diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index b11a3f53e90..f41e764f31f 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -393,26 +393,28 @@ j. In de situatie dat uitzetting van de vreemdeling ingevolge artikel 64 Vw gele De vreemdeling dient op zijn uit de aantekening voortvloeiende rechten te worden gewezen. -##### 2.3.1. Eerste verblijfsaanvaarding - -Per materiehoofdstuk zal hierop nader worden ingegaan. +##### 2.3.1. Arbeidsmarktaantekeningen Op het document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, kunnen verschillende arbeidsmarktaantekeningen worden geplaatst. Voor de vreemdeling is het van groot belang dat de juiste arbeidsmarktaantekening zo spoedig mogelijk wordt geplaatst op zijn document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt. Een verkeerde aantekening kan immers grote gevolgen hebben voor zijn mogelijkheden om arbeid te verrichten. Het is van belang dat de Korpschef de vreemdeling wijst op de rechten die voortvloeien uit deze aantekening. De vreemdeling is met deze aantekening volledig vrij op de arbeidsmarkt. Dit betekent dat hij dit recht behoudt gedurende de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur of tijdens de bezwaar- of beroepsprocedure. Wanneer de beperking wijzigt waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan hem is verleend, blijft de arbeidsmarktaantekening ongewijzigd (bijv. indien de beperking van een verblijfsvergunning bij Nederlandse echtgenoot wijzigt in een verblijfsvergunning voor studie). -EU/EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland mogen op grond van het EG-Verdrag vrij in Nederland werken. Daarom mag voor het laten werken van een EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitsland geen TWV worden verlangd. - -Op het af te geven bewijs van rechtmatig verblijf aan gemeenschapsonderdanen die zelf geen EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn, dient de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’ te worden geplaatst (zie B10/2.7). - De vreemdeling heeft hiermee een beperkt recht om zich op de arbeidsmarkt te begeven. Slechts indien zijn (feitelijke) werkgever beschikt over een TWV ten behoeve van zijn tewerkstelling is het de vreemdeling toegestaan om arbeid te verrichten (bijvoorbeeld vreemdelingen die in het kader van het verrichten van arbeid in loondienst tot Nederland worden toegelaten alsmede hun gezinsleden krijgen deze aantekening). Deze aantekening kan echter wijzigen. -Indien de vreemdeling gedurende een ononderbroken tijdvak van drie jaar heeft beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met deze aantekening, heeft hij recht op de aantekening ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. - De vreemdeling met deze aantekening kan zich slechts op een specifiek omschreven deel van de arbeidsmarkt begeven onder de voorwaarde dat zijn (feitelijke) werkgever beschikt over een TWV ten behoeve van zijn tewerkstelling. Het is niet toegestaan om andere arbeid te verrichten dan de arbeid waarvoor toestemming is verleend. Het is de vreemdeling niet toegestaan arbeid in Nederland te verrichten (bijvoorbeeld vreemdelingen aan wie een verblijfsvergunning verband houdende met verblijf als au pair is verleend). +Deze aantekening wordt gebruikt in geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt afgegeven aan de houder van de door een andere lidstaat afgegeven EG-verblijfsvergunning langdurig ingezetene. De verplichting om te beschikken over een tewerkstellingsvergunning blijft gedurende de eerste twaalf maanden bestaan. + +Met deze aantekening wordt uitgedrukt dat de vreemdeling de arbeid in verband waarmee de verblijfsvergunning is afgegeven mag verrichten zonder TWV. Hij mag echter geen andere arbeid verrichten dan die waarvoor de verblijfsvergunning is verleend. Als de vreemdeling andere arbeid wil gaan verrichten zal hij een wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning moeten aanvragen. Deze arbeidsmarktaantekening wordt gebruikt bij bijvoorbeeld kennismigranten en onbezoldigd wetenschappelijk onderzoekers. + +Deze arbeidsmarktaantekening wordt gebruikt als iemand in Nederland verblijft om arbeid als zelfstandige te verrichten. Deze vreemdelingen mogen naast hun werkzaamheden als zelfstandige arbeid in loondienst verrichten, maar alleen als hiervoor een TWV is afgegeven. + +Deze arbeidsmarktaantekening wordt momenteel alleen gebruikt in het geval van een niet-geprivilegieerd NAVO-vreemdeling. Deze vreemdeling mag naast zijn werkzaamheden als NAVO-vreemdeling andere arbeid verrichten als daar een TWV voor is afgegeven. Het onderscheid met de hiervoor genoemde aantekening is erin gelegen dat de werkzaamheden van de NAVO-vreemdeling in loondienst plaatsvinden. Als de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’ zou worden gebruikt zou hiermee de indruk gewekt kunnen worden dat voor de werkzaamheden als NAVO-vreemdeling een TWV vereist zou zijn. + +Deze arbeidsmarktaantekening wordt gebruikt bij verblijf voor studie. Onder arbeid van bijkomende aard wordt verstaan arbeid van maximaal 10 uur per week of seizoensarbeid in de maanden juni, juli en augustus. + ##### 2.3.2. Voortzetting van het verblijf Op 5 december 1997 is het besluit van 14 november 1997 (Stb. 1997, 583) tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 23 augustus 1995 ter uitvoering van de Wav (Stb. 406) in werking getreden. Dit besluit heeft betrekking op vreemdelingen die op grond van hun (eerdere) verblijfsrecht vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten. Zij behouden hun vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt, zolang zij de beslissing op hun aanvraag om (voortzetting van het) verblijf met instemming van de Minister in Nederland mogen afwachten. @@ -453,19 +455,7 @@ Bij het slot van artikel 3.5, derde lid, Vb kan, afgezien van individuele gevall #### 2.5. Aantekening omtrent beroep op de publieke middelen -In artikel 4.21, vijfde lid, Vb is opgenomen in welke gevallen op het verblijfsdocument een aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ wordt gesteld. - -In artikel 3.4, vierde lid, Vb is opgenomen wanneer een beroep op de publieke middelen in ieder geval gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. - -Het doen van een beroep op de publieke middelen kan betekenen dat niet langer wordt voldaan aan ten minste een van de beperkingen waaronder een verblijfsvergunning wordt verleend, zodat verlenging van de geldigheidsduur ervan kan worden geweigerd met toepassing van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder f, Vw. - -Onder ‘beperkingen’ wordt in dit verband mede verstaan de voorwaarden die zijn gesteld aan verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. - -Tevens is het doen van een beroep op de publieke middelen een aanwijzing dat niet wordt beschikt over voldoende middelen van bestaan, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, Vw. - -Ingevolge artikel 19 Vw zijn dit tevens intrekkingsgronden voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. - -Hetzij de vreemdeling zelf, hetzij degene bij wie aan de vreemdeling verblijf is toegestaan, beschikt kennelijk niet langer zelfstandig over duurzame middelen van bestaan, wanneer hij of zij een beroep doet op de publieke middelen. +In artikel 4.21, vierde lid, Vb is opgenomen in welke gevallen op het verblijfsdocument een aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ wordt gesteld. #### 2.6. Voorschriften @@ -554,10 +544,7 @@ d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid e. de vreemdeling niet bereid is om medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek naar een ziekte aangewezen bij of krachtens de Infectieziektewet, ter bescherming van de volksgezondheid of een medische behandeling tegen een dergelijke ziekte te ondergaan; f. de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de Wav is voldaan; of g. de vreemdeling niet voldoet aan de beperking, verband houdende met het doel waarvoor hij wil verblijven. - -Op grond van artikel 16, tweede lid, Vw zijn in het Vb regels gesteld over de toepassing van deze gronden. - -In het hierna volgende zullen de afzonderlijke afwijzingsgronden worden toegelicht. +h. de vreemdeling, die niet behoort tot een der categorieën, bedoeld in artikel 17, eerste lid, Vw na verkrijging van rechtmatig verblijf in Nederland inburgeringsplichtig zou zijn op grond van de artikelen 3 en 5 Wet inburgering en niet beschikt over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en de Nederlands maatschappij. #### 4.1. Mvv-vereiste @@ -792,40 +779,12 @@ Ingevolge artikel 3.73 Vb moeten middelen van bestaan zelfstandig zijn. Als zelfstandige middelen van bestaan in de zin van de Vw worden aangemerkt inkomsten uit arbeid in loondienst. Naast het loon (salaris, soldij) behoren daartoe tevens: – vakantiegeld, vakantiebonnen (bouw) en reserveringen (uitzendbranche); de hoogte van het vakantiegeld voor werknemers is slechts gebonden aan een wettelijk minimum, namelijk 8% van het bruto-maandsalaris; dit is een bruto-bedrag. In CAO-besprekingen kan worden onderhandeld over een hoger percentage vakantiegeld voor de werknemer. Een werknemer zal in veel gevallen netto op een hoger bedrag vakantiegeld uitkomen dan de vakantie-uitkering in de bijstandsuitkering; het kan dus voorkomen dat een werknemer zonder vakantiegeld onder de bijstandsnorm uitkomt, terwijl hij met vakantiegeld wel aan de norm voldoet; -– overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien, mits structureel; hiervoor geldt overigens dat het contractueel vastgesteld netto-inkomen ten minste 70% van de Abw-norm voor de desbetreffende categorie dient te bedragen; het netto-inkomen dient onafgebroken ten minste twaalf maanden te worden aangevuld met de overwerkvergoeding of onregelmatigheidstoeslag; slechts het laagste maandelijkse bedrag aan overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag of fooien mag worden opgeteld bij het contractueel vastgestelde netto-maandloon (salaris, soldij), het is niet toegestaan de over een heel jaar extra verdiende inkomsten te middelen en dat op te tellen bij het netto-maandinkomen; -– uitbetaling van een dertiende maand, mits contractueel vastgelegd; en -– loon in natura, mits dit loon structureel is en contractueel vastgelegd; de waarde van het loon in natura dient op de salarisspecificaties te zijn vermeld en moet deel uitmaken van de grondslag van de loonheffing; het netto-inkomen dient ten minste twaalf maanden te zijn aangevuld met het loon in natura. +– de (maandelijkse) inhoudingen op grond van de spaarloonregeling en de levensloopregeling; +– overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien, mits deze op de salarisspecificaties zijn vermeld en deel uitmaken van de grondslag van de loonheffing; hiervoor geldt overigens dat het contractueel vastgesteld netto-inkomen ten minste 70% van de Wwb-norm voor de desbetreffende categorie dient te bedragen; +– uitbetaling van een dertiende maand of eindejaarsuitkering, mits contractueel vastgelegd; en +– loon in natura, mits dit loon contractueel is vastgelegd; de waarde van het loon in natura dient op de salarisspecificaties te zijn vermeld en moet deel uitmaken van de grondslag van de loonheffing; -Gesubsidieerde arbeid wordt gelijkgesteld met andere vormen van arbeid in loondienst. Het gaat daarbij om: - -– arbeid ingevolge de Wsw; -– i- en doorstroombanen; -– WIW-dienstbetrekking jongeren; -– WIW-werkervaringsplaats; -– WIW-dienstbetrekking langdurig werklozen (tijdelijk en permanent); -– regeling schoonmaakdiensten voor particulieren; en -– inkomen uit een zogeheten Melkert-I-baan. - -Uit de ratio en strekking van het middelenvereiste volgt dat het gaat om legale arbeid. Arbeid is legaal als er naast belastingen ook premies sociale verzekeringen worden afgedragen. Het gaat hierbij om de zogenaamde werknemersverzekeringen (WAO, WW en Z(F)W). - -Om te kunnen vaststellen of er sprake is van legale arbeid wordt alleen in geval van twijfel geverifieerd bij de desbetreffende uitvoeringsinstelling of de werknemer daar geregistreerd staat. Er kan daar nagegaan worden wat de aard van het dienstverband is en of er premies voor de betreffende werknemer worden afgedragen. - -In bepaalde gevallen kan dit direct worden geverifieerd. Indien directe verificatie niet mogelijk is, is het volgende van toepassing. - -Indien blijkt dat de aard van het dienstverband, zoals die is aangemeld, anders is dan in de arbeidsovereenkomst staat vermeld, wordt aan die arbeidsovereenkomst niet de gebruikelijke waarde toegekend. De te verwachten duur van de inkomsten komt dan niet overeen met de duur van de arbeidsovereenkomst. In dat geval is niet voldaan aan het duurzaamheidsvereiste. - -Om vast te stellen of er premies worden afgedragen voor de individuele werknemer kunnen zich de volgende situaties voordoen: - -– Indien door de werkgever geen enkele arbeidsovereenkomst is aangemeld, wordt aangenomen dat er geen premies voor de betrokken werknemer worden afgedragen. Indien de individuele arbeidsovereenkomst niet tussentijds is aangemeld, wordt aangenomen dat er geen premies ten behoeve van de betrokken werknemer worden afgedragen. -– de werkgever wordt geacht ingevolge een goed werkgeversschap in het belang van zijn werknemer de arbeidsovereenkomst tussentijds aan te melden, als hij weet hoe belangrijk dat is voor een werknemer voor wie gezinsvorming of gezinshereniging aan de orde is. Als de werkgever dat desondanks niet doet, kan de werknemer hem daarop aanspreken. De werknemer kan de werkgever met name ook verzoeken om een afschrift van de aanmelding van de arbeidsovereenkomst, zodat dat bij de aanvraag om een verblijfsvergunning kan worden overgelegd. Dit afschrift dient een aantekening te bevatten inhoudende dat de melding door de uitvoeringsinstantie is ontvangen (ontvangststempel). -– indien een werkgever een aantal werknemers heeft aangemeld, maar een betalingsachterstand heeft, anders gezegd, de betaling van voorschotten heeft gestaakt, is er aanleiding om aan te nemen dat er ook voor de individuele werknemer niet langer premies worden afgedragen. -– indien de individuele arbeidsovereenkomst wel is aangemeld en er (voorschotten ter zake van) sociale premies worden afgedragen – dus een totaalsom – wordt er in het algemeen van uitgegaan dat premieafdracht ook ten behoeve van de betrokken hoofdpersoon plaatsvindt. Voorts wordt in genoemde twijfelgevallen ook geverifieerd bij de Belastingdienst of ter zake belastingen worden afgedragen. Dan geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor de af te dragen premies. - -Voorts mag die arbeid niet worden verricht in strijd met de Wav. Zo wordt het inkomen uit arbeid in loondienst van een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aangemerkt als zelfstandige middelen van bestaan, indien het die vreemdeling ingevolge de Wav niet is toegestaan die arbeid te verrichten. - -Evenzo wordt het inkomen uit arbeid in loondienst niet aangemerkt als zelfstandige middelen van bestaan, indien de arbeidsovereenkomst niet is aangemeld bij de desbetreffende uitvoeringsinstantie of wanneer ter zake geen premies sociale verzekeringen worden afgedragen of wanneer ter zake geen belastingen worden afgedragen. - -De aanvraag wordt afgewezen wegens het niet zelfstandig beschikken over inkomsten uit arbeid in loondienst, indien de inkomsten zijn verkregen uit arbeid die niet wettelijk is toegestaan of geen premies sociale verzekeringen of geen belastingen worden afgedragen. Voor personeel in dienst van een ambassade of consulaat van een andere mogendheid gelden hierop uitzonderingen (zie B12/2.2.2.1). +Om te kunnen vaststellen of er sprake is van legale arbeid wordt alleen in geval van twijfel geverifieerd bij de desbetreffende uitvoeringsinstelling of de werknemer daar geregistreerd staat. Er kan daar nagegaan worden wat de aard van het dienstverband is en of er premies voor de betreffende werknemer worden afgedragen. In bepaalde gevallen kan dit direct worden geverifieerd. Indien directe verificatie niet mogelijk is, is het volgende van toepassing. Indien blijkt dat de aard van het dienstverband, zoals die is aangemeld, anders is dan in de arbeidsovereenkomst staat vermeld, wordt aan die arbeidsovereenkomst niet de gebruikelijke waarde toegekend. De te verwachten duur van de inkomsten komt dan niet overeen met de duur van de arbeidsovereenkomst. In dat geval is niet voldaan aan het duurzaamheidsvereiste. Het beschikken over inkomen uit arbeid in loondienst wordt aangetoond door het overleggen van: @@ -835,151 +794,43 @@ Het beschikken over inkomen uit arbeid in loondienst wordt aangetoond door het o – (indien de arbeidsovereenkomst minder dan drie maanden geleden is aangevangen) afschriften van loonstroken over het aantal gewerkte maanden direct voorafgaand aan de aanvraag; – een afschrift van een officieel document waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst bij de uitvoeringsinstelling is aangemeld (zie ook hiervoor onder ‘verificatie in geval van twijfel’). Als dit bewijsstuk niet bij het indienen van de aanvraag is overgelegd, hoeft de aanvrager niet in de gelegenheid te worden gesteld dit alsnog te overleggen, indien geen twijfel bestaat dat de vereiste premies worden afgedragen. -Indien dit voor de besluitvorming relevant is (zie B1/4.3.2 onder ‘Flexibele arbeidsovereenkomsten en kortlopende arbeidscontracten’), worden met betrekking tot het arbeidsverleden tevens overgelegd: - -– afschriften van arbeids- dan wel uitzendovereenkomsten van de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag; en -– afschriften van jaaropgaven over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag; en -– (voor zover van toepassing) uitkeringsbeschikkingen en -specificaties over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag. - -Indien dat voor de beoordeling van het arbeidsverleden noodzakelijk is, kan tevens worden gevraagd om loonstroken over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag. - -Indien er een verschil van mening tussen werkgever en werknemer bestaat over de duur van de arbeidsovereenkomst, kan deze tevens worden onderbouwd met een uitspraak van de kantonrechter (zie B1/4.3.2 onder ‘Bewijsmiddelen en Wet Flexibiliteit en Zekerheid’). - -Bij twijfel of het loon daadwerkelijk wordt uitbetaald kan ter meerdere zekerheid om bank/giro-afschriften of uitbetalingskwitanties worden gevraagd die op de betreffende loonstaten of het relevante arbeidsverleden betrekking hebben. - -Indien de voornoemde bescheiden – voor zover nodig voor de beoordeling van het middelenvereiste – niet zijn overgelegd, of indien deze naar het oordeel van de Minister op relevante onderdelen inconsistenties, tegenstrijdigheden, hiaten of ongerijmdheden vertonen, is – ongeacht de gestelde hoogte en duurzaamheid van de inkomsten – niet aangetoond dat aan het middelenvereiste wordt voldaan. - -Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt aangemerkt inkomen uit een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet, waarvoor premie is afgedragen. Het gaat hierbij om: - -– WW; -– WAO; -– ZW; -– WAZ; -– AOW; -– de Algemene nabestaandenwet; het recht op deze uitkering vervalt onder meer als de nabestaande 65 jaar wordt, hertrouwt dan wel met iemand een gezamenlijke huishouding gaat voeren; en -– de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten. - Voor al deze uitkeringen geldt dat slechts die uitkeringen worden meegeteld, die reeds daadwerkelijk zijn toegekend met een beschikking van de betreffende uitkeringsinstantie. Met de omstandigheid dat een persoon in de toekomst op grond van premieafdracht aanspraak zou kunnen maken op een dergelijke uitkering (bijvoorbeeld na beëindiging van de arbeidsovereenkomst), wordt geen rekening gehouden. -Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt tevens aangemerkt inkomen uit eigen vermogen, bijvoorbeeld inkomsten uit (lijf)rente, aandelen, obligaties, huur of kostgeld. Daarbij geldt dat de bron van de inkomsten uit eigen vermogen niet mag worden aangetast. - -Deze inkomsten worden eerst als duurzaam aangemerkt, indien zij op het moment van de aanvraag (of de beschikking) nog beschikbaar zijn voor een periode van één jaar, en deze inkomsten op dat moment reeds gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest. - -De inkomsten worden aangetoond door overlegging van in ieder geval de opgaaf aan de Inspecteur der Belastingen over het jaar direct voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend of het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven. - -Dat de vereiste belastingen worden afgedragen, wordt aangenomen indien de vorenvermelde belastingopgaaf is overgelegd. Ingeval van twijfel kan worden gevraagd additionele bewijsmiddelen te overleggen waaruit blijkt dat aan de verschuldigde belasting is afgedragen. - -Voor de berekening van de hoogte van het inkomen uit vermogen in de zin van het vreemdelingenrecht wordt geen rekening gehouden met de verschuldigde inkomstenbelasting over het forfaitair rendement op vermogen. - -Ten aanzien van inkomsten uit huur geldt verder nog het volgende. Omdat de daadwerkelijke inkomsten uit verhuur van woonruimte niet kan blijken uit de belastingopgaaf wordt het beschikken over deze inkomsten aangetoond door tevens een afschrift van de huurovereenkomst te overleggen. Hieruit moet in ieder geval blijken: de duur waarvoor de huurovereenkomst is aangegaan en de huurprijs in de zin van de Huurprijzenwet woonruimte. Ingeval van twijfel aan het daadwerkelijk verwerven van de inkomsten kan worden gevraagd additionele bewijsmiddelen te overleggen, bijvoorbeeld bank- of giroafschriften. - -Periodieke uitkeringen op grond van een stamrechtovereenkomst – waarbij het uitgekeerde vermogen afkomstig is uit bijvoorbeeld een ontslagvergoeding die is ondergebracht in een stamrecht-bv – tasten over het algemeen de bron van het eigen vermogen aan. Tenzij de vreemdeling aantoont dat de periodieke uitkeringen de bron van het vermogen niet aantast, wordt inkomen genoten uit een zogenoemde stamrecht-overeenkomst niet meegeteld bij de bepaling van de middelen van bestaan in de zin van de Vw. +Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt tevens aangemerkt inkomen uit eigen vermogen, bijvoorbeeld inkomsten uit rente, aandelen, obligaties of verhuur van een zelfstandige woning. Daarbij geldt dat de bron van de inkomsten uit eigen vermogen niet mag worden aangetast. Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt tevens aangemerkt: – alimentatie die wordt ontvangen ten behoeve van kinderen; -– vakantiegeld; -– contractueel vastgelegde uitbetaling van een dertiende maand; -– structurele onregelmatigheidstoeslag; -– structurele overwerkvergoeding; -– soldij; – inkomsten uit een particuliere pensioenverzekering. Indien de vreemdeling verblijf beoogt als echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner van de hoofdpersoon die deze inkomsten ontvangt, kunnen deze middelen slechts als duurzaam worden aangemerkt indien met een verklaring van de betreffende verzekeraar is aangetoond dat het recht op uitkering niet ophoudt in geval van samenwonen of (her)trouwen; +– inkomsten uit uitkeringen van een lijfrentepolis of stamrechtovereenkomst mits aangetoond is dat loonbelasting en de premie van de Zorgverzekeringswet worden ingehouden; +– inkomsten uit kostgeld en particuliere verhuur (verhuur van woonruimte in het huis waar de hoofdpersoon woonachtig is) mits deze inkomsten bij de Belastingdienst worden opgegeven; +– inkomsten uit uitbetaling van de levensloopregeling; – stijging van het netto-inkomen door toekenning van een heffingskorting, niet zijnde de kinderkorting en de aanvullende kinderkorting. Deze stijging wordt door de vreemdeling aangetoond door een beschikking van de Belastingdienst te overleggen, waaruit de toekenning van de (hoogte van de) desbetreffende heffingskorting blijkt. Hierbij geldt dat alleen het te ontvangen bedrag zoals aangegeven op een (voorlopige) beschikking van de Belastingdienst (exclusief de (aanvullende) kinderkorting) kan worden meegeteld bij de bepaling van de hoogte van de middelen. Het recht op een heffingskorting kan echter vervallen na bijvoorbeeld de inreis van de vreemdeling of door samenwoning van de hoofdpersoon; +– inkomsten uit de Algemene oorlogsongevallen regeling; – inkomsten uit de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945; – inkomsten uit de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945; – inkomsten uit de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945; – inkomsten uit de Wet Buitengewoon Pensioen Zeelieden-Oorlogsslachtoffers; – inkomsten uit de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet. -Deze inkomensbestanddelen kunnen derhalve worden meegeteld bij de berekening van het totale inkomen. - -Niet als (bestanddeel van de) middelen van bestaan wordt aangemerkt een uitkering of bijdrage uit de publieke middelen op grond van sociale voorziening waarvoor geen premie wordt afgedragen krachtens: - -– de Abw; -– Wwb; -– het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen; -– de Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; -– de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen; -– de Wet inkomensvoorziening kunstenaars; -– de Toeslagenwet; -– de Wet Werkloosheidsvoorziening (overgangsregeling op grond van artikel 5 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, Stb. 1986, 567); -– Wajong; en -– de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria. - -Voorts wordt niet als (bestanddeel van de) middelen van bestaan aangemerkt: - -– een beurs krachtens de Wet Studiefinanciering (Stb. 1991, 112); -– bijdragen in de vorm van subsidies (zoals het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, het Fonds voor de scheppende toonkunst, etc.); -– huursubsidie; -– alimentatie die betaald wordt aan de ex-echtgeno(o)t(e); -– kinderbijslag; -– pleeggeld ten behoeve van een in het gezin opgenomen pleegkind (conform artikel 4 Wwb); -– periodieke giften; -– toekomstige loonsverhoging; -– reiskostenvergoeding; -– loon in natura anders dan omschreven bij de zelfstandige inkomsten uit arbeid in loondienst (bijv. PC-privé); -– spaarloonregelingen; -– winstdeling; -– vermogen; -– huur/kostgeld dat betaald wordt; -– hypotheeklasten; -– hypotheekaftrek voor de belasting; -– bijtelling voor de belasting wegens privé-gebruik van een auto van de zaak; -– schulden bij derden, de bank of de werkgever; -– tegoeden bij derden of de werkgever (met uitzondering van loontegoeden); -– een Persoonsgebonden Budget op grond van de Regeling subsidies Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, tenzij de vreemdeling door een derde betaald wordt uit het Persoonsgebonden Budget en voor de vreemdeling feitelijk sprake is van een inkomen uit arbeid; -– een uitkering op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers; -– een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000; -– inkomsten uit de Tijdelijke Vergoedingsregeling Psychotherapie na-oorlogse generatie; -– inkomsten uit een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. - -Deze bestanddelen hebben derhalve geen invloed op de hoogte van de middelen van bestaan in de zin van de Vw. - ##### 4.3.2. Duurzaamheid van de middelen van bestaan Ingevolge artikel 3.75 Vb moeten middelen van bestaan duurzaam zijn. Als hoofdregel geldt dat de zelfstandig verworven inkomsten ten minste nog een jaar beschikbaar zijn. Afhankelijk van de bron waaruit de inkomsten zijn verworven, zijn nadere regels vastgesteld. +*Proeftijd* + Aan de omstandigheid dat bij een arbeidsovereenkomst een proeftijd is overeengekomen, wordt voor de bepaling van de duurzaamheid geen betekenis toegekend. Als op het moment dat de aanvraag wordt beoordeeld, de proeftijd nog niet is verstreken, is dat geen reden om de beslissing op de aanvraag aan te houden. Daarbij heeft de proeftijd geen negatieve invloed op het oordeel over de duurzaamheid, en wordt de proeftijd niet in mindering gebracht op de duur van de verblijfsvergunning. Ontslag tijdens de proeftijd kan evenwel verblijfsrechtelijke gevolgen hebben (zie voor de regelgeving inzake gezinshereniging en gezinsvorming B2/9.5). In verband met de flexibilisering van de arbeidsmarkt wordt door werkgevers steeds meer gebruik gemaakt van kortdurende en flexibele arbeidsovereenkomsten. Hierdoor worden minder arbeidsovereenkomsten met de minimale duur van één jaar afgesloten. Met het oog op deze ontwikkeling is in het Vb een uitzonderingsregel getroffen ten aanzien van de duurzaamheid van de middelen van bestaan. Beschikt de aanvrager of degene bij wie verblijf wordt beoogd niet over inkomsten die op het moment van de aanvraag, het beslismoment, of op enig tussenliggend moment nog voor een jaar beschikbaar zijn, of is er sprake van een flexibele arbeidsovereenkomst, dan wordt aan de hand van het arbeidsverleden vastgesteld of de duurzaamheid van de inkomsten voor de toekomst is gegarandeerd. -Oproep- of afroepcontracten, nul-urencontracten, min/max-contracten, uitzendwerk, losse dienstverbanden, seizoenswerk, voorovereenkomsten, en overeenkomsten met uitgestelde prestatieplicht worden wel ‘flexibele arbeidsovereenkomsten’ genoemd. Als sprake is van arbeid voor een uitzendbureau, wordt aangenomen dat sprake is van flexibele arbeid als hier bedoeld, tenzij uit de overgelegde bescheiden uitdrukkelijk anders blijkt (zie artikel 3.76 Vb en de toelichting hierop bij ‘Bewijsmiddelen en Wet flexibiliteit en zekerheid’). De Minister begeeft zich immers bij de uitvoering van het bepaalde bij en krachtens de Vw niet op het terrein van het arbeidsrecht. +Op 1 januari 1999 is de Flexwet inwerking getreden. De Flexwet heeft gevolgen voor de arbeidsverhouding tussen een werkgever en een werknemer. Op grond van de Flexwet kan voor een werknemer met een flexibele arbeidsovereenkomst een gunstiger arbeidsrechtelijke positie bestaan, dan aanstonds blijkt uit het arbeidscontract. Informatie over de Flexwet kan worden ingewonnen bij het ministerie van SZW. -Inkomsten uit flexibele arbeidsovereenkomsten worden, gelet op het onzekere karakter dat werken op basis van dergelijke arbeidsovereenkomsten kenmerkt, niet aangemerkt als inkomsten die nog één jaar beschikbaar zijn (op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ontvangen of de beschikking wordt gegeven, dan wel op enig moment tussen beide tijdstippen). Zij zijn derhalve niet duurzaam in de zin van artikel 3.75, eerste lid, Vb. Hieraan doet de duur van de flexibele arbeidsovereenkomst niet af. Eigen aan flexibele arbeidsovereenkomsten is immers dat de hoogte van de inkomsten onregelmatig kan zijn. - -Inkomsten uit een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, waarbij de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode korter dan één jaar, worden evenmin aangemerkt als inkomsten die duurzaam zijn in de zin van artikel 3.75, eerste lid, Vb. - -Ook voor inkomsten uit een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, waarbij de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt binnen één jaar na de datum waarop de aanvraag is ontvangen, geldt dat ook deze niet worden aangemerkt als inkomsten die duurzaam zijn in de zin van artikel 3.75, eerste lid, Vb. - -De voornoemde inkomsten uit arbeid (inclusief werk verricht op basis van een flexibele arbeidsovereenkomst) kunnen echter, in afwijking van de hoofdregel als duurzaam worden aangemerkt, indien ten tijde van de aanvraag (of het tijdstip waarop de beschikking wordt genomen, dan wel op enig moment tussen beide tijdstippen): - -– door de aanvrager of degene bij wie verblijf wordt beoogd aantoonbaar reeds gedurende drie jaar onafgebroken (al dan niet op basis van overeenkomsten met een bepaalde duur) is gewerkt en in die gehele periode een inkomen uit arbeid in loondienst is verworven dat ten minste gelijk is aan de toepasselijke bijstandsnorm in de zin van de Wwb; en -– deze inkomsten uit arbeid voor nog minimaal zes maanden beschikbaar zijn. Dit wordt aangetoond met een verklaring van de werkgever (bijvoorbeeld het uitzendbureau). Voor deze verklaring van de werkgever kan het model conform bijlage 13 VV worden gebruikt, of een verklaring waarin dezelfde inlichtingen als in dit model gevraagd worden, zijn opgenomen. - -Kortdurende tijdvakken van werkloosheid worden bij de driejaarsperiode als inkomen uit arbeid meegeteld. In deze driejaarsperiode mag het totaal van deze tijdvakken van werkloosheid niet meer dan 26 weken bedragen. - -Gedurende de driejaarsperiode, inclusief de tijdvakken van kortdurende werkloosheid, moeten de inkomsten wel zelfstandig zijn verworven (zie B1/4.3.1). Er mag geen (aanvullende) uitkering krachtens de Wwb zijn ontvangen. Uitsluitend inkomsten uit arbeid in loondienst worden meegeteld; gedurende de driejaarsperiode verworven inkomsten uit arbeid als zelfstandige blijven derhalve buiten beschouwing. - -Voorts moeten de inkomsten van voldoende hoogte zijn geweest (zie B1/4.3.3 en hieronder). - -In geval van gezinshereniging wordt met ‘toepasselijke bijstandsnorm’ bedoeld de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21 Wwb voor de desbetreffende categorie alleenstaanden, alleenstaande ouders of echtparen en gezinnen (met inbegrip van vakantiegeld), al naar gelang de situatie die ontstaat als het verblijf zou worden toegestaan. Als de aanvrager bijvoorbeeld verblijf beoogt bij de echtgeno(o)t(e) in het kader van gezinshereniging is de toepasselijke bijstandsnorm de bijstandnorm voor echtparen. - -In geval van gezinsvorming is het normbedrag gelijk aan 120% van het netto minimumloon voor volwassenen van 23 jaar en ouder als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 Vw minimumloon en minimumvakantiebijslag, inclusief de netto vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet. Dit komt overeen met 120% van het netto normbedrag voor gehuwden, bedoeld in artikel 21 Wwb (eveneens inclusief vakantiebijslag). - -In beide gevallen moet aantoonbaar reeds gedurende drie jaar onafgebroken zijn gewerkt en in die gehele periode een inkomen uit arbeid zijn verworven dat ten minste gelijk is aan de toepasselijke norm voor echtparen, waarbij deze inkomsten bovendien voor nog minimaal zes maanden beschikbaar moeten zijn. - -Hierbij wordt ook voor de beoordeling van de driejaarsperiode uitgegaan van hetzelfde geldbedrag, als de hoogte van de bijstandsnorm die geldt voor de toekomstige periode van nog minimaal zes maanden. Er wordt derhalve steeds een beoordeling gemaakt aan de hand van één geldbedrag, en nadrukkelijk niet van de (in de loop der tijd steeds gewijzigde) bijstandsnormen zoals deze golden gedurende de driejaarsperiode. Immers, aan de hand van de inkomsten uit het verleden wordt beoordeeld of deze in de toekomst van voldoende hoogte zullen zijn. - -Op 1 januari 1999 is de Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Stb. 1998, 300), de zogenoemde Flexwet, in werking getreden. De Flexwet heeft gevolgen voor de arbeidsverhouding tussen een werkgever en een werknemer. Op grond van de Flexwet kan voor een werknemer met een flexibele arbeidsovereenkomst een gunstiger arbeidsrechtelijke positie bestaan, dan aanstonds blijkt uit het arbeidscontract. Informatie over de Flexwet kan worden ingewonnen bij het ministerie van SZW. - -Ten aanzien van de Flexwet geldt, ingevolge artikel 3.76 Vb, dat de Minister zich bij de uitvoering van het bepaalde bij en krachtens de Vw niet begeeft op het terrein van het arbeidsrecht en eventuele geschillen tussen werkgever en werknemer. - -Indien er een verschil van mening tussen werkgever en werknemer bestaat, dient de werknemer zich eerst te wenden tot zijn werkgever en – als dit tot een geschil leidt dat niet buiten rechte wordt opgelost – tot de kantonrechter. De onderzoeksplicht van de Minister gaat niet zover dat hij zich zelfstandig een oordeel vormt over de arbeidsverhouding tussen de werkgever en de werknemer. Wanneer de Minister vooruit zou lopen op de uitspraak van de kantonrechter in het geschil tussen werkgever en werknemer en de stelling dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als (on)juist zou aanvaarden, zou dat onbedoelde en ongewenste effecten kunnen hebben op dit arbeidsgeschil. Zo zou de werknemer of werkgever zich kunnen beroepen op hetgeen de Minister heeft gesteld. - -Bij de duurzaamheid van inkomsten uit de Algemene nabestaandenwet is van belang dat het recht op deze uitkering onder meer vervalt als de nabestaande 65 jaar wordt, hertrouwt dan wel met iemand een gezamenlijke huishouding gaat voeren. Bij de beoordeling van de duurzaamheid wordt hiermee rekening gehouden. Om die reden worden inkomsten uit deze bron in ieder geval niet duurzaam geacht indien op grond van het doel waarvoor verblijf wordt aangevraagd vaststaat dat de hoofdpersoon (met de vreemdeling) zal gaan samenwonen. Dat de uitkering op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend of de beslissing wordt genomen wel over deze uitkering wordt beschikt, doet daaraan niet af. +Bij de duurzaamheid van inkomsten uit de Algemene nabestaandenwet is van belang dat het recht op deze uitkering onder meer vervalt als de nabestaande 65 jaar wordt, hertrouwt dan wel met iemand een gezamenlijke huishouding gaat voeren. Bij de beoordeling van de duurzaamheid wordt hiermee rekening gehouden. Om die reden worden inkomsten uit deze bron in ieder geval niet duurzaam geacht indien op grond van het doel waarvoor verblijf wordt aangevraagd vaststaat dat de hoofdpersoon (met de vreemdeling) zal gaan samenwonen. Dat op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend of de beslissing wordt genomen wel over deze uitkering wordt beschikt, doet daaraan niet af. De stijging van netto-loon door de toepassing van (algemene) heffingskortingen hoeft niet altijd een duurzame stijging van de middelen van bestaan tot gevolg te hebben. Indien het recht op belastingvermindering vervalt, door bijvoorbeeld samenwoning van de hoofdpersoon al dan niet met de vreemdeling of door de inreis van de vreemdeling, dan kan de stijging van het inkomen door toepassing van de heffingskorting niet als duurzaam worden aangemerkt. De omstandigheid dat de heffingskorting aantoonbaar wordt genoten op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend of de beslissing wordt genomen, doet daaraan niet af. +Onregelmatige inkomsten (overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien) en loon in natura worden als duurzaam aangemerkt wanneer deze inkomsten structureel zijn. De onregelmatige inkomsten en het loon in natura worden als structureel aangemerkt wanneer deze in de twaalf maanden voorafgaande aan de aanvraag of het moment van beschikken tenminste 11 maanden zijn verworven. Slechts het laagste maandelijkse netto bedrag aan overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag, fooien of loon in natura mag worden opgeteld bij het contractueel vastgestelde netto-maandloon. Het is niet toegestaan de over een heel jaar extra verdiende inkomsten te middelen en dat op te tellen bij het netto-maandinkomen. + ##### 4.3.3. Voldoende middelen van bestaan De middelen van bestaan moeten ingevolge artikel 3.74 Vb voldoende zijn. @@ -1157,77 +1008,29 @@ Ingevolge het tweede lid van zowel artikel 16 als 18 Vw kunnen bij of krachtens #### 4.7. Inburgeringsvereiste -Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder h, Vw kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden afgewezen indien de vreemdeling, die niet behoort tot een der categorieën, bedoeld in artikel 17, eerste lid, Vw na verkrijging van rechtmatig verblijf in Nederland nieuwkomer zou zijn in de zin van de Wet inburgering nieuwkomers en niet beschikt over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en de Nederlandse maatschappij. +Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder h, Vw kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden afgewezen indien de vreemdeling, die niet behoort tot een der categorieën, bedoeld in artikel 17, eerste lid, Vw na verkrijging van rechtmatig verblijf in Nederland, inburgeringsplichtig zou zijn op grond van de artikelen 3 en 5 Wet inburgering en niet beschikt over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en de Nederlandse maatschappij. -Ingevolge artikel 16, derde lid, Vw is het eerste lid, onder h, niet van toepassing op de vreemdeling die de Surinaamse nationaliteit bezit en die met bij ministeriële regeling vastgestelde bescheiden heeft aangetoond in Suriname of Nederland lager onderwijs in de Nederlandse taal te hebben gevolgd. +Vreemdelingen in de leeftijd van 16 tot 65 jaar zijn ingevolge de Wet inburgering inburgeringsplichtig en dienen derhalve het basisexamen inburgering buitenland met goed gevolg af te leggen tenzij zij zijn vrijgesteld ingevolge de artikelen 3 en 5 Wet inburgering (zie B1/4.7.1). -Ingevolge artikel 16, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Deze regels zijn neergelegd in artikelen 3.71a, 3.98a, 3.98b, 3.98c en 39.8d Vb en de artikelen 3.10, 3.11, 3.12 en 3.13 VV. +##### 4.7.1. Niet inburgeringsplichtig of vrijstelling -Ingevolge artikel 3.98c, derde lid, Vb worden de resultaten van het basisexamen inburgering door middel van het geautomatiseerde systeem beoordeeld. - -Aangezien de resultaten van de onderzoeken die zijn uitgevoerd naar de kwaliteit van de toetsen, ruimte laten voor onduidelijkheid omtrent de mate waarin de beoordeling aan de hand van het geautomatiseerde systeem vergelijkbaar is met die door menselijke examinatoren, worden de resultaten van het basisexamen in de eerste fase na invoering daarvan een tweede maal door menselijke examinatoren beoordeeld. In verband hiermee is in artikel II Vb opgenomen dat in afwijking van artikel 3.98c, derde lid, Vb de resultaten van het basisexamen inburgering, die door middel van het geautomatiseerde systeem zijn beoordeeld, nogmaals beoordeeld worden door examinatoren, indien het basisexamen is afgelegd voor een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. - -Als hoofdregel geldt dat vreemdelingen die duurzaam in Nederland willen verblijven, dat wil zeggen voor een verblijfsdoel dat niet-tijdelijk van aard is, voorafgaand aan hun komst naar Nederland over basiskennis van de Nederlandse taal en samenleving beschikken. Deze hoofdregel geldt niet voor vreemdelingen die voor een tijdelijk verblijfsdoel naar Nederland komen, zoals studenten, au pairs en vreemdelingen die in Nederland een medische behandeling ondergaan. - -De hoofdregel geldt voor vreemdelingen die voor hun komst naar Nederland in het bezit moeten zijn van een mvv in het kader van bijvoorbeeld gezinshereniging of gezinsvorming, en die na hun komst naar Nederland als nieuwkomer in de zin van de Wet inburgering nieuwkomers inburgeringspichtig zouden zijn. - -Hetzelfde geldt voor verblijf als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, ondanks dat zij doorgaans geen duurzaam verblijf in Nederland beogen (zie B1/4.7.1). - -Vreemdelingen in de leeftijd vanaf 16 jaar zijn voor toepassing van de Wet Inburgering Nieuwkomers met een nieuwkomer gelijk gesteld en derhalve inburgeringsplichtig. - -De basiskennis, die de vreemdeling reeds voor komst naar Nederland in het buitenland moet hebben verworven, wordt in het buitenland beoordeeld aan de hand van het basisexamen inburgering, tenzij de vreemdeling daarvan is vrijgesteld. De resultaten van het basisexamen worden betrokken bij de aanvraag om een mvv. - -De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt afgewezen indien de vreemdeling het basisexamen inburgering niet met goed gevolg heeft afgelegd, tenzij: - -– de vreemdeling de Surinaamse nationaliteit bezit en met krachtens artikel 16, derde lid, Vw vastgestelde bescheiden heeft aangetoond lager onderwijs in Suriname of Nederland te hebben gevolgd, dan wel -– artikel 3.71a, tweede lid, Vb van toepassing is, of -– de vreemdeling de leeftijd van 65 jaren heeft bereikt. - -In artikel 4:2, tweede lid, Awb is bepaald dat de aanvrager bij indiening van de aanvraag de gegevens en bescheiden dient te verschaffen die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het is daarbij aan de vreemdeling, als potentiële nieuwkomer, om aan te tonen dat hij over de vereiste basiskennis van de Nederlandse taal en Nederlandse samenleving beschikt. De enige wijze die hem daartoe ter beschikking staat is het met goed gevolg afleggen van een basisexamen inburgering. Daaronder vallen ook gegevens en bescheiden met betrekking tot de eventuele vrijstelling van het basisexamen inburgering. - -Indien de vreemdeling bij de aanvraag niet de noodzakelijke gegevens voor eventuele vrijstelling van het basisexamen inburgering overlegt, wordt hij met toepassing van artikel 4:5 Awb in de gelegenheid gesteld gedurende een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen voordat daarop wordt beslist. In deze periode wordt de beslistermijn met toepassing van artikel 4:15 Awb opgeschort. Als de vreemdeling binnen die redelijke termijn geen gegevens en bescheiden met betrekking tot de eventuele vrijstelling van het basisexamen inburgering heeft overgelegd, wordt op de aanvraag beslist. - -In deze paragraaf zijn algemene regels opgenomen over het basisexamen inburgering buitenland. Het basisexamen inburgering buitenland is van toepassing op aanvragen tot verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging en gezinsvorming met een hoofdpersoon die een verblijfsrecht heeft dat niet-tijdelijk van aard is of die Nederlander is, tenzij nadrukkelijk anders is vermeld. Ten aanzien van bepaalde categorieën vreemdelingen zijn elders in het Vb, het VV en de Vc in de betreffende materiehoofdstukken (zie B2 en verder) andersluidende bepalingen opgenomen. - -##### 4.7.1. Vrijstelling +Uit de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering blijkt of de vreemdeling wel of niet inburgeringsplichtig is. Als de vreemdeling in Nederland niet inburgeringsplichtig is, dan is de vreemdeling ook niet inburgeringsplichtig in het buitenland en hoeft het basisexamen inburgering niet afgelegd te worden. De vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit is op grond van artikel 16, derde lid, Vw vrijgesteld van het basisexamen inburgering, indien hij heeft aangetoond in Suriname of Nederland lager onderwijs in de Nederlandse taal te hebben gevolgd. Conform artikel 3.13 VV dienen daartoe de volgende bescheiden te worden overgelegd: -a. een origineel diploma van de lagere school, behaald in Suriname voor 25 november 1975 en een verklaring van het Centraal Bureau Burgerzaken waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van afronding van de lagere school woonachtig is geweest in Suriname; +a. een origineel diploma van de lagere school, behaald in Suriname voor 25 november 1975 en een verklaring van het Centraal Bureau Burgerzaken waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van afronding van de lagere school woonachtig is geweest in Suriname; b. een door het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling afgegeven schooldiploma of getuigschrift afgegeven na 25 november 1975 voorzien van een apostille; c. een in Nederland gehaald diploma hoger dan dat van het lager onderwijs; -d. een historisch overzicht uit het Vestigingsregister te Den Haag waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf dan wel twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland; of -e. een uittreksel uit de GBA waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf dan wel twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland. - -Andere bescheiden dan daar vermeld, leiden niet tot vrijstelling op deze grond. - -Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op vreemdelingen die na verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland geen nieuwkomer in de zin van de Wet Inburgering Nieuwkomers zullen zijn, bijvoorbeeld omdat zij voor een tijdelijk doel naar Nederland komen, zoals studenten, au pairs en vreemdelingen die in Nederland een medische behandeling ondergaan. Deze groep is reeds in artikel 16, eerste lid, onder h, Vw van het inburgeringsvereiste uitgezonderd. Bij de bepaling of sprake is van een tijdelijk doel wordt artikel 1, tweede lid, Wet inburgering nieuwkomers toegepast, alsmede artikel 2 van de Regeling aanwijzing nieuwkomers wegens verblijf voor tijdelijk doel. - -Aldus is tijdelijk verblijf het verblijf: - -– voor arbeid in loondienst waarvoor een TWV is verleend; -– voor arbeid als zelfstandige; -– voor studie (inclusief voorbereiding op studie); -– in het kader van een cultureel uitwisselingsprogramma; -– als au pair; -– als Amv; -– voor medische behandeling; -– als slachtoffer van mensenhandel; -– voor familiebezoek; -– als niet-geprivilegieerde NAVO-vreemdeling; -– als kennismigrant. - -Tot deze categorie behoort ook het verblijf van de gezinsleden van de vreemdelingen die voor bovengenoemde verblijfsdoelen zijn toegelaten. - -Als uitzondering geldt dat geestelijk bedienaren wel inburgeringsplichtig zijn, ondanks dat hun verblijf tijdelijk van aard is. Zij worden niet vrijgesteld, omdat zij als nieuwkomer worden aangemerkt in de zin van de Wet Inburgering Nieuwkomers, ingevolge artikel 1 van de Regeling aanwijzing bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering. Deze categorie komt overeen met de categorie personen die arbeid verricht als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, onder d, Vb. +d. een historisch overzicht uit het Vestigingsregister te Den Haag waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf, twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland; of +e. een uittreksel uit de GBA waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf, twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland. Het inburgeringsvereiste is evenmin van toepassing op vreemdelingen die, om voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in aanmerking te kunnen komen, niet hoeven te beschikken over een geldige mvv. In artikel 16, eerste lid, onder h, Vw is reeds voorzien in een uitzondering voor de in artikel 17, eerste lid, Vw genoemde categorieën vreemdelingen, waartoe ook behoren de in artikel 3.71, tweede lid, Vb genoemde categorieën vreemdelingen, aan wie het ontbreken van een geldige mvv niet wordt tegengeworpen. Het inburgeringsvereiste wordt niet tegengeworpen aan het gezinslid van de hoofdpersoon die houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. -Als hoofdregel geldt dat langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (in de zin van richtlijn 2003/109 voor hun komst naar Nederland het basisexamen inburgering niet behoeven af te leggen indien zij reeds in de lidstaat die hen de status van EG-langdurig ingezetene heeft verleend aan integratievoorwaarden hebben voldaan. Zij behoeven evenmin te voldoen aan het inburgeringsvereiste, indien zij voor arbeid of studie in Nederland verblijf beogen, omdat het verblijf betreft dat slechts tijdelijk van aard is. +Als hoofdregel geldt dat langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (in de zin van Richtlijn 2003/109) voor hun komst naar Nederland het basisexamen inburgering niet behoeven af te leggen indien zij reeds in de lidstaat die hen de status van EG-langdurig ingezetene heeft verleend aan integratievoorwaarden hebben voldaan. Zij behoeven evenmin te voldoen aan het inburgeringsvereiste, indien zij voor arbeid of studie in Nederland verblijf beogen, omdat het verblijf betreft dat slechts tijdelijk van aard is. ##### 4.7.2. Ontheffing @@ -1759,7 +1562,7 @@ Indien bedoelde twaalf jaren zijn verstreken weegt het algemene belang niet (lan #### 7.4. Middelen van bestaan -De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet verleend aan vreemdelingen die niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, Vw). Het duurzame en zelfstandige inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft wordt meegeteld. Voor zelfstandig, zie artikel 3.73 Vb; B1/4.3.1. Voor voldoende, zie artikel 3.74 Vb; B1/4.3.3. Voor duurzaam, zie artikel 3.75 Vb; B1/4.3.2. +De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet verleend aan vreemdelingen die niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Wanneer de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam over middelen van bestaan beschikt ter hoogte van minimaal de alleenstaande norm kan het duurzame en zelfstandige inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft wordt meegeteld. Dan geldt wel de toepasselijke gezinsnorm. Voor het begrip zelfstandig in dit verband, zie artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1. Voor het begrip voldoende middelen van bestaan, zie artikel 3.74 Vb en B1/4.3.3. Voor het begrip duurzaam, zie artikel 3.75 Vb en B1/4.3.2. Onder gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft, wordt hier verstaan: @@ -1768,9 +1571,7 @@ Onder gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft, wordt hier verstaan: De aanvraag wordt niet afgewezen op het middelenvereiste, indien: -a. de vreemdeling gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw heeft gehad (zie artikel 21, tweede lid, Vw); - -als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel eveneens meetellen; +a. de vreemdeling gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw heeft gehad (zie artikel 21, tweede lid, Vw); als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel eveneens meetellen; b. de vreemdeling: – in Nederland is geboren of voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef; @@ -1778,14 +1579,13 @@ b. de vreemdeling: – inmiddels achttien jaar is; in afwijking van het eerste lid van artikel 21 Vw behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn (zie artikel 21, vierde lid, Vw); c. de vreemdeling: -– als minderjarige onder een beperking verband houdende met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad; -– de gezinsband niet binnen een jaar na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (als bedoeld in artikel 14 Vw) is verbroken; -– de vreemdeling sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; -– de vreemdeling inmiddels achttien jaar is; en -– de vreemdeling ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw (zie artikel 21, vijfde lid, Vw); -– als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel, eveneens meetellen; -d. de aanvraag wordt niet afgewezen op het middelenvereiste, indien de vreemdeling duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke uitkering is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55% op basis van een volledige werkweek (zie artikel 3.94 Vb); -e. de aanvraag wordt niet afgewezen op het middelenvereiste, indien de vreemdeling gebruik kan maken van de in artikel 3.92 Vb geregelde terugkeeropties. +1. als minderjarige onder een beperking verband houdende met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad; +2. de gezinsband niet binnen een jaar na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (als bedoeld in artikel 14 Vw) is verbroken; +3. de vreemdeling sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; +4. de vreemdeling inmiddels achttien jaar is; en +5. de vreemdeling ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw (zie artikel 21, vijfde lid, Vw). Als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel, eveneens meetellen; +d. de vreemdeling duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke uitkering is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55% op basis van een volledige werkweek (zie artikel 3.94 Vb); +e. de vreemdeling gebruik kan maken van de in artikel 3.92 Vb geregelde terugkeeropties. #### 7.5. Openbare orde @@ -1836,53 +1636,20 @@ Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder d, Vw kan de verblijfsvergunning regulie #### 9.1. De aanvraag -De verblijfsvergunning regulier (zowel voor bepaalde tijd als ook voor onbepaalde tijd) wordt op aanvraag verleend. Daarop bestaan ingevolge artikel 3.6 Vb slechts drie uitzonderingen, waarin de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) ambtshalve kan worden verleend. +De verblijfsvergunning regulier (zowel voor bepaalde tijd als ook voor onbepaalde tijd) wordt op aanvraag verleend. Daarop bestaan ingevolge artikel 3.6 Vb slechts drie uitzonderingen, waarin de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) ambtshalve kan worden verleend. De verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ook van de hierboven genoemde verblijfsvergunningen (beperkingen), geschiedt op aanvraag. Deze verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan wel ambtshalve worden gewijzigd. Tenslotte wordt een verzoek om heroverweging van een eerdere afwijzende beschikking aangemerkt als een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 1, onder f, Vw en leidt evenmin tot de ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning. -De verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ook van de hierboven genoemde verblijfsvergunningen (beperkingen), geschiedt op aanvraag. Deze verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan wel ambtshalve worden gewijzigd. Tenslotte wordt een verzoek om heroverweging van een eerdere afwijzende beschikking aangemerkt als een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 1, onder f, Vw en leidt evenmin tot de ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning. +Een vreemdeling kan hetzij middels een model M53, hetzij middels een brief een aanvraag en eventuele vervolgprocedures intrekken. -Een vreemdeling kan hetzij middels een formulier M53, hetzij middels een brief een aanvraag en eventuele vervolgprocedures intrekken. - -Het formulier M53 wordt gebruikt ingeval: - -1. de vreemdeling zich in een politiecel bevindt; -2. de vreemdeling zich in een Huis van Bewaring bevindt; -3. de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend; -4. de vreemdeling zich in een uitzetcentrum bevindt; -5. de vreemdeling zich in een cel van de KMar bevindt. - -Ad 1 tot en met 3 Het formulier model M53 wordt ten overstaan van de politie ingevuld en ondertekend. Indien de vreemdeling de aanvraag en de eventuele vervolgprocedures middels het formulier M53 wenst in te trekken, vergewist de politie zich ervan dat de vreemdeling de inhoud en de strekking van de door hem te ondertekenen verklaring kent en begrijpt. Op het formulier M53 wordt nadrukkelijk vermeld welke procedure(s) wordt (worden) ingetrokken. Zonodig wordt door de politie een (telefonische) tolk ingeschakeld in een taal waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan. De politie maakt verder een proces-verbaal of een ambtelijk verslag op van de reden(en) van de vreemdeling om tot intrekking van de toelatingsprocedure(s) over te gaan en van de omstandigheden waaronder de ondertekening van het formulier M53 plaatsvond. De politie zendt het formulier M53 en het opgemaakte proces-verbaal of het ambtelijke verslag zo spoedig mogelijk door naar de IND. Indien de vreemdeling een raadsman heeft ingeschakeld, neemt de IND na ontvangst van de stukken contact op met de raadsman voor het beëindigen van de procedure(s). - -Ad 4 en 5 Het formulier model M53 wordt ten overstaan van de KMar ingevuld en ondertekend. Indien de vreemdeling de aanvraag en de eventuele vervolgprocedures middels het formulier M53 wenst in te trekken, vergewist de KMar zich ervan dat de vreemdeling de inhoud en de strekking van de door hem te ondertekenen verklaring kent en begrijpt. Op het formulier M53 wordt nadrukkelijk vermeld welke procedure(s) wordt (worden) ingetrokken. Zonodig wordt door de KMar een (telefonische) tolk ingeschakeld in een taal waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan. De KMar maakt verder een proces-verbaal of een ambtelijk verslag op van de reden(en) van de vreemdeling om tot intrekking van de toelatingsprocedure(s) over te gaan en van de omstandigheden waaronder de ondertekening van het formulier M53 plaatsvond. De KMar zendt het formulier M53 en het opgemaakte proces-verbaal of het ambtelijke verslag zo spoedig mogelijk door naar de IND. Indien de vreemdeling een raadsman heeft ingeschakeld, neemt de IND na ontvangst van de stukken contact op met de raadsman voor het beëindigen van de procedure(s). - -In andere dan de hierboven genoemde situaties is intrekking van procedure(s) door middel van een brief van de vreemdeling, zijn wettelijke vertegenwoordiger of gevolmachtigde eveneens mogelijk. +Een vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of gevolmachtigde kan een aanvraag en eventuele vervolgprocedures schriftelijk intrekken. Het op schrift gestelde dient wel ondertekend te zijn door de vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of gevolmachtigde. Uit de inhoud van de brief dient duidelijk naar voren te komen welke aanvraag of vervolgprocedure wordt ingetrokken. In geval van twijfel dient de IND zich ervan te vergewissen welke aanvraag of vervolgprocedure wordt ingetrokken. Hiertoe zal de IND zich schriftelijk tot de vreemdeling, zijn wettelijke vertegenwoordiger of gevolmachtigde wenden. Indien de vreemdeling een raadsman heeft, neemt de IND na ontvangst van de brief contact op met de raadsman voor het beëindigen van de procedure(s). -De IND draagt er zorg voor dat de politie en de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, van het beëindigen van de procedure(s) worden geïnformeerd. +Indien een vreemdeling zich in bewaring bevindt, dient de intrekking te allen tijde te geschieden middels het model M53. Een herhaalde aanvraag is een aanvraag, die op grond van artikel 4:6 Awb kan worden afgewezen (zie artikel 1, onder f, Vw). Het gaat dus om een aanvraag die is ingediend overeenkomstig de formele vereisten van artikel 3.26 tot en met 3.28 of artikel 3.30 tot en met 3.32 VV. -Op grond van artikel 4:6 Awb is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan. - -Er is enkel sprake van nieuwe feiten en omstandigheden indien die: - -– op het moment waarop de eerste aanvraag werd afgewezen niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn; en -– aanleiding geven tot heroverweging van de afwijzing van de eerste aanvraag. - -Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking. De aanvrager behoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld de aanvraag inhoudelijk dan wel procedureel aan te vullen; van het toepassen van artikel 4:5 Awb kan immers worden afgezien. - -Artikel 3.1, eerste lid, Vb bepaalt dat tijdens de behandeling van een aanvraag uitzetting niet achterwege blijft indien naar het voorlopig oordeel van de Minister sprake is van een herhaalde aanvraag. Gelet op de strekking van dit artikel is het noodzakelijk om een herhaalde aanvraag met grote voortvarendheid te behandelen. - -Worden wel nieuw gebleken feiten en omstandigheden vermeld, dan is er geen sprake van een herhaalde aanvraag, maar van een tweede of volgende aanvraag. - -NB.: In een bezwaarschrift, gericht tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag, aangevoerde nieuwe feiten of omstandigheden zijn geen reden voor gegrondverklaring van het bezwaarschrift, aangezien zij niet aangevoerd zijn bij de aanvraag en daarom niet afdoen aan de juistheid van de verkorte afdoening van de aanvraag. Deze nieuwe feiten en omstandigheden kunnen aanleiding zijn om een nieuwe aanvraag om een verblijfsvergunning of een mvv in te dienen. - Een verzoek om heroverweging van een in rechte onaantastbaar geworden beschikking, dat veelal per brief wordt gedaan, is – voor zover hier van belang – niet ingediend overeenkomstig de vereisten van artikel 3.26 tot en met 3.28 of artikel 3.30 tot en met 3.32 VV. -De vreemdeling wordt eerst in de gelegenheid gesteld aan de formele vereisten te voldoen. Daartoe zal een termijn worden gesteld, waarbinnen de vreemdeling het verzuim kan herstellen. Doet de vreemdeling dit niet of niet binnen de gestelde termijn, dan kan op grond van artikel 4:5 Awb de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. - -Als de vreemdeling wel een volgens de vereisten geldige aanvraag indient, dan is hetgeen onder het kopje “herhaalde aanvraag” is opgenomen van toepassing. - ##### 9.1.1. Vereisten voor het indienen van de aanvraag De aanvraag wordt altijd schriftelijk ingediend. Indien de vreemdeling mondeling aangeeft een aanvraag in te willen dienen, wordt hij er door de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft op gewezen dat de aanvraag schriftelijk moet worden ingediend. @@ -2264,12 +2031,6 @@ Een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden verleend aan bepaald a. die als echtgenoot of echtgenote of minderjarig kind feitelijk behoort tot het gezin, die dezelfde nationaliteit heeft en gelijktijdig met de hoofdpersoon Nederland is ingereisd of is nagereisd binnen drie maanden, nadat aan de hoofdpersoon de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend (zie artikel 29, eerste lid, onder e, Vw); of b. die als partner of als meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van de hoofdpersoon, dat hij om die reden behoort tot het gezin, die dezelfde nationaliteit heeft en gelijktijdig met de hoofdpersoon Nederland is ingereisd of is nagereisd binnen drie maanden, nadat aan de hoofdpersoon de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend (zie artikel 29, eerste lid, onder f, Vw). -Deze aanvragen tot het verlenen van die verblijfsvergunning asiel kunnen bij één van de Aanmeldcentra in Nederland worden ingediend. Voor de afdoening van deze aanvragen zijn geen leges verschuldigd. Voor de afgifte van het verblijfsdocument zijn evenmin leges verschuldigd (zie C10/4). - -Indien het gezinslid van de houder van de verblijfsvergunning asiel echter niet voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw – bijvoorbeeld omdat het gezinslid een andere nationaliteit bezit of de hoofdpersoon langer dan drie maanden na diens verblijfsaanvaarding is nagereisd –komt dat gezinslid niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw in aanmerking voor de verblijfsvergunning asiel. In dat geval zijn voor de afdoening van een eventueel in te dienen aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wel leges verschuldigd. - -Indien de leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier niet worden voldaan, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. - ##### 9.6.4. Restitutie van leges Restitutie is slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk, zoals in het geval van een te hoog legesbedrag, een formele vrijstellingsgrond, een aanvraag tijdens vreemdelingenbewaring, een buiten behandelingstelling op grond van het mvv-vereiste, of een anderszins onverschuldigde betaling (bijvoorbeeld een tweede betaling voor dezelfde aanvraag). @@ -2889,19 +2650,20 @@ Indien geen aanspraak op een verblijfsvergunning kan worden ontleend aan het Vb #### 2.1. Eerste verblijfsaanvaarding -In artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb zijn voorwaarden opgenomen voor verblijf in het kader van gezinshereniging met echtgeno(o)t(e) en geregistreerd partners die zien op: +In het Vb zijn voorwaarden opgenomen voor verblijf in het kader van gezinshereniging met echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner die zien op: – het rechtsgeldig huwelijk en het geregistreerd partnerschap (zie artikel 3.14, eerste lid, onder a, Vb); – de verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb); -– de leeftijd van beide (huwelijks)partners (zie artikel 3.14 Vb, artikel 3.15 Vb); +– de leeftijd van beide (huwelijks)partners (zie artikel 3.14 Vb en artikel 3.15 Vb); – polygamie (zie artikel 3.16 Vb); – samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 3.17, onder a, Vb); – inschrijving in de GBA (zie artikel 3.17, onder b, Vb); -– het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb en artikel 3.71, tweede lid, Vb; zie B1/4.1); -– geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.19 Vb, zie B1/4.2). +– het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb, artikel 3.71, tweede lid, Vb en B1/4.1); +– geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.19 Vb en B1/4.2). – gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie artikel 3.20 Vb); -– onderzoek naar of behandeling voor TBC (zie artikel 3.21 Vb; zie ook B1/4.5); -– het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb). +– onderzoek naar of behandeling voor TBC (zie artikel 3.21 Vb en B1/4.5); +– het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb); +– het inburgeringsvereiste (zie artikel 3.71a Vb en B1/4.7). #### 2.2. Rechtsgeldig huwelijk of geregistreerd partnerschap @@ -3005,120 +2767,29 @@ De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de vreemdeling een gevaar vorm #### 2.10. Middelen -Gezinsvorming - - In geval van gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning ingevolge artikel 3.22, tweede lid, Vb verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan 120% van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. - Bij toepassing van het vorenstaande wordt het netto-inkomen vergeleken met 120% van het referentie netto minimumloon, inclusief vakantiebijslag, en dat correspondeert met 120% van het netto normbedrag voor gehuwden, bedoeld in artikel 21 Wwb, eveneens inclusief vakantiebijslag. - - Gezinsvorming en alimentatie - - Voor zover in geval van gezinsvorming is komen vast te staan dat de hoofdpersoon eerder als hoofdpersoon heeft opgetreden in een procedure voor gezinshereniging of -vorming met een vreemdeling, waarbij de hoofdpersoon deze laatste vreemdelinge tegen haar wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst heeft achtergelaten, geldt het volgende. - In afwijking van B1/4.3.1 heeft in dat geval de alimentatie die moet worden betaald aan de ex-echtgenote of de voormalige geregistreerd partner wel invloed op de hoogte van de middelen van bestaan in de zin van de Vw. Het betreft hier zowel de alimentatie voor de huwelijks- of geregistreerde partner, als de alimentatie voor de kinderen. - De alimentatie die de hoofdpersoon betaalt wordt in mindering gebracht op diens inkomsten. - Of sprake is van achterlating door de hoofdpersoon en of door de hoofdpersoon alimentatie wordt betaald, wordt slechts onderzocht indien daarvoor in het vreemdelingendossier concrete aanwijzingen zijn. - In voorkomende gevallen kan worden gevraagd om overlegging van het echtscheidingsconvenant, de echtscheidingsbeschikking of de uitspraak waarbij de alimentatie is opgelegd, of de overeenkomst van ontbinding van het geregistreerde partnerschap waarbij de alimentatie overeen is gekomen. Worden deze niet overgelegd, dan is niet aangetoond dat wordt voldaan aan het middelenvereiste en wordt de aanvraag afgewezen. - Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van vreemdelingen. Vanzelfsprekend geldt vorenstaande regel ook voor vrouwen die mannen hebben achtergelaten. - Mede gelet op artikel 3.103 Vb is deze beleidsregel uitsluitend van toepassing op aanvragen ingediend na 1 juli 2005. - - Gezinshereniging - - In geval van gezinshereniging wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb juncto artikel 3.74 Vb, de verblijfsvergunning verleend indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan de norm ingevolge de Wwb voor gehuwden. - - Vrijstellingen - - In afwijking van de voorgaande alinea’s wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: - - - a. - 65 jaar of ouder is; - - - b. - naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of - - - c. - blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. - - - - - Het onder a en b vermelde is gebaseerd op artikel 3.22, derde lid, Vb. - Het onder c vermelde is een beleidsregel die is gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. - Ad b. Blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangetoond aan de hand van een beschikking van de uitvoeringsinstantie die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt. - Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WAO, WAZ of de Wajong ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien: - - - – - uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ of Wajong blijkt, dat de hoofdpersoon volledig arbeidsongeschikt is; en - - - – - uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) volgt dat de hoofdpersoon nog steeds voor 80-100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven. - - - - - Indien de hoofdpersoon geen uitkering krachtens de WAO, WAZ of Wajong ontvangt, wordt de blijvendheid van de arbeidsongeschiktheid aangenomen indien: - - - – - sprake is van ten minste twee jaar volledige arbeidsongeschiktheid; - - - – - (gedeeltelijk) herstel voor ten minste nog een jaar redelijkerwijs is uitgesloten; en - - - – - niet reeds op voorhand, gelet op de reden(en) van de arbeidsongeschiktheid, geheel of gedeeltelijk herstel na dit jaar is te verwachten. - - - - - De vreemdeling legt zelf een verklaring over van de GG&GD dan wel een bedrijfsarts of verzekeringsarts waaruit het vorenstaande blijkt. De bedrijfs- of verzekeringsarts dient met een aantekening over het betreffende specialisme te staan ingeschreven in het Beroepen in de individuele Gezondheidszorg-register. Informatie hieromtrent kan telefonisch worden verkregen (0900-8998225) of via het internet (www.bigregister.nl). - Ad c. Op grond van artikel 9, eerste lid, Wwb, hebben personen die aanspraak maken op een uitkering krachtens de Wwb (kort gezegd) de verplichting naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, alsook de verplichting gebruik te maken van door het college van Burgemeester en wethouders aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Deze verplichtingen worden tezamen de plicht tot arbeidsinschakeling genoemd. - Alleen in die gevallen waarin de hoofdpersoon een uitkering krachtens de Wwb geniet en het voor de hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, wordt ontheffing van het middelenvereiste verleend. - - Artikel 9, tweede lid, Wwb geeft het college van Burgemeester en wethouders de bevoegdheid om in individuele gevallen tijdelijk te ontheffen van de plicht tot arbeidsinschakeling. Van een bevoegdheid om een burger blijvend vrij te stellen van deze verplichting, is geen sprake. Derhalve wordt de vraag of het voor een hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, beoordeeld aan de hand van ervaringen in het verleden. - Dat het blijvend onmogelijk is om aan deze verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen wordt – behoudens bijzondere omstandigheden – slechts aangenomen als (op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven) de hoofdpersoon: - - - – - reeds vijf jaar door het college van Burgemeester en wethouders op grond van artikel 9, tweede lid, Wwb volledig is ontheven van al de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Wwb (plicht tot arbeidsinschakeling); en - - - – - (gedeeltelijke of volledige) arbeidsinschakeling niet binnen een redelijke termijn te voorzien is. - - - - - Met het oog op de invoering van de Wwb wordt bij de berekening van de termijn van vijf jaar tevens meegeteld de periode waarin de hoofdpersoon op grond van artikel 107 Awb volledig was vrijgesteld van de verplichting naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen (de zogenaamde ‘sollicitatieplicht’). - Gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling is (behoudens bijzondere omstandigheden) in elk geval binnen een redelijke termijn te voorzien indien de hoofdpersoon is vrijgesteld van de plicht tot arbeidsinschakeling met het oog op de zorg voor een kind (al dan niet jonger dan vijf jaar). - Als redelijke termijn, waarbinnen arbeidsmarktinschakeling niet te voorzien moet zijn, wordt aangemerkt een termijn van drie jaar. - Als een beroep wordt gedaan op deze vrijstellingsgrond, worden alle toekenningsbesluiten ingevolge de Wwb, dan wel de Awb overgelegd, die betrekking hebben op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, alsook eventuele correspondentie met het college van Burgemeester en wethouders omtrent ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling, die betrekking heeft op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag. - - Gezinslid van houder verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd - - In geval van gezinshereniging wordt de aanvraag ingevolge artikel 3.22, vierde lid, Vb niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien: - - - 1. - deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en - - - 2. - gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. - - - - - Dit vormt een aanvulling op de regeling van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw. Ingevolge die regeling kunnen gezinsleden onder omstandigheden, met voorbijgaan aan het middelenvereiste, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die binnen drie maanden vragen om gezinshereniging maar niet in aanmerking komen voor een «afgeleide» verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw, omdat zij een andere nationaliteit bezitten dan de hoofdpersoon, kunnen op grond van deze aanvulling met voorbijgaan aan het middelenvereiste in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, indien gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. - Bijzondere banden zijn in ieder geval aanwezig, indien het gezinslid de nationaliteit van een dergelijk ander land bezit. Indien de hoofdpersoon echter niet wordt toegelaten tot dat land, is gezinshereniging daar niet mogelijk en wordt het middelenvereiste niet tegengeworpen bij de beoordeling van een aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. - Bij de toepassing van het onder 1 gestelde wordt bij de bepaling van het begin van de termijn van drie maanden uitgegaan van de datum van bekendmaking van de beschikking, waarbij aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +In geval van gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning ingevolge artikel 3.22, tweede lid, Vb verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan 120% van het minimumloon voor volwassenen van 23 jaar of ouder, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. + +Voor zover in geval van gezinsvorming is komen vast te staan dat de hoofdpersoon eerder als hoofdpersoon heeft opgetreden in een procedure voor gezinshereniging of -vorming met een vreemdeling, waarbij de hoofdpersoon deze laatste vreemdelinge tegen haar wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst heeft achtergelaten, geldt het volgende. In afwijking van B1/4.3.1 heeft in dat geval de alimentatie die moet worden betaald aan de ex-echtgenote of de voormalige geregistreerd partner wel invloed op de hoogte van de middelen van bestaan in de zin van de Vw. Het betreft hier zowel de alimentatie voor de huwelijks- of geregistreerde partner, als de alimentatie voor de kinderen. De alimentatie die de hoofdpersoon betaalt wordt in mindering gebracht op diens inkomsten. Of sprake is van achterlating door de hoofdpersoon en of door de hoofdpersoon alimentatie wordt betaald, wordt slechts onderzocht indien daarvoor in het vreemdelingendossier concrete aanwijzingen zijn. In voorkomende gevallen kan worden gevraagd om overlegging van het echtscheidingsconvenant, de echtscheidingsbeschikking of de uitspraak waarbij de alimentatie is opgelegd, of de overeenkomst van ontbinding van het geregistreerde partnerschap waarbij de alimentatie overeen is gekomen. Worden deze niet overgelegd, dan is niet aangetoond dat wordt voldaan aan het middelenvereiste en wordt de aanvraag afgewezen. + +In geval van gezinshereniging wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb juncto artikel 3.74 Vb, de verblijfsvergunning verleend indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto- inkomen dat ten minste gelijk is aan de norm ingevolge de Wwb voor gehuwden. + +In afwijking van de voorgaande alinea’s wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: + +a. 65 jaar of ouder is; +b. naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of +c. blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. + +Blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangetoond aan de hand van een beschikking van de uitvoeringsinstantie die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt. Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WAO, WAZ of de Wajong ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien: + +– uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ of Wajong blijkt, dat de hoofdpersoon volledig arbeidsongeschikt is; en +– uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) volgt dat de hoofdpersoon nog steeds voor 80-100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven. + +Op grond van artikel 9, eerste lid, Wwb, hebben personen die aanspraak maken op een uitkering krachtens de Wwb (kort gezegd) de verplichting naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, alsook de verplichting gebruik te maken van door het college van B&W aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Deze verplichtingen worden tezamen de plicht tot arbeidsinschakeling genoemd. + +In geval van gezinshereniging met een houder van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd wordt de aanvraag ingevolge artikel 3.22, vierde lid, Vb niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien: + +1. deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en +2. gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. ##### 2.10.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004 @@ -3163,7 +2834,7 @@ Voor langdurig werklozen die een uitkering genieten krachtens de Wwb kan gezinsh #### 2.11. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift -Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e) / geregistreerd partner (naam)’. ### 3. Voorkoming van schijnhuwelijken @@ -3500,31 +3171,7 @@ Als de hoofdpersoon voldoet aan de bepalingen van artikel 3.22, derde en vierde #### 4.13. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner …… (naam)’. - Afhankelijk van de positie op de arbeidsmarkt van de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, wordt de beperking aangevuld met een van de volgende teksten: - - - – - Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist; - - - – - Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; - - - – - Specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan; of - - - – - Arbeid niet toegestaan. - - - - - Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf bij partner (naam)’. ### 5. Minderjarige kinderen @@ -3663,12 +3310,7 @@ Erkenning van een buitenlandse adoptie is mogelijk op grond van het Haags Adopti ###### 5.2.1.1. Verdragsadopties -Een buitenlandse adoptie wordt erkend wanneer die adoptie is geschied overeenkomstig het Haags Adoptieverdrag. Het Haags adoptieverdrag is, behalve door Nederland (het Koninkrijk in Europa), ook bekrachtigd door: Albanië, Andorra, Australië, Azerbeidzjan, Belarus, België, Bolivia, Brazilië, Bulgarije, Burkina Faso, Burundi, Canada, Chili, China, Colombia, Costa Rica, Cyprus, Denemarken, Duitsland, El Salvador, Ecuador, Estland, Filipijnen, Finland, Frankrijk, Guatemala, Georgië, Guinee, Hongarije, IJsland, India, Israël, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Madagaskar, Malta, Mauritius, Mexico, Moldavië, Monaco, Mongolië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Panama, Paraguay, Peru, Polen, Portugal, Roemenië, San Marino, Slovenië, Slowakije, Spanje, Sri Lanka, Thailand, Turkije, Tsjechië, Uruguay, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Belarus, IJsland, Zuid-Afrika, Zweden en Zwitserland. - Adoptiebeslissingen, gegeven in een van deze verdragslanden, worden door de andere verdragslanden erkend, indien een verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat die adoptiebeslissing conform dat verdrag heeft plaatsgevonden. Dat is een verklaring van conformiteit ex artikel 23 van het Verdrag, afkomstig van de bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptie heeft plaatsgevonden. Het kan daarbij gaan om interlandelijke adopties waarbij de Nederlandse autoriteiten betrokken zijn geweest, maar dat is niet vereist. Het kan ook gaan om een adoptiebeslissing van verdragsland A waarbij verdragsland B als staat van opvang heeft gefungeerd. Een dergelijke verdragsadoptie wordt in Nederland erkend, mits de vereiste verklaring van conformiteit is overgelegd. - Landen die het verdrag hebben ondertekend maar nog niet hebben bekrachtigd zijn: Ierland, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. Adoptiebeslissingen, gegeven door deze landen, worden niet op grond van het Verdrag erkend. - NB. Actuele informatie inzake al dan niet bij het Verdrag aangesloten landen kan worden verkregen bij de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht of bij de Afdeling Verdragen van BuZa. - -20073822-02-200703-01-20072007/0120073822-02-200703-01-20072007/0101-03-2007 +Een buitenlandse adoptie wordt erkend wanneer die adoptie is geschied overeenkomstig het Haags Adoptieverdrag. Het Haags adoptieverdrag is, behalve door Nederland (het Koninkrijk in Europa), ook bekrachtigd door: Albanië, Andorra, Australië, Azerbeidzjan, Belarus, België, Bolivia, Brazilië, Bulgarije, Burkina Faso, Burundi, Canada, Chili, China, Colombia, Costa Rica, Cyprus, Denemarken, Dominicaanse Republiek, Duitsland, El Salvador, Ecuador, Estland, Filipijnen, Finland, Frankrijk, Guatemala, Georgië, Guinee, Hongarije, IJsland, India, Israël, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Madagaskar, Malta, Mauritius, Mexico, Moldavië, Monaco, Mongolië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Panama, Paraguay, Peru, Polen, Portugal, Roemenië, San Marino, Slovenië, Slowakije, Spanje, Sri Lanka, Thailand, Turkije, Tsjechië, Uruguay, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, IJsland, Zuid-Afrika, Zweden en Zwitserland. ###### 5.2.1.2. Niet-verdragsadopties @@ -3821,19 +3463,11 @@ Onder langdurig wordt hier verstaan een periode van zes maanden of langer. De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb verleend indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan de norm ingevolge de Wwb voor echtparen/gezinnen. -In afwijking van de voorgaande alinea wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon verblijf heeft onder de beperking: ‘als genoemd in B9’, of indien de hoofdpersoon: +In afwijking van de voorgaande alinea wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon verblijf heeft op grond van de regeling in B9, of indien de hoofdpersoon: -a. 65 jaar of ouder is; -b. naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; -c. blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. - -Het onder a en b vermelde is gebaseerd op artikel 3.22, derde lid, Vb. - -Het onder c vermelde is een beleidsregel die is gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. - -Ad b. Ten aanzien van deze vrijstellingsgrond wordt verwezen naar B2/2.10 onder ad b. - -Ad c. Ten aanzien van deze vrijstellingsgrond wordt verwezen naar B2/2.10 onder ad c. +– 65 jaar of ouder is (zie artikel 3.22, derde lid, Vb); +– naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is (zie artikel 3.22, derde lid, Vb en B2/2.10 onder ad b); +– blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen (zie artikel 3.13, tweede lid, Vb en B2/2.10 onder ad c). De aanvraag wordt ingevolge artikel 3.22, vierde lid, Vb niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien: @@ -3842,18 +3476,6 @@ De aanvraag wordt ingevolge artikel 3.22, vierde lid, Vb niet afgewezen wegens o In artikel 3.22, eerste lid, Vb is neergelegd dat de verblijfsvergunning wordt verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a, Vb, en een garantstelling heeft ondertekend, voor zover de vreemdeling als partner van die persoon wil verblijven. In het Vb is derhalve geen verplichting neergelegd om de inkomsten van anderen dan de hoofdpersoon mee te tellen bij de berekening van de bestaansmiddelen. -Echter, als de hoofdpersoon (de biologische of juridische ouder bij wie de vreemdeling verblijf beoogt) een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een relatie onderhoudt in de zin van artikel 3.14, aanhef en onder b, Vb met een persoon die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, dan wel Nederlander is, kan het duurzame, zelfstandig verworven netto-inkomen van die persoon worden meegeteld bij de berekening van de bestaansmiddelen. - -In deze gevallen zijn de middelen van bestaan voldoende, indien het gezamenlijke netto-inkomen gelijk is aan de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, Wwb voor de categorie echtparen en gezinnen. - -Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat, tenzij de bovenbedoelde partner, geregistreerde partner of huwelijkspartner biologisch of juridisch ouder van de vreemdeling is, deze een garantstelling moet hebben ondertekend. - -Opgemerkt zij nog, dat de omstandigheid dat de hoofdpersoon in gezinsverband leeft met een (geregistreerde of huwelijks-)partner, niet afdoet aan de omstandigheid dat de hoofdpersoon mogelijk aanspraak kan maken op de vrijstellingen bedoeld in artikel 3.22, derde lid, Vb, dan wel de onder c vermelde vrijstelling. - -Als het gaat om (voor-)kinderen die verblijf beogen bij hun juridische of biologische ouder, die op zijn beurt verblijf beoogt bij een derde (die dan de hoofdpersoon van de ouder is), dan geldt het volgende. In die gevallen wordt de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning niet afgewezen omdat niet wordt beschikt over duurzame, zelfstandig verworven voldoende middelen van bestaan indien door de degene bij wie de juridische of biologische ouder verblijf beoogt, duurzaam wordt beschikt over zelfstandig verworven middelen van bestaan, waarbij de inkomsten ten minste even hoog moeten zijn als het normbedrag waarover degene bij wie de biologische of juridische ouder verblijf beoogt, dient te beschikken. - -Vorenstaande geldt ook indien de hoofdpersoon (dus de biologische of juridische ouder) inmiddels rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in de Vw, dan wel Nederlander is. - ##### 5.10.