diff --git a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md index 5bbb2d83c88..b2d7a14e2c8 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md @@ -74,7 +74,7 @@ oo. OVW punten: Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden punten, zoals deze pp. beroepsincident: een dienstongeval of beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de taakuitoefening van de ambtenaar en waaraan hij zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken; qq. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten. -**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont – en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. +**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. ## Hoofdstuk II. Aanstelling @@ -131,8 +131,8 @@ Een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht; b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar; c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter; -d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politieorganisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, of indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen; -e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen, of +d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politieorganisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, of +e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen. **2.** Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld. @@ -339,13 +339,13 @@ b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide k **7.** Het aantal te werken uren, bedoeld in het vijfde en zesde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond. -**8.** Het bevoegd gezag stelt aan het begin van elk kalenderjaar en halverwege het lopende jaar voor de bij hem werkzame ambtenaren een indicatief rooster op waarin voor iedere ambtenaar wordt aangegeven op welke dagen hij zal werken en op welke dagen hij vrij zal zijn. Het halfjaarlijkse rooster omvat telkens een periode van 26 weken. De ambtenaar kan aan dit indicatieve rooster geen rechten ontlenen. +**8.** Het bevoegd gezag stelt voorafgaand aan ieder kalenderjaar voor de bij hem werkzame ambtenaren een indicatief jaarrooster op, waarin voor iedere ambtenaar wordt vermeld op welke dagen hij zal werken en op welke dagen hij vrij zal zijn in dat kalenderjaar. De ambtenaar kan aan dit indicatieve jaarrooster geen rechten ontlenen. **9.** Uiterlijk 28 dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het perioderooster bekend waarin op grond van artikel 4:2, derde lid, van de Arbeidstijdenwet de vrije zondagen en wekelijkse rust worden vastgesteld. Een verschuiving van een vastgestelde vrije zondag of wekelijkse rust wordt vastgesteld in het dienstrooster, bedoeld in het tiende lid. **10.** Uiterlijk zeven dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het dienstrooster bekend waarin wordt vastgesteld op welke dagen arbeid wordt verricht en welke dagen vrije dagen zijn. Een verschuiving van een vastgestelde vrije dag wordt vastgesteld in het dagrooster, bedoeld in het twaalfde lid. -**11.** Een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid, is een kalenderdag waarop geen dienst dan wel activiteiten door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. Een kalenderdag waarop vakantie of verlof, bedoeld in artikel 27, achtste lid, van het Besluit bezoldiging politie is vastgesteld en geen dienst dan wel activiteiten zijn vastgesteld wordt gelijkgesteld aan een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid. +**11.** Een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid, is een kalenderdag waarop geen dienst dan wel activiteiten door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. Een kalenderdag waarop vakantie of verlof, bedoeld in artikel 27, zevende en achtste lid, van het Besluit bezoldiging politie is vastgesteld en geen dienst dan wel activiteiten zijn vastgesteld wordt gelijkgesteld aan een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid. **12.** @@ -368,7 +368,7 @@ b. tot een door het bevoegd gezag of een daartoe aangewezen ambtenaar vast te st Geen consignatie wordt opgedragen tijdens: a. de periode van wekelijkse rust, bedoeld in artikel 5:5 van de Arbeidstijdenwet; -b. vakantie als bedoeld in artikel 15; +b. vakantie als bedoeld in hoofdstuk IV; c. verlof als bedoeld in hoofdstuk VI en artikel 27, zevende, achtste, tiende en twaalfde lid, van het Besluit bezoldiging politie. De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, bedoeld in artikel 13a, vierde lid, worden voor de toepassing van dit lid niet aangemerkt als verlof. @@ -404,7 +404,7 @@ Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de a **1.** In afwijking van artikel 12, derde lid, kan de ambtenaar met een volledige betrekking, bij het bevoegd gezag een arbeidstijd aanvragen van gemiddeld 38 of gemiddeld 39,6 uur per week. -**2.** Het bevoegd gezag beoordeelt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig artikel 2, vijfde en negende lid, van de Wet aanpassing arbeidsduur. +**2.** Het bevoegd gezag beoordeelt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig artikel 2, vijfde en tiende lid, van de Wet flexibel werken. **3.