2006-03-08 | BWBR0003719 | Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing
This commit is contained in:
parent
32279e7ab6
commit
660154969e
1 changed files with 3 additions and 3 deletions
|
|
@ -66,11 +66,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** De stand van het stadsvernieuwingsfonds aan het einde van het kalenderjaar en het bedrag van de over datzelfde kalenderjaar krachtens de wet aan de gemeente of provincie uitgekeerde jaarlijkse bijdrage, vermeerderd met de bedragen van de betrokken bijdragen over de drie onmiddellijk daaraan voorafgaande kalenderjaren, zijn bepalend bij de vaststelling of het in het eerste lid gestelde maximum wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien en zodra Onze Minister van oordeel is of vermoedt, dat het in het eerste lid gestelde maximum wordt overschreden, stelt hij het gemeentebestuur of het provinciaal bestuur in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze nadere inlichtingen te verstrekken en een zienswijze naar voren te brengen over verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage.
|
||||
**3.** Indien en zodra Onze Minister van oordeel is of vermoedt, dat het in het eerste lid gestelde maximum wordt overschreden, stelt hij het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze nadere inlichtingen te verstrekken en een zienswijze naar voren te brengen over verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister maakt zijn besluit omtrent verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage bekend binnen vier weken nadat het betrokken bestuur gevolg heeft gegeven aan het derde lid, of, indien dat bestuur niet binnen de krachtens dat lid gestelde termijn gevolg geeft aan dat lid, binnen vier weken na het verloop van die termijn. Het besluit wordt van kracht op 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het besluit is genomen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan een besluit tot verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage intrekken na een daartoe strekkend verzoek van het gemeentebestuur of het provinciaal bestuur. De intrekking wordt van kracht op 1 januari van een door Onze Minister daarbij te bepalen kalenderjaar.
|
||||
**5.** Onze Minister kan een besluit tot verlaging of stopzetting van de jaarlijkse bijdrage intrekken na een daartoe strekkend verzoek van het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten. De intrekking wordt van kracht op 1 januari van een door Onze Minister daarbij te bepalen kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -78,7 +78,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Indien burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten een verzoek hebben ingediend tot het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het provinciaal bestuur in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze nadere inlichtingen te verstrekken. Artikel 7, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Indien burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten een verzoek hebben ingediend tot het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn op de door hem te bepalen wijze nadere inlichtingen te verstrekken. Artikel 7, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue