2003-02-20 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart
This commit is contained in:
parent
1360458817
commit
654daa3a50
1 changed files with 415 additions and 2 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet luchtvaart
|
|||
bwb_id: BWBR0005555
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2001-10-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2003-02-20'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005555
|
||||
citeertitel: Wet luchtvaart
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -1170,6 +1170,347 @@ Indien naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bestuur
|
|||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens na iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en doeltreffendheid van de LVNL. De LVNL is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. De luchthaven Schiphol
|
||||
|
||||
### Titel 8.1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *luchthaven*: een samenstel van in elkaars nabijheid gelegen voorzieningen ten behoeve van:
|
||||
|
||||
1°. het opstijgen en het landen van luchtvaartuigen en de daarmee verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op de grond;
|
||||
2°. de afwikkeling van het in onderdeel 1° bedoelde luchtverkeer;
|
||||
3°. bedrijfsmatige activiteiten die samenhangen met de afwikkeling van het in onderdeel 1° bedoelde luchtverkeer;
|
||||
b. *luchthavenluchtverkeer*: het in onderdeel a, onderdeel 1°, bedoelde luchtverkeer;
|
||||
c. *luchthavenindelingbesluit*: het besluit, bedoeld in artikel 8.4;
|
||||
d. *luchthavenverkeerbesluit*: het besluit, bedoeld in artikel 8.15;
|
||||
e. *luchtverkeerweg*: een ten behoeve van geleiding van het luchthavenluchtverkeer afgebakend deel van het luchtruim;
|
||||
f. *exploitant van de luchthaven*: de N.V. Luchthaven Schiphol;
|
||||
g. *inspecteur-generaal*: de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.2
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is van toepassing ten aanzien van de luchthaven Schiphol.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3
|
||||
|
||||
De uitoefening van de bevoegdheden die voortvloeien uit dit hoofdstuk is gericht op het bevorderen van een optimaal gebruik van de luchthaven als kwalitatief hoogwaardig knooppunt van nationaal en internationaal luchtverkeer, met inachtneming van de grenzen die met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
### Titel 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit
|
||||
|
||||
### Artikel 8.4
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor de luchthaven een luchthavenindelingbesluit vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5
|
||||
|
||||
**1.** In het luchthavenindelingbesluit worden het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Als luchthavengebied wordt het gebied vastgesteld dat bestemd is voor gebruik als luchthaven.
|
||||
|
||||
**3.** Als beperkingengebied wordt het gebied vastgesteld waar in verband met de nabijheid van de luchthaven met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond.
|
||||
|
||||
**4.** Het luchthavengebied en het beperkingengebied overlappen elkaar niet. De gebieden kunnen bestaan uit niet aaneengesloten delen.
|
||||
|
||||
**5.** De gebieden worden vastgesteld met behulp van kaarten waarop de ligging van de gebieden is aangegeven. De kaarten voor het luchthavengebied worden vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000. De kaarten voor het beperkingengebied worden vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 50 000. Zo nodig worden delen van de gebieden vastgelegd met behulp van kaarten op een schaal met een kleiner verhoudingsgetal.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.6
|
||||
|
||||
Het luchthavenindelingbesluit bevat voor het luchthavengebied regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.7
|
||||
|
||||
**1.** Het luchthavenindelingbesluit bevat voor het beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het besluit bevat in ieder geval regels omtrent beperking van:
|
||||
|
||||
a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer;
|
||||
b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer;
|
||||
c. de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer;
|
||||
d. een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de regels, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, worden in ieder geval gronden aangewezen die niet bestemd of gebruikt worden voor woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen.
|
||||
|
||||
**4.** Elk besluit, volgend op het eerste luchthavenindelingbesluit, biedt een beschermingsniveau ten aanzien van externe veiligheid en geluidbelasting, dat voor ieder van deze aspecten, gemiddeld op jaarbasis vastgesteld, per saldo gelijkwaardig is aan of beter is dan het niveau zoals dat geboden werd door het eerste besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.8
|
||||
|
||||
**1.** Bij de vaststelling of de herziening van een bestemmingsplan voor een gebied dat is gelegen binnen het luchthavengebied of het beperkingengebied, wordt het luchthavenindelingbesluit in acht genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het gebied dat ligt binnen het luchthavengebied of het beperkingengebied, waarvoor geen bestemmingsplan geldt dat in overeenstemming is met het besluit, geldt het besluit als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Voor zover het besluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 21, vierde tot en met zesde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat het besluit onherroepelijk is geworden het bestemmingsplan overeenkomstig het besluit vast te stellen of te herzien.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een bestemmingsplan niet in overeenstemming is met het besluit, is het gemeentebestuur verplicht aan degenen die inzage verlangen in het bestemmingsplan, tevens inzage te verlenen in het besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.9
|
||||
|
||||
**1.** Bij de toepassing van de artikelen 17, 19 en 46, zesde, zevende en achtste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en van artikel 50, vierde, vijfde en zesde lid, van de Woningwet, wordt het luchthavenindelingbesluit in acht genomen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van de artikelen 46, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en 50, tweede en derde lid, van de Woningwet, duurt de in die artikelen bedoelde aanhouding totdat een bestemmingsplan dat in overeenstemming is met het besluit in werking is getreden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de toepassing van de artikelen 17, 19 en 46, zesde, zevende en achtste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en van artikel 50, vierde, vijfde en zesde lid, van de Woningwet kan van het besluit worden afgeweken indien van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de verklaring is ontvangen dat hij tegen de afwijking geen bezwaar heeft.
|
||||
|
||||
**4.** De verklaring van geen bezwaar die betrekking heeft op het luchthavengebied kan worden geweigerd met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven.
|
||||
|
||||
**5.** De verklaring van geen bezwaar die betrekking heeft op het beperkingengebied kan worden geweigerd met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.10
|
||||
|
||||
Voor zover het ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in de uitvoering van het luchthavenindelingbesluit zijn artikel 23, eerste lid, onder c, en artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.11
|
||||
|
||||
Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9, derde lid, en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft als één besluit aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.12
|
||||
|
||||
**1.** Dit artikel is van toepassing op het oprichten of plaatsen van objecten waar geen bouwvergunning of aanlegvergunning voor is vereist.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden een object op te richten of te plaatsen indien dit in strijd is met een regel in het luchthavenindelingbesluit omtrent de maximale hoogte van objecten.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de veiligheid.
|
||||
|
||||
**4.** De ontheffing wordt voor een bepaalde periode verleend. Aan de ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden in het belang van de veiligheid.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt regels omtrent de vergoeding die de aanvrager van een ontheffing verschuldigd is voor de kosten van het verlenen van de ontheffing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
|
||||
|
||||
### Artikel 8.13
|
||||
|
||||
De voordracht voor een luchthavenindelingbesluit wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschiedt, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.14
|
||||
|
||||
Artikel 8.13 is van overeenkomstige toepassing op het wijzigen van het luchthavenindelingbesluit.
|
||||
|
||||
### Titel 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit
|
||||
|
||||
### Artikel 8.15
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor de luchthaven een luchthavenverkeerbesluit vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.16
|
||||
|
||||
Het luchthavenverkeerbesluit bevat een beschrijving van de luchtverkeerwegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.17
|
||||
|
||||
**1.** Het luchthavenverkeerbesluit bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het besluit bevat in ieder geval regels omtrent:
|
||||
|
||||
a. de gevallen waarin van een luchtverkeerweg gebruik gemaakt wordt;
|
||||
b. een op beperking van belasting gerichte wijze van gebruik van het luchtruim in andere gevallen;
|
||||
c. de beschikbaarheid van de luchthaven voor het luchthavenluchtverkeer.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het besluit kan regels bevatten omtrent:
|
||||
|
||||
a. de wijze van gebruik van de luchtverkeerwegen;
|
||||
b. de tijdstippen waarop, de frequentie waarmee en de categorieën van luchtvaartuigen waarmee van het luchtruim gebruik gemaakt wordt.
|
||||
|
||||
**4.** De regels bevorderen het realiseren van een beschermingsniveau, waarbij de in het besluit beschreven grenswaarden met betrekking tot de door het luchthavenluchtverkeer veroorzaakte belasting ten aanzien van veiligheid, geluid en lokale luchtverontreiniging niet worden overschreden.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het besluit bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de grenswaarden voor het externe-veiligheidsrisico;
|
||||
b. de grenswaarden voor de geluidbelasting, waarbij in ieder geval punten in of aan de rand van woonbebouwing in de nabijheid van de luchthaven bepaald worden met de grenswaarden die op ieder van die punten van toepassing zijn;
|
||||
c. de grenswaarden voor de emissie van de stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken.
|
||||
|
||||
**6.** Het besluit kan ten aanzien van de in het tweede en derde lid bedoelde onderwerpen, grenzen stellen aan de maatregelen die de inspecteur-generaal op grond van artikel 8.22 kan treffen.
|
||||
|
||||
**7.** Elk besluit, volgend op het eerste luchthavenverkeerbesluit, biedt een beschermingsniveau ten aanzien van externe veiligheid, geluidbelasting en lokale luchtverontreiniging, dat voor ieder van deze aspecten, gemiddeld op jaarbasis vastgesteld, per saldo gelijkwaardig is aan of beter is dan het niveau zoals dat geboden werd door het eerste besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.18
|
||||
|
||||
De exploitant van de luchthaven, de verlener van luchtverkeersdienstverlening en de luchtvaartmaatschappijen bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig het luchthavenverkeerbesluit. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.19
|
||||
|
||||
De exploitant van de luchthaven stelt de luchthaven beschikbaar overeenkomstig de regels van het luchthavenverkeerbesluit. De exploitant kan hiervan afwijken als dit in het belang van de veiligheid nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.20
|
||||
|
||||
Luchtverkeersdienstverlening wordt verleend overeenkomstig de regels van het luchthavenverkeerbesluit. De verlener van de dienstverlening kan hiervan afwijken als dit in het belang van de veiligheid nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.21
|
||||
|
||||
**1.** De gezagvoerder neemt deel aan het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig de regels van het luchthavenverkeerbesluit.
|
||||
|
||||
**2.** De gezagvoerder kan afwijken van het eerste lid op advies van de verlener van luchtverkeersdienstverlening.
|
||||
|
||||
**3.** De gezagvoerder kan afwijken van het eerste lid als dit in het belang van de veiligheid nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.22
|
||||
|
||||
**1.** Zodra de inspecteur-generaal constateert dat de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden zijn overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
|
||||
|
||||
**2.** De maatregelen hebben betrekking op de in artikel 8.17, tweede en derde lid, bedoelde onderwerpen en vallen binnen de in artikel 8.17, zesde lid, bedoelde grenzen.
|
||||
|
||||
**3.** De inspecteur-generaal trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
|
||||
|
||||
**4.** Voordat de inspecteur-generaal een maatregel voorschrijft stelt hij degene tot wie de maatregel is gericht in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 8.18 tot en met 8.21 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.23
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd:
|
||||
|
||||
a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenverkeerbesluit;
|
||||
b. een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde voor de geluidbelasting in een bepaald punt vervangen door een andere grenswaarde.
|
||||
|
||||
**2.** Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Aan een vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. De artikelen 8.18 tot en met 8.21 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
|
||||
|
||||
### Artikel 8.24
|
||||
|
||||
De artikelen 8.13 en 8.14 zijn van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden en het wijzigen van het luchthavenverkeerbesluit.
|
||||
|
||||
### Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven
|
||||
|
||||
### Artikel 8.25
|
||||
|
||||
**1.** De exploitant van de luchthaven is verplicht om met inachtneming van de bij of krachtens deze wet of de Luchtvaartwet gestelde bepalingen, luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart op de luchthaven toe te laten.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op circuitvluchten, oefenvluchten en proefvluchten.
|
||||
|
||||
**3.** De exploitant is verplicht om in door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen gevallen met inachtneming van de bij of krachtens deze wet of de Luchtvaartwet gestelde bepalingen, luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de militaire luchtvaart op de luchthaven toe te laten.