** Tenzij de nieuw aan te stellen ambtenaar vóór zijn aanstelling verzoekt om een arbeidstijd van gemiddeld 36 of gemiddeld 38 uur per week, vindt de aanstelling in een volledige betrekking in afwijking van artikel 12, derde lid, plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 39,6 uur per week. @@ -429,6 +429,8 @@ b. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd. **6.** Bij regeling van Onze Minister worden omtrent de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar regels vastgesteld. +**7.** Het vijfde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar als gevolg van een beroepsziekte of een dienstongeval ongeschikt is zijn arbeid te verrichten. + ## Hoofdstuk III.a. Tijdelijke ouderenregeling ### Artikel 13b @@ -445,7 +447,7 @@ Vervallen **1.** De Politieacademie roostert voor de aspirant gedurende een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 172,8 vakantie-uren per kalenderjaar in. Per kalenderjaar worden ten minste twee kalenderweken aaneengesloten ingeroosterd. -**2.** De aspirant die in deeltijd is aangesteld, heeft recht op een evenredig aantal vakantie-uren. +**2.** De aspirant met een andere betrekking dan een volledige betrekking, heeft recht op een evenredig aantal vakantie-uren. ### Artikel 15 @@ -498,11 +500,11 @@ a. geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens: 1°. teveel gewerkte uren; 2°. verleende vakantie; 3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte; -4°. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 41; -5°. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 55; +4°. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; +5°. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; 6°. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; -7°. verlof van korte duur verleend op basis van de artikelen 31, 33, 35, 36 of 37; -8°. adoptieverlof als bedoeld in artikel 41a; +7°. verlof van korte duur verleend op basis van de artikelen 35, 36 of 37 of artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; +8°. adoptieverlof als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; 9°. partieel uittreden als bedoeld in artikel 13a; 10°. minder werken als bedoeld in artikel 28b; b. het bevoegd gezag daartoe aanleiding aanwezig acht. @@ -566,7 +568,7 @@ Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen **2.** Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat meer gewerkt kan worden ten hoogste 200 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking. Voor de ambtenaar mag het aantal te werken uren op jaarbasis gemiddeld per week niet meer dan 40 uur bedragen. -**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel 2, negende lid, van de Wet aanpassing arbeidsduur is van toepassing. +**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel 2, tiende lid, van de Wet flexibel werken is van overeenkomstige toepassing. **4.** Per meer te werken uur ontvangt de ambtenaar maandelijks een vergoeding ter grootte van zijn salaris per uur. @@ -576,10 +578,12 @@ Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen **2.** Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat minder kan worden gewerkt ten hoogste 80 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking. -**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel 2, achtste lid, van de Wet aanpassing arbeidsduur is van toepassing. +**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel 2, negende lid, van de Wet flexibel werken is van overeenkomstige toepassing. **4.** Per minder te werken uur wordt maandelijks een inhouding op het salaris van de ambtenaar toegepast ter grootte van zijn salaris per uur. +**5.** Het vierde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar een vermindering van het aantal te werken uren niet daadwerkelijk kan genieten wegens ziekte als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte. + ### Artikel 28c **1.** @@ -587,7 +591,7 @@ Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen Artikel 28a is niet van toepassing op de ambtenaar: a. van wie de gemiddelde wekelijkse werktijd met toepassing van artikel 13a is verminderd; -b. die betaald ouderschapsverlof geniet als bedoeld in artikel 41; +b. die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg; c. die buitengewoon verlof van lange duur geniet als bedoeld in de artikelen 42, 43, 46 en 47; d. die levensloopverlof geniet als bedoeld in artikel 47a; of e. aan wie gedeeltelijk ontslag is verleend als bedoeld in artikel 88d, derde lid. @@ -640,10 +644,7 @@ Vervallen ### Artikel 33 -Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt, voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden en omzetting van de dienst niet mogelijk is, buitengewoon verlof verleend: - -a. voor de uitoefening van het kiesrecht of -b. voor het voldoen aan een wettelijke verplichting. +Vervallen ### Artikel 34 @@ -698,7 +699,7 @@ c. bij overlijden van 1. zijn echtgenote, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen: vier dienstdagen; 2. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dienstdagen; -d. bij bevalling van zijn echtgenote: ten hoogste vijf dienstdagen; +d. bij bevalling van zijn echtgenote: vijf dienstdagen; e. bij zijn 25- of 40-jarig ambtsjubileum: één dienstdag. **2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede verstaan het aangaan van een geregistreerd partnerschap alsmede het sluiten van een samenlevings-contract als bedoeld in artikel 1, tweede lid. @@ -724,92 +725,25 @@ Het bevoegd gezag kan nadere procedurele regels stellen omtrent het aanvragen en ### Artikel 40a -**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op buitengewoon verlof met behoud van zijn volledige bezoldiging voor de opvang bij calamiteiten in zijn persoonlijke levenssfeer. - -**2.** - -Onder calamiteit wordt verstaan: - -a. ziekte of andere onverwachte gebeurtenissen waardoor een noodsituatie ontstaat in de verzorging van een of meer van de in het vierde lid bedoelde personen; -b. een onverwachte gebeurtenis waardoor het noodzakelijk is dat de ambtenaar zelf onverwijld maatregelen moet treffen ter voorkoming of beperking van schade of onheil. - -**3.** Het verlof is bedoeld voor de eerste opvang en het treffen van noodzakelijke voorzieningen en bedraagt ten hoogste 1 dienstdag per calamiteit voor ten hoogste 3 calamiteiten per jaar. - -**4.** De personen voor wie verzorging kan worden verleend als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, zijn: de echtgenote of echtgenoot, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen van de ambtenaar. - -**5.** De ambtenaar informeert het bevoegd gezag vooraf over het opnemen van het verlof onder vermelding van de reden. - -**6.** Het bevoegd gezag kan verlangen dat de ambtenaar achteraf aannemelijk maakt dat daadwerkelijk sprake was van een calamiteit. Indien de ambtenaar daar redelijkerwijs niet in slaagt, kunnen de opgenomen uren in mindering worden gebracht op het vakantieverlof. - -**7.** Voor de toepassing van dit artikel is artikel 37, derde lid, van overeenkomstige toepassing. +De ambtenaar die calamiteiten- en ander kort verzuimverlof geniet als bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt zijn volledige bezoldiging. ### Artikel 40b -**1.** - -Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet wordt aan de ambtenaar verlof met behoud van volledige bezoldiging verleend voor de noodzakelijke verzorging in verband met ziekte van: - -a. de echtgenote of echtgenoot; -b. een inwonend kind tot wie de ambtenaar als ouder in een familierechtelijke betrekking staat; -c. een inwonend kind van de echtgenote of echtgenoot; -d. een pleegkind dat blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als de ambtenaar en dat hij als pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verzorgt. - -**2.** - -Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet wordt aan de ambtenaar verlof met behoud van volledige bezoldiging verleend voor de noodzakelijke verzorging in verband met ernstige ziekte van: - -a. ouders; -b. stiefouders; -c. pleegouders; -d. schoonouders; -e. een niet-inwonend kind tot wie de ambtenaar in een familierechtelijke betrekking staat; -f. een niet-inwonend kind van de echtgenote of echtgenoot. - -**3.** Het verlof, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt per kalenderjaar ten hoogste tweemaal de arbeidsduur per week. - -**4.** De ambtenaar meldt vooraf onder opgave van de reden aan het bevoegd gezag dat hij het verlof, bedoeld in het eerste en tweede lid, opneemt. Indien deze melding voorafgaand aan het verlof niet mogelijk is, geschiedt dit zo spoedig mogelijk. Bij de melding geeft de ambtenaar ook de omvang, de wijze van opnemen en de vermoedelijke duur van het verlof aan. - -**5.** Het bevoegd gezag kan achteraf van de ambtenaar verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft verricht in verband met de noodzakelijke verzorging, bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien de ambtenaar daar redelijkerwijs niet in slaagt, kunnen de opgenomen uren in mindering worden gebracht op het vakantieverlof. - -**6.** Voor de toepassing van dit artikel is artikel 37, derde lid, van overeenkomstige toepassing. +De ambtenaar die kortdurend zorgverlof geniet als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt, in afwijking van artikel 5:6, tweede lid, van die wet, zijn volledige bezoldiging. ### Artikel 41 -**1.** De ambtenaar die als ouder in een familierechtelijke betrekking staat tot een kind, heeft aanspraak op ouderschapsverlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in een familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op ouderschapsverlof. +**1.** De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, behoudt, in afwijking van die bepaling, over het aantal uren ouderschapsverlof van dertien maal de arbeidsduur per week 75% van zijn bezoldiging, uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. -**2.** De ambtenaar die blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen, heeft aanspraak op ouderschapsverlof. Indien het op hetzelfde tijdstip meer dan één kind betreft, bestaat aanspraak op ouderschapsverlof als betrof het één kind. Indien de ambtenaar met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op ouderschapsverlof. +**2.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de met toepassing van het eerste lid uitbetaalde bezoldiging, indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. -**3.** Geen aanspraak op ouderschapsverlof bestaat na de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren heeft bereikt. - -**4.** Het verlof wordt uitsluitend verleend aan de ambtenaar wiens dienstbetrekking ten minste een jaar heeft geduurd. - -**5.