diff --git a/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md b/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md index d7030302181..b5f9d085e78 100644 --- a/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md +++ b/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md @@ -112,9 +112,10 @@ q. loon dat uit een vroegere dienstbetrekking wordt genoten. In afwijking van het eerste lid wordt niet als overig inkomen beschouwd: a. het bedrag waarmee de uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten is verhoogd wegens hulpbehoevendheid op grond van artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 53 of 63 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de artikelen 2:51 of 3:9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of een combinatie van deze artikelen; -b. een eenmalige uitkering die na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald; en +b. een eenmalige uitkering die na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald; c. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging is toegekend, mits de werknemer aantoont dat de eenmalige uitkering door de werkgever betaalbaar is gesteld om naar eigen inzicht van de werknemer te besteden; -d. een uitkering ingevolge een voorziening op grond van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964. +d. een uitkering ingevolge een voorziening op grond van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964; +e. de uitbetaalde afkoopwaarde van een klein pensioen als bedoeld in artikel 66 van de Pensioenwet en artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. **3.** Indien een uitkering, toeslag of beurs als bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel de uitkering, toeslag of beurs in aanmerking genomen als ware deze niet geheel of gedeeltelijk geweigerd. @@ -562,6 +563,10 @@ voor de duur van het recht, bedoeld in onderdeel a, artikel 3:3, vijfde lid, nie Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +### Artikel 5:1b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 5:2 **1.**