|
||||
|
||||
### Titel 8.5. Informatievoorziening
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.5.1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.26
|
||||
|
||||
Een ministeriële regeling op grond van deze titel wordt vastgesteld door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
|
||||
|
||||
### Artikel 8.27
|
||||
|
||||
**1.** De exploitant van de luchthaven draagt zorg voor het registreren van de veiligheids- en milieubelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer. Hij verricht de metingen en berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Het registreren wordt zodanig uitgevoerd dat een vergelijking mogelijk is met de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het registreren en omtrent de metingen en berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
|
||||
|
||||
### Artikel 8.28
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De exploitant van de luchthaven verstrekt de inspecteur-generaal:
|
||||
|
||||
a. de op grond van artikel 8.27 geregistreerde gegevens;
|
||||
b. gegevens over de in artikel 8.27 bedoelde metingen en berekeningen.
|
||||
|
||||
**2.** De exploitant, de verlener van luchtverkeersdienstverlening en de luchtvaartmaatschappijen verstrekken de inspecteur-generaal gegevens over de ter uitvoering van artikel 8.18 getroffen voorzieningen.
|
||||
|
||||
**3.** De exploitant verstrekt de inspecteur-generaal gegevens over de afwijkingen, bedoeld in artikel 8.19. De verlener van luchtverkeersdienstverlening verstrekt de inspecteur-generaal gegevens over de afwijkingen, bedoeld in de artikelen 8.20 en 8.21.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de gegevensverstrekking.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.29
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De inspecteur-generaal brengt elk half jaar aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verslag uit over de veiligheids- en milieuaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van:
|
||||
|
||||
a. de ter uitvoering van artikel 8.18 getroffen voorzieningen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die voorzieningen;
|
||||
b. de ter uitvoering van artikel 8.22 getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van die maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de verslaglegging.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.30
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het openbaar maken van gegevens als bedoeld in artikel 8.28.
|
||||
|
||||
**2.** De openbaarmaking geschiedt door kennisgeving van de gegevens of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien alleen van de zakelijke inhoud kennis wordt gegeven, worden de gegevens tegelijk ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer de gegevens ter inzage liggen.
|
||||
|
||||
### Titel 8.6. Financiële aspecten
|
||||
|
||||
### Artikel 8.31
|
||||
|
||||
**1.** Indien een belanghebbende ten gevolge van het luchthavenindelingbesluit of het luchthavenverkeerbesluit schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kent Onze Minister van Verkeer en Waterstaat hem op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening blijft buiten toepassing voor zover de belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.32
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een regeling vaststellen inzake het treffen van geluidwerende voorzieningen ten aanzien van in de regeling bepaalde woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen voor zover die gebouwen vanwege het luchthavenluchtverkeer een geluidbelasting kunnen ondervinden die ligt boven de in de regeling vastgestelde maximale waarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.33
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan regels stellen ten aanzien van het verstrekken van geldelijke steun uit s Rijks kas aan gemeenten ter bestrijding van de kosten ten gevolge van uitvoering van de in overeenstemming met het luchthavenindelingbesluit gebrachte bestemmingsplannen.
|
||||
|
||||
### Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol
|
||||
|
||||
### Artikel 8.34
|
||||
|
||||
**1.** Er is een commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en vertegenwoordigers van:
|
||||
|
||||
a. de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht;
|
||||
b. gemeenten in de in onderdeel a genoemde provincies;
|
||||
c. de exploitant van de luchthaven;
|
||||
d. de verlener van luchtverkeersdienstverlening;
|
||||
e. luchtvaartmaatschappijen die geregeld van de luchthaven gebruik maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.35
|
||||
|
||||
De commissie heeft tot taak om door overleg tussen de in artikel 8.34 bedoelde betrokkenen een gebruik van de luchthaven te bevorderen dat zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van die betrokkenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.36
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt nadere regels omtrent de taak en de samenstelling van de commissie. Daarbij wordt bepaald welke in artikel 8.34, tweede lid, bedoelde gemeenten en luchtvaartmaatschappijen in de commissie vertegenwoordigd zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.37
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter van de commissie wordt door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat benoemd, geschorst en ontslagen.
|
||||
|
||||
**2.** Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter op voordracht van het orgaan of de organisatie die het lid vertegenwoordigt.