** Het aantal uren verlof waarop de ambtenaar ten hoogste recht heeft, bedraagt dertien maal de arbeidsduur per week uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar gedurende het verlof wijzigt, wordt de aanspraak op het verlof opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin de arbeidsduur is gewijzigd en de mate waarin de periode gedurende welke het verlof wordt genoten is verstreken. - -**6.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. De ambtenaar kan het bevoegd gezag verzoeken in afwijking van de eerste volzin het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten of het verlof op te delen in ten hoogste drie niet aaneengesloten perioden, waarbij iedere periode ten minste één maand bedraagt. Het bevoegd gezag stemt in met het verzoek tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten. - -**7.** Over de uren waarop de ambtenaar verlof is verleend, behoudt hij 75% van zijn bezoldiging. - -**8.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen vier weken binnen de politiedienst wordt niet als ontslag beschouwd. - -**9.** Het bevoegd gezag is verplicht in te stemmen met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. Het bevoegd gezag behoeft aan de aanvraag niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. - -**10.** Het bevoegd gezag kan, na overleg met de ambtenaar, de spreiding van de verlofuren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang wijzigen tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. - -**11.** Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen over de wijze waarop ouderschapsverlof wordt aangevraagd. +**3.** Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten van de ambtenaar die als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort. ### Artikel 41a -**1.** De ambtenaar heeft in verband met de adoptie van een kind recht op verlof voor ten hoogste vier aaneengesloten weken. Het recht bestaat gedurende een tijdvak van achttien weken, gerekend vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen, zoals die dag is aangeduid in een door de werknemer aan de werkgever overgelegd document waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen. +**1.** De ambtenaar die adoptieverlof geniet als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt, in afwijking van die bepaling, zijn volledige bezoldiging. -**2.** De ambtenaar die recht heeft op adoptieverlof, maakt aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging gedurende een periode van ten hoogste vier weken. - -**3.** Indien als gevolg van een adoptieverzoek tegelijkertijd twee of meer kinderen feitelijk ter adoptie worden opgenomen, bestaat de aanspraak op verlof slechts ten aanzien van één van die kinderen. - -**4.** De ambtenaar meldt aan het bevoegd gezag het verlof in verband met adoptie uiterlijk drie weken voor de dag van ingang van het verlof onder opgave van de omvang van het verlof. Bij de melding worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen. - -**5.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het tweede lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming. - -**6.** Indien aan de gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het vijfde lid is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegde gezag het vijfde lid op overeenkomstige wijze toepassen, mits de ambtenaar schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een aanvraag. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. +**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar recht heeft op een financiële tegemoetkoming op grond van de Wet arbeid en zorg, en deze tegemoetkoming rechtstreeks wordt uitbetaald aan de ambtenaar, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming. ### Paragraaf 3. Buitengewoon verlof van lange duur @@ -948,9 +882,9 @@ In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend i ### Artikel 54a -**1.** In geval van invaliditeit die voortvloeit uit een dienstongeval of een beroepsziekte, wordt aan de desbetreffende ambtenaar smartengeld vergoed tot een netto maximum bedrag van € 150.000,–. +**1.** In geval van invaliditeit die voortvloeit uit een dienstongeval of een beroepsziekte, wordt aan de desbetreffende ambtenaar smartengeld vergoed tot een netto maximum bedrag van € 161.555,–. -**2.** In geval de ambtenaar is komen te overlijden ten gevolge van een dienstongeval, wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde een netto bedrag van € 75.000,– uitgekeerd. +**2.** In geval de ambtenaar is komen te overlijden ten gevolge van een dienstongeval, wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde een netto bedrag van € 80.780,– uitgekeerd. **3.** Artikel 46, derde en vierde lid, van het Besluit bezoldiging politie is van overeenkomstige toepassing. @@ -958,6 +892,16 @@ In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend i **5.** De bedragen genoemd in het eerste en tweede lid worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriele regeling gewijzigd overeenkomstig de consumentenprijsindex. +**6.** + +In de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016 gelden voor de toepassing van het eerste en het tweede lid achtereenvolgens de volgende maximumbedragen: + +– In 2012: € 150.000,– en € 75.000,–; +– In 2013: € 154.020,– en € 77.010,–; +– In 2014: € 158.235,– en € 79.120,–; +– In 2015: € 159.915,– en € 79.960,–; +– In 2016: € 161.040,– en € 80.520,–. + ### Artikel 54b **1.** De ambtenaar heeft aanspraak op volledige vergoeding van de schade die hij ten gevolge van een beroepsincident lijdt, voor zover hierin op grond van de rechtspositie en andere uitkeringen niet reeds is voorzien. @@ -968,17 +912,9 @@ In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend i ### Artikel 55 -**1.** De vrouwelijke ambtenaar heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof. +**1.** De ambtenaar die zwangerschaps- en bevallingsverlof geniet als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt, in afwijking van die bepaling, haar volledige bezoldiging. -**2.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een arts of van een verloskundige waarin de vermoedelijke datum van de bevalling wordt aangegeven, binnen zes weken is te verwachten. Het verlof begint in ieder geval vier weken vóór deze datum. Het verlof wordt verlengd met het aantal dagen dat de werkelijke datum van bevalling later ligt dan de vermoedelijke datum van bevalling. - -**3.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op bevallingsverlof van tien aaneengesloten weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Het bevallingsverlof wordt verlengd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof tot en met de vermoedelijke datum van bevalling minder dan zes weken heeft bedragen of tot ten hoogste zes weken met het aantal dagen dat de werkelijke datum van bevalling eerder ligt dan de vermoedelijke datum van bevalling. - -**4.** Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof behoudt de vrouwelijke ambtenaar haar aanspraak op bezoldiging. - -**5.** Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging als bedoeld in het vierde lid toegepast welke overeenkomt met het bedrag van de financiële tegemoetkoming. - -**6.** Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de vrouwelijke ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegde gezag het vijfde lid op overeenkomstige wijze toepassen, mits zij schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid van indienen van de aanvraag. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de vrouwelijke ambtenaar zou zijn toegekend indien zij wel een aanvraag zou hebben ingediend. +**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar recht heeft op een financiële tegemoetkoming op grond van de Wet arbeid en zorg, en deze tegemoetkoming rechtstreeks wordt uitbetaald aan de ambtenaar, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming. ## Hoofdstuk VII.a. Integriteit @@ -1405,9 +1341,7 @@ Indien de ambtenaar verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht da ### Artikel 60a -**1.** Het bevoegd gezag verstrekt op aanvraag van de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c en d, die in verband met zijn Turkse nationaliteit verplicht is om zijn militaire dienstplicht in Turkije te vervullen, faciliteiten om hem in de gelegenheid te stellen deze dienstplicht af te kopen. - -**2.** Onze Minister stelt ter uitvoering van dit artikel nadere regels vast. +Vervallen ### Artikel 61 @@ -1500,7 +1434,7 @@ c. de ambtenaar binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding d ### Artikel 68 -**1.** Het bevoegd gezag kan de ambtenaar verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de het bevoegd gezag dan wel, indien het een aspirant betreft, de directeur van de Politieacademie de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen. +**1.** Het bevoegd gezag kan de ambtenaar verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. In gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de directeur van de Politieacademie de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen jegens een aspirant. **2.** Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden. @@ -1690,7 +1624,7 @@ De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd ### Artikel 82a -Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger. +Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 98, is niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger. ### Artikel 83 @@ -1815,7 +1749,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan vo ### Artikel 90 -**1.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, en aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, is, tenzij het tegendeel blijkt, van rechtswege eervol ontslag verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd is de ambtenaar van rechtswege aangesteld voor onbepaalde tijd. +**1.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, is, tenzij het tegendeel blijkt, van rechtswege eervol ontslag verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd is de ambtenaar van rechtswege aangesteld voor onbepaalde tijd. **2.** @@ -1825,17 +1759,17 @@ a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan v b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden doch korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst is geweest. -**3.** Opzegging als bedoeld in het derde lid, kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar noch gedurende het verlof bedoeld in artikel 55 noch, indien zij de dienst heeft hervat, gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Ter staving van de zwangerschap kan het bevoegd gezag een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen. +**3.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar noch gedurende het verlof bedoeld in artikel 55 noch, indien zij de dienst heeft hervat, gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Ter staving van de zwangerschap kan het bevoegd gezag een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen. -**4.** Opzegging als bedoeld in het derde lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. +**4.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. -**5.** Opzegging als bedoeld in het derde lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar geplaatst is op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de ondernemingsraden, noch vanwege het lidmaatschap of het korter dan twee jaar geleden beëindigde lidmaatschap van de ambtenaar van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad. +**5.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar geplaatst is op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de ondernemingsraden, noch vanwege het lidmaatschap of het korter dan twee jaar geleden beëindigde lidmaatschap van de ambtenaar van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad. -**6.** Opzegging als bedoeld in het derde lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar door een Centrale als bedoeld in artikel 1, onder i, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 of door een daarbij aangesloten bond of vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn Centrale of een daarbij aangesloten bond of vereniging, dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden of verenigingen te ondersteunen. +**6.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar door een Centrale als bedoeld in artikel 1, onder i, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 of door een daarbij aangesloten bond of vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn Centrale of een daarbij aangesloten bond of vereniging, dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden of verenigingen te ondersteunen. -**7.** Opzegging als bedoeld in het derde lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar zijn recht op ouderschapsverlof geldend maakt. +**7.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar zijn recht op ouderschapsverlof geldend maakt. -**8.** Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd. In dat geval zijn het derde tot en met achtste lid van overeenkomstige toepassing. +**8.** Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd. In dat geval zijn het tweede tot en met zevende lid van overeenkomstige toepassing. **9.** @@ -1925,7 +1859,7 @@ c. de betrokkene in dienst treedt van de andere werkgever. **9.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, of het vierde lid, onderdelen a en b, betrekt het bevoegd gezag de beschikking op de aanvraag, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. -**10.** Indien de beschikking op de aanvraag, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ouder is dan zes maanden, of in die beschikking geen oordeel is gegeven over mogelijk herstel binnen zes maanden, of het bevoegd gezag niet beschikt over deze beschikking omdat de ambtenaar de aanvraag niet heeft ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, vraagt het bevoegd gezag een een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde of vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen aan en betrekt dit oordeel bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde of vierde lid. +**10.** Indien de beschikking op de aanvraag, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ouder is dan zes maanden, of in die beschikking geen oordeel is gegeven over mogelijk herstel binnen zes maanden, of het bevoegd gezag niet beschikt over deze beschikking omdat de ambtenaar de aanvraag niet heeft ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, vraagt het bevoegd gezag een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde of vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen aan en betrekt dit oordeel bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde of vierde lid. **11.** Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder c, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. @@ -1958,16 +1892,12 @@ Vervallen ### Artikel 97 -Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, 90, met uitzondering van het tweede lid, 91, eerste lid, 92, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Bij samenloop van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd. +Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, artikel 90, eerste, tweede en achtste lid91, eerste lid, 92, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Bij samenloop van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd. ### Artikel 98 In geval de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger wordt ontslagen wegens zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen, niet zijnde ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, kan bij koninklijk besluit een regeling getroffen worden waarbij hem een uitkering wordt toegekend die met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze uitkering zal in geen geval minder mogen zijn dan die welke de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger zou toekomen krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie in geval van ontslag als daar bedoeld. -### Artikel 98 - -Vervallen - ## Hoofdstuk XI. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 99