diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md index af59e0b14e0..9d58bd14c26 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md @@ -70,7 +70,7 @@ Vervallen ### Artikel 11 -**1.** Partieel buitenlandse belastingplichtigen die van buiten Nederland in dienstbetrekking worden genomen als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 kunnen kiezen voor toepassing van de regels van de hoofdstukken 4 en 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals die volgens hoofdstuk 7 van die wet gelden voor buitenlandse belastingplichtigen (partieel buitenlandse belastingplicht). Een keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht geldt voor het gehele kalenderjaar, maar ten hoogste voor de periode waarin de werknemer in dat kalenderjaar voor hoofdstuk 4A van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt beschouwd als ingekomen werknemer. +**1.** Partieel buitenlandse belastingplichtigen die van buiten Nederland in dienstbetrekking worden genomen als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 kunnen gedurende de looptijd, bedoeld in artikel 10e, tweede lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, kiezen voor toepassing van de regels van de hoofdstukken 4 en 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals die volgens hoofdstuk 7 van die wet gelden voor buitenlandse belastingplichtigen (partieel buitenlandse belastingplicht). Een keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht geldt voor het gehele kalenderjaar, maar ten hoogste tot het einde van de looptijd, bedoeld in de eerste zin. **2.** De in het eerste lid genoemde keuze kan worden gemaakt en herzien zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat. @@ -100,15 +100,17 @@ Voor de overeenkomstige toepassing, bedoeld in artikel 3.18, vijfde lid, onderde ### Artikel 11c -**1.** Ingeval een belastingplichtige op jaarbasis minder dan 1.750 uren besteedt aan werkzaamheden op grond waarvan hij verplicht deelneemt aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet, wordt voor de overeenkomstige toepassing, bedoeld in artikel 3.18, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, van artikel 18a, zevende lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 het aldaar bedoelde bedrag vermenigvuldigd met de deeltijdfactor. +**1.** Ingeval een belastingplichtige op jaarbasis minder dan 1.750 uren besteedt aan werkzaamheden op grond waarvan hij verplicht deelneemt aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet, wordt voor de overeenkomstige toepassing, bedoeld in artikel 3.18, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, van de artikelen 18a, zevende lid, onderdeel a, en 18ga, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 het aldaar bedoelde bedrag vermenigvuldigd met de deeltijdfactor. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder deeltijdfactor verstaan: een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal uren dat de belastingplichtige op jaarbasis besteedt aan werkzaamheden op grond waarvan hij deelneemt aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet en de noemer door 1.750, waarbij de uitkomst ten hoogste 1 bedraagt. **3.** Ingeval een belastingplichtige in een kalenderjaar dat is gelegen in de periode die aanvangt tien jaar direct voorafgaand aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum ten opzichte van het laatste kalenderjaar van de periode die direct voorafgaat aan de eerstgenoemde periode ten hoogste 50% minder uren per jaar besteedt aan werkzaamheden op grond waarvan hij deelneemt aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet, mag als pensioengevend inkomen worden aangemerkt: het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, van de wet, vermenigvuldigd met de verhouding tussen de deeltijdfactor van het laatstgenoemde kalenderjaar en de deeltijdfactor van het eerstgenoemde kalenderjaar. Ingeval de vorige volzin toepassing vindt, wordt voor de toepassing van het eerste lid als deeltijdfactor in aanmerking genomen: de deeltijdfactor van het in de eerste volzin als tweede genoemde kalenderjaar. +**4.** Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn onderbroken vanwege zwangerschap of bevalling van de belastingplichtige, worden deze tijdens de periode die overeenkomt met de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof voor vrouwelijke werknemers, voor de bepaling van het aantal gewerkte uren, bedoeld in het tweede lid, geacht niet te zijn onderbroken. + ### Artikel 11d -Ingeval het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, van de wet, is verlaagd als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt met het pensioengevend inkomen gelijkgesteld: het gemiddelde pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, van de wet, van de belastingplichtige in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan zijn ziekte of arbeidsongeschiktheid, voor zover de belastingplichtige in die jaren heeft deelgenomen aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet. +Ingeval het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, van de wet, is verlaagd als gevolg van ziekte, arbeidsongeschiktheid of een periode van zwangerschap of bevalling overeenkomstig de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof voor vrouwelijke werknemers wordt met het pensioengevend inkomen gelijkgesteld: het gemiddelde pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, van de wet, van de belastingplichtige in de vijf kalenderjaren voorafgaande aan die ziekte, arbeidsongeschiktheid of periode van afwezigheid wegens zwangerschap of bevalling, voor zover de belastingplichtige in die jaren heeft deelgenomen aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet. ### Artikel 11e @@ -145,10 +147,10 @@ Als nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een a. de Wet verbod pelsdierhouderij; b. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandgebieden op grond van artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193): -1°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Intensieve Veehouderijen 2006 (provinciaal blad 2005, nr. 203); de Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij 2005 (provinciaal blad 2004, nr. 177); de Subsidieregeling knelpunten platteland Noord-Brabant (provinciaal blad 2013, nr. 142); de Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 51); +1°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling knelpunten platteland Noord-Brabant (provinciaal blad 2013, nr. 142); de Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 51); 2°. wat betreft de provincie Utrecht: de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht 2016–2019, artikel 4.1.1 Verplaatsing grondgebonden bedrijven (provinciaal blad 2016, nr. 5037); 3°. wat betreft de provincie Gelderland: de Subsidieregeling Verplaatsing intensieve veehouderijen Gelderland (provinciaal blad 2005, nr. 81); e Regels Ruimte voor Gelderland 2016. Gecorrigeerd Exemplaar, paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk (provinciaal blad 2015, nr. 7842); -4°. wat betreft de provincie Overijssel: het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017, hoofdstuk 9 Gebiedsontwikkeling, paragraaf 9.4 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 (provinciaal blad 2016, nr. 7088); +4°. wat betreft de provincie Overijssel: het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017, hoofdstuk 9 Gebiedsontwikkeling, paragraaf 9.4 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 (provinciaal blad 2016, nr. 7088), zoals dat luidde op 13 april 2018; het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017, hoofdstuk 9 Gebiedsontwikkeling, paragraaf 9.4 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave Natura 2000 (provinciaal blad 2016, nr. 7088, zoals gewijzigd met ingang van 14 april 2018, gepubliceerd in provinciaal blad 2018, nr. 2716); 5°. wat betreft de provincie Friesland: Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Fryslân 2015 (provinciaal blad 2015, nr. 4424); 6°. wat betreft de provincie Groningen: Programma landelijk gebied PMJP 2007-2013 Groningen, deel 3. Kader voor subsidies en overeenkomsten, paragraaf 9.3. Regeling bedrijfshervestiging en beëindiging (provinciaal blad 2007, nr. 36); Beleidsregel Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Provincie Groningen (provinciaal blad 2013, nr. 56); Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Groningen 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 4210); 7°. wat betreft de provincie Drenthe: Subsidieregeling Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Drenthe 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 4154). @@ -204,13 +206,14 @@ Ingeval het pensioen op grond van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangs | In de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum | factor | | --- | --- | -| 66 jaar of ouder | 1,875/1,739 | -| 65 jaar of ouder, doch jonger dan 66 jaar | 1,875/1,616 | -| 64 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar | 1,875/1,504 | -| 63 jaar of ouder, doch jonger dan 64 jaar | 1,875/1,403 | -| 62 jaar of ouder, doch jonger dan 63 jaar | 1,875/1,311 | -| 61 jaar of ouder, doch jonger dan 62 jaar | 1,875/1,226 | -| jonger dan 61 jaar | 1,875/1,149 | +| 67 jaar of ouder | 1,875/1,738 | +| 66 jaar of ouder, doch jonger dan 67 jaar | 1,875/1,615 | +| 65 jaar of ouder, doch jonger dan 66 jaar | 1,875/1,503 | +| 64 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar | 1,875/1,401 | +| 63 jaar of ouder, doch jonger dan 64 jaar | 1,875/1,309 | +| 62 jaar of ouder, doch jonger dan 63 jaar | 1,875/1,224 | +| 61 jaar of ouder, doch jonger dan 62 jaar | 1,875/1,147 | +| jonger dan 61 jaar | 1,875/1,075 | ## Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang ( @@ -326,14 +329,14 @@ Het percentage, bedoeld in artikel 5.16b, eerste lid, van de wet, wordt als volg | 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 2,2 | | 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 2,6 | | 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 3,2 | -| 30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is | 3,7 | +| 30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is | 3,8 | | 35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is | 4,5 | -| 40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is | 5,4 | -| 45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is | 6,5 | +| 40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is | 5,5 | +| 45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is | 6,6 | | 50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is | 7,9 | -| 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is | 9,5 | +| 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is | 9,6 | | 60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is | 11,4 | -| 65 jaar of ouder is | 13,1 | +| 65 jaar of ouder is | 13,2 | **2.** De ten hoogste in aanmerking te nemen premie, bedoeld in artikel 5.16b, eerste lid, van de wet, wordt verminderd met de premie die in het voorafgaande kalenderjaar is ingelegd ten behoeve van een nettopensioenregeling als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid, van de wet.