diff --git a/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md b/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md index 6c012fa25a5..28eee86ef03 100644 --- a/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md +++ b/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md @@ -17,19 +17,18 @@ citeertitel: Natuurbeschermingswet 1998 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; -b. structuurschema: structuurschema, bedoeld in artikel 9; -c. natuurmonument: terrein of water, dan wel samenstel van terreinen of wateren, dat van algemeen belang is om zijn natuurwetenschappelijke betekenis of zijn natuurschoon; -d. eigenaar: degene, die in de basisregistratie kadaster als eigenaar staat vermeld, met dien verstande dat indien op een onroerende zaak een eeuwig durend recht van erfpacht of een recht van beklemming rust, daaronder wordt verstaan de erfpachter of de beklemde meier, en dat bij onroerende zaken die aan een niet eeuwig durend recht van erfpacht, een recht van vruchtgebruik of een recht van opstal zijn onderworpen, daaronder mede zijn begrepen degenen, die in de basisregistratie kadaster als erfpachter, vruchtgebruiker of opstalhouder staan vermeld, een en ander voorzover niet de rechtstoestand is gebleken een andere te zijn dan de basisregistratie kadaster aangeeft; -e. gebruiker: degene, die uit hoofde van een andere rechtsverhouding dan onder d genoemd een onroerende zaak in gebruik heeft; -f. landschapsgezicht: samenstel van onbebouwde terreinen of van bebouwde en onbebouwde terreinen dat vanwege zijn structuren, patronen of elementen danwel anderszins vanwege zijn uiterlijke verschijningsvorm, historisch-landschappelijk van algemeen belang is; -g. richtlijn (EEG) nr. 79/409: richtlijn (EEG) nr. 79/409 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103); -h. richtlijn (EEG) nr. 92/43: richtlijn (EEG) nr. 92/43 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206); -i. prioritaire soort: als prioritair aangeduide soort in bijlage II van de richtlijn (EEG) nr. 92/43; -j. prioritaire type natuurlijke habitat: als prioritair type aangeduide natuurlijke habitat in bijlage I van de richtlijn (EEG) nr. 92/43; -k. initiatiefnemer: degene die het initiatief neemt tot een plan, project of andere handeling als bedoeld in artikel 19d, eerste lid; -l. instandhoudingsdoelstelling: doelstelling of doelstellingen als bedoeld in artikel 10a, tweede lid; -m. Natura 2000: Europees ecologische netwerk dat bestaat uit de speciale beschermingszones als bedoeld in de richtlijn (EEG) nr. 79/409 en richtlijn (EEG) nr. 92/43; -n. bestaande gebruik: een activiteit, die al dan niet jaarlijks vergunning behoeft, en op het moment van aanwijzing van een gebied als beschermd natuurmonument of ter uitvoering van richtlijn (EEG) nr. 79/409 en richtlijn (EEG) nr. 92/43 bestond en sedertdien onafgebroken heeft plaatsgevonden. +b. natuurmonument: terrein of water, dan wel samenstel van terreinen of wateren, dat van algemeen belang is om zijn natuurwetenschappelijke betekenis of zijn natuurschoon; +c. eigenaar: degene, die in de basisregistratie kadaster als eigenaar staat vermeld, met dien verstande dat indien op een onroerende zaak een eeuwig durend recht van erfpacht of een recht van beklemming rust, daaronder wordt verstaan de erfpachter of de beklemde meier, en dat bij onroerende zaken die aan een niet eeuwig durend recht van erfpacht, een recht van vruchtgebruik of een recht van opstal zijn onderworpen, daaronder mede zijn begrepen degenen, die in de basisregistratie kadaster als erfpachter, vruchtgebruiker of opstalhouder staan vermeld, een en ander voorzover niet de rechtstoestand is gebleken een andere te zijn dan de basisregistratie kadaster aangeeft; +d. gebruiker: degene, die uit hoofde van een andere rechtsverhouding dan onder d genoemd een onroerende zaak in gebruik heeft; +e. landschapsgezicht: samenstel van onbebouwde terreinen of van bebouwde en onbebouwde terreinen dat vanwege zijn structuren, patronen of elementen danwel anderszins vanwege zijn uiterlijke verschijningsvorm, historisch-landschappelijk van algemeen belang is; +f. richtlijn (EEG) nr. 79/409: richtlijn (EEG) nr. 79/409 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103); +g. richtlijn (EEG) nr. 92/43: richtlijn (EEG) nr. 92/43 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206); +h. prioritaire soort: als prioritair aangeduide soort in bijlage II van de richtlijn (EEG) nr. 92/43; +i. prioritaire type natuurlijke habitat: als prioritair type aangeduide natuurlijke habitat in bijlage I van de richtlijn (EEG) nr. 92/43; +j. initiatiefnemer: degene die het initiatief neemt tot een plan, project of andere handeling als bedoeld in artikel 19d, eerste lid; +k. instandhoudingsdoelstelling: doelstelling of doelstellingen als bedoeld in artikel 10a, tweede lid; +l. Natura 2000: Europees ecologische netwerk dat bestaat uit de speciale beschermingszones als bedoeld in de richtlijn (EEG) nr. 79/409 en richtlijn (EEG) nr. 92/43; +m. bestaande gebruik: een activiteit, die al dan niet jaarlijks vergunning behoeft, en op het moment van aanwijzing van een gebied als beschermd natuurmonument of ter uitvoering van richtlijn (EEG) nr. 79/409 en richtlijn (EEG) nr. 92/43 bestond en sedertdien onafgebroken heeft plaatsgevonden. ### Artikel 2 @@ -96,7 +95,11 @@ b. de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het ### Artikel 9 -Er is een structuurschema dat in ieder geval inzicht geeft in de ruimtelijke aspecten van het rijksbeleid inzake natuur en landschap. Het structuurschema is een plan als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. +**1.** Er is een Structuurvisie Natuur en Landschap. + +**2.** De structuurvisie geeft inzicht in de ruimtelijke aspecten van het rijksbeleid inzake natuur en landschap. + +**3.** De structuurvisie is een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening. ### Artikel 9a @@ -132,7 +135,7 @@ Er is een structuurschema dat in ieder geval inzicht geeft in de ruimtelijke asp ### Artikel 10 -**1.** Onze Minister kan, mede op grondslag van het structuurschema, bij besluit een natuurmonument aanwijzen als beschermd natuurmonument. Het besluit gaat vergezeld van een kaart waarop het beschermd natuurmonument is aangegeven en een toelichting. +**1.** Onze Minister kan, mede op grondslag van de structuurvisie, bedoeld in artikel 9, bij besluit een natuurmonument aanwijzen als beschermd natuurmonument. Het besluit gaat vergezeld van een kaart waarop het beschermd natuurmonument is aangegeven en een toelichting. **2.** Indien het beheer over een natuurmonument of een gedeelte daarvan berust bij een van Onze andere Ministers, dan neemt Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid niet, dan in overeenstemming met die andere Minister. @@ -378,9 +381,33 @@ In de gevallen waarin Onze Minister bevoegd is te besluiten op een aanvraag voor **4.** In afwijking van het eerste lid behoeven plannen als bedoeld in artikel 19a geen goedkeuring van Onze Minister. +**5.** Het eerste en tweede lid van dit artikel blijven buiten toepassing voor zover het betreft besluiten tot vaststelling van structuurvisies als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet ruimtelijke ordening. + +**6.** Indien het plan, bedoeld in het eerste lid, een bestemmings- of inpassingsplan betreft, als bedoeld in de artikelen 3.1 of 3.19 dan wel 3.20 van de Wet ruimtelijke ordening, een projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder f, van die wet hieronder begrepen, kan hieraan goedkeuring worden onthouden voor zover dat plan of besluit de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het in het plan of besluit begrepen gebied verslechtert of een verstorend effect heeft op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. + +**7.** Gedeputeerde staten dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening, brengen een zienswijze, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening, naar voren ter zake van een ontwerp voor een bestemmings- of inpassingsplan, als bedoeld in de artikelen 3.1 of 3.19 dan wel 3.20 van de Wet ruimtelijke ordening, een projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder f, van die wet hieronder begrepen, indien geen passende beoordeling overeenkomstig artikel 19f is gemaakt. + +**8.** + +Indien gedeputeerde staten dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening, op de grondslag, genoemd in het zesde en zevende lid, + +a. geen zienswijzen hebben ingediend en het plan ongewijzigd wordt vastgesteld, of +b. zienswijzen hebben ingediend en deze volledig worden overgenomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend. Tenzij anderszins artikel 3.8, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening toepassing is, is het derde lid van dat artikel van toepassing, met dien verstande dat het besluit tot vaststelling van het bestemmings- of inpassingsplan, een projectbesluit hieronder begrepen, samen met het besluit omtrent goedkeuring of een mededeling van het feit dat de goedkeuring is verleend, wordt bekendgemaakt. + +**9.** + +Indien gedeputeerde staten dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening, op de grondslag, genoemd in het zesde lid, + +a. geen zienswijzen hebben ingediend en het plan gewijzigd is vastgesteld, of +b. zienswijzen hebben ingediend, die bij de vaststelling niet volledig zijn overgenomen, en binnen de termijn genoemd in artikel 3.8, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening geen besluit tot onthouding van goedkeuring is bekendgemaakt, wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend. + +**10.** Indien gedeputeerde staten dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening, op de grondslag, genoemd in het zevende lid, zienswijzen hebben ingediend die bij de vaststelling niet of onvolledig zijn overgenomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn onthouden indien binnen de termijn genoemd in artikel 3.8, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening geen besluit tot onthouding van goedkeuring is bekendgemaakt. + +**11.** Een goedkeuring als bedoeld in het achtste of negende lid wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Onthouding van goedkeuring wordt gelijkgesteld met een aanwijzing als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Artikel 3.8, zesde lid, vierde, vijfde en zesde volzin, van die wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het besluit tot vaststelling van het bestemmings- of inpassingsplan, een projectbesluit hieronder begrepen, samen met het besluit tot goedkeuring of een mededeling van het feit dat de goedkeuring is verleend, wordt bekendgemaakt. + ### Artikel 19k -**1.** Gedeputeerde staten stellen Onze Minister in kennis van projecten en andere handelingen als bedoeld in artikel 19f, eerste lid, en van plannen als bedoeld in artikel 19j, tweede lid, en zenden een afschrift van vergunningen als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, en besluiten tot goedkeuring als bedoeld in artikel 19j, tweede lid, die met toepassing van artikel 19g zijn genomen naar Onze Minister en brengen Onze Minister op de hoogte van de genomen compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 19h. +**1.** Gedeputeerde staten stellen Onze Minister in kennis van projecten en andere handelingen als bedoeld in artikel 19f, eerste lid, en van plannen als bedoeld in artikel 19j, tweede lid, en zenden een afschrift van vergunningen als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, en besluiten tot goedkeuring als bedoeld in artikel 19j, tweede lid, die met toepassing van artikel 19g zijn genomen en van besluiten als bedoeld in artikel 19j, achtste of negende lid, naar Onze Minister en brengen Onze Minister op de hoogte van de genomen compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 19h. **2.** Door Onze Minister wordt de Commissie van de Europese Gemeenschappen op de hoogte gesteld van de genomen compenserende maatregelen, bedoeld in het eerste lid. @@ -467,7 +494,7 @@ b. een aanduiding van handelingen die de kenmerken, bedoeld in onderdeel a, kunn ### Artikel 26 -**1.** De gemeenteraad van de gemeenten waarin het beschermd landschapsgezicht is gelegen, stelt ter bescherming van een beschermd landschapsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd landschapsgezicht kan hiertoe door gedeputeerde staten een termijn worden gesteld. +**1.** De gemeenteraad van de gemeenten waarin het beschermd landschapsgezicht is gelegen, stelt ter bescherming van een beschermd landschapsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd landschapsgezicht kan hiertoe door gedeputeerde staten een termijn worden gesteld. **2.** Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd landschapsgezicht wordt bepaald of en zo ja in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt.