2023-07-25 | BWBR0047689 | Subsidieregeling JTF 2021–2027

This commit is contained in:
Coornhert 2023-07-25 12:00:00 +00:00
parent c562361cc4
commit 65cc8b71be

View file

@ -18,9 +18,11 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
*Algemene groepsvrijstellingsverordening:*
verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
*deelnemer:* persoon die een activiteit volgt of deelneemt aan een project;
*de-minimisverordening:*
verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
*Europees steunkader:* een mededeling, richtsnoer, kaderregeling beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld;
*financieringsinstrument:* financieringsinstrument als bedoeld in artikel 58, eerste en tweede lid, van de GB-verordening;
*deelnemer:* persoon die een activiteit volgt of deelneemt aan een project;
*fonds:* Fonds voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in de JTF-verordening;
*GB-verordening:*
verordening (EU) nr. 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);
@ -50,9 +52,9 @@ d. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst
*Minister van EZK:* Minister van Economische Zaken en Klimaat;
*Minister van SZW:* Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
*Ministers: * Minister van EZK en Minister van SZW gezamenlijk;
*onderneming:* elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
*mkb:* kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van mikro, kleine en middelgrote ondernemingen (2003/361/EG; PbEU 2003, L 124);
*NUTS-3 gebied:* een in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PbEU 2003, L 154) aangewezen NUTS-3 gebied;
*onderneming:* elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
*penvoerder:* door een samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of penvoerende organisatie, die als partij deelneemt aan het samenwerkingsverband;
*productieve investering:* investeringen in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van brutokapitaal en het scheppen van werkgelegenheid;
*project:* een samenhangend geheel van activiteiten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid;
@ -1481,6 +1483,152 @@ b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Deze titel vervalt met ingang van 2 augustus 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 2.7. Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 20212027
### Artikel 2.7.1
In deze titel wordt verstaan onder:
*RIS3 20212027:* Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 20212027 is uiteengezet;
*SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
*samenwerkingsproject:* project dat wordt uitgevoerd door ten minste twee onafhankelijke projectpartners, die een aantoonbaar belang hebben bij het project;
*projectpartners:* samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het samenwerkingsproject en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Partijen die partnerondernemingen zijn of verbonden ondernemingen zijn, worden gezien als één projectpartner binnen een samenwerkingsproject;
*transities:* vier transities, zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 20212027;
*valorisatieproject:* innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.
### Artikel 2.7.2
Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, past binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3 20212027, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.
### Artikel 2.7.3
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatieproject aan:
a. een natuurlijke ondernemingsvorm;
b. een rechtspersoon;
c. een deelnemer in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
### Artikel 2.7.4
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van valorisatieprojecten binnen minimaal één van de vier transities.
### Artikel 2.7.5
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 8.000.000.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
### Artikel 2.7.6
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 12.00 uur tot en met 29 februari 2024 12.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
**3.** Voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de Minister van SZW een preadvies gevraagd.
**4.** Het preadvies geeft een advies over de mate waarin het project past binnen het doel van de subsidie.
**5.** Een aanvraag voor een preadvies kan worden ingediend van 1 juni 2023 12.00 uur tot en met 12 januari 2024 12.00 uur.
**6.** Aanvragers ontvangen uiterlijk vier weken na afloop van de periode, bedoeld in het vijfde lid, het preadvies.
**7.** Het preadvies wordt aangevraagd door middel van het aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.snn.nl/over-snn/strategie-programmas/efro-noord-nederland-20212027/projectvoorstel-valorisatie-2023.
### Artikel 2.7.7
**1.** De subsidie bedraagt 25 procent van de subsidiabele kosten.
**2.**
De subsidie wordt met 10 procentpunten verhoogd indien het project:
a. een samenwerkingsproject betreft, waarbij geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt; of
b. een samenwerkingsproject betreft bestaande uit een onderneming en één of meer kennisinstellingen, waarbij deze kennisinstellingen ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
**3.** De subsidie wordt nogmaals met 10 procentpunten verhoogd indien het project een samenwerkingsproject betreft tussen één of meer kennisinstellingen en minimaal twee ondernemingen die geen partnerondernemingen van elkaar of verbonden met elkaar zijn. Hierbij dienen de kennisinstellingen ten minste 10 procent van de in aanmerking komende kosten te dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren, en mag geen van de individuele aanvragers meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening nemen.
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan de hoogte van het subsidiepercentage per aanvrager worden beperkt, indien de regels van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en de de-minimisverordening daartoe aanleiding bieden.
**5.** De subsidie bedraagt minimaal € 350.000 per project.
**6.** De subsidie bedraagt maximaal € 800.000 per project en maximaal € 500.000 per projectpartner.
### Artikel 2.7.8
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na indiening van de aanvraag zijn verkregen.
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, verlengen.
### Artikel 2.7.9
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;
b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of
c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
### Artikel 2.7.10
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel als bedoeld in het eerste lid, maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 25 punten;
b. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 25 punten;
c. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
d. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
e. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
### Artikel 2.7.11
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 30 procent van de verleende subsidie.
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verlening van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
**5.**
In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden;
en;
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming heeft.
### Artikel 2.7.12
**1.**
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door de Minister van SZW aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften;
c. een preadvies als bedoeld in artikel 2.7.6, derde lid.
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal paginas. Een aanvraag die hieraan niet voldoet, wordt afgewezen.
### Artikel 2.7.13
Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:
a. de de-minimisverordening; of
b. de artikelen 25, 27, 28 en 29 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 2.7.14
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
## Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
### Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond
@ -1560,6 +1708,318 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15
Deze titel en bijlage 2 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen
### Artikel 3.2.1
In deze titel wordt verstaan onder:
*business case: * uitwerking van een investeringsplan;
*capaciteit:* door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid;
*committed termsheet:* juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de voorwaarden van de investering;
*diversificatieproject:* een project dat de diversificatie inhoudt van de activiteit binnen een vestiging van de onderneming;
*duurzame bedrijfsuitrusting:* een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming;
*gewaarmerkte uncommitted termsheet: * niet juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met daarin de belangrijkste voorwaarden om tot de investering te komen. De uncommitted termsheet gaat vooraf aan de committed termsheet;
*groene waterstof:* waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen;
*randvoorwaardelijke infrastructuur:* infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
*regionaal transitieplan:* het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie, opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 20212027;
*regionale innovatiestrategie:* RIS3, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor West-Nederland;
*sluitende financiering:* financiering van een project dat kan bestaan uit eigen middelen van de onderneming, vreemd vermogen en gevraagde subsidie(s). Het totaal van deze financiering is gelijk aan de projectkosten;
*Kansen voor West:* KvW, de intermediaire instantie voor JTF-regio IJmond;
*stimulerend effect:* stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
*transformatieproject:* een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een bedrijf;
*uitbreidingsproject: * een project dat de uitbreiding van de capaciteit inhoudt, het betreft een uitbreiding van een bedrijf, hoofdkantoor van een bedrijf, of laboratorium van een bedrijf in dezelfde gemeente als waarin al een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd;
*vestigingsproject:* een project waar geen sprake is van een uitbreidingsproject, maar nieuwe economische activiteiten inhoudt, voortkomende uit:
1. het stichten van een bedrijf;
2. het stichten van een hoofdkantoor of laboratorium;
3. het nieuw vestigen van een locatie van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 genoemd bedrijf;
*werkingsgebied:* de JTF-regio IJmond, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b;
*werkingsgebied voor regionale investeringssteun:* het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 2022-2027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).
### Artikel 3.2.2
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het regionaal transitieplan. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een investeringsproject dat bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
**2.**
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen:
a. Spoor 1 en Spoor 2 voor wat betreft de investeringen;
b. Spoor 3 voor de opleidingscomponent.
**3.**
Aanvrager draagt met de investeringen in het project bij aan de ontwikkeling van één of meer nieuwe waardeketens of economische ecosystemen binnen de drie transities die zijn opgenomen in het regionale transitieplan voor IJmond:
a. van een lineaire naar een circulaire economie;
b. van een fossiele naar een klimaatneutrale economie;
c. van een kwetsbare naar een weerbare beroepsbevolking.
**4.** Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de drie transities, bedoeld in het derde lid.
### Artikel 3.2.3
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie voor projecten die worden uitgevoerd in het werkingsgebied en die passen binnen de kaders van deze regeling.
### Artikel 3.2.4
**1.**
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
a. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een vestigingsproject van een onderneming;
b. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een uitbreidingsproject van een mkb-onderneming;
c. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een diversificatieproject van een mkb-onderneming;
d. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een transformatieproject van een mkb-onderneming;
e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de realisatie, het doen en het gebruiken onderscheidenlijk bedienen van de investeringen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d.
**2.** Projecten zijn gericht op toekomstbestendigheid van de economie door diversificatie langs de lijnen van de drie transities of op groen perspectief door transformatie naar circulaire en klimaatneutrale productieprocessen in ondernemingen door het vervangen van fossiele grond- en brandstoffen.
### Artikel 3.2.5
**1.**
Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor aanvragen voor projecten van grote ondernemingen € 5.000.000;
b. voor aanvragen voor projecten van MKB-ondernemingen € 7.500.000.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
### Artikel 3.2.6
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 09.00 uur tot en met 1 september 2025 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 3.2.7
**1.**
De subsidie bedraagt voor een:
a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
**2.** De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
**3.** De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 4.000.000 per project.
**4.**
De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, te berekenen op basis van de volgende artikelen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening:
a. artikelen 13 en 14 inzake regionale investeringssteun voor investeringskosten;
b. artikel 31 inzake opleidingssteun inzake kosten voor om-of bijscholing.
### Artikel 3.2.8
**1.**
In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a. voor kosten van investeringen:
1° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
2° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
b. kosten voor investeringen als bedoeld in onderdeel a komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking, voor zover:
1° deze zijn geactiveerd op de balans;
2° niet hoger zijn dan de taxatiewaarde, vastgesteld door een beëdigd taxateur;
3° niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
c. voor infrastructurele kosten:
1° infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
2° proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur.
d. voor kosten van bij- en omscholing:
1° andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
2° in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
**2.** Een investering in duurzame bedrijfsuitrusting mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving.
**3.**
Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft gekregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
c. immateriële vaste activa als bedoeld in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 3.2.9
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na de subsidieverlening.
**2.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid, inclusief het in gebruik nemen van de gerealiseerde capaciteit.
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
### Artikel 3.2.10
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
a. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 500.000;
b. de financiering van het project niet uiterlijk zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking aantoonbaar is;
c. de activiteiten gericht zijn op hergebruik van producten, afvalstoffen of grondstoffen, waarbij er geen sprake is van een hoogwaardige toepassing of wanneer er sprake is van het opwerken van afval uitsluitend ten behoeve van export;
d. het diversificatieproject betreft waarbij de nieuwe activiteit hetzelfde of een vergelijkbare activiteit is als de activiteit die eerder in de vestiging werd uitgeoefend.
### Artikel 3.2.11
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project beoordeeld op alle onderdelen uit artikel 1.20, eerste lid.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel als bedoeld in het eerste lid, maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 20 punten;
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 15 punten;
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 15 punten;
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
### Artikel 3.2.12
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 10 procent van de verleende subsidie.
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
### Artikel 3.2.13
**1.**
In aanvulling op het artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het Kansen voor West aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften.
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal paginas. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 3.2.14
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 13, 14 en 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 3.2.15
Deze titel vervalt met ingang van 1 september 2025, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 3.3. Scholingsvouchers
### Artikel 3.3.1
In deze titel wordt verstaan onder:
- *opleidingsinstituut:* erkende onderwijsinstelling, bedrijfsschool of private opleider als bedoeld in artikel 3.3.3;
- *EQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Europa zijn ingeschaald in het Europese kwalificatieraamwerk;
- *NLQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Nederland zijn ingeschaald in het Nederlandse kwalificatieraamwerk en de Europese equivalent;
- *NRTO:* Nederlandse Raad voor Training en Opleiding, overkoepelende brancheorganisatie voor alle particuliere trainings- en opleidingsbureaus in Nederland;
- *scholingstraject:* het opleiden van een natuurlijk persoon voor een baan die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie;
- *voorschakeltraject:* het door een opleider begeleiden van een traject waarin een natuurlijk persoon leert wat de sector doet en door de begeleiding de bewuste keuze kan maken voor een baan die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie;
- *scholingsvoucher:* een op grond van artikel 3.3.3 door een opleidingsinstituut afgegeven document ten behoeve van het volgen van een scholings- of een voorschakeltraject.
### Artikel 3.3.2
Doel van de scholingsvouchers is het bevorderen van een voldoende, goed opgeleide, gemotiveerde en beschikbare beroepsbevolking. De scholingsvouchers dragen bij aan de transitieopgaven in de regio en vangen de wijzigingen en het verdwijnen van vacatures als gevolg van de transitieopgave op.
### Artikel 3.3.3
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie ten behoeve van een of meer scholingsvouchers aan een opleidingsinstituut dat:
a. erkend is door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap;
b. erkend is door de NRTO;
c. erkend is door de betreffende branche of sector;
d. opgenomen is in het NLQF- of EQF-register; of
e. een bedrijfsschool is, gelieerd aan of formeel geaccrediteerd voor een in Nederland erkende opleiding.
### Artikel 3.3.4
**1.**
Een scholingsvoucher kan worden ingezet voor de volgende activiteiten:
a. een scholingstraject; of
b. een voorschakeltraject.
**2.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten exclusief btw, met een maximum subsidiebedrag van € 1.250 per scholingsvoucher.
**3.** De subsidie bedraagt ten minste € 50.000 en ten hoogste € 100.000.
### Artikel 3.3.5
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de verleningsbeschikking is afgegeven.
**2.** Een scholingsvoucher kan door de aanvrager worden uitgegeven tot en met 31 december 2026.
**3.** De activiteiten van een project zijn uiterlijk 31 december 2027 door de aanvrager uitgevoerd.
### Artikel 3.3.6
**1.** Het subsidieplafond voor deze titel bedraagt € 500.000.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
### Artikel 3.3.7
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 9.00 uur tot en met 31 december 2026 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 3.3.8
**1.** De subsidie wordt verleend op basis van een door de subsidieaanvrager ingediende ontwerpbegroting als bedoeld in artikel 53, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de GB-verordening.
**2.** In afwijking van artikel 1.11 zijn de in de ontwerpbegroting op te nemen subsidiabele kosten waarvoor de scholingsvoucher kan worden ingezet de opleidingskosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, van de natuurlijk persoon.
**3.**
Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet in aanmerking als subsidiabele kosten:
a. reis- en verblijfskosten;
b. kosten voor voedsel en drank; en
c. kosten voor opleidingen van natuurlijke personen die ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet hebben bereikt, en:
1°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
2°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
### Artikel 3.3.9
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
a. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 30 punten;
b. voor de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
c. voor de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 20 punten;
d. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 30 punten.
### Artikel 3.3.10
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**2.** In aanvulling op artikel 1.31, vijfde lid, bevat de aanvraag voor een voorschot bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
### Artikel 3.3.11
In aanvulling op artikel 1.32, vijfde en zesde lid, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
### Artikel 3.3.12
Een scholingsvoucher bevat staatsteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 3.3.13
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
## Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
### Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
@ -1712,61 +2172,268 @@ f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15
Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 4.3. Scholingsvouchers
### Artikel 4.3.1
In deze titel wordt verstaan onder:
- *opleidingsinstituut:* erkende onderwijsinstelling, bedrijfsschool of private opleider als bedoeld in artikel 4.3.3;
- *EQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Europa zijn ingeschaald in het Europese kwalificatieraamwerk;
- *NLQF-register:* kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Nederland zijn ingeschaald in het Nederlandse kwalificatieraamwerk en de Europese equivalent;
- *NRTO:* Nederlandse Raad voor Training en Opleiding, overkoepelende brancheorganisatie voor alle particuliere trainings- en opleidingsbureaus in Nederland;
- *scholingstraject:* het opleiden van een natuurlijk persoon voor een baan in de energietransitie of werken in de haven;
- *voorschakeltraject:* het door een opleider begeleiden van een traject waarin een natuurlijk persoon leert wat de sector doet en door de begeleiding de bewuste keuze kan maken voor een baan in de energietransitie of werken in de haven;
- *scholingsvoucher:* een op grond van artikel 4.3.3 door een opleidingsinstituut afgegeven document ten behoeve van het volgen van een scholings- of een voorschakeltraject.
### Artikel 4.3.2
Doel van de scholingsvouchers is het bevorderen van een voldoende, goed opgeleide, gemotiveerde en beschikbare beroepsbevolking. De scholingsvouchers dragen bij aan de transitieopgaven in de regio en vangen de wijzigingen en het verdwijnen van vacatures als gevolg van de transitieopgave op.
### Artikel 4.3.3
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie ten behoeve van een of meer scholingsvouchers aan een opleidingsinstituut dat:
a. erkend is door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap;
b. erkend is door de NRTO;
c. erkend is door de betreffende branche of sector;
d. opgenomen is in het NLQF- of EQF-register; of
e. een bedrijfsschool is, gelieerd aan of formeel geaccrediteerd voor een in Nederland erkende opleiding.
### Artikel 4.3.4
**1.**
Een scholingsvoucher kan worden ingezet voor de volgende activiteiten:
a. een scholingstraject; of
b. een voorschakeltraject.
**2.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten exclusief btw, met een maximum subsidiebedrag van € 1.250 per scholingsvoucher.
**3.** De subsidie bedraagt ten minste € 50.000 en ten hoogste € 100.000.
### Artikel 4.3.5
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de verleningsbeschikking is afgegeven.
**2.** Een scholingsvoucher kan door de aanvrager worden uitgegeven tot en met 31 december 2027.
**3.** De activiteiten van een project zijn uiterlijk 31 december 2029 door de aanvrager uitgevoerd.
### Artikel 4.3.6
**1.** Het subsidieplafond voor deze titel bedraagt € 500.000.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
### Artikel 4.3.7
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 9.00 uur tot en met 31 december 2026 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 4.3.8
**1.** De subsidie wordt verleend op basis van een door de subsidieaanvrager ingediende ontwerpbegroting als bedoeld in artikel 53, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de GB-verordening.
**2.** In afwijking van artikel 1.11 zijn de in de ontwerpbegroting op te nemen subsidiabele kosten waarvoor de scholingsvoucher kan worden ingezet de opleidingskosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, van de natuurlijk persoon.
**3.**
Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet in aanmerking als subsidiabele kosten:
a. reis- en verblijfskosten;
b. kosten voor voedsel en drank; en
c. kosten voor opleidingen van natuurlijke personen die ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet hebben bereikt en:
1°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
2°. de te subsidiëren opleiding kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
### Artikel 4.3.9
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel van het eerste lid maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
a. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 30 punten;
b. voor de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
c. voor de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 20 punten;
d. voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 30 punten.
### Artikel 4.3.10
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**2.** In aanvulling op artikel 1.31, vijfde lid, bevat de aanvraag voor een voorschot bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
### Artikel 4.3.11
In aanvulling op artikel 1.32, vijfde en zesde lid, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.
### Artikel 4.3.12
Een scholingsvoucher bevat staatsteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 4.3.13
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
## Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
### Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
### Artikel 5.1.1
Vervallen
In deze titel wordt verstaan onder:
*TJTP West-Noord-Brabant:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie, als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio West-Noord-Brabant met de titel Territorial Just Transition Plan van de COROP-regio West-Noord-Brabant.
### Artikel 5.1.2
Vervallen
**1.** Doel van subsidie op grond van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 1 van het TJTP West- Noord-Brabant.
**2.**
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 1 van het TJTP West-Noord-Brabant uit het Programma JTF 20212027 en dragen bij aan
innovatie ten behoeve van de energie- en grondstoffentransitie in de chemie en industrie, en daarmee aan vernieuwing en versterking van de regionale economie.
### Artikel 5.1.3
Vervallen
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
a. een rechtspersoon;
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
### Artikel 5.1.4
Vervallen
**1.**
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende acties:
a. productieve investeringen;
b. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven;
c. onderzoek en innovatie; of
d. digitalisering.
**2.**
De acties, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit een of meer van de volgende activiteiten:
a. onderzoek en innovatie gericht op:
1°. circulaire chemie, grondstoffen of materialen;
2°. chemie, grondstoffen of materialen en de eiwittransitie ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie;
3°. duurzame product- en procesinnovaties ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie.
b. economische diversificatie en baancreatie in de circulaire of biobased chemie of economie;
c. digitale innovatie die nodig is voor de transitie van energie, industrie en naar groene chemie;
d. bevordering van de circulaire economie;
e. een combinatie van één of meer activiteiten onder a tot en met d met activiteiten gericht op de arbeidsmarkt in de zin van:
1°. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
2°. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan; of
3°. actieve inclusie van werkzoekenden.
**3.**
De acties, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het gebied bestaande uit de volgende gemeenten in de JTF-regio West-Noord-Brabant:
a. Bergen op Zoom;
b. Steenbergen;
c. Moerdijk;
d. Drimmelen; of
e. Geertruidenberg.
### Artikel 5.1.5
Vervallen
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 4.000.000.
**2.**
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op basis van rangschikking naar
geschiktheid, overeenkomstig artikel 1.19.
**3.** Indien de beschikbare budgetten van artikel 5.1.5, eerste lid, onderdeel b, zoals deze gold tot 8 juli 2023 en artikel 5.2.5, eerste lid, zoals deze geldt tot 30 september 2023, niet volledig zijn benut, kunnen de resterende budgetten geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid.
**4.** De Minister van SZW maakt verschuivingen als bedoeld in het derde lid uiterlijk bekend op 2 november 2023.
### Artikel 5.1.6
Vervallen
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 28 september 2023 17.00 uur.
**2.**
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde
aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 5.1.7
Vervallen
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.
### Artikel 5.1.8
Vervallen
Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
### Artikel 5.1.9
Vervallen
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
### Artikel 5.1.10
Vervallen
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;
b. de aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen; of
c. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000.
### Artikel 5.1.11
Vervallen
**1.** Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 20 punten;
b. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 25 punten;
c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 20 punten;
d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-
sociale impact: 20 punten.
### Artikel 5.1.12
Vervallen
**1.** Artikel 1.30 is niet van toepassing.
**2.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**3.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal 80 procent van de verleende subsidie.
### Artikel 5.1.13
Vervallen
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
### Artikel 5.1.14
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidieaanvragen die voor deze datum zijn ingediend.
### Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
@ -2123,59 +2790,114 @@ b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
### Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
### Artikel 6.2.1
Vervallen
In deze titel wordt verstaan onder:
*TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone van Vlissingen-Oost.
### Artikel 6.2.2
Vervallen
**1.** Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 2 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost.
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen prioriteit 4, Spoor 2 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost uit het Programma JTF 20212027 en dragen bij aan investeringen in technologie, systemen en infrastructuur om de transitie naar een groene chemie mogelijk te maken.
### Artikel 6.2.3
Vervallen
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
a. een rechtspersoon;
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
### Artikel 6.2.4
Vervallen
**1.**
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor investeringen in technologie, systemen en infrastructuur gericht op:
a. de aanleg van het regionale netwerk voor groene waterstof en verbindingen met andere regios, investeringen in lokale elektrificatie en het uitwisselen van warmte via warmtenetten, voor zover er sprake is van warmte uit hernieuwbare bronnen; of
b. de scholing en training voor vaardigheden die nodig zijn voor het op de juiste manier gebruiken van nieuwe infrastructuur in combinatie met onderdeel a.
**2.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone Vlissingen-Oost.
### Artikel 6.2.5
Vervallen
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 30.755.301.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking naar geschiktheid overeenkomstig artikel 1.19.
### Artikel 6.2.6
Vervallen
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 11 september 2023 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 6.2.7
Vervallen
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 14.000.000 per project.
**3.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
### Artikel 6.2.7a
Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
### Artikel 6.2.8
Vervallen
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, met uiterlijk zes maanden verlengen.
### Artikel 6.2.9
Vervallen
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.
### Artikel 6.2.10
Vervallen
**1.** Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 20 punten;
b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 25 punten;
d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
### Artikel 6.2.11
Vervallen
**1.** Artikel 1.30 is niet van toepassing.
**2.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**3.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal 80 procent van de verleende subsidie.
### Artikel 6.2.12
Vervallen
**1.**
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
### Artikel 6.2.13
Vervallen
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
@ -2334,59 +3056,146 @@ Vervallen
Vervallen
### Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
### Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
### Artikel 7.2.1
Vervallen
In deze titel wordt verstaan onder:
*TJTP Zuid-Limburg:* regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio Zuid-Limburg met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zuid-Limburg.
### Artikel 7.2.2
Vervallen
**1.** Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 2 van het TJTP Zuid-Limburg.
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend passen binnen prioriteit 6, Spoor 2 van het TJTP Zuid-Limburg uit het Programma JTF 20212027 en hebben tot doel om nieuwe, duurzame banen te creëren, door te investeren in technologie, systemen en infrastructuur.
### Artikel 7.2.3
Vervallen
**1.**
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
a. een rechtspersoon;
b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
**2.** Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met de op 31 mei 2023 ingediende wijziging van het Programma JTF 20212027 en de aanvrager of een van de afzonderlijke partijen in het samenwerkingsverband een grote onderneming is, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met de wijziging van het programma.
### Artikel 7.2.4
Vervallen
**1.**
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
a. investeringen in technologie, infrastructuur met als doel om het circulaire fundament van het chemiecluster te versterken; of
b. voorbereidende planvorming en processen tot investeringen als bedoeld in onderdeel a.
**2.**
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op:
a. groene waterstofinfrastructuur met nadruk op lokale aansluitingen, lokale netwerken en innovatieve toepassingen;
b. circulaire infrastructuur;
c. CO_2-infrastructuur;
d. lokale openbare infrastructuur voor elektrificatie van het chemiecluster;
e. infrastructuur, waaronder de aanleg van kennisinfrastructuur en infrastructurele faciliteiten voor technologieontwikkeling en -overdracht; of
f. een combinatie van de acties onder a tot en met e met acties gericht op de arbeidsmarkt in de zin van:
i. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
ii. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan;
iii. Actieve inclusie van werkzoekenden.
**3.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zuid-Limburg.
### Artikel 7.2.5
Vervallen
**1.**
Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4.,eerste lid, onderdeel a, € 18.200.937;
b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4., eerste lid, onderdeel b, € 1.000.000.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op basis van rangschikking naar geschiktheid overeenkomstig artikel 1.19.
### Artikel 7.2.6
Vervallen
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 11 september 2023 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 7.2.7
Vervallen
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
**2.**
De subsidie bedraagt ten hoogste:
a. € 5.000.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel a;
b. € 250.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel b.
**3.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
### Artikel 7.2.8
Vervallen
Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
### Artikel 7.2.9
Vervallen
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk achttien maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
### Artikel 7.2.10
Vervallen
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
a. de activiteit is gericht op de aanleg van 380 kV-infrastructuur;
b. aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen;
c. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voor het indienen van de subsidieaanvraag; of
d. de aan het project te verlenen subsidie voor activiteiten als bedoel in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel a, minder bedraagt dan € 1.000.000.
### Artikel 7.2.11
Vervallen
**1.** Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 20 punten;
b. voor de mate waarin het project bijdraagt aan sociaaleconomische integraliteit: 20 punten;
c. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 15 punten;
d. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;
e. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
### Artikel 7.2.12
Vervallen
**1.** Artikel 1.30 is niet van toepassing.
**2.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**3.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal 80 procent van de verleende subsidie.
### Artikel 7.2.13
Vervallen
**1.**
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
### Artikel 7.2.14
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
@ -2575,6 +3384,14 @@ De artikelen 1.24, 1.26, 1.27, 1.28, 1.29, 1.30, 1.31, 1.32, 1.33, 1.34, 1.35, 1
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 5 juni 2023 9.00 uur tot en met 29 september 2023 17.00 uur.
### Artikel 9.2.1.3
**1.** De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.7.4.
**2.** Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.000.000.
**3.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 12.00 uur tot en met 29 februari 2024 12.00 uur.
#### Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
### Artikel 9.2.2.1