diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md index 4c8349e0d3c..7becbcb84e8 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-meststoffenwet/BWBR0019031/README.md @@ -350,7 +350,7 @@ b. de overige te verstrekken gegevens, de wijze waarop deze gegevens worden vers ### Artikel 28 -**1.** De producent van dierlijke meststoffen draagt er zorg voor dat de capaciteit van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen op het bedrijf voldoende is voor de opslag van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in de periode van september tot en met februari op het bedrijf wordt geproduceerd. +**1.** De producent van dierlijke meststoffen draagt er zorg voor dat de capaciteit van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen op het bedrijf voldoende is voor de opslag van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in de periode van augustus tot en met februari op het bedrijf wordt geproduceerd. **2.** @@ -370,9 +370,9 @@ b. de voor de betrokken diersoort en diercategorie bij ministeriƫle regeling va De capaciteit van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen kan kleiner zijn dan de ingevolge artikel 28 vereiste capaciteit, voor zover de producent van dierlijke meststoffen kan aantonen dat: a. de overeenkomstig artikel 28, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit op een voor het milieu onschadelijke wijze van het bedrijf zal worden verwijderd; -b. de overeenkomstig artikel 28, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit zal worden aangewend op tot het bedrijf behorend bouwland waarvoor het in artikel 4 van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod niet geldt; -c. het aantal dieren dat in de periode van september tot en met februari feitelijk in de tot het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden kleiner is dan op grond van de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is toegestaan; of -d. in de periode van september tot en met februari stelselmatig minder dieren worden gehouden in de bij het bedrijf behorende stallen. +b. de overeenkomstig artikel 28, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit zal worden aangewend op tot het bedrijf behorend bouwland of grasland waarvoor het in artikel 4 van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod niet geldt; +c. het aantal dieren dat in de periode van augustus tot en met februari feitelijk in de tot het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden kleiner is dan op grond van de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is toegestaan; of +d. in de periode van augustus tot en met februari stelselmatig minder dieren worden gehouden in de bij het bedrijf behorende stallen. **2.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt niet voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in februari wordt geproduceerd.