheidscomponent, verbiedt hij dat het subsysteem of de veiligheidscomponent in de handel wordt gebracht of verplicht hij dat het subsysteem of de veiligheidscomponent uit de handel wordt genomen of wordt teruggeroepen.
### Artikel 28
**1.** Indien Onze Minister van oordeel is dat op een veiligheidscomponent ten onrechte een CE-markering is aangebracht, of een subsysteem ten onrechte is voorzien van een EG-verklaring van overeenstemming, neemt hij passende maatregelen om deze veiligheidscomponent uit de handel te nemen, of verbiedt hij dat deze veiligheidscomponent of dit subsysteem in de handel wordt gebracht. Hij kan het gebruik verbieden of daaraan beperkingen stellen.
**2.** Onze Minister stelt andere lidstaten van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van maatregelen als bedoeld in het eerste lid.
Indien Onze Minister van oordeel is dat ten aanzien van een subsysteem of veiligheidscomponent sprake is van één of meer van de feiten, genoemd in artikel 43, eerste lid, van de verordening, verbiedt hij het gebruik van het subsysteem of de veiligheidscomponent, stelt hij daaraan beperkingen, verbindt hij voorwaarden aan het in de handel brengen van het subsysteem of de veiligheidscomponent, verbiedt hij dat het subsysteem of de veiligheidscomponent in de handel wordt gebracht of verplicht hij dat het subsysteem of de veiligheidscomponent uit de handel wordt genomen of wordt teruggeroepen.
### Artikel 29
De constructeur of degene die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen, verleent alle medewerking die noodzakelijk is voor de uitvoering van maatregelen als bedoeld in de artikelen 27 en 28.
Vervallen
### Artikel 30
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde in artikel 20, eerste lid, en ter uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 27, eerste lid, en artikel 28, eerste lid.
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde in de artikelen 3, aanhef en onderdeel b, 20, eerste lid, 24, eerste lid, 25, 27 en 28.
## Hoofdstuk 7. Verbodsbepalingen
### Artikel 31
**1.** Het is verboden veiligheidscomponenten of subsystemen in de handel te brengen die niet voldoen aan de essentiële eisen en die niet zijn voorzien van een CE-markering respectievelijk van een EG-keuringscertificaat.
**1.** Het is verboden veiligheidscomponenten of subsystemen in de handel te brengen die niet voldoen aan de essentiële eisen en die niet zijn voorzien van een CE-markering of een EU-conformiteitsverklaring.
**2.** Het is verboden op veiligheidscomponenten een CE-markering aan te brengen of subsystemen te voorzien van een EG-keuringscertificaat indien deze veiligheidscomponenten of subsystemen niet in overeenstemming zijn met de essentiële eisen, of indien voor deze veiligheidscomponenten of subsystemen geen procedure van overeenstemmingsbeoordeling is gevolgd.
**2.** Het is verboden op subsystemen of veiligheidscomponenten een CE-markering aan te brengen of daarvoor een EU-conformiteitsverklaring op te stellen indien de subsystemen of veiligheidscomponenten niet in overeenstemming zijn met de essentiële eisen of indien voor de subsystemen of veiligheidscomponenten geen conformiteitsbeoordeling als bedoeld in artikel 5 is uitgevoerd.
**3.** Het is verboden te handelen in strijd met een verbod of een maatregel op grond van artikel 27, eerste lid en artikel 28, eerste lid.
**3.** Het is verboden te handelen in strijd met een verbod of een maatregel op grond van de artikelen 27 en 28.
### Artikel 32
Het is verboden op veiligheidscomponenten merktekens of opschriften aan te brengen die misleidend kunnen zijn ten aanzien van de betekenis of vorm van de CE-markering, of die de zichtbaarheid of de leesbaarheid van een CE-markering verminderen.
Het is verboden op subsystemen of veiligheidscomponenten merktekens of opschriften aan te brengen die misleidend kunnen zijn ten aanzien van de betekenis of vorm van de CE-markering, of die de zichtbaarheid of de leesbaarheid van een CE-markering verminderen.
### Artikel 33
@ -307,7 +226,7 @@ Het is verboden op veiligheidscomponenten merktekens of opschriften aan te breng
### Artikel 34
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met de minister van dat andere ministerie.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening of deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met de minister van dat andere ministerie.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@ -315,27 +234,33 @@ Het is verboden op veiligheidscomponenten merktekens of opschriften aan te breng
### Artikel 35
**1.** Deze wet is niet van toepassing op subsystemen en veiligheidscomponenten die voor de inwerkingtreding van deze wet in de handel zijn gebracht.
**1.**
**2.** Artikel 20, eerste lid, is niet van toepassing op het in bedrijf hebben van een kabelbaaninstallaties die voor de inwerkingtreding van deze wet in bedrijf is gesteld.
Deze wet is niet van toepassing op subsystemen en veiligheidscomponenten die in de handel zijn gebracht:
a. voor 23 maart 2004, of
b. tussen 23 maart 2004 en 21 april 2018, als die vielen onder het toepassingsbereik van deze wet zoals die luidde voor 21 april 2018 en daarmee in overeenstemming zijn.
**2.**
Artikel 20, eerste lid, is niet van toepassing op:
a. het in bedrijf hebben van een kabelbaaninstallatie die in bedrijf is gesteld voor 23 maart 2004, of
b. het in bedrijf stellen van een kabelbaaninstallatie die is gebouwd voor 21 april 2018, als die viel onder het toepassingsbereik van deze wet zoals die luidde voor 21 april 2018 en daarmee in overeenstemming is.
### Artikel 36
**1.** Tot 4 mei 2004 zijn de artikelen 3, eerste en tweede lid, 8, 11 en 14 niet van toepassing op het in de handel brengen van veiligheidscomponenten en subsystemen.
**2.** Tot 4 mei 2004 zijn de artikelen 20, eerste lid, 21, eerste en tweede lid, niet van toepassing op de bouw en inbedrijfstelling van kabelbaaninstallaties, met dien verstande dat voor kabelbaaninstallaties waarvoor voor 4 mei 2004 een bouwvergunning is verleend, maar waarvan met de bouw op de datum van inwerkingtreding nog niet is aangevangen, een kabelbaanvergunning is vereist.
**3.** De artikelen 31, eerste en tweede lid, en 33, eerste lid zijn tot 4 mei 2004 niet van toepassing.
Een kabelbaanvergunning die vóór 21 april 2018 is verleend op basis van artikel 20 van de wet zoals die luidde voor die datum berust op artikel 20 van de wet zoals die luidt vanaf die datum.
## Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
### Artikel 37
Een wijziging van de richtlijn gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Vervallen
### Artikel 38
Voorzover op grond van de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte de richtlijn ook verbindend is voor een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, wordt deze staat voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.
Vervallen
### Artikel 39