|
||||
|
||||
**3.** De benoeming geschiedt voor ten hoogste vier jaren. Herbenoeming kan telkens voor ten hoogste vier jaren plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.38
|
||||
|
||||
De commissie stelt een bestuursreglement vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.39
|
||||
|
||||
De commissie heeft een secretariaat. De samenstelling en de werkzaamheden van het secretariaat worden in het bestuursreglement geregeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.40
|
||||
|
||||
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie wordt in het bestuursreglement geregeld. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1
|
||||
|
|
@ -1247,7 +1588,9 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op de vluchtuitvoering met militaire luchtvaartuigen alsmede op de vluchtuitvoering ten behoeve van militaire doeleinden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Toezicht-, opsporings- en strafbepalingen
|
||||
## Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
|
||||
|
||||
### Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
|
||||
|
||||
### Artikel 11.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -1449,6 +1792,76 @@ voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd.
|
|||
|
||||
**2.** Niet strafbaar is degene, die een luchtvaartuig bedient en die zich na een ongeval of landing, bedoeld in het eerste lid, van de plaats van dat ongeval of die landing verwijdert doch binnen twaalf uren na dat ongeval of die landing en voordat hij als verdachte is aangehouden of verhoord, vrijwillig kennis geeft aan een van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren en daarbij zijn identiteit en de identiteit van het betrokken luchtvaartuig bekendmaakt.
|
||||
|
||||
### Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
|
||||
|
||||
### Artikel 11.15
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
|
||||
|
||||
a. artikel 8.12, 8.19, 8.20 of 8.21 of van een beperking of voorschrift als bedoeld in artikel 8.23;
|
||||
b. een maatregel als bedoeld in artikel 8.22.
|
||||
|
||||
**2.** Een boete en een last onder dwangsom kunnen tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De boete bedraagt ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. 100 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. 1 000 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**4.** Een boete wordt niet opgelegd indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de vaststelling van de hoogte van de boete wordt in ieder geval rekening gehouden met de ernst en de duur van de overtreding en zo nodig met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
|
||||
|
||||
**6.** De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt vijf jaren na het plegen van de overtreding. Indien tegen de boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.17
|
||||
|
||||
**1.** De boete wordt opgelegd aan degene aan wie de overtreding kan worden toegerekend. Geen boete wordt opgelegd indien aan de betrokkene wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De overtreding wordt toegerekend aan de rechtspersoon waarbij de pleger van de overtreding in dienst is, indien de overtreding plaatsvindt tijdens de uitoefening van zijn dienst.
|
||||
|
||||
**3.** In andere gevallen wordt de overtreding toegerekend aan degene die de overtreding pleegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.18
|
||||
|
||||
**1.** Van de overtreding wordt een rapport opgemaakt. Het rapport vermeldt in ieder geval de overtreding, het overtreden voorschrift en zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
|
||||
|
||||
**2.** De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld over het voornemen tot het opleggen van een boete zijn zienswijze naar voren te brengen. Bij de uitnodiging daartoe wordt de overtreder het rapport toegezonden of uitgereikt.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die aan een handeling vanwege Onze Minister van Verkeer en Waterstaat redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een boete zal worden opgelegd, is niet langer verplicht ten behoeve van deze oplegging inlichtingen omtrent de overtreding te verstrekken. Hij wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de boete zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
**4.** Aan degene die van de overtreding een rapport heeft opgemaakt, wordt geen mandaat verleend tot het opleggen van de boete.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.19
|
||||
|
||||
**1.** De boete wordt opgelegd bij beschikking. De beschikking vermeldt in ieder geval de overtreding, het overtreden voorschrift en het bedrag van de boete.
|
||||
|
||||
**2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen twaalf weken vanaf de dag waarop de boetebeschikking is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** De boete en de rente zijn verschuldigd met ingang van de dag na die waarop de beschikking onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**4.** De boete en de rente worden betaald binnen zes weken nadat zij verschuldigd zijn geworden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien niet is betaald binnen de in het vierde lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, de rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.20
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee weken, bedoeld in artikel 11.19, vijfde lid, kan van de overtreder de boete, de rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel worden ingevorderd.
|
||||
|
||||
**2.** Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**3.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat.
|
||||
|
||||
**4.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue