2001-02-07 | BWBR0006294 | Besluit produktie en handel vers vlees

This commit is contained in:
Coornhert 2001-02-07 12:00:00 +00:00
parent e482c5a4ae
commit 65fd927545

View file

@ -18,7 +18,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
b. de wet: de Vleeskeuringswet;
c. hoofdinspecteur: de veterinair hoofdinspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit;
c. hoofdinspecteur: de veterinaire hoofdinspecteur van de Keuringsdienst van Waren;
d. keuringsdierenarts: persoon, bedoeld in de eerste zinsnede van artikel 25 van de wet, belast met keuring van slachtdieren en van vlees;
e. de richtlijn: richtlijn nr. 64/433/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (*PbEG* 1964, L 121);
f. vlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van als landbouwhuisdier gehouden runderen (de soorten Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen;
@ -53,8 +53,7 @@ hh. richtlijn 86/469/EEG: de richtlijn nr. 86/469/EEG van de Raad van de Europes
ii. beschikking 84/371/EEG: de beschikking nr. 84/371/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 juli 1984 tot vaststelling van het speciale merk voor vers vlees als bedoeld in artikel 5, sub *a*), van richtlijn nr. 64/433/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen (*PbEG* L 196);
jj. richtlijn 80/778/EEG: de richtlijn nr. 80/778/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (*PbEG* L 229);
kk. verordening (EEG) 2377/90: de verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (*PbEG* L 224);
ll. in de handel brengen: het verkopen, te koop aanbieden of uitstallen met het oog op verkoop, het afleveren, het ten geschenke geven of op enige andere wijze afstaan, het tot vervoer of aflevering voorhanden hebben, het in voorraad hebben, het vervoeren of doen vervoeren, anders dan ter naleving van enig wettelijk voorschrift;
mm. beschikking 2001/471/EG: beschikking nr. 2001/471/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 juni 2001 tot vaststelling van voorschriften voor het regelmatig doen controleren van de algemene hygiëne door de exploitanten in inrichtingen overeenkomstig richtlijn nr. 64/433/EEG betreffende gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees en richtlijn nr. 71/118/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van de productie en het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee (PbEG L 165).
ll. in de handel brengen: het verkopen, te koop aanbieden of uitstallen met het oog op verkoop, het afleveren, het ten geschenke geven of op enige andere wijze afstaan, het tot vervoer of aflevering voorhanden hebben, het in voorraad hebben, het vervoeren of doen vervoeren, anders dan ter naleving van enig wettelijk voorschrift.
**2.** Voor zover niet anders bepaald, zijn de artikelen 2 en 4, 5, eerste, derde, vierde tot en met zevende lid, en 6 tot en met 12 van overeenkomstige toepassing op vlees van gekweekt wild.
@ -125,12 +124,12 @@ c. de desbetreffende dieren worden op andere tijdstippen geslacht dan runderen,
**2.**
Indien gekweekt wild niet kan worden vervoerd zonder risico's voor de begeleiders of in verband met het welzijn van de dieren, kan de Voedsel en Waren Autoriteit, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onder A, punten *b.* en *c.*, toestaan dat wordt geslacht op de plaats van oorsprong. Deze afwijking kan worden toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Indien gekweekt wild niet kan worden vervoerd zonder risico's voor de begeleiders of in verband met het welzijn van de dieren, kan de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onder A, punten *b.* en *c.*, toestaan dat wordt geslacht op de plaats van oorsprong. Deze afwijking kan worden toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- de eigenaar van de dieren dient daartoe een verzoek in bij de Voedsel en Waren Autoriteit onder opgave van het aantal dieren, plaats en de datum waarop de dieren worden geslacht;
- de eigenaar van de dieren dient daartoe een verzoek in bij de directeur Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees onder opgave van het aantal dieren, plaats en de datum waarop de dieren worden geslacht;
- het bedrijf beschikt over een verzamelcentrum van de niet-gedomesticeerde dieren waar het mogelijk is een keuring vóór het slachten van de te slachten groep te verrichten;
- het bedrijf beschikt over een passende ruimte voor het bedwelmen, het steken en het uitbloeden van de dieren;
- het doden door steken en uitbloeden wordt voorafgegaan door bedwelming, overeenkomstig richtlijn 93/119/EG, de Voedsel en Waren Autoriteit mag in bijzondere gevallen doden door middel van de kogel toestaan;
- het doden door steken en uitbloeden wordt voorafgegaan door bedwelming, overeenkomstig richtlijn 93/119/EG, de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees mag in bijzondere gevallen doden door middel van de kogel toestaan;
- de gedode en uitgebloede dieren worden onder bevredigende hygiënische omstandigheden, in hangende positie vervoerd naar een overeenkomstig artikel 9 of 10 erkend slachthuis en zulks zo spoedig mogelijk na het doden. Wanneer het wild dat is gedood op de plaats waar het werd gekweekt, niet binnen een uur naar een overeenkomstig artikel 9 of 10 erkend slachthuis kan worden gebracht, wordt het vervoerd in een container of vervoermiddel waarin een temperatuur heerst tussen 0°C en 4°C. Het verwijderen van de ingewanden dient ten laatste drie uur na het bedwelmen plaats te vinden;
- bij het vervoer naar het slachthuis gaan de geslachte dieren vergezeld van een verklaring van de keuringsdierenarts waaruit blijkt dat de keuring voor het slachten een gunstig resultaat heeft opgeleverd, dat het leegbloeden op correcte wijze is geschied en waarin het uur waarop het slachten heeft plaatsgevonden wordt vermeld; deze verklaring stemt overeen met het model in bijlage IV.
@ -208,7 +207,7 @@ d. inspectie en controle van de overeenkomstig artikel 9 erkende inrichtingen.
**4.** Het aantal keurmeesters wordt beperkt tot een niveau dat de keuringsdierenarts de mogelijkheid biedt daadwerkelijk controle uit te oefenen op de keuring na het slachten. Onze Minister kan, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het maximum aantal vaststellen.
**5.** De keurmeesters verlenen de bijstand in het kader van een keuringsteam onder controle en verantwoordelijkheid van de keuringsdierenarts. Zij zijn onafhankelijk van de betrokken inrichting. De Voedsel en Waren Autoriteit bepaalt voor elke inrichting de samenstelling van het team, ten einde de keuringsdierenarts in staat te stellen op het verloop van bovengenoemde werkzaamheden toezicht te houden.
**5.** De keurmeesters verlenen de bijstand in het kader van een keuringsteam onder controle en verantwoordelijkheid van de keuringsdierenarts. Zij zijn onafhankelijk van de betrokken inrichting. De Directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees bepaalt voor elke inrichting de samenstelling van het team, ten einde de keuringsdierenarts in staat te stellen op het verloop van bovengenoemde werkzaamheden toezicht te houden.
### Artikel 9
@ -224,13 +223,10 @@ d. inspectie en controle van de overeenkomstig artikel 9 erkende inrichtingen.
Aan de erkenning zijn de volgende voorschriften verbonden:
a. De exploitant van een inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger doet regelmatig de algemene hygiëne bij de productie in zijn inrichting controleren door het uitwerken en toepassen van een permanente procedure op basis van de HACCP-beginselen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van beschikking 2001/471/EG;
b. De exploitant van een inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger kan voor de procedure, bedoeld in onderdeel a, gebruikmaken van de aanvulling op de hygiënecode voor slachterijen en uitsnijderijen van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren van 17 mei 2002, met de titel: «Uitvoering van de Beschikking 2001/471/EG voor slachterijen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen in de roodvleessector (rund, kalf, varken, paard, schaap en geit)»;
c. De exploitant van een slachthuis, de eigenaar of diens vertegenwoordiger doet de in artikel 10, tweede lid, van de richtlijn bedoelde microbiologische controles uitvoeren overeenkomstig de in de bijlage van beschikking 2001/471/EG vastgelegde methode, dan wel overeenkomstig een door Onze Minister en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij goedgekeurde methode die tenminste gelijkwaardig is aan die in de bijlage van beschikking 2001/471/EG;
d. De exploitant van een uitsnijderij, de eigenaar of diens vertegenwoordiger doet de in artikel 10, tweede lid, van de richtlijn bedoelde microbiologische controles uitvoeren overeenkomstig de in deel 2 van de bijlage van beschikking 2001/471/EG vastgelegde methode, dan wel overeenkomstig een door Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij goedgekeurde methode die tenminste gelijkwaardig is aan die in deel 2 van de bijlage van beschikking 2001/471/EG.
e. De exploitant van de inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger is, op verzoek, in staat de hoofdinspecteur, de keuringsdierenarts of de veterinaire deskundigen van de Commissie van de EEG, bedoeld in artikel 12 van de richtlijn in kennis te stellen van aard, frequentie en resultaat van de te dien einde verrichte controles, alsmede, zo nodig, van de naam van het controlelaboratorium;
f. De exploitant van de inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger zet een opleidingsprogramma op dat het personeel in staat stelt te voldoen aan de voorschriften inzake hygiënische produktie die zijn aangepast aan de produktiestructuur. De keuringsdierenarts die voor de inrichting verantwoordelijk is, wordt bij het opzetten en de uitvoering van dit programma betrokken;
g. De inrichtingen geven medewerking aan de controles, bedoeld in artikel 12 van de richtlijn.
a. De exploitant van de inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger doet de algemene hygine bij de produktie in zijn inrichting regelmatig controleren, ook door middel van microbiologische controles. De controles betreffen werktuigen, installaties en machines in alle produktiestadia en, zo nodig, de produkten;
b. De exploitant van de inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger is, op verzoek, in staat de hoofdinspecteur, de keuringsdierenarts of de veterinaire deskundigen van de Commissie van de EEG, bedoeld in artikel 12 van de richtlijn in kennis te stellen van aard, frequentie en resultaat van de te dien einde verrichte controles, alsmede, zo nodig, van de naam van het controlelaboratorium;
c. De exploitant van de inrichting, de eigenaar of diens vertegenwoordiger zet een opleidingsprogramma op dat het personeel in staat stelt te voldoen aan de voorschriften inzake hygiënische produktie die zijn aangepast aan de produktiestructuur. De keuringsdierenarts die voor de inrichting verantwoordelijk is, wordt bij het opzetten en de uitvoering van dit programma betrokken;
d. De inrichtingen geven medewerking aan de controles, bedoeld in artikel 12 van de richtlijn.
### Artikel 10