2016-07-01 | BWBR0024779 | Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

This commit is contained in:
Coornhert 2016-07-01 12:00:00 +00:00
parent e6a3eeed68
commit 65770f46c2

View file

@ -21,8 +21,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *activiteit:* activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2;
- *afvalstoffen:* afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;
- *beheersverordening:* beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening die van toepassing is op de plaats waar de activiteit wordt of zal worden verricht;
- *beschermd monument:* beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet 1988, met uitzondering van een beschermd archeologisch monument als bedoeld in artikel 1, onder c, van die wet;
- *beschermd stads- of dorpsgezicht:* beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Monumentenwet 1988;
- *beschermd stads- of dorpsgezicht:* beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, onder g, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet;
- *beste beschikbare technieken:* voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die kosten en baten in aanmerking genomen economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld;
- *bestemmingsplan:* bestemmingsplan, provinciaal inpassingsplan of rijksinpassingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dat van toepassing is op de plaats waar de activiteit wordt of zal worden verricht en de krachtens dat plan gestelde nadere eisen;
- *bevoegd gezag:* bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
@ -39,6 +38,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *onlosmakelijke activiteit:* activiteit die behoort tot verschillende categorieën activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
- *project:* project als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2;
- *rijksmonument:* rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet met uitzondering van archeologische monumenten als bedoeld in dat artikel;
- *slopen:* geheel of gedeeltelijk afbreken;
- *verklaring:* verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid;
- *voorbereidingsbesluit:* besluit waarbij toepassing is gegeven aan artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening;
@ -79,7 +79,7 @@ e. 1°. het oprichten,
3°. het in werking hebben
van een inrichting of mijnbouwwerk,
f. het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht,
f. het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht,
g. het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald,
h. het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht of
i. het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving.
@ -594,7 +594,7 @@ Voor zover het belang van de veiligheid van de Staat dat vereist, kan het bevoeg
### Artikel 3.2a
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, ter zake van een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Monumentenwet 1988, neemt het bevoegd gezag geen beslissing dan na overleg met de eigenaar. Voor zover het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, neemt het bevoegd gezag geen beslissing dan in overeenstemming met de eigenaar.
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, ter zake van een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, neemt het bevoegd gezag geen beslissing dan na overleg met de eigenaar. Voor zover het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, neemt het bevoegd gezag geen beslissing dan in overeenstemming met de eigenaar.
### Artikel 3.3
@ -625,7 +625,7 @@ f. de verordening, bedoeld in artikel 4.1, van de Wet ruimtelijke ordening of de
**4.** Indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, houdt het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 3.9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, de beslissing tevens aan, indien er geen grond is de vergunning te weigeren en de aanvraag een activiteit betreft in een gebied waarvoor vóór de datum van ontvangst van de aanvraag een besluit tot aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht is bekendgemaakt en waarvoor nog geen ter bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan of beheersverordening geldt.
**5.** De aanhouding, bedoeld in het vierde lid, duurt totdat een ter voldoening aan artikel 36 van de Monumentenwet 1988 vast te stellen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden.
**5.** De aanhouding, bedoeld in het vierde lid, duurt totdat een ter voldoening aan artikel 36 van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet vast te stellen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden.
**6.** Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het vierde lid, de vergunning verlenen indien de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde ter bescherming van het beschermde stads- of dorpsgezicht strekkende bestemmingsplan. Alvorens te besluiten hoort het bevoegd gezag Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
@ -877,7 +877,7 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op de uitvoering en handhaving van het bij of kr
Flora- en faunawet,
Kernenergiewet,
Monumentenwet 1988,
Monumentenwet 1988 voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet,
Natuurbeschermingswet 1998,
Ontgrondingenwet,
Wet bescherming Antarctica,
@ -1047,7 +1047,7 @@ a. deze wet met betrekking tot activiteiten als bedoeld in:
1°. artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c, d, e, voorzover deze betrekking hebben op gevaarlijke afvalstoffen, f, g en h,
2°. artikel 2.1, eerste lid, onder i, voor zover dat bij de betrokken algemene maatregel van bestuur is bepaald, en
3°. artikel 2.2, voor zover dat bij de betrokken verordening is bepaald,
b. de Monumentenwet 1988,
b. de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet,
c. de Wet milieubeheer, ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen,
d. de Wet ruimtelijke ordening en
e. de hoofdstukken I tot en met III van de Woningwet,
@ -1185,7 +1185,7 @@ In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een beschikking als bedo
### Artikel 6.2a
Onverminderd artikel 6.1 treedt een omgevingsvergunning met betrekking tot een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, g of h, indien voor die activiteit tevens een vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 is vereist, niet eerder in werking dan nadat die vergunning in werking is getreden.
Onverminderd artikel 6.1 treedt een omgevingsvergunning met betrekking tot een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, g of h, indien voor die activiteit tevens een vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet is vereist, niet eerder in werking dan nadat die vergunning in werking is getreden.
### Artikel 6.2b
@ -1283,7 +1283,7 @@ De voordracht voor een krachtens artikel 1.1, derde lid, 2.1, eerste lid, onder
### Artikel 7.5
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in de gevallen waarin een van Onze Ministers het bevoegd gezag is aan een provincie, gemeente of waterschap een alleenrecht als bedoeld in artikel 18 van richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEG L 134) wordt verleend met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën werkzaamheden in het kader van de voorbereiding van een beschikking met betrekking tot een omgevingsvergunning of in het kader van bezwaar of beroep tegen een beschikking met betrekking tot een omgevingsvergunning.
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in de gevallen waarin een van Onze Ministers het bevoegd gezag is aan een provincie, gemeente of waterschap een alleenrecht als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PbEU 2014, L 94) wordt verleend met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën werkzaamheden in het kader van de voorbereiding van een beschikking met betrekking tot een omgevingsvergunning of in het kader van bezwaar of beroep tegen een beschikking met betrekking tot een omgevingsvergunning.
**2.** Bij provinciale verordening kan worden bepaald dat in de gevallen waarin gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn aan een gemeente of waterschap een alleenrecht als bedoeld in het eerste lid wordt verleend met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën werkzaamheden in het kader van de voorbereiding van een beschikking met betrekking tot een omgevingsvergunning of in het kader van bezwaar of beroep tegen een beschikking met betrekking tot een omgevingsvergunning.
@ -1294,7 +1294,7 @@ Een alleenrecht kan slechts worden verleend:
a. aan de provincie of gemeente waar een activiteit waarop de voorbereiding van de beschikking betrekking heeft, in hoofdzaak wordt verricht of zal worden verricht,
b. voor zover de voorbereiding van de beschikking betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, waarbij vanuit een inrichting of mijnbouwwerk afvalwater of andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater zijn of worden gebracht, aan het waterschap waartoe het bestuursorgaan behoort dat zorg draagt voor het beheer van het zuiveringstechnisch werk of het oppervlaktewater waarop het afvalwater vanuit die voorziening wordt gebracht.
**4.** Een wijziging van artikel 18 van de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, gaat voor de toepassing van het eerste en tweede lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
**4.** Een wijziging van artikel 11 van de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, gaat voor de toepassing van het eerste en tweede lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 7.6