2024-01-01 | BWBR0012019 | Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
This commit is contained in:
parent
1100115f4a
commit
6613b6f04f
1 changed files with 14 additions and 14 deletions
|
|
@ -31,7 +31,7 @@ h. schipper: de gezagvoerder van een schip of degene, die deze vervangt;
|
|||
i. zeeschip: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd;
|
||||
j. exploitant van een schip: de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van het schip;
|
||||
k. gemotoriseerd schip: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerliermotoren, verbrandingsmotoren zijn;
|
||||
l. ontvangstvoorziening: een inrichting of schip voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen;
|
||||
l. ontvangstvoorziening: voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen bedoeld schip of bedoelde locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht;
|
||||
m. bevoegde autoriteit: de autoriteit of autoriteiten die ten aanzien van een vaarweg voor de toepassing van artikel 1.15, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, artikel 1.15, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.15 van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas of artikel 43 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, is of zijn aangewezen bij of krachtens het desbetreffende reglement dan wel, binnen het toepassingsgebied van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 of het Scheepvaartreglement Eemsmonding: de Rijkshavenmeester Westerschelde, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding;
|
||||
n. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293):
|
||||
o. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag;
|
||||
|
|
@ -55,7 +55,7 @@ f. bunkerverklaring: een bunkerverklaring als bedoeld in artikel 22 dan wel een
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. overslaginrichting: een inrichting ten behoeve van het laden of lossen van schepen;
|
||||
a. overslaginstallatie: voor het laden en lossen van schepen bedoelde locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht;
|
||||
b. afzender, ontvanger, onderscheidenlijk vervoerder: de afzender, de ontvanger, onderscheidenlijk de vervoerder, bedoeld in artikel 929a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
c. vloeibare lading: vloeibare in bulk vervoerde lading;
|
||||
d. droge lading: andere lading dan bedoeld in onderdeel c;
|
||||
|
|
@ -182,11 +182,11 @@ De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende s
|
|||
|
||||
**1.** De schipper biedt olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen tijdig aan bij een ontvangstvoorziening.
|
||||
|
||||
**2.** De schipper legt bij een afgifte als bedoeld in het eerste lid het olie-afgifteboekje voor aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon.
|
||||
**2.** De schipper legt bij een afgifte als bedoeld in het eerste lid het olie-afgifteboekje voor aan degene die de ontvangstvoorziening exploiteert of een door deze aangewezen persoon.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 15 aangeboden olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen worden ingenomen in die inrichting.
|
||||
Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 15 aangeboden olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen worden ingenomen op de ontvangstvoorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -348,13 +348,13 @@ In afwijking van artikel 30 is dit hoofdstuk niet van toepassing op het laden of
|
|||
|
||||
**2.** Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de artikelen 41, tweede lid, 42, 43, 45, 47, 53, 57 en 60 in acht neemt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginrichting.
|
||||
**3.** Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginstallatie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Degene die een overslaginrichting drijft neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip in die inrichting het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de artikelen 40 tot en met 43, 45, 47, 53, 57, 60 en 61 in acht.
|
||||
Degene die een overslaginstallatie exploiteert neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip op die overslaginstallatie het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de artikelen 40 tot en met 43, 45, 47, 53, 57, 60 en 61 in acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -468,7 +468,7 @@ De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 en 47.
|
|||
|
||||
**4.** De losverklaring wordt na de toepassing van het eerste lid in drievoud voorgelegd aan de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, aan de exploitant van het schip.
|
||||
|
||||
**5.** Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66 en 68 kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening drijft, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld.
|
||||
**5.** Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66 en 68 kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening exploiteert, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
|
|
@ -565,21 +565,21 @@ De schipper draagt er zorg voor dat afvalwater dat ladingrestanten van een goede
|
|||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
Bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening legt de schipper in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voor aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon.
|
||||
Bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening legt de schipper in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voor aan degene die de ontvangstvoorziening exploiteert of een door deze aangewezen persoon.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat afvalwater dat ingevolge artikel 64 wordt aangeboden, wordt ingenomen in die inrichting.
|
||||
Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat afvalwater dat ingevolge artikel 64 wordt aangeboden, wordt ingenomen op de ontvangstvoorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.** Het in ontvangst nemen van afvalwater dat ladingrestanten bevat wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de daartoe bestemde rubrieken van de ingevolge artikel 66 voorgelegde losverklaring in tweevoud voorgelegde verklaringen. De ontvangstvoorziening bezorgt na ondertekening een exemplaar van de ondertekende losverklaring terug aan de schipper.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die de inrichting drijft als bedoeld in artikel 67 bewaart een exemplaar van de door hem, de ladingontvanger of de overslaginstallatie, en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn administratie.
|
||||
**2.** Degene die de ontvangstvoorziening exploiteert als bedoeld in artikel 67 bewaart een exemplaar van de door hem, de ladingontvanger of de overslaginstallatie, en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn administratie.
|
||||
|
||||
**3.** De schipper bewaart de van de inrichting terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord.
|
||||
**3.** De schipper bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord.
|
||||
|
||||
**4.** De exploitant van het schip bewaart de van de inrichting terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie.
|
||||
**4.** De exploitant van het schip bewaart de van de ontvangstvoorziening terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.10. Privaatrechtelijke bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -631,7 +631,7 @@ Indien de afzender dan wel de ontvanger gebruik maakt van een overslaginstallati
|
|||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 73 of 74 aangeboden afvalstoffen worden ingenomen in die inrichting en aldaar gescheiden worden gehouden.
|
||||
Degene die een ontvangstvoorziening exploiteert, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 73 of 74 aangeboden afvalstoffen worden ingenomen op de ontvangstvoorziening en aldaar gescheiden worden gehouden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Uitzonderingen lozingsverbod en waarschuwingsplicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -808,7 +808,7 @@ In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Ministe
|
|||
|
||||
### Artikel 100a
|
||||
|
||||
Voor zover dit besluit berust op de Wet milieubeheer, berust dit op de artikelen 8.42a, 9.5.2. en 10.40a, tweede lid, van die wet.
|
||||
Dit besluit berust mede op de artikelen 4.3 en 4.5 van de Omgevingswet en de artikelen 9.5.2. en 10.40a, tweede lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
### Artikel 101
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue