2013-08-01 | BWBR0011538 | Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2013-08-01 12:00:00 +00:00
parent 78cf98efa8
commit 65c4b267dc

View file

@ -34,6 +34,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
- *opleiding vavo:* een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover leidend tot het diploma vwo, het diploma havo of het diploma vmbo theoretische leerweg;
- *profiel:* een in artikel 12 van de wet genoemd profiel;
- *profielwerkstuk:* het in artikel 4, derde lid, van het Eindexamenbesluit VO bedoelde profielwerkstuk;
- *rekentoets:* rekentoets als bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de wet;
- *school:* een school voor vwo, een school voor havo of een school voor vmbo, tenzij anders blijkt;
- *sector:* een sector als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet;
- *sectorwerkstuk:* het sectorwerkstuk, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het Eindexamenbesluit VO;
@ -49,7 +50,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
**1.** Voor toelating tot het afleggen van het staatsexamen is een bedrag van € 567 verschuldigd.
**2.** Voor toelating tot het afleggen van deelstaatsexamens is € 56 verschuldigd voor een vak ten aanzien waarvan alleen het centraal examen of alleen het college-examen wordt afgelegd, en € 113 voor een vak ten aanzien waarvan zowel het college-examen als het centraal examen wordt afgelegd, met dien verstande dat per kalenderjaar in totaal niet meer is verschuldigd dan € 567.
**2.** Voor toelating tot het afleggen van deelstaatsexamens is € 56 verschuldigd voor de rekentoets, of voor een vak ten aanzien waarvan alleen het centraal examen of alleen het college-examen wordt afgelegd, en € 113 voor de rekentoets, of voor een vak ten aanzien waarvan zowel het college-examen als het centraal examen wordt afgelegd, met dien verstande dat per kalenderjaar in totaal niet meer is verschuldigd dan € 567.
**3.** Het verschuldigde bedrag wordt voldaan op de wijze en voor de datum, bepaald door het College voor examens.
@ -77,7 +78,7 @@ b. de kandidaat die is ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onde
De aanmelding kan strekken tot:
a. het verkrijgen van toelating tot het afleggen van het examen ten overstaan van het College voor examens, of
b. het overleggen aan het College voor examens van de in artikel 25, derde lid, bedoelde bewijsstukken ter verkrijging van het staatsexamendiploma, al dan niet in combinatie met het afleggen van het examen in een of meer vakken ten overstaan van het College voor examens.
b. het overleggen aan het College voor examens van de in artikel 25, derde lid, bedoelde bewijsstukken ter verkrijging van het staatsexamendiploma, al dan niet in combinatie met het afleggen van het examen in een of meer vakken of rekentoets ten overstaan van het College voor examens.
**3.** Uit de aanmelding voor het staatsexamen blijkt tevens of sprake is van een of meer vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in de artikelen 10 en 11.
@ -93,7 +94,7 @@ b. het overleggen aan het College voor examens van de in artikel 25, derde lid,
**5.** Het centraal examen kent in elk kalenderjaar een eerste, tweede en derde tijdvak of een nader, door het College voor examens, te bepalen tijdstip.
**6.** Voor de aanvang van het derde tijdvak zendt Onze Minister aan de inspectie een opgave met de kandidaten, de in het eerste of tweede tijdvak door die kandidaten behaalde cijfers, voor zover van toepassing de alsnog behaalde cijfers voor het college-examen, en een overzicht van het vak of de vakken waarin elke kandidaat zal worden geëxamineerd.
**6.** Voor de aanvang van het derde tijdvak zendt Onze Minister aan de inspectie een opgave met de kandidaten, de in het eerste of tweede tijdvak door die kandidaten behaalde cijfers, voor zover van toepassing de alsnog behaalde cijfers voor het college-examen, en een overzicht van het vak of de vakken of rekentoets waarin elke kandidaat zal worden geëxamineerd.
### Artikel 5
@ -107,12 +108,12 @@ Vervallen
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;
b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van het desbetreffende vak;
c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen, de rekentoets of het centraal examen;
b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het college-examen, de rekentoets of het centraal examen van het desbetreffende vak;
c. het ongeldig verklaren van de rekentoets of een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.
**3.** Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op alle toetsen.
**3.** Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die de rekentoets en één of meer vakken dan wel in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op alle toetsen.
**4.** Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College voor examens de kandidaat het diploma, bedoeld in artikel 30, derde lid, of het certificaat, bedoeld in artikel 31, en de cijferlijst onthouden, of kan deze bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat, en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door het College voor examens aan te wijzen onderdelen en op de door deze te bepalen wijze.
@ -120,7 +121,7 @@ d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.
**6.** De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen bezwaar maken bij het College voor examens. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College voor examens beslist binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij het college deze termijn heeft verlengd met ten hoogste twee weken. Het College voor examens stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College voor examens deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat die minderjarig is en aan de inspectie.
**7.** De kandidaat die onaangekondigd afwezig is bij het centraal examen in een vak, dan wel met aankondiging maar zonder een door het College voor examens aanvaarde reden, afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen, is uitgesloten van verdere deelname aan het centraal examen in dat vak alsmede van deelname aan het college-examen in het desbetreffende vak.
**7.** De kandidaat die onaangekondigd afwezig is bij het centraal examen in een vak of bij de rekentoets, dan wel met aankondiging maar zonder een door het College voor examens aanvaarde reden, afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen, is uitgesloten van verdere deelname aan het centraal examen in dat vak alsmede van deelname aan het college-examen in het desbetreffende vak, respectievelijk van verdere deelname aan de rekentoets.
## Hoofdstuk II. Inhoud van het staatsexamen
@ -151,8 +152,8 @@ De kandidaat kiest, met inachtneming van dit hoofdstuk, in welke vakken hij het
Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen op grond van de artikelen 11, 12, 13, 22 en, voor zover het betreft de algemene vakken, 23 tot en met 25 van het Eindexamenbesluit VO en met inachtneming van de beperking in artikel 25, derde lid, aanhef en onderdeel d, dat van een school voor voortgezet onderwijs slechts één cijferlijst in beschouwing kan worden genomen, is de kandidaat die staatsexamen aflegt:
a. vrijgesteld van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
b. vrijgesteld van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
a. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor de rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
b. vrijgesteld van de rekentoets of van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor de overeenkomstige rekentoets of het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
c. vrijgesteld van het examen in een vak in de theoretische of gemengde leerweg van het vmbo op grond van een examen vwo, havo, vmbo theoretische leerweg of vmbo gemengde leerweg, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
d. vrijgesteld van het examen in een vak in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo op grond van een examen vwo, havo of vmbo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
e. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo, havo of vmbo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
@ -163,15 +164,15 @@ g. vrijgesteld van het sectorwerkstuk, indien reeds eerder een sectorwerkstuk is
**3.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met d, is de kandidaat vrijgesteld van het onderdeel literatuur van elke moderne taal, indien de kandidaat bij het eerder afgelegde examen, voor literatuur een cijfer 6 of hoger heeft behaald.
**4.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met f, en derde lid, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 om te slagen voor het staatsexamen.
**4.** In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met f, en derde lid, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 26 of artikel 26a om te slagen voor het staatsexamen.
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven voor de toepassing van het eerste lid.
**6.** Artikel 52, achtste lid van het Eindexamenbesluit VO is van overeenkomstige toepassing.
**6.** Artikel 52, negende lid, van het Eindexamenbesluit VO is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 11
**1.** Onverminderd artikel 10 kan het College voor examens op verzoek van de kandidaat die een diploma wil verwerven, ontheffing verlenen voor een examenvak, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door het College voor examens wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het College voor examens dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.
**1.** Onverminderd artikel 10 kan het College voor examens op verzoek van de kandidaat die een diploma wil verwerven, ontheffing verlenen voor een examenvak of de rekentoets, indien de kandidaat op grond van eerder gevolgd onderwijs aantoonbaar in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden ter zake van het desbetreffende vak respectievelijk de rekentoets. De ontheffing kan slechts worden verleend op basis van een diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk, al of niet behaald in Nederland, dat door het College voor examens wordt aanvaard als bewijs van voldoende kennis en vaardigheden. Indien het College voor examens dit nodig oordeelt, onderzoekt het college of de kandidaat in het bezit is van voldoende kennis en vaardigheden.
**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het in dat lid bedoelde diploma, getuigschrift, certificaat of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
@ -193,7 +194,7 @@ Een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 11 wordt schriftelijk ingediend
### Artikel 13
**1.** Het examenreglement bevat in elk geval informatie over de maatregelen, bedoeld in artikel 6, en de toepassing daarvan, regels met betrekking tot de organisatie van het staatsexamen en deelstaatsexamen en de gang van zaken tijdens het staatsexamen en deelstaatsexamen, de herkansingsmogelijkheden van het centraal examen en het college-examen.
**1.** Het examenreglement bevat in elk geval informatie over de maatregelen, bedoeld in artikel 6, en de toepassing daarvan, regels met betrekking tot de organisatie van het staatsexamen en deelstaatsexamen en de gang van zaken tijdens het staatsexamen en deelstaatsexamen, de herkansingsmogelijkheden van het centraal examen, de rekentoets en het college-examen.
**2.**
@ -225,7 +226,7 @@ Het college-examen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het gehee
Indien bij het College voor examens, al dan niet naar aanleiding van mededelingen van de kandidaat, twijfel is gerezen over de juistheid van de beoordeling van het college-examen in enig vak of onderdeel van een vak, kan het College voor examens die beoordeling ongeldig verklaren en een nieuw examen in dat vak of onderdeel opleggen.
### Afdeling 3. Centraal examen
### Afdeling 3. Centraal examen en rekentoets
### Artikel 17
@ -285,25 +286,33 @@ c. ook in het derde tijdvak verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in
### Artikel 23a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De bepalingen uit deze afdeling, met uitzondering van artikel 19, zijn van overeenkomstige toepassing op de rekentoets.
**2.** Het College voor examens stelt nadere regels voor de uitvoering van de rekentoets. Het College voor examens stelt in ieder geval een regeling vast voor de uitvoering van de correctie voor zover de rekentoets bestaat uit open vragen.
**3.** De regelingen, bedoeld in het eerste lid, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
**4.** Het College voor examens kan bij regeling bepalen dat het examen in de rekentoets niet onder toezicht van een of meer gecommitteerden staat.
**5.** Met inachtneming van de artikelen 23, zevende lid, 24, zevende lid, en 25, zevende lid, van het Examenbesluit VO worden de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, en lid 2a, van de Wet College voor examens bij de beoordeling van de rekentoets toegepast.
## Hoofdstuk IV. Uitslag, herkansing en diplomering
### Artikel 24
**1.** Het eindcijfer voor alle vakken van het staatsexamen en deelstaatsexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks van 1 tot en met 10.
**1.** Het eindcijfer voor alle vakken en rekentoets van het staatsexamen en deelstaatsexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks van 1 tot en met 10.
**2.** Het College voor examens bepaalt het eindcijfer voor een vak op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het college-examen en het cijfer voor het centraal examen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
**3.** Indien in een vak alleen een college-examen wordt afgenomen, is het cijfer voor het college-examen tevens het eindcijfer.
**4.** Indien in een vak alleen een centraal examen wordt afgenomen, wordt het cijfer voor het centraal examen afgerond overeenkomstig het tweede lid en vormt als gevolg hiervan het eindcijfer.
**4.** Bij de rekentoets of indien een vak alleen een centraal examen wordt afgenomen, wordt het cijfer voor de rekentoets, respectievelijk voor het centraal examen afgerond overeenkomstig het tweede lid en vormt als gevolg hiervan het eindcijfer.
### Artikel 25
**1.** Het College voor examens stelt vast of de kandidaat het examen heeft afgelegd in de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken.
**1.** Het College voor examens stelt vast of de kandidaat het examen heeft afgelegd in de rekentoets en in de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken.
**2.** Het College voor examens stelt de uitslag van het staatsexamen vast, met inachtneming van de artikelen 24 en 26.
**2.** Het College voor examens stelt de uitslag van het staatsexamen vast, met inachtneming van de artikelen 24 en 26 dan wel 26a.
**3.**
@ -327,70 +336,86 @@ g. bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Eindex
**1.**
De kandidaat die het staatsexamen vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is, en hij tevens:
De kandidaat die het staatsexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
a. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger,
b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, dan wel
c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger,
d. voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;
b. hij voor:
**2.**
1°. de rekentoets als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of voor
2°. de rekentoets als eindcijfer 6 of meer heeft behaald en voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald;
c. hij onverminderd onderdeel b:
De kandidaat die staatsexamen havo of vwo heeft afgelegd, is geslaagd:
1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of
3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; en
d. als het een staatsexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald.
a. indien het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is,
b. indien hij:
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of het intrasectorale of intersectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers.
1°. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
3°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld met uitzondering van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
4°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt met dien verstande dat hij daarbij voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en in voorkomende gevallen wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 heeft behaald en voor het andere genoemde vak dan wel de andere twee genoemde vakken als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en
c. indien geen van de eindcijfers van onderdelen, genoemd in het derde lid, lager is dan 4.
**3.** De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is afgewezen voor het staatsexamen.
**3.**
Bij de uitslagbepaling volgens het tweede lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor v.w.o. ook algemene natuurwetenschappen. Het College voor examens kan aan die onderdelen toevoegen:
a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het College voor examens daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het college-examen van de desbetreffende taal en literatuur;
b. klassieke culturele vorming, met dien verstande dat indien het College voor examens daartoe niet besluit, klassieke culturele vorming voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het college-examen van Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur;
c. algemene natuurwetenschappen in het h.a.v.o..
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of het intrasectorale of intersectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers.
**5.** Het eindcijfer, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
**6.** De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste en vierde of het tweede en derde lid, is afgewezen voor het staatsexamen.
**7.** Zodra de uitslag ingevolge het eerste, vierde en zesde lid of het tweede, derde en zesde lid is vastgesteld, maakt het College voor examens deze samen met de eindcijfers schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 27 bepaalde. De in de eerste volzin bedoelde uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 27 geen toepassing vindt.
**4.** Zodra de uitslag ingevolge het eerste en tweede lid, is vastgesteld, maakt het College voor examens deze samen met de eindcijfers schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 27 bepaalde. De in de eerste volzin bedoelde uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 27 geen toepassing vindt.
### Artikel 26a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
De kandidaat die staatsexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;
b. hij voor:
1°. één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor de rekentoets en het andere vak dan wel vakken, genoemd in dit onderdeel als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of voor
2°. de rekentoets als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en in voorkomende gevallen wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
c. hij onverminderd onderdeel b:
1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;
3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of
4° voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; en
d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het tweede lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald.
**2.**
Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en voor vwo ook algemene natuurwetenschappen. Het College voor examens kan daaraan toevoegen:
a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien het College voor examens daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het college-examen van de desbetreffende taal en literatuur;
b. klassieke culturele vorming, met dien verstande dat indien het College voor examens daartoe niet besluit, klassieke culturele vorming voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het college-examen van Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur;
c. algemene natuurwetenschappen in het havo.
**3.** Het eindcijfer, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
**4.** De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste en tweede lid, is afgewezen voor het staatsexamen.
**5.** Zodra de uitslag ingevolge het eerste, tweede en vierde lid, is vastgesteld, maakt het College voor examens deze samen met de eindcijfers schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 27 bepaalde. De in de eerste volzin bedoelde uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 27 geen toepassing vindt.
### Artikel 27
**1.** Onverminderd de artikelen 6 en 23 heeft de kandidaat die in enig jaar met toepassing van artikel 26 is afgewezen voor het staatsexamen, recht op herkansing in het derde tijdvak van dat jaar. Indien de kandidaat op grond van artikel 23, eerste lid onderdeel b, in de gelegenheid wordt gesteld in het derde tijdvak het centraal examen te voltooien, wordt het recht op herkansing uitgeoefend, overeenkomstig artikel 23, eerste lid, onderdeel c, op een door het College voor examens te bepalen tijdstip.
**1.** Onverminderd de artikelen 6 en 23 heeft de kandidaat die in enig jaar met toepassing van de artikelen 26 en 26a is afgewezen voor het staatsexamen, recht op herkansing in het derde tijdvak van dat jaar. Indien de kandidaat op grond van artikel 23, eerste lid onderdeel b, in de gelegenheid wordt gesteld in het derde tijdvak het centraal examen te voltooien, wordt het recht op herkansing uitgeoefend, overeenkomstig artikel 23, eerste lid, onderdeel c, op een door het College voor examens te bepalen tijdstip.
**2.**
Herkansing houdt in:
a. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het college-examen, in door het College voor examens vast te stellen onderdelen van het examenprogramma, en
b. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.
a. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het college-examen, in door het College voor examens vast te stellen onderdelen van het examenprogramma,
b. het recht om opnieuw aan de rekentoets waarin hij in dat jaar door het College voor examens is geëxamineerd, deel te nemen, en
c. het recht om voor één door de kandidaat te kiezen vak waarin hij in dat jaar door het College voor examens is geëxamineerd, opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.
**3.** Voorwaarde voor toepassing van het eerste lid is dat de kandidaat daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen.
**4.** In afwijking van het eerste lid, heeft de kandidaat gedurende een kalenderjaar recht op één herkansing in de rekentoets.
### Artikel 28
De kandidaat die recht heeft op de in artikel 27 bedoelde herkansing, is alsnog afgewezen indien hij niet binnen acht dagen na de in artikel 26, zevende lid, bedoelde bekendmaking het College voor examens ervan in kennis stelt dat hij zich aan de herkansing wenst te onderwerpen en daarbij schriftelijk opgeeft in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het college-examen en in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het centraal examen. Het College voor examens bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving.
De kandidaat die recht heeft op de in artikel 27 bedoelde herkansing, is alsnog afgewezen indien hij niet binnen acht dagen na de in artikel 26, vierde lid, of artikel 26a, vijfde lid, bedoelde bekendmaking het College voor examens ervan in kennis stelt dat hij zich aan de herkansing wenst te onderwerpen en daarbij schriftelijk opgeeft dat hij opnieuw wil deelnemen aan de rekentoets, of in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het college-examen en in welk vak hij opnieuw wil deelnemen aan het centraal examen. Het College voor examens bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving.
### Artikel 29
**1.** Het College voor examens stelt vast op welke wijze het cijfer van de in artikel 27 bedoelde herkansing voor het college-examen wordt bepaald. In zijn overwegingen betrekt het college de cijfers voor die toetsen van het eerder afgelegde college-examen die betrekking hebben op niet tot de herkansing behorende onderdelen van het examenprogramma.
**2.** Het hoogste cijfer van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde college-examen of centraal examen geldt als definitief cijfer voor het college-examen respectievelijk centraal examen.
**2.** Het hoogste cijfer van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde college-examen, centraal examen of de eerder afgelegde rekentoets geldt als definitief cijfer voor het college-examen, de rekentoets respectievelijk het centraal examen.
**3.** Na afloop van de herkansing wordt de uitslag definitief vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 24 tot en met 26 en wordt de uitslag schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
**3.** Na afloop van de herkansing wordt de uitslag definitief vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 24 tot en met 26a en wordt de uitslag schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
### Artikel 30
@ -483,7 +508,7 @@ b. het vak of de vakken, het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk of he
Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangepaste wijze van examineren dat:
a. een deskundigenverklaring voorligt die door een ter zake deskundige psycholoog of orthopedagoog is opgesteld,
b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en
b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen of de rekentoets in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen of de rekentoets met ten hoogste 30 minuten, en
c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onder a genoemde deskundigenverklaring ten aanzien van betrokkene een voorstel wordt gedaan dan wel indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.
**3.**
@ -503,7 +528,7 @@ b. enig ander vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende be
Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de definitieve uitslag zendt het College voor examens aan Onze Minister en aan de inspectie een lijst die voor iedere kandidaat die niet is geslaagd voor het staatsexamen, vermeldt, voor zover van toepassing:
a. de vakken waarin examen is afgelegd;
a. de rekentoets en de vakken waarin examen is afgelegd;
b. de cijfers van het college-examen;
c. het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft;
d. de beoordeling van het sectorwerkstuk, alsmede het thema van het sectorwerkstuk;
@ -516,7 +541,7 @@ g. de uitslag van het staatsexamen.
Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de definitieve uitslag zendt het College voor examens aan Onze Minister en aan de inspectie een lijst die voor iedere kandidaat die is geslaagd voor het staatsexamen, vermeldt, voor zover van toepassing:
a. het profiel of de profielen waarop het examen betrekking heeft;
b. de vakken die zijn vermeld op de cijferlijst;
b. de rekentoets en de vakken die zijn vermeld op de cijferlijst;
c. de cijfers van het college-examen of in voorkomend geval van het schoolexamen;
d. het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft;
e. de beoordeling van het sectorwerkstuk, en het thema van het sectorwerkstuk;
@ -530,11 +555,12 @@ i. de uitslag van het staatsexamen.
Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers van de kandidaten die deelstaatsexamen hebben afgelegd, stuurt het College voor examens aan Onze Minister en aan de inspectie een lijst die voor iedere kandidaat vermeldt, voor zover van toepassing:
a. de vakken die zijn vermeld op de cijferlijst;
b. de cijfers van het college-examen;
c. het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft;
d. de beoordeling van het sectorwerkstuk, en het thema van het sectorwerkstuk;
e. de cijfers van het centraal examen;
f. de eindcijfers.
b. de rekentoets;
c. de cijfers van het college-examen;
d. het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft;
e. de beoordeling van het sectorwerkstuk, en het thema van het sectorwerkstuk;
f. de cijfers van het centraal examen;
g. de eindcijfers.
### Artikel 35