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004 Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Vw anders voortvloeit, of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, gunstiger is. @@ -3978,18 +3600,7 @@ Kort verblijf wil zeggen een verblijf waardoor het hoofdverblijf niet buiten Ned #### 5.12. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘gezinshereniging bij…… (naam ouder(s))’. - -Afhankelijk van de positie op de arbeidsmarkt van de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, wordt de beperking aangevuld met een van de volgende teksten: - -– Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist; -– Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV; -– Specifieke arbeid toegestaan indien werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan; of -– Arbeid niet toegestaan. - -Vorenstaande arbeidsmarktaantekeningen laten onverlet de bij andere wetten gestelde beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid door minderjarigen. - -Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s))’. #### 5.13. Onderzoek op grond van de Wobka @@ -4020,155 +3631,45 @@ Wanneer het buitenlandse kind, na opneming door aspirantadoptiefouders in een pe #### 6.1. Eerste verblijfsaanvaarding -De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan op aanvraag worden verleend aan het meerderjarig kind van een in Nederland gevestigde hoofdpersoon. Artikel 3.24 Vb geeft het kader waarbinnen aan deze vreemdeling een verblijfsvergunning kan worden verleend. Dit artikel bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.24 Vb, wordt de verblijfsvergunning niet verleend. - De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, kan onder een beperking verband houdend met gezinshereniging worden verleend aan een ander familielid van een Nederlander of van een vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, dan de echtgenoot of echtgenote, de al dan niet geregistreerde partner, of het minderjarige kind, indien: - - - a. - de vreemdeling naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de persoon bij wie deze vreemdeling wil verblijven, en - - - b. - de achterlating van de vreemdeling naar het oordeel van de Minister een onevenredige hardheid zou betekenen. - - - - - - Artikel 3.24 Vb geeft geen verplichting, maar een bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen. In deze paragraaf wordt uiteengezet onder welke voorwaarden van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt en de verblijfsvergunning in het kader van verruimde gezinshereniging kan worden verleend. Deze voorwaarden hebben het karakter van beleidsregels. - Daarnaast zijn de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. De verblijfsvergunning wordt derhalve niet verleend, indien niet wordt voldaan aan een of meer van die algemene voorwaarden. Verwezen wordt naar B1/4. Op deze algemene voorwaarden bestaan echter uitzonderingen wat betreft het middelenvereiste (zie B2/2.10). - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van verruimde gezinshereniging kan op aanvraag worden verleend aan een ander familielid van een in Nederland gevestigde hoofdpersoon. Artikel 3.24 Vb geeft het kader waarbinnen aan deze vreemdeling een verblijfsvergunning kan worden verleend. Dit artikel bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.24 Vb, wordt de verblijfsvergunning niet verleend. -#### 6.2. Gezinslid +#### 6.2. Familielid -Onder de reikwijdte van deze paragraaf vallen uitsluitend de meerderjarige kinderen van de in Nederland gevestigde hoofdpersoon. +Onder de reikwijdte van B2/6 vallen de andere familieleden dan de echtgenoot of echtgenote, de al dan niet geregistreerde partner, of het minderjarige kind, bijvoorbeeld een meerderjarig kind of een grootouder. #### 6.3. Feitelijke gezinsband -De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien het meerderjarige kind niet feitelijk behoort of niet reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de in Nederland gevestigde hoofdpersoon. ‘Feitelijk behoren tot het gezin’ houdt in dat: - - - – - de gezinsband reeds in het buitenland heeft bestaan; - - - – - er sprake is van een morele en financiële afhankelijkheid van de ouder, welke afhankelijkheid reeds in het buitenland moet hebben bestaan; en - - - – - de vreemdeling moet gaan samenwonen met de ouder(s). - - - - - Het meerderjarige kind behoort niet langer feitelijk tot het gezin, indien de feitelijke gezinsband als verbroken kan worden beschouwd. Dit doet zich in elk geval voor in een of meer van de volgende omstandigheden: - - - – - duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd is niet meer belast met het (feitelijke) gezag over de vreemdeling; - - - – - duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd voorziet niet meer in de kosten van opvoeding en verzorging van de vreemdeling; - - - – - de vreemdeling gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien; - - - – - de vreemdeling vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of relatie; - - - – - de vreemdeling heeft de zorg of zorgplicht voor een (buitenechtelijk) kind, een pleeg- of adoptiekind of andere afhankelijke gezinsleden. - - - - - Duurzame opneming in een ander gezin is op zich onvoldoende om aan te nemen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Naast een duurzame opneming in een ander gezin moet er altijd sprake van zijn dat degene bij wie verblijf wordt beoogd niet meer is belast met het (feitelijke) gezag over de vreemdeling (zie hierna onder c) of niet meer voorziet in diens kosten van opvoeding en verzorging (zie hierna onder d). - Hieronder zullen de volgende aspecten van het beleid nader worden uitgewerkt: - - - a. - duurzame opneming; - - - b. - ander gezin; - - - c. - (feitelijk) gezag; - - - d. - voorzien in de kosten van opvoeding en verzorging. - - - - - Ad a. De termijn gedurende welke de ouder(s) en het kind van elkaar zijn gescheiden tot de aanvraag om gezinshereniging, wordt de referteperiode genoemd. Deze periode begint op het moment waarop de ouder het kind heeft achtergelaten. De referteperiode eindigt op het moment waarop om afgifte van een mvv voor gezinshereniging wordt verzocht danwel, indien het meerderjarige kind niet mvv-plichtig is, een aanvraag om een verblijfsvergunning voor verruimde gezinshereniging wordt ingediend. - Uitgangspunt is dat zo spoedig mogelijk om de overkomst van het in het land van herkomst verblijvende meerderjarige kind moet worden gevraagd. Indien dat niet het geval is, is sprake van duurzame opneming. Als richtlijn wordt daarvoor een referteperiode van één jaar gehanteerd. Dit lijdt slechts uitzondering, indien degene bij wie verblijf wordt beoogd goede redenen aanvoert waarom niet binnen dat jaar om de overkomst is gevraagd. - Als goede reden geldt wel de omstandigheid dat - - - – - het kind in een oorlogssituatie onvindbaar is geweest, waardoor het voor de in Nederland verblijvende ouder onmogelijk is geweest het kind naar Nederland te laten overkomen. De in Nederland verblijvende ouder dient aannemelijk te maken dat de overkomst van de vreemdeling door de oorlogssituatie niet binnen een jaar na de scheiding kon worden gerealiseerd. Tevens zal aannemelijk moeten worden gemaakt dat de intentie om de vreemdeling binnen dat jaar over te laten komen, wel steeds aanwezig is geweest, bijvoorbeeld door het overleggen van een verzoek aan het Rode Kruis om de vreemdeling te zoeken; of - - - – - de in Nederland verblijvende ouder vanwege medische omstandigheden niet of bezwaarlijk de opvoeding en verzorging van het meerderjarige kind op zich kon nemen. Dit dient in ieder geval door middel van medische verklaringen van de behandelende arts(en) te worden aangetoond. - - - - - Daarentegen geldt als goede reden in ieder geval niet de omstandigheid dat - - - – - degene bij wie verblijf wordt beoogd niet rechtmatig in Nederland verbleef; - - - – - degene bij wie verblijf wordt beoogd hier te lande werkzaam was of een opleiding volgde en daardoor niet in staat was om voor de vreemdeling te zorgen; - - - – - de vreemdeling in het land van herkomst zijn schoolopleiding moest voltooien; of - - - – - de verblijfgever van de in Nederland verblijvende persoon niet instemde met de overkomst van de vreemdeling. - - - - - Een goede reden houdt in dat het aan degene die de overkomst van het meerderjarige kind vraagt, in redelijkheid niet kan worden tegengeworpen dat niet binnen de referteperiode van een jaar om deze overkomst is gevraagd. In beide gevallen betreft het geen limitatieve opsomming van omstandigheden. - Ad b. Van opneming in een *ander* gezin is sprake, indien de rol van gezinshoofd ten opzichte van de vreemdeling door een ander dan de in Nederland verblijvende hoofdpersoon is overgenomen. Ook opvang in een tehuis of een andere instelling wordt aangemerkt als opname in een ander gezin. Niet relevant is de vraag of de hier te lande wonende ouder reeds een ander gezin heeft gesticht. - Er is geen sprake van opneming in een ander gezin, indien de in Nederland wonende ouder is vertrokken uit een ‘drie-generatie-gezinsverband’ (de grootouder(s), de ouder(s) en de vreemdeling zelf verblijven gezamenlijk in één woning), en de vreemdeling achterblijft in dat gezin terwijl de onderlinge gezagsverhoudingen ten tijde van het vertrek van de in Nederland wonende ouder uit het gezin, niet wezenlijk zijn veranderd. Degene bij wie het verblijf wordt beoogd, moet dus wel reeds in het land van herkomst als gezinshoofd van dit drie-generatie-gezin hebben gefungeerd. - Het is aan de vreemdeling om, op grond van feiten en omstandigheden, aannemelijk te maken dat geen sprake is geweest van opneming in een ander gezin. - Ad c. Met gezag wordt in beginsel bedoeld: de feitelijke invulling van het gezag. Dit houdt in dat beoordeeld moet worden in hoeverre de ouder betrokken is (geweest) bij de belangrijkste beslissingen inzake de opvoeding en/of verzorging van het meerderjarige kind. Voorbeelden van dergelijke beslissingen zijn die ten aanzien van de schoolkeuze, huisvesting en sociale ontwikkeling van het meerderjarige kind. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat sprake is van gezag als hier bedoeld. - Indien sprake is van juridisch gezag over de vreemdeling, komt hieraan in zoverre betekenis toe, dat dit reden temeer is om aan te nemen dat sprake is van feitelijk gezag. - Ad d. Uitgangspunt is dat de ouder wezenlijk en aantoonbaar moet voorzien in de kosten van opvoeding en verzorging van de vreemdeling. - Van een wezenlijke bijdrage is sprake als de hoogte (per kwartaal) van de bijdrage van de ouder aan het meerderjarige kind of diens feitelijke verzorger, minimaal gelijk is aan de onderhoudsnorm op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (zie voor de bedragen van kinderbijslag de website van de SVB). - De bijdrage is slechts aangetoond, indien bescheiden zijn overgelegd die uit objectieve bron afkomstig zijn, zoals betalingsbewijzen en overschrijvingsbewijzen. - - Achtergrond - - Wanneer een kind buiten Nederland verblijft, zal de SVB pas overgaan tot uitkering van kinderbijslag, indien de ouder heeft aangetoond dat hij het kind financieel in belangrijke mate heeft onderhouden. Hoewel in beginsel geen kinderbijslag kan worden ontvangen voor meerderjarige kinderen, is er toch aanleiding om bij de Algemene Kinderbijslagwet aan te sluiten, nu het erom gaat dat de ouder aantoont dat hij in wezenlijke mate heeft voorzien in de kosten van opvoeding en verzorging van het kind. Voor het beoordelen van de vraag of de ouder ‘wezenlijk’ heeft bijgedragen in de kosten van levensonderhoud van het meerderjarige kind, wordt aangesloten bij de Algemene Kinderbijslagwet-norm voor 17-jarigen. - - Herstel van de feitelijke gezinsband - - Indien een feitelijke gezinsband eenmaal verbroken is geoordeeld, wordt herstel van deze band niet aangenomen. - - Overige gezinsleden - - Het in deze paragraaf omschreven beleid geldt niet voor andere gezinsleden dan de meerderjarige kinderen. Voor het beleid ten aanzien van vreemdelingen van 65 jaar en ouder wordt verwezen naar B2/7. Ook voor hen en de overige gezinsleden geldt daarnaast dat in alle gevallen getoetst moet worden of artikel 8 EVRM noopt tot verlening van een verblijfsvergunning. Hiervoor wordt verwezen naar B2/10. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien het familielid niet feitelijk behoort of niet reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de in Nederland gevestigde hoofdpersoon. ‘Feitelijk behoren tot het gezin’ houdt in dat: + +– de gezinsband reeds in het buitenland heeft bestaan; +– er sprake is van een morele en financiële afhankelijkheid van degene bij wie verblijf wordt beoogd, welke afhankelijkheid reeds in het buitenland moet hebben bestaan; en +– de vreemdeling moet gaan samenwonen met degene bij wie verblijf wordt beoogd. + +Het meerderjarige kind behoort niet langer feitelijk tot het gezin, indien de feitelijke gezinsband als verbroken kan worden beschouwd. Dit doet zich in elk geval voor in een of meer van de volgende omstandigheden: + +– duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd is niet meer belast met het (feitelijke) gezag over de vreemdeling; +– duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd voorziet niet meer in de kosten van opvoeding en verzorging van de vreemdeling; +– de vreemdeling gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien; +– de vreemdeling vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of relatie; +– de vreemdeling heeft de zorg of zorgplicht voor een (buitenechtelijk) kind, een pleeg- of adoptiekind of andere afhankelijke gezinsleden. + +De termijn gedurende welke de ouder(s) en het kind van elkaar zijn gescheiden tot de aanvraag om gezinshereniging, wordt de referteperiode genoemd. Deze periode begint op het moment waarop de ouder het kind heeft achtergelaten. De referteperiode eindigt op het moment waarop om afgifte van een mvv voor gezinshereniging wordt verzocht danwel, indien het meerderjarige kind niet mvv-plichtig is, een aanvraag om een verblijfsvergunning voor verruimde gezinshereniging wordt ingediend. + +Van opneming in een ander gezin is sprake, indien de rol van gezinshoofd ten opzichte van de vreemdeling door een ander dan de in Nederland verblijvende hoofdpersoon is overgenomen. Ook opvang in een tehuis of een andere instelling wordt aangemerkt als opname in een ander gezin. Niet relevant is de vraag of de hier te lande wonende ouder reeds een ander gezin heeft gesticht. + +Met gezag wordt in beginsel bedoeld: de feitelijke invulling van het gezag. Dit houdt in dat beoordeeld moet worden in hoeverre de ouder betrokken is (geweest) bij de belangrijkste beslissingen inzake de opvoeding en/of verzorging van het meerderjarige kind. Voorbeelden van dergelijke beslissingen zijn die ten aanzien van de schoolkeuze, huisvesting en sociale ontwikkeling van het meerderjarige kind. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat sprake is van gezag als hier bedoeld. Indien sprake is van juridisch gezag over de vreemdeling, komt hieraan in zoverre betekenis toe, dat dit reden temeer is om aan te nemen dat sprake is van feitelijk gezag. + +Uitgangspunt is dat de ouder wezenlijk en aantoonbaar moet voorzien in de kosten van opvoeding en verzorging van de vreemdeling. + +Wanneer een kind buiten Nederland verblijft, zal de SVB pas overgaan tot uitkering van kinderbijslag, indien de ouder heeft aangetoond dat hij het kind financieel in belangrijke mate heeft onderhouden. Hoewel in beginsel geen kinderbijslag kan worden ontvangen voor meerderjarige kinderen, is er toch aanleiding om bij de Algemene Kinderbijslagwet aan te sluiten, nu het erom gaat dat de ouder aantoont dat hij in wezenlijke mate heeft voorzien in de kosten van opvoeding en verzorging van het kind. Voor het beoordelen van de vraag of de ouder ‘wezenlijk’ heeft bijgedragen in de kosten van levensonderhoud van het meerderjarige kind, wordt aangesloten bij de Algemene Kinderbijslagwet-norm voor 17-jarigen. + +Indien een feitelijke gezinsband eenmaal verbroken is geoordeeld, wordt herstel van deze band niet aangenomen. + +De overige familieleden behoren niet langer tot het gezin indien de feitelijke gezinsband als verbroken kan worden beschouwd. Dit doet zich in elk geval voor in één of meer van de volgende omstandigheden: + +– de vreemdeling gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien; +– de vreemdeling vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of relatie; +– de vreemdeling heeft de zorg of zorgplicht voor een (buitenechtelijk) kind, een pleeg- of adoptiekind of andere afhankelijke gezinsleden. #### 6.4. Gelegaliseerde akten @@ -4275,31 +3776,7 @@ Op aanvragen, ontvangen vóór 1 april 2004, is – mede gelet op artikel 3.103 #### 6.11. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij ouder(s) …… (naam ouder(s))’ dan wel ‘verruimde gezinshereniging bij ……(naam gezinslid)’. - Afhankelijk van de positie op de arbeidsmarkt van de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, wordt de beperking bij vreemdelingen vanaf 13 jaar aangevuld met een van de volgende teksten: - - - – - Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist; - - - – - Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV; - - - – - Specifieke arbeid toegestaan indien werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan; of - - - – - Arbeid niet toegestaan. - - - - - Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verruimde gezinshereniging bij ouder(s) (naam ouder(s))’ dan wel ‘verruimde gezinshereniging bij (naam gezinslid)’. #### 6.12. Gezinshereniging bij minderjarige houder asielvergunning @@ -4471,7 +3948,15 @@ c. de familierechtelijke relatie tot de in Nederland gevestigde kinderen. De verblijfsvergunning wordt niet verleend, indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan de bijstandsnorm voor de desbetreffende categorie echtparen/gezinnen of alleenstaande ouders vermeerderd met de bijstandsnorm voor alleenstaande (zie B1/4.3). -De in Nederland woonachtige kinderen moeten gezamenlijk duurzaam en zelfstandig beschikken over voldoende middelen om in hun eigen levensonderhoud en dat van de vreemdeling te kunnen voorzien. Dit betekent dat als de vreemdeling één kind heeft, dit kind moet beschikken over het toepasselijke normbedrag, plus de norm voor een alleenstaande. Indien er drie kinderen zijn, moet gezamenlijk worden beschikt over een inkomen dat gelijk is aan de som van de toepasselijke normbedragen (zie voor een overzicht van de geldende normbedragen de website van SZW), plus de norm voor een alleenstaande. Het gedeelte van het inkomen dat per gezin meer wordt verdiend dan de toepasselijke norm mag bij elkaar worden opgeteld (zie artikel 3.25, tweede lid, Vb). +In afwijking van de voorgaande alinea wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: + +a. 65 jaar of ouder is; +b. naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of +c. blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. + +Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond wordt aangesloten bij B2/2.10 onder ad b. + +Voor de toepassing van deze vrijstellingsgrond wordt aangesloten bij B2/2.10 onder ad c. #### 7.9. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift @@ -5296,31 +4781,6 @@ Indien er sprake is van inmenging, wordt beoordeeld of die inmenging gerechtvaar ##### 10.2.5. Beperking en arbeidsmarktaantekening Indien het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven noopt tot aanvaarding van (voortgezet) verblijf, wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam hoofdpersoon met wie het gezinsleven moet worden toegestaan)’. - Afhankelijk van de positie op de arbeidsmarkt van de hoofdpersoon, wordt de beperking aangevuld met een van de volgende teksten: - - - – - Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist; - - - – - Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV; - - - – - Specifieke arbeid toegestaan indien werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan; of - - - – - Arbeid niet toegestaan. - - - - - Afhankelijk van de aard van het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, wordt bij de verlening van de verblijfsvergunning aangegeven of het verblijfsrecht tijdelijk of niet-tijdelijk van aard is. Indien het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling eveneens tijdelijk van aard. Indien het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, niet tijdelijk van aard is, is het verblijfsrecht van de vreemdeling eveneens niet tijdelijk van aard. - Dit is slechts anders indien verblijf dient te worden verleend op grond van de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven. In dat geval is het verblijfsrecht, ongeacht de aard van het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, altijd tijdelijk. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 ## 3. Adoptiekinderen en pleegkinderen @@ -5632,11 +5092,13 @@ Naast de in paragraaf B4/2.2.3.2 genoemde bescheiden, met uitzondering van een a ##### 2.3.1. Oud-Nederlanders ( -Aan de meerderjarige vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren omdat hij na de totstandkoming van zijn naturalisatie heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, kan een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 21 Vw) worden verleend, indien: +Aan de meerderjarige vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren omdat hij na de totstandkoming van zijn naturalisatie heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, kan een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) worden verleend, indien: a. op het moment waarop het Nederlanderschap werd verleend ten minste vijf aaneengesloten jaren op grond van artikel 8, onder a, b, e, of l, Vw rechtmatig in Nederland verbleef; en b. wordt voldaan aan de overige in B4/2.2.3.1 genoemde verblijfsvoorwaarden. +Bij de berekening van de periode van vijf jaren wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling voor de inwerkingtreding van de Vw rechtmatig in Nederland verbleef op grond van artikel 9, 9a of 10 Vw (oud). + ### 3. Remigratie en terugkeeroptie (op grond van Er zijn twee soorten regelingen op grond waarvan een vreemdeling na definitief vertrek naar het buitenland wederom naar Nederland kan terugkeren. Het betreft hier de terugkeeroptie op grond van het bepaalde bij en krachtens artikel 8 Remigratiewet (zie B4/3.1 en B4/3.2) en de sedert jaar en dag bestaande (voorheen in B21/5 van de Vc (oud) geregelde) terugkeeroptie voor vreemdelingen die als minderjarige kinderen met hun remigrerende ouders uit Nederland zijn geremigreerd (zie B4/4 en B4/5). @@ -5939,9 +5401,7 @@ Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verz #### 2.6. Arbeidsmarktaantekening -Op het verblijfsdocument wordt ingevolge artikel 4.21, vierde lid, Vb in beginsel de arbeidsmarktaantekening: ‘TWV vereist’ geplaatst. - -Indien een vreemdeling voor een ander doel dan het verrichten van arbeid in loondienst wordt toegelaten wordt eveneens een aantekening omtrent de arbeidsmarktpositie op het verblijfsdocument geplaatst. Deze positie is echter afhankelijk van het doel waarvoor verblijf is toegestaan. In de desbetreffende materiehoofdstukken B2 tot en met B4, alsmede B6 tot en met B16, zijn deze arbeidsmarktposities opgenomen. +Op het verblijfsdocument wordt ingevolge artikel 4.21, vierde lid, Vb in beginsel de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’ geplaatst. ### 3. Buitenlandse werknemers TWV niet vereist @@ -6089,12 +5549,6 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking ‘a Het algemene vreemdelingenbeleid is niet van toepassing op buitenlandse werknemers in enkele specifieke sectoren (internationale luchtvaart, het internationale wegtransport en de internationale binnenscheepvaart) van de internationale arbeidsmarkt, omdat zij niet dan wel het grootste deel van de tijd niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen daarom in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. -Een TWV is vereist indien een vreemdeling zijn hoofdverblijf binnen Nederland heeft óf een arbeidsovereenkomst met een in Nederland gevestigde werkgever óf arbeid op een binnen Nederland geregistreerd vervoermiddel verricht. In dat geval dient er ook een aanvraag voor een verblijfsvergunning/mvv te worden ingediend. Indien de TWV wordt verleend, kan een verblijfsvergunning worden afgegeven onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, met arbeidsmarktaantekening ‘TWV vereist’ (zie verder B5/2). - -Voor de verlening van de TWV moet de vreemdeling in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf. De vreemdeling kan zich daartoe melden bij de burgemeester van de gemeente van zijn woon- of verblijfplaats. De burgemeester plaatst vervolgens een Verblijfssticker in het paspoort of identiteitsbewijs van de vreemdeling (zie bijlage 7g VV). - -De verbodsbepaling van de Wav is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft én geen arbeidsovereenkomst heeft met een in Nederland gevestigde werkgever én uitsluitend arbeid verricht op buiten Nederland geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie artikel 1 Besluit uitvoering Wav). - #### 4.4. Grensoverschrijdende dienstverrichters Artikel 3.31a Vb verschaft het verblijfskader voor vreemdelingen die als grensoverschrijdende dienstverrichter in Nederland willen verblijven. @@ -6134,9 +5588,7 @@ Het verblijfsrecht is tijdelijk van aard (zie artikel 3.5, tweede lid, onder s, ##### 4.4.3. Arbeidsmarktaantekening -Als aantekening wordt vermeld: ‘Andere arbeid niet toegestaan’. - -Verder wordt op het document de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ gesteld. +Als aantekening wordt vermeld: ‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’. ##### 4.4.4. Geldigheidsduur @@ -6174,7 +5626,7 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking ‘v ##### 4.5.2. Arbeidsmarktaantekening -Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘TWV vereist. Andere arbeid niet toegestaan.’ +Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan’. ##### 4.5.3. Voorschriften @@ -6216,9 +5668,7 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwa ###### 4.6.2.3. Arbeidsmarktaantekening -Indien de duur van de gastcolleges maximaal één jaar bedraagt, wordt de volgende aantekening vermeld: TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’. - -Indien de duur van de gastcolleges langer dan één jaar bedraagt, wordt de aantekening vermeld: ‘TWV vereist’. +Indien de duur van de gastcolleges maximaal één jaar bedraagt, wordt de volgende aantekening vermeld: ‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’. ###### 4.6.2.4. Voortzetting van verblijf @@ -6232,10 +5682,6 @@ De volgende wetenschappelijk onderzoekers worden in de Wav onderscheiden: – vreemdelingen die in de postdoctorale fase voor een duur van maximaal twee jaar specifieke onderzoekstaken in lopende onderzoeksprojecten komen verrichten; en – hooggekwalificeerde onderzoekers die op voordracht van de Koninklijke academie voor Wetenschappen op basis van een tijdelijke aanstelling onderzoekswerkzaamheden komen verrichten. -Voor deze wetenschappelijk onderzoekers kan de CWI een TWV afgeven. - -De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene toelatingsvoorwaarden wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, met arbeidsmarktaantekening: ‘TWV vereist’. - ##### 4.6.4. Onbezoldigde wetenschappelijk onderzoekers Onbezoldigde wetenschappelijk onderzoekers zijn: @@ -6390,9 +5836,7 @@ Alleen voor het incidenteel in Nederland deelnemen aan een wedstrijd door person ##### 4.9.2. Verlening van een verblijfsvergunning -Indien een TWV is verleend wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van de TWV onder de beperking: ‘arbeid in loondienst’, met plaatsing van de aantekening: ‘TWV vereist’, mits aan de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw, nader uitgewerkt in het Vb en hoofdstuk B1/4, is voldaan. - -Bij de toets of met de aanwezigheid van de sporter in dat geval een wezenlijk Nederlands belang is gediend worden overeenkomstige criteria gehanteerd als bij de beoordeling of een TWV kan worden afgegeven. +Indien een TWV is verleend wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van de TWV onder de beperking: ‘arbeid in loondienst’, met plaatsing van de aantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’, mits aan de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw, nader uitgewerkt in het Vb en hoofdstuk B1/4, is voldaan. Bij de toets of met de aanwezigheid van de sporter in dat geval een wezenlijk Nederlands belang is gediend worden overeenkomstige criteria gehanteerd als bij de beoordeling of een TWV kan worden afgegeven. ##### 4.9.3. Gezinshereniging en -vorming @@ -6707,11 +6151,9 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘ ##### 7.10.2. Arbeidsmarktaantekening -Op de vergunning wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’ +Op de vergunning wordt de aantekening geplaatst: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’ Nadat de vreemdeling drie jaar houder is geweest van deze verblijfsvergunning, wordt op de vergunning de aantekening geplaatst: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’ Deze wijziging wordt bij de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning doorgevoerd bij de aanvraag van het verblijfsdocument, dat wil zeggen nadat de vreemdeling drie jaar houder van de voor arbeid geldige vergunning is geweest. -Nadat de vreemdeling drie jaar houder is geweest van deze verblijfsvergunning, wordt op de vergunning de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’ Deze wijziging wordt bij de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning doorgevoerd bij de aanvraag van het verblijfsdocument, dat wil zeggen nadat de vreemdeling drie jaar houder van de voor arbeid geldige vergunning is geweest. - -Verwezen wordt naar B10/2.7 en B10/3.3.2. +Voor de arbeidsmarktaantekeningen voor EU/ EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen wordt verwezen naar B1/2.3.1, B10/2.7 en B10/3.3.2. ##### 7.10.3. Voorschriften @@ -7415,11 +6857,6 @@ Het bepaalde in B1/4.2 is vervolgens van toepassing. Reeds bij de geringste aanwijzing dat er sprake is van mensenhandel, dient de politie de vreemdeling te wijzen op de mogelijkheid van het doen van aangifte terzake. Hierbij wordt zonodig gebruik gemaakt van tolken werkzaam in opdracht van de politie. De vreemdeling kan onverwijld aangifte doen. Voor bepaalde categorieën vreemdelingen staat tevens de bedenktijdfase open. -Aanwijzingen van mensenhandel kunnen op verschillende manieren worden verkregen: - -– Na de opheffing van het bordeelverbod per 1 oktober 2000, dient een exploitant teneinde legaal een seksinrichting te mogen exploiteren te beschikken over een door de gemeente verstrekte vergunning. Voorwaarde voor een dergelijke vergunning is onder meer dat er geen vreemdelingen werkzaam mogen zijn, die niet beschikken over een geldige verblijfstitel waarmee het is toegestaan om in Nederland te werken. De aanwezigheid van een prostituee in een seksinrichting die niet beschikt over een geldige verblijfstitel kan een aanwijzing van mensenhandel zijn; -– Verder kunnen de politie en andere overheidsinstanties tijdens acties die gericht zijn op illegalen ook op mogelijke slachtoffers van mensenhandel stuiten. - #### 3.2. Bedenktijdfase De bedenktijd wordt gegeven, omdat slachtoffers van mensenhandel vaak pas na wat langere tijd hun ervaringen kunnen uiten. @@ -7438,9 +6875,7 @@ Indien het vermoedelijke slachtoffer tijdens de verdere procedure feitelijk verb ##### 3.2.4. Het bescheid rechtmatig verblijf -De politie verstrekt het bescheid rechtmatig verblijf (bijlage 7g VV) aan het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel. Op het bescheid rechtmatig verblijf wordt aangetekend dat het verrichten van arbeid niet is toegestaan. - -Onderwijl dient een paspoort te worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan betrokkene de nationaliteit bezit. De politie zal zonodig bemiddelen bij het verkrijgen van dit identiteitsdocument. Indien de politie vaststelt dat betrokkene niet in het bezit wordt gesteld van een paspoort in verband met weigerachtigheid van de betreffende autoriteiten kan, in overleg met de IND, ontheffing van het paspoortvereiste worden verleend. +In het geval het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding brengt de politie daarin de sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen aan (bijlage 7g VV). Op de sticker wordt aangetekend dat het verrichten van arbeid niet is toegestaan. ##### 3.2.5. Meldplicht @@ -7615,13 +7050,11 @@ De contactpersoon mensenhandel van de IND stelt de burgemeester van de gemeente #### 7.2. Beperking en arbeidsmarktaantekening -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de volgende beperking: ‘onder beperking als genoemd in de Vc, B9. Arbeid vrij toegestaan’. +De verblijfsvergunning wordt verleend ‘onder de beperking als genoemd in de Vreemdelingencirculaire, B9’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. #### 7.3. Afgifte van het verblijfsdocument -Het verblijfsdocument wordt afgegeven door de gemeente waar de slachtoffer-aangever of de getuige-aangever woon- of verblijfplaats heeft. - -Indien het noodzakelijk is, kan de politie de slachtoffer-aangever of de getuige-aangever begeleiden bij het ophalen van het verblijfsdocument. +Het verblijfsdocument wordt afgegeven door de politie onder wiens administratieve verantwoordelijkheid de slachtoffer-aangever of de getuigeaangever valt (zie B9/3.2.2). ### 8. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning @@ -7680,14 +7113,6 @@ Ingevolge het bepaalde in artikel 3.88 Vb wordt de aanvraag tot het verlengen va – de vreemdeling tegen die beslissing schriftelijk beklag heeft gedaan bij het Gerechtshof; – op dat beklag nog niet is beslist. -Wanneer de verdachte niet wordt vervolgd dan wel de vervolging niet wordt voortgezet, kunnen zowel slachtoffers als getuige-aangevers van mensenhandel daarover schriftelijk beklag doen bij het Gerechtshof (zie artikel 12 WvSv). De beslissing op het beklag mag in Nederland worden afgewacht. De politie dient betrokkene in kennis te stellen van de niet vervolging dan wel het niet voortzetten van de vervolging van de verdachte. Na kennisneming van deze beslissing, dient betrokkene binnen twee weken de politie te informeren omtrent het wel of niet indienen van een beklag bij het Gerechtshof. - -Heeft het (vermoedelijk) slachtoffer aangifte gedaan en is hij of zij in het bezit van een verblijfsvergunning, dan loopt de geldigheid daarvan door totdat het Gerechtshof inzake het beklag een uitspraak heeft gedaan. - -Is het (vermoedelijk) slachtoffer nog niet in het bezit van een verblijfsvergunning, dan zal de Korpschef de verwijdering van betrokkene opschorten tot het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan. Gedurende deze procedure blijven aanspraken op de Rvb van kracht, voorzover betrokkene gebruik maakt van de bedenktijd dan wel de aangifte nog niet heeft geleid tot afgifte van een verblijfsvergunning. - -Voor getuige-aangevers geldt per definitie dat de verwijdering zal worden opgeschort totdat het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan. Gedurende deze procedure blijven aanspraken op de Rvb van kracht, voorzover aangifte niet heeft geleid tot afgifte van een verblijfsvergunning. - ### 11. Wijziging beperking en voortgezet verblijf ex Nadat de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk is komen te ontvallen dient betrokkene Nederland te verlaten. @@ -7725,11 +7150,7 @@ De bijzondere bepalingen die gelden voor onderdanen van staten waarmee de EU een #### 1.2. Partijen bij het EG-Verdrag en het EU-Verdrag -Partijen bij het EG-Verdrag en het EU-Verdrag: Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Portugal, Spanje, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Voor het toepasselijke overgangsrecht (zie B10/8). - -Voor het toepassingsgebied van zowel binnen als buiten Europa gelegen grondgebieden van lidstaten wordt verwezen naar A2/6.2.2. - -Poolse en Tsjechische onderdanen, die via afstamming tevens de Duitse nationaliteit bezitten, dienen, voor zover zij stellen op grond daarvan rechten te ontlenen aan het EG-Verdrag, naast het ‘Staatsangehörigkeitsausweis’ tevens in het bezit te zijn van een geldig Duits nationaal paspoort, een geldige Duitse ‘Personalausweis’ of een ander document als genoemd in bijlage 2 bij het VV. Indien dat niet het geval is, is het gestelde in B10/8 op hen van toepassing. Het ‘Staatsangehörigkeitsausweis’ is overigens geen document dat bestemd is voor internationaal rechtsverkeer. +Partijen bij het EG-Verdrag en het EU-Verdrag: Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Noord- Ierland, Griekenland, Portugal, Spanje, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije en Roemenië. Voor het toepasselijke overgangsrecht (zie B10/8). #### 1.3. Partijen bij de Overeenkomst betreffende de EER @@ -7793,11 +7214,7 @@ Onderdanen van de EU, EER, en van Zwitserland zijn niet verplicht hun aanwezighe #### 2.4. Aantonen identiteit en nationaliteit van een lidstaat -Om met succes beroep te kunnen doen op het gestelde in artikel 8.7 Vb en verder, dienen EU/EER onderdanen of Zwitserse onderdanen een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort over te leggen (conform bijlage 2 VV) dan wel op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) hun identiteit en nationaliteit aan te tonen. De identiteitskaart of het paspoort dient overeenkomstig de wetgeving in de Lidstaat, waarvan zij onderdaan zijn, te zijn verstrekt. Hierop dient de nationaliteit van de onderdaan van de Lidstaat te zijn vermeld. Het enkele verlopen van de identiteitskaart of paspoort gedurende het rechtmatig verblijf in Nederland leidt niet tot verblijfsbeëindiging. - -De vreemdeling, die reeds in Nederland verblijft en stelt rechten te ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland, maar geen geldige identiteitskaart of een geldig paspoort, heeft overgelegd noch op andere wijze ondubbelzinnig zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond, wordt alsnog in de gelegenheid gesteld om dit over te leggen. Hiervoor dient een redelijke termijn te worden gegeven van twee weken. - -Indien de vreemdeling hieraan geen gevolg geeft, is niet vastgesteld dat hij de nationaliteit heeft van een lidstaat van de EU/EER of van Zwitserland. Hij verblijft daarmee niet rechtmatig in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw in Nederland. Op grond van artikel 61, eerste lid, Vw dient de vreemdeling met inachtneming van artikel 62 Vw Nederland uit eigen beweging te verlaten. Wanneer hij dat niet doet, kan hij ingevolge artikel 63 Vw worden uitgezet door of namens de Minister (zie B10/7.1). +Om met succes beroep te kunnen doen op het gestelde in artikel 8.7 Vb en verder, dienen EU/EER onderdanen of Zwitserse onderdanen een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort over te leggen (conform bijlage IV GVI) dan wel op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) hun identiteit en nationaliteit aan te tonen. De identiteitskaart of het paspoort dient overeenkomstig de wetgeving in de Lidstaat, waarvan zij onderdaan zijn, te zijn verstrekt. Hierop dient de nationaliteit van de onderdaan van de Lidstaat te zijn vermeld. Het enkele verlopen van de identiteitskaart of paspoort gedurende het rechtmatig verblijf in Nederland leidt niet tot verblijfsbeëindiging. #### 2.5. Rechtmatig verblijf @@ -8010,35 +7427,7 @@ Economisch niet-actieve EU/EER-onderdanen en dito Zwitserse onderdanen komen voo ##### 4.1.1. Voldoende middelen van bestaan -De economisch niet-actieve EU/EER-onderdanen of Zwitserse onderdanen, als bedoeld in B10/4.1, dienen – voor zover hier van belang – aan te tonen dat zij over toereikende middelen van bestaan beschikken om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste van de publieke middelen komen. Onder toereikend wordt allereerst verstaan: voldoende hoog, dat wil zeggen tenminste het netto normbedrag voor de desbetreffende categorie (alleenstaande, echtparen/gezinnen), zijnde de bedragen waaronder ingevolge de Wwb aan eigen onderdanen bijstand wordt verleend (zie artikel 8.12, derde lid, Vb). - -Daarnaast geldt dat onder toereikend wordt verstaan dat de middelen beschikbaar zijn voor het levensonderhoud gedurende de beoogde verblijfsperiode, met een minimum van een jaar. - -Economisch niet-actieven en gepensioneerden beogen als regel langere tijd te verblijven, dat wil zeggen een jaar of meer. - -Indien de middelen slechts toereikend zijn voor het levensonderhoud gedurende minder dan een jaar, bijvoorbeeld een of enkele maanden, is geen sprake van toereikendheid die kan voorkomen dat zij gedurende het verblijf ten laste van de bijstandregeling van het gastland komen. - -Indien aannemelijk is dat de middelen toereikend zijn voor het levensonderhoud voor tenminste een jaar of deze tenminste zolang zullen voortduren, wordt de vereiste toereikendheid wel aangenomen. - -De bron waaruit deze middelen komen (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, etc.) is niet van belang, mits de gemeenschapsonderdaan de vrije beschikking heeft over de middelen of het recht op (periodieke) uitkering ervan. - -Daarbij worden, voor zover van toepassing, de middelen in aanmerking genomen van een huwelijkspartner of persoon met wie de EU/EER-onderdaan dan wel Zwitserse onderdaan een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan. - -In geval van een dergelijke partner geldt immers een wettelijke onderhoudsplicht. - -Hetzelfde geldt indien sprake is van een geregistreerd partnerschap, aangegaan in en erkend door een andere lidstaat. - -Dit is met name van belang voor echtparen, dan wel een paar van geregistreerde partners, waarvan beide partners onderdaan van de EU/EER zijn dan wel Zwitsers onderdaan, of een combinatie daarvan, waarbij één partner over toereikende middelen beschikt naar de toepasselijke bijstandsnorm ingevolge de Wwb en de ander niet. - -Tevens is dit van belang voor onderdanen van de EU/EER en Zwitserse onderdanen, die met een Nederlander zijn gehuwd of een in Nederland dan wel andere lidstaat geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, waarbij slechts de Nederlandse partner over bedoelde middelen beschikt. - -In deze gevallen ligt verblijf op grond van de regels voor economisch niet-actieven in de rede. - -Voor zover de EU/EER-onderdaan dan wel Zwitserse onderdaan daarover de vrije beschikking heeft, kunnen inkomsten van een partner, niet zijnde huwelijkspartner en ook niet zijnde geregistreerde partner, of van een derde in aanmerking worden genomen, ook als die partner of derde onderdaan is van een derde land. - -De betrokken EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan dient aan te tonen over toereikende middelen te kunnen beschikken. De betrokkene is daarbij vrij in de keuze van de bewijsmiddelen. Er kan in geval van een partner bijvoorbeeld genoegen worden genomen met een recent bankafschrift van een gezamenlijke bankrekening. Indien de toezegging van een partner of derde blijkens de tekst ervan onder zodanige voorwaarden is gesteld dat onzeker is of de betrokkene over bedoelde middelen kan beschikken, wordt aangenomen dat de betrokkene niet de vrije beschikking over de middelen heeft. - -Bij het vorenstaande wordt geen genoegen genomen met inkomsten uit illegale activiteiten. Daarmee wordt met name bedoeld de situatie waarin de echtgenoot, bedoelde geregistreerd partner of derde, zijnde onderdaan van een derde land, niet rechtmatig in de Unie verblijft, waardoor de door deze persoon uit arbeid verworven inkomsten illegaal zijn. +De economisch niet-actieve EU/EER-onderdanen of Zwitserse onderdanen, als bedoeld in B10/4.1, dienen – voor zover hier van belang – aan te tonen dat zij over voldoende middelen van bestaan -beschikken om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste van de publieke middelen komen. Onder voldoende wordt verstaan: voldoende hoog, dat wil zeggen tenminste het netto normbedrag voor de desbetreffende categorie (alleenstaande, echtparen/gezinnen), zijnde de bedragen waaronder ingevolge de Wwb aan eigen onderdanen bijstand wordt verleend (zie artikel 8.12, derde lid, Vb). #### 4.2. Studenten @@ -8285,46 +7674,25 @@ Voor de toepasselijke regelgeving met betrekking tot uitzetting van EU/EER-onder ### 8. Overgangsrecht onderdanen MOE-landen en hun gezins- of familieleden -Het vrije verkeer van personen van het gemeenschapsrecht is met ingang van 1 mei 2004 volledig van toepassing, echter met uitzondering van de toegang tot de arbeidsmarkt. +Het vrije verkeer van personen van het gemeenschapsrecht, met uitzondering van de toegang tot de arbeidsmarkt, is met ingang van 1 mei 2004 volledig van toepassing op onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië (de zogenaamde MOE 8-landen), en hun gezins- of familieleden, ongeacht hun nationaliteit. -Deze uitzondering geldt voor de onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië (de zogenaamde MOE-landen), en hun gezins- of familieleden, ongeacht hun nationaliteit. - -N.B. voor onderdanen van Cyprus en Malta, en hun gezins- of familieleden, ongeacht hun nationaliteit, geldt die uitzondering niet en zijn alle voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk, voorzover relevant, integraal van toepassing. - -De huidige lidstaten kunnen de toegang tot de arbeidsmarkt blijven reguleren door middel van nationale maatregelen. Nederland maakt van die mogelijkheid gebruik. - -Ingevolge de betreffende Akten van toetreding zijn de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening 1612/68 niet van toepassing en geldt de volgende overgangsregeling vooralsnog tot 1 mei 2006. Deze overgangsregeling kan worden verlengd tot uiterlijk 1 mei 2011. +Met ingang van 1 januari 2007 geldt het vorenstaande tevens voor onderdanen van Bulgarije en Roemenië en hun gezins- of familieleden, ongeacht hun nationaliteit. #### 8.1. Werkzoekenden -Voor onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië geldt dat zij – evenals alle andere onderdanen van de lidstaten – ingevolge artikel 8.12, eerste lid, Vb een termijn van drie maanden hebben om werk te zoeken. Conform de hoofdregel voor werkzoekenden geldt, dat zolang er reëel uitzicht is op werk, deze termijn ook na de periode van drie maanden steeds voortduurt. Echter, genoemde onderdanen mogen weliswaar gedurende die termijn werk zoeken op de Nederlandse arbeidsmarkt, maar hun potentiële werkgever is niet vrij om hen zonder meer tewerk te stellen. - -Ingevolge artikel 2, eerst lid, Wav is het immers een werkgever als regel verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder TWV. De uitzondering op dit verbod, van artikel 3, eerste lid, onder a, Wav, welke uitzondering voor het grootste deel betrekking heeft op onderdanen van de lidstaten van de EU, is op de onderhavige categorie onderdanen niet van toepassing. Zodra de TWV is verleend, wordt het hierna onder B10/8.2 vermelde inzake werknemers op bedoelde onderdanen van toepassing. - -In verband met de regulering van de toegang van de arbeidsmarkt wordt aan bedoelde onderdanen, ten bewijze van hun verblijfsrecht gedurende de vrije termijn, desgevraagd, een sticker ‘Verblijfsaantekeningen voor gemeenschapsonderdanen’ verstrekt, waarop wordt aangetekend: ‘arbeid toegestaan; TWV wel vereist’. Artikel 3.2a VV is van toepassing. - -Dit geschiedt ook indien meerbedoelde onderdanen geen werk zoeken op de Nederlandse arbeidsmarkt, maar verblijf beogen voor een ander doel, zoals arbeid als zelfstandige, studie, het verrichten van diensten of het ontvangen daarvan, gepensioneerde, blijvend arbeidsongeschikte of economisch niet-actieve (zie B10/8.4). - -In alle gevallen wordt tevens de aantekening geplaatst: ‘een (meer dan aanvullend) beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. +Voor onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije en Roemenië geldt dat zij – evenals alle andere onderdanen van de lidstaten  – ingevolge artikel 8.12, eerste lid, Vb een termijn van drie maanden hebben om werk te zoeken. Conform de hoofdregel voor werkzoekenden geldt, dat zolang er reëel uitzicht is op werk, deze termijn ook na de periode van drie maanden steeds voortduurt. Echter, genoemde onderdanen mogen weliswaar gedurende die termijn werk zoeken op de Nederlandse arbeidsmarkt, maar hun potentiële werkgever is niet vrij om hen zonder meer tewerk te stellen. #### 8.2. Werknemers -a. Voor onderdanen van een toetredende lidstaat, die op 1 mei 2004 legaal in Nederland werkten en wier toelating tot de Nederlandse arbeidsmarkt voor een onafgebroken periode van 12 maanden of meer gold, geldt dat zij toegang hebben tot de (Nederlandse) arbeidsmarkt, maar niet tot de arbeidsmarkt van andere lidstaten, die nationale maatregelen toepassen. +a. voor onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië, die op 1 mei 2004 legaal in Nederland werkten en wier toelating tot de Nederlandse arbeidsmarkt voor een onafgebroken periode van 12 maanden of meer gold, geldt dat zij toegang hebben tot de (Nederlandse) arbeidsmarkt, maar niet tot de arbeidsmarkt van andere lidstaten, die nationale maatregelen toepassen. Dit geldt zowel voor degenen die op 1 mei 2004 de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt hadden op basis van een TWV, als degenen die deze toegang hadden louter op grond van de omstandigheid dat zij op hun verblijfsdocument de arbeidsmarktaantekening hadden: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’, dan wel ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’, of ‘specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan’. Het is hierbij niet van belang of zij op 1 mei 2004 daadwerkelijk arbeid verrichtten; het gaat erom dat de onderdanen van een toetredende lidstaat op dat moment voor tenminste 12 maanden waren toegelaten tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Zij komen op hun daartoe strekkende aanvraag en het tonen van het bewijs van vorenbedoelde toelating, als regel in aanmerking voor afgifte van een verblijfsdocument EU/EER met een geldigheidsduur van vijf jaren. Artikel 3.2, eerste lid, onder c, VV is van toepassing. Daarop wordt de arbeidsmarktaantekening geplaatst die luidt: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Illegale vreemdelingen, die onderdaan zijn van één van de acht toetredende lidstaten zoals hierboven genoemd, kunnen aan vorenstaande overgangsbepaling geen verblijfsaanspraken ontlenen. Op hen is het hierna onder b gestelde van toepassing, indien aan hun werkgever ten behoeve van de door hen te verrichten werkzaamheden alsnog een TWV is verleend; +b. onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië, die na 1 mei 2004 gedurende een ononderbroken periode van 12 maanden of meer tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten, genieten dezelfde rechten, als hierboven bedoeld; +c. de hierboven bedoelde onderdanen verliezen de aldaar vermelde rechten indien zij de arbeidsmarkt van de betrokken huidige lidstaat vrijwillig verlaten. Daaronder wordt niet slechts verstaan vertrek naar een ander land, maar ook het zich niet langer ter beschikking stellen van de Nederlandse arbeidsmarkt. Indien zij echter in Nederland economische activiteiten verrichten, anders dan in loondienst, of dienstenontvanger zijn, zijn andere regels van gemeenschapsrecht van toepassing. Indien zij echter wederom arbeid in loondienst gaan verrichten, is het onder b gestelde opnieuw op hen van toepassing, zolang Nederland bedoelde nationale maatregel handhaaft; +d. onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië, die op of na 1 mei 2004 of gedurende een periode waarin de nationale maatregelen werden toegepast, legaal werkten, en die tot de Nederlandse arbeidsmarkt waren toegelaten voor minder dan 12 maanden, genieten deze rechten niet. Voor hen geldt daarom het hierboven gestelde niet. Omdat met het oog op de door hen te verrichten werkzaamheden aan hun werkgever een TWV is afgegeven voor minder dan 12 maanden, kan aan deze onderdanen op hun daartoe strekkende aanvraag een verblijfsdocument EU/EER worden afgegeven, voor de te verwachten duur van de arbeid (de TWV), met als arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid toegestaan, TWV wel vereist’. -Dit geldt zowel voor degenen die op 1 mei 2004 de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt hadden op basis van een TWV, als degenen die deze toegang hadden louter op grond van de omstandigheid dat zij op hun verblijfsdocument de arbeidsmarktaantekening hadden: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’, dan wel ‘arbeid toegestaan mits TWV’, of ‘specifieke arbeid toegestaan met TWV’. Het is hierbij niet van belang of zij op 1 mei 2004 daadwerkelijk arbeid verrichtten; het gaat erom dat de onderdanen van een toetredende lidstaat op dat moment voor tenminste 12 maanden waren toegelaten tot de Nederlandse arbeidsmarkt. - -Zij komen op hun daartoe strekkende aanvraag en het tonen van het bewijs van vorenbedoelde toelating, als regel in aanmerking voor afgifte van een verblijfsdocument EU/EER met een geldigheidsduur van vijf jaren. Artikel 3.2, eerste lid, onder c, VV is van toepassing. Daarop wordt de arbeidsmarktaantekening geplaatst die luidt: ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. - -Illegale vreemdelingen, die onderdaan zijn van een van bedoelde acht toetredende lidstaten, kunnen aan vorenstaande overgangsbepaling geen verblijfsaanspraken ontlenen. Op hen is het hierna onder (b) gestelde van toepassing, indien aan hun werkgever ten behoeve van de door hen te verrichten werkzaamheden alsnog een TWV is verleend; -b. Onderdanen van een toetredende lidstaat, die na 1 mei 2004 gedurende een ononderbroken periode van 12 maanden of meer tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten, genieten dezelfde rechten, als hierboven bedoeld; -c. De hierboven bedoelde onderdanen verliezen de aldaar vermelde rechten indien zij de arbeidsmarkt van de betrokken huidige lidstaat vrijwillig verlaten. - -Daaronder wordt niet slechts verstaan vertrek naar een ander land, maar ook het zich niet langer ter beschikking stellen van de Nederlandse arbeidsmarkt. - -Indien zij echter in Nederland economische activiteiten verrichten, anders dan in loondienst, of dienstenontvanger zijn, zijn andere regels van gemeenschapsrecht van toepassing. Indien zij echter wederom arbeid in loondienst gaan verrichten, is het onder b. gestelde opnieuw op hen van toepassing, zolang Nederland bedoelde nationale maatregel handhaaft; -d. Onderdanen van een toetredende lidstaat, die op of na 1 mei 2004 of gedurende een periode waarin de nationale maatregelen werden toegepast, legaal werkten, en die tot de Nederlandse arbeidsmarkt waren toegelaten voor minder dan 12 maanden, genieten deze rechten niet. - -Voor hen geldt daarom het hierboven gestelde niet. Omdat met het oog op de door hen te verrichten werkzaamheden aan hun werkgever een TWV is afgegeven voor minder dan 12 maanden, kan aan deze onderdanen op hun daartoe strekkende aanvraag een verblijfsdocument EU/EER worden afgegeven, voor de te verwachten duur van de arbeid (de TWV), met als arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid toegestaan, TWV wel vereist’. +a. voor onderdanen van Bulgarije en Roemenië, die op 1 januari 2007 legaal in Nederland werkten en wier toelating tot de Nederlandse arbeidsmarkt voor een onafgebroken periode van 12 maanden of meer gold, geldt dat zij toegang hebben tot de (Nederlandse) arbeidsmarkt, maar niet tot de arbeidsmarkt van andere lidstaten, die nationale maatregelen toepassen. Dit geldt zowel voor degenen die op 1 januari 2007 de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt hadden op basis van een TWV, als degenen die deze toegang hadden louter op grond van de omstandigheid dat zij op hun verblijfsdocument de arbeidsmarktaantekening hadden: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’, dan wel ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’, of ‘specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan’. Het is hierbij niet van belang of zij op 1 januari 2007 daadwerkelijk arbeid verrichtten; het gaat erom dat de onderdanen van een toetredende lidstaat op dat moment voor tenminste 12 maanden waren toegelaten tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Zij komen op hun daartoe strekkende aanvraag en het tonen van het bewijs van vorenbedoelde toelating, als regel in aanmerking voor afgifte van een verblijfsdocument EU/EER met een geldigheidsduur van vijf jaren. Artikel 3.2, eerste lid, onder c, VV is van toepassing. Daarop wordt de arbeidsmarktaantekening geplaatst die luidt: ‘arbeid toegestaan. TWV niet vereist’. Illegale vreemdelingen, die onderdaan zijn van een van bedoelde acht toetredende lidstaten, kunnen aan vorenstaande overgangsbepaling geen verblijfsaanspraken ontlenen. Op hen is het hierna onder b gestelde van toepassing, indien aan hun werkgever ten behoeve van de door hen te verrichten werkzaamheden alsnog een TWV is verleend; +b. onderdanen van Bulgarije en Roemenië, die na 1 januari 2007 gedurende een ononderbroken periode van 12 maanden of meer tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten, genieten dezelfde rechten, als hierboven bedoeld; +c. de hierboven bedoelde onderdanen verliezen de aldaar vermelde rechten indien zij de arbeidsmarkt van de betrokken huidige lidstaat vrijwillig verlaten. Daaronder wordt niet slechts verstaan vertrek naar een ander land, maar ook het zich niet langer ter beschikking stellen van de Nederlandse arbeidsmarkt. Indien zij echter in Nederland economische activiteiten verrichten, anders dan in loondienst, of dienstenontvanger zijn, zijn andere regels van gemeenschapsrecht van toepassing. Indien zij echter wederom arbeid in loondienst gaan verrichten, is het onder b gestelde opnieuw op hen van toepassing, zolang Nederland bedoelde nationale maatregel handhaaft; +d. onderdanen van Bulgarije en Roemenië, die op of na 1 januari 2007 of gedurende een periode waarin de nationale maatregelen werden toegepast, legaal werkten, en die tot de Nederlandse arbeidsmarkt waren toegelaten voor minder dan 12 maanden, genieten deze rechten niet. Voor hen geldt daarom het hierboven gestelde niet. Omdat met het oog op de door hen te verrichten werkzaamheden aan hun werkgever een TWV is afgegeven voor minder dan 12 maanden, kan aan deze onderdanen op hun daartoe strekkende aanvraag een verblijfsdocument EU/EER worden afgegeven, voor de te verwachten duur van de arbeid (de TWV), met als arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid toegestaan, TWV wel vereist’. ##### 8.2.1. Grensoverschrijdende dienstverrichters @@ -8334,48 +7702,20 @@ Het verbod om vreemdelingen zonder TWV te werk te stellen is op grond van artike – de werkzaamheden die de dienstverlener verricht niet bestaan uit het ter beschikking stellen van werknemers (uitzendarbeid); – de werkzaamheden voor de aanvang daarvan bij de CWI – via een standaardformulier – zijn genotificeerd. -Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, blijft een TWV vereist. +Ingevolge artikel IX Richtlijn 2004/38, wordt aan onderdanen van staten die, die op 1 mei 2004 zijn toegetreden of daarna toetreden tot de EU alsmede hun gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, een document rechtmatig verblijf verleend waaruit rechtmatig verblijf blijkt, voor de duur van vijf jaar of tenminste voor de duur van de dienstverlening. -De notificatie geldt voor alle buitenlandse dienstverleners voor wie het vrij verkeer van diensten geldt, die een dienst in Nederland willen verlenen met eigen werknemers voor wie op enig moment geen vrij verkeer van werknemers met ons land geldt (zie ook B5/4.4). - -Gevraagde bescheiden: - -– een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart; -– een kopie van de werkvergunning waaruit blijkt dat de vreemdeling gerechtigd is in het land van vestiging van de werkgever arbeid te verrichten in dienst van de werkgever (indien een werkvergunning in het land van vestiging is vereist); -– een bewijs waaruit de te verrichten diensten blijken. - -Verwezen wordt naar artikel IX van het Besluit van 24 april 2006, houdende wijziging van het Vb in verband met de implementatie van Richtlijn 2004/38. - -De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘andere arbeid uitsluitend toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV’. +De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV’. #### 8.3. Gezinsleden van werknemers -Zolang de werking van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening 1612/68 is opgeschort, geldt artikel 11 van die Verordening, namelijk dat de gezinsleden het recht hebben om iedere arbeid op het grondgebied van de lidstaat te aanvaarden en daarmee recht op verblijf, onder de volgende voorwaarden: - -a. uitsluitend de echtgenote, dan wel geregistreerde partner, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, die op 1 mei 2004 met de werknemer legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben vanaf de toetreding onmiddellijk toegang tot de arbeidsmarkt. Dit geldt niet voor de leden van het gezin van de werknemer die legaal tot de arbeidsmarkt van die lidstaat is toegelaten voor een periode van minder dan 12 maanden. Indien aan de werknemer een verblijfsdocument EU/EER wordt verstrekt met toepassing van het onder B10/8.2 onder (a) gestelde, wordt aan daarvoor in aanmerking komende gezinsleden op hun daartoe strekkende aanvraag een verblijfsdocument EU/EER verstrekt, met een zelfde geldigheid als het verblijfsdocument EU/EER van de werknemer, waaronder begrepen dezelfde arbeidsmarktaantekening, namelijk: ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. Onder legaal verblijf in vorenbedoelde zin wordt in dit verband verstaan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a tot en met d, of l, Vw. Indien het gezinslid niet de nationaliteit van een (huidige of nieuwe) lidstaat bezit, wordt op overeenkomstige wijze een verblijfsdocument I afgegeven, met een zelfde geldigheid en waarop dezelfde arbeidsmarktaantekening wordt geplaatst, namelijk: ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. Aanvragen van andere gezinsleden dan de hier bedoelde gezinsleden dan wel van familieleden worden op zelfstandige gronden beoordeeld; -b. de echtgenote, dan wel geregistreerde partner, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, die vanaf een datum na 1 mei 2004 met de werknemer legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben toegang tot de arbeidsmarkt van de betrokken lidstaat nadat zij gedurende tenminste achttien maanden in die lidstaat hebben verbleven of, indien dit eerder is, vanaf 1 mei 2006. Daarvoor geldt hetgeen hierna onder (c) is vermeld; -c. de bepalingen, onder (a) en (b) vermeld, doen geen afbreuk aan gunstiger nationale of uit bilaterale overeenkomsten voortvloeiende maatregelen. Aan de gezinsleden, onder (b) vermeld, die de werknemer vergezellen of nareizen, wordt op hun daartoe strekkende aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht een verblijfsdocument EU/EER afgegeven. Op grond van het gunstiger Nederlandse nationale recht inzake gezinshereniging verkrijgen de gezinsleden van de werknemer niet pas na achttien maanden verblijf dezelfde arbeidsmarktaantekening als de werknemer van wie het verblijf afhankelijk is, maar dadelijk. Vanzelfsprekend wordt op de stickers verblijfsaantekeningen dan wel verblijfsdocumenten, af te geven aan de gezinsleden die de nationaliteit van een der huidige lidstaten bezitten, dan wel van Cyprus of Malta, de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. +Ten aanzien van gezinsleden van werknemers met de nationaliteit van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije en Roemenië, wordt onderscheid gemaakt tussen gezinsleden van de werknemer met de nationaliteit van één van de op 1 mei 2004 toegetreden lidstaten en gezinsleden van de werknemer met de nationaliteit van de op 1 januari 2007 toegetreden lidstaten. Dit onderscheid ziet op het moment waarop zij rechten kunnen ontlenen aan het vrij verkeer van personen ingevolge het gemeenschapsrecht, met inbegrip van de toegang tot de arbeidsmarkt. #### 8.4. Andere verblijfsdoelen dan arbeid in loondienst Aan de vreemdeling, die voor een ander doel dan het zoeken of verrichten van arbeid in loondienst in Nederland verblijft (zelfstandige, dienstenverlener, dienstenontvanger, gepensioneerde, blijvend arbeidsongeschikte, economisch niet-actieve en student), wordt door Nederland geen vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt verleend, zolang Nederland als nationale maatregel de TWV-plicht handhaaft. -De vreemdeling heeft wel de mogelijkheid zich alsnog op de arbeidsmarkt te begeven, maar een potentiële werkgever is verplicht met het oog op de tewerkstelling van deze vreemdeling over een TWV te beschikken. - -In verband daarmee wordt op de sticker verblijfsaantekeningen voor gemeenschapsonderdanen, dan wel het verblijfsdocument, af te geven aan de vreemdeling die voor een ander doel dan het verrichten van arbeid in loondienst in Nederland verblijft, de arbeidsmarktaantekening gesteld: ‘arbeid toegestaan, TWV wel vereist’. - -Op het verblijfsdocument van de gezins- of familieleden wordt in beginsel dezelfde arbeidsmarktaantekening geplaatst als op het document van de vreemdeling van wie hun verblijfsrecht afhankelijk is. Dat geldt ook voor wat betreft de aantekeningen inzake beroep op de publieke middelen. - -Pas indien (na 1 mei 2004) een TWV is verleend ter zake van de door de vreemdeling te verrichten werkzaamheden, wordt vervolgens op aanvraag een nieuw verblijfsdocument EU/EER afgegeven, met toepassing van B10/8.2 onder b, voor zover sprake is van reële en daadwerkelijke arbeid, anders dan marginaal en bijkomstig van aard, en voor zover de TWV is afgegeven met een geldigheidsduur van tenminste 12 maanden. - Voor wat betreft studenten, die in Nederland verblijven op grond van artikel 8.12, eerste lid, onder c, Vb, en die geen verblijfsrecht kunnen ontlenen aan één der andere bepalingen van het gemeenschapsrecht, geldt het volgende. -Indien zij arbeid (willen gaan) verrichten in het kader van een stage als verplicht onderdeel van de opleiding, of arbeid van niet meer dan tien uren per week dan wel seizoenarbeid in de maanden juni, juli en augustus, is het gestelde in B6/5 van overeenkomstige toepassing. - -Daarbij wordt voorts verwezen naar de paragrafen 24 en 26 van de Uitvoeringsregels bij het Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wav, inzake stagiaires, respectievelijk arbeid van bijkomende aard (zie D2/2). - -Ook in de daar omschreven gevallen, van door een student te verrichten arbeid, is een TWV vereist, ook al wordt die arbeid aangemerkt als zijnde van bijkomende aard. - #### 8.5. Leges De in voorgaande subparagrafen bedoelde onderdanen en hun gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, worden desgewenst in de gelegenheid gesteld een aanvraag te doen om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daarmee corresponderende verblijfsdocument, ter zake waarvan leges zijn verschuldigd. @@ -8474,13 +7814,11 @@ Vrijwillige werkloosheid gedurende de opbouw van de eerste drie jaar legale arbe ##### 3.3.3. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift -Voor zover de aan de vergunning verbonden beperking nog niet luidde: ‘arbeid in loondienst’, wordt de beperking (de vergunning) alsnog in die zin gewijzigd, met als aanvulling: ‘bij…(naam werkgever) op grond van het Turkse Associatie Verdrag.’ +Voor zover de aan de vergunning verbonden beperking nog niet luidde: ‘arbeid in loondienst’, wordt de beperking (de vergunning) alsnog in die zin gewijzigd, met als aanvulling: ‘bij (naam werkgever) op grond van het Turkse Associatie Verdrag.’ -Een reeds aan de vergunning verbonden beperking ‘verrichten van arbeid in loondienst’ wordt bij verlenging gehandhaafd en voorzien van dezelfde aanvulling. - -– Voor Turkse onderdanen die op grond van hun (eerdere) verblijfsrecht vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten en voldoen aan de in B11/3.3.2 genoemde voorwaarden, geldt in het tweede en derde jaar als arbeidsmarktaantekening: ‘Specifieke arbeid toegestaan; TWV niet vereist.’ -– Voor alle overige gevallen geldt in het tweede en derde jaar als arbeidsmarktaantekening: ‘Specifieke arbeid toegestaan. TWV vereist.’ -– Na drie jaar legale arbeid geldt de algemene regel dat de Turkse werknemer vrije toegang heeft tot de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist.’ +– Voor Turkse onderdanen die op grond van hun (eerdere) verblijfsrecht vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten en voldoen aan de in B11/3.3.2 genoemde voorwaarden, geldt in het tweede en derde jaar als arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’ +– Voor alle overige gevallen geldt in het tweede en derde jaar als arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’ +– Na drie jaar legale arbeid geldt de algemene regel dat de Turkse werknemer vrije toegang heeft tot de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist.’ #### 3.4. Recht op voortzetting van verblijf gezinsleden Turkse werknemers @@ -8667,63 +8005,37 @@ Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te z ### 7. Europa-overeenkomsten met Bulgarije en Roemenië -De Europese Gemeenschappen en hun lidstaten hebben met Bulgarije (PB EG 1994, L 358, bladzijde 1) en Roemenië (PB EG 1994, L 357, bladzijde 1) Europa-overeenkomsten gesloten. +De EG en hun lidstaten hebben met Bulgarije (PB EG 1994, L 358, bladzijde 1) -Deze Europa-overeenkomsten hebben tot doel een associatie tot stand te brengen om uitbreiding van de handel en economische betrekkingen tussen de verdragspartijen te bevorderen en daarmee de dynamische ontwikkeling en welvaart in Bulgarije en Roemenië te stimuleren, teneinde de toetreding tot de EG te vergemakkelijken. +en Roemenië (PB EG 1994, L 357, bladzijde 1) Europa-overeenkomsten gesloten. + +Deze Europa-overeenkomsten hadden tot doel een associatie tot stand te brengen om uitbreiding van de handel en economische betrekkingen tussen de verdragspartijen te bevorderen en daarmee de dynamische ontwikkeling en welvaart in Bulgarije en Roemenië te stimuleren, teneinde de toetreding tot de EG te vergemakkelijken. Door de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU op 1 januari 2007 hebben deze overeenkomsten hun betekenis verloren. + +Het gemeenschapsrecht, dat is beschreven in B10 Vc, is met ingang van 1 januari 2007 van toepassing op onderdanen van Bulgarije en Roemenië alsmede hun gezins- of familieleden, ongeacht hun nationaliteit. #### 7.1. Verblijf van werknemers ##### 7.1.1. Verblijfsvoorwaarden -Aan werknemers wordt verblijf toegestaan, indien: - -a. zij behoren tot het zogenoemde sleutelpersoneel; -b. de werknemer voorafgaand aan de detachering door de organisatie ten minste één jaar in dienst is geweest bij dezelfde organisatie; -c. een TWV is aangevraagd; -d. is voldaan aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning, neergelegd in artikel 16 Vw (zie B1/4 en met name de voorwaarden die nader worden ingevuld in artikel 3.72, 3.73 tot en met 3.75 en 3.79 Vb, zijn onverkort van toepassing). - -Ad a. Tot het ‘sleutelpersoneel’ van een organisatie behoren leden van het hoger kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de organisatie en personen die in het bezit zijn van hoge of ongewone specifieke technische kennis of kennis die van essentieel belang is voor de organisatie. - -Ad b. Voor het verrichten van arbeid door een werknemer die op grond van bepalingen van bovengenoemde overeenkomsten verblijf vraagt, dient een TWV te worden aangevraagd. Het CWI toetst vervolgens of de werknemer inderdaad tot het sleutelpersoneel van zijn bedrijf behoort. +20076805-04-200723-03-20072007/0220076805-04-200723-03-20072007/0207-04-2007 ##### 7.1.2. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Arbeid in loondienst uitsluitend bij … (naam werkgever)’, met de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid uitsluitend toegestaan, mits de werkgever beschikt over een TWV.’ - -Tevens wordt de verblijfsvergunning voorzien van de aantekening: ‘Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.’ - -Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. +20076805-04-200723-03-20072007/0220076805-04-200723-03-20072007/0207-04-2007 #### 7.2. Verblijf van zelfstandigen ##### 7.2.1. Verblijfsvoorwaarden -Indien vreemdelingen die de nationaliteit hebben van één van de landen waarmee een Europa-overeenkomst is gesloten, zich in Nederland willen vestigen om economische activiteiten te verrichten, hebben zij op grond van de overeenkomsten recht op een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling van Nederlanders, indien zij economische activiteiten anders dan in loondienst gaan verrichten en als zij ondernemingen, met name vennootschappen, gaan oprichten en/of beheren. - -Hun activiteiten mogen zich echter niet uitstrekken tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt en geven evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt. - -Op grond van het bepaalde in deze overeenkomsten zijn de overige bepalingen in de overeenkomsten betreffende zelfstandigen niet van toepassing indien een zelfstandige tevens arbeid in loondienst verricht. De overgangsperiode die voor de toelating van diegenen die zich als zelfstandige wilden vestigen gold, is geëindigd op 1 februari 1999. - -De vreemdeling kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, indien: - -– wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in B5/7.7; en -– wordt voldaan aan de voorwaarden neergelegd in artikel 16 Vw (zie B1/4 en met name de voorwaarden die nader worden ingevuld in artikel 3.72, 3.73 tot en met 3.75 en 3.79 Vb, zijn onverkort van toepassing). - -De aanvraag behoeft niet aan het Ministerie van EZ te worden voorgelegd voor een toetsing aan het wezenlijk Nederlands economisch belang. - -Bij twijfel over de vraag of daadwerkelijk sprake is van een zelfstandige dient de aanvraag alsnog te worden voorgelegd aan het Ministerie van EZ, Centrale Dienst voor in- en uitvoer, ter toetsing of daadwerkelijk sprake is van een zelfstandige. Het Ministerie van EZ kan in verband met deze toetsing vragen om nadere documenten. Daartoe dient de betrokken vreemdeling in elk geval een ondernemingsplan over te leggen. Waarop een ondernemingsplan zicht moet bieden en welke elementen het moet omvatten is vermeld in B5/7.5.2. +20076805-04-200723-03-20072007/0220076805-04-200723-03-20072007/0207-04-2007 ##### 7.2.2. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift -De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Arbeid als zelfstandige.’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid in loondienst niet toegestaan.’ - -Tevens wordt de verblijfsvergunning voorzien van de aantekening: ‘Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.’ - -Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. +20076805-04-200723-03-20072007/0220076805-04-200723-03-20072007/0207-04-2007 #### 7.3. Actuele bedreiging van de openbare orde en nationale veiligheid -Indien na toetsing is vastgesteld dat een onderdaan van Bulgarije of Roemenië rechten ontleent aan de Europa-overeenkomst kan het verblijfsrecht slechts worden geweigerd of beëindigd om redenen van openbare orde of openbare veiligheid indien het persoonlijk gedrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt (zie Hof van Justitie van de EG, 20 november 2001, ‘Jany’, C-268/99). Zie voor een toelichting op dit communautaire openbare orde-criterium B10/7.1.1. Indien wordt vastgesteld dat de onderdaan geen rechten aan de Europa-overeenkomst kan ontlenen, is het openbare orde beleid, zoals genoemd in B1, van toepassing. +20076805-04-200723-03-20072007/0220076805-04-200723-03-20072007/0207-04-2007 ### 8. Het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag @@ -8770,28 +8082,18 @@ Het verblijf van de echtgeno(o)t(e) of ongehuwd minderjarig kind van de hoofdper De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt, al naar gelang de situatie, verleend onder de beperking: -– ‘arbeid als zelfstandige voor … (naam van de onderneming) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid in loondienst alleen toegestaan, indien de werkgever beschikt over een TWV; of -– ‘arbeid in loondienst als vertegenwoordiger van … (naam van de vertegenwoordigde) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘TWV vereist.’ +– ‘arbeid als zelfstandige voor (naam van de onderneming) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV; of +– ‘arbeid in loondienst als vertegenwoordiger van (naam van de vertegenwoordigde) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’ -De afhankelijke verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij … (naam hoofdpersoon).’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid toegestaan. TWV vereist’. +De afhankelijke verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij (naam hoofdpersoon).’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. In alle gevallen wordt tevens toegevoegd: ‘Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.’ -In alle gevallen wordt tevens toegevoegd: ‘Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.’ +### 9. Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand -Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. - -### 9. Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand - -Het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand met Bijlagen en Protocol betreffende de vluchtelingen van 11 december 1953 (Trb. 1954, 200) verplicht de Verdragsluitende Partijen de wederzijdse onderdanen op gelijke voet als eigen onderdanen recht te geven op sociale en medische bijstand. - -Partij bij dit Verdrag en Protocol zijn: Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland; Ierland, Italië, Luxemburg, Malta (alleen bij het Verdrag), Noorwegen, Portugal, Spanje, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en Zweden. - -Hoewel geen partij bij het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, heeft Nederland zich ingevolge artikel 13, vierde lid, ESH en artikel 19 van het Europees verdrag inzake migrerende werknemers verplicht het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand eveneens toe te passen op onderdanen van Polen, Slowakije en Cyprus. +Het Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand verplicht de verdragsluitende partijen de wederzijdse onderdanen op gelijke voet als eigen onderdanen recht te geven op sociale en medische bijstand. #### 9.1. Begunstigde -De bepalingen van het Verdrag zijn in het kader van de uitvoering van de Vw slechts van belang voor houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 Vw. De Vw verleent aan houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 20 Vw, een rechtspositie die ten minste even sterk is als die welke zij krachtens het Verdrag hebben. - -Om dezelfde reden zijn de bepalingen van het Verdrag in de regel niet van belang indien en zolang een vreemdeling is aan te merken als gemeenschapsonderdaan als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder e, Vw. Dit lijdt slechts uitzondering indien de gemeenschapsonderdaan, gelet op de aard en duur van zijn verblijf, niet gerechtigd is een beroep te doen op de sociale of medische bijstand. +De bepalingen van het Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand zijn in het kader van de uitvoering van de Vw slechts van belang voor houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 Vw. De Vw verleent aan houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 20 Vw, een rechtspositie die ten minste even sterk is als die welke zij krachtens het Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand hebben. #### 9.2. Repatriëring en bijstand @@ -9177,6 +8479,10 @@ Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan in aanmerking komen voor een verbli Het bepaalde in B12/2.1.2.2 met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) is van overeenkomstige toepassing. +##### 3.3.3. Inleveren identiteitsbewijs geprivilegieerden + +Bij de afgifte van de gevraagde verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dient de vreemdeling het door het Ministerie van BuZa afgegeven identiteitsbewijs geprivilegieerden in te leveren bij de burgemeester van de gemeente waar hij woonplaats heeft. De burgemeester zendt het identiteitsbewijs geprivilegieerden naar de IND. De IND retourneert het identiteitsbewijs vervolgens aan het Ministerie van BuZa. + #### 3.4. NAVO Op grond van het Verdrag van Ottawa, het Navo-statusverdrag en het Partnership for Peace-statusverdrag zijn een aantal categorieën vreemdelingen geprivilegieerd (B12/3.4.1). Op hen zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing. Daarnaast is er een groep NAVO-vreemdelingen, die niet vallen onder voornoemde verdragen, doch met wiens verblijf wordt geacht dat een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend. De categorieën worden genoemd in artikel 3.40 Vb. Voor deze groep niet-geprivilegieerde NAVO-vreemdelingen is een verblijfsregeling opgenomen in B12/3.4.2. @@ -9196,13 +8502,31 @@ Dit personeel dat in Nederland geen militaire status heeft, is in het bezit van ###### 3.4.1.2. NAVO-statusverdrag en Partnership for Peace-statusverdrag -Op grond van het NAVO-statusverdrag en het daarbij behorende Hoofdkwartieren Protocol dan wel op grond van het Partnership for Peace-statusverdrag en het daarbij behorende Tweede Aanvullende Protocol, zijn militairen van een krijgsmacht van een lidstaat geprivilegieerd, indien zij verbonden zijn aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier (Joint Force Command-Head Quarter) of een daarmee gelijkgestelde organisatie dan wel behoren tot een hier te lande gelegerd of op doortocht zijnd onderdeel van zodanige krijgsmacht. +Op grond van het NAVO-statusverdrag en het daarbij behorende Hoofdkwartieren Protocol dan wel op grond van het Partnership for Peace-statusverdrag en het daarbij behorende Tweede Aanvullende Protocol, zijn militairen van een krijgsmacht van een lidstaat geprivilegieerd, indien zij verbonden zijn aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier (Joint Force Command- headquarters) of een daarmee gelijkgestelde organisatie dan wel behoren tot een hier te lande gelegerd of op doortocht zijnd onderdeel van zodanige krijgsmacht. -Deze militairen zijn in het bezit van een persoonlijk militair identiteitsbewijs, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst, en, voorzover niet hier te lande gestationeerd, van een collectieve of individuele reiswijzer, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst of door het hoofdkwartier dan wel de organisatie waarbij zij zijn te werk gesteld. +###### 3.4.1.3. Gezinsleden -Deze documenten gelden tevens als document voor grensoverschrijding (zie bijlage 3, onder E, VV). +De gezinsleden van de militairen van de Joint Force Command- headquarters te Brunssum, komen op grond van artikel 14 Vw juncto artikel 3.4, derde lid, Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, voor verblijf als gezinslid van een militair die behoort tot een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier en die geprivilegieerd is. -De commandant van Joint Force Command-Head Quarter te Brunssum en zijn plaatsvervanger zijn in het bezit van een legitimatiebewijs afgegeven door de Minister van BuZa (zie bijlage 3, onder A, VV). +###### 3.4.1.4. Verblijfsvoorwaarden + +De gezinsleden als hier bedoeld komen in aanmerking voor verblijfsvergunning indien aan de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan (zie B1/4). + +###### 3.4.1.5. Verblijfsdocument + +Voor zover zij de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt, wordt aan de gezinsleden van de militairen van de Joint Force Command- headquarters voor hun verblijf een document uitgereikt als bedoeld in bijlage 7a VV. + +###### 3.4.1.6. Registratie + +De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, is belast met de administratie van de gezinsleden van de militairen van de Joint Force Command- headquarters. Zij zijn, ingevolge de wet- en regelgeving van de GBA, niet verpicht voor de duur van hun verblijf te worden opgenomen in de persoonsregisters. + +###### 3.4.1.7. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift + +Aan vreemdelingen als hier bedoeld wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend op grond van artikel 3.4, derde lid Vb met de beperking ‘conform beschikking Minister’, met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’ + +###### 3.4.1.8. Geldigheidsduur verblijfsvergunning + +De algemene bepalingen inzake de geldigheidsduur zijn van toepassing (zie B1/3). De totale tijdsduur waarvoor de vergunning geldig is, mag de duur van de stationering van het hoofd van het gezin niet overschrijden (zie B1/3.2). ##### 3.4.2. Niet-geprivilegieerde NAVO-vreemdelingen ( @@ -9222,17 +8546,17 @@ Aan vreemdelingen jonger dan twaalf jaar kan niettegenstaande het voorgaande een ###### 3.4.2.3. Registratie -De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, is belast met de administratie van de vreemdelingen bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onder b, Vb en hun gezinsleden, bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onder c, Vb. De bedoelde vreemdelingen behoeven, ingevolge de wet- en regelgeving van de GBA, niet voor de duur van hun verblijf te worden opgenomen in de persoonsregisters. - -Vreemdelingen als bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onder a, Vb en hun gezinsleden, bedoeld onder artikel 3.40, eerste lid, onder c, Vb worden opgenomen in de GBA van de gemeente waar zij woonachtig zijn. +De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, is belast met de administratie van de vreemdelingen bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onder b, Vb en hun gezinsleden, bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onder c, Vb. De bedoelde vreemdelingen zijn, ingevolge de wet- en regelgeving van de GBA, niet verplicht voor de duur van hun verblijf te worden opgenomen in de persoonsregisters. ###### 3.4.2.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift -Aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 3.40 Vb wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend met de beperking ‘verblijf als NAVO-vreemdeling’, met de arbeidsmarktaantekening: ‘Andere arbeid alleen toegestaan, indien werkgever beschikt over TWV.’ +Aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 3.40 Vb wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend met de beperking ‘verblijf als NAVO-vreemdeling’, met de arbeidsmarktaantekening: ‘andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’ -Aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 3.40, Vb die onderdaan zijn van een lidstaat van de EU/EER of van Zwitserland wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend onder de beperking: ‘verblijf als NAVO-vreemdeling.’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’ +Aan de echtgeno(o)t(e) (zie artikel 3.40 tweede lid, onder a, Vb) wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend met de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)….’, met de arbeidsmarktaantekening: ‘andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’ -Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. +Aan de kinderen en meerderjarige gezinsleden (zie artikel 3.40, tweede lid, onder b en c, Vb) wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend met de beperking ‘verblijf bij …’, met de arbeidsmarktaantekening: ‘andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’ + +Aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 3.40, Vb die onderdaan zijn van een lidstaat van de EU/EER of van Zwitserland, wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend onder de beperking: ‘verblijf als NAVO-vreemdeling.’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’ ###### 3.4.2.5. Geldigheidsduur verblijfsvergunning @@ -9455,8 +8779,6 @@ De verblijfsvergunning regulier onder een beperking verband houdend met verblijf De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling’. -De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘specifieke arbeid toegestaan, mits de werkgever beschikt over een TWV’. De term ‘specifiek’ houdt in dat de arbeidsperiode binnen een tijdbestek van 52 weken niet meer dan in totaal twaalf weken mag bedragen. - ##### 2.5.2. Ingangsdatum van de verblijfsvergunning De ingangsdatum is de dag waarop de vreemdeling voor het eerst aan de voorwaarden voldoet, maar valt niet voor de datum waarop de asielaanvraag is ingediend en ondertekend. @@ -9505,6 +8827,10 @@ Het kan hier gaan om de volgende gevallen: De geldigheidsduur kan twee maal worden verlengd met een jaar, maar ten hoogste tot de dag waarop de vreemdeling meerderjarig wordt. +##### 2.6.5. Het bescheid rechtmatig verblijf + +Amv’s die in afwachting zijn van een beslissing op de aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier onder een beperking die verband houdt met verblijf als Amv worden in het bezit gesteld van het verblijfsdocument conform bijlage 7f2 VV (W2-document), voor zover zij niet reeds in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. + #### 2.7. Intrekken van de verblijfsvergunning Op grond van artikel 19 Vw kan de vergunning worden ingetrokken om redenen genoemd in B14/2.6.3 (gronden voor afwijzing van de verlenging). @@ -9606,13 +8932,56 @@ Vereist is dat de vreemdeling om bemiddeling van de DT&V heeft gevraagd. De DT&V Hierbij moet gedacht worden aan een verklaring van de ambassade waarin staat dat betrokkene niet in het bezit zal worden gesteld van een vervangend reisdocument, hoewel er niet getwijfeld wordt aan de door betrokkene opgegeven identiteit en nationaliteit. Ook kan gedacht worden aan een ambtsbericht van de DT&V aan de IND waaruit blijkt dat de betreffende ambassade weigert een (vervangend) reisdocument te verstrekken hoewel de nationaliteit en identiteit niet worden betwist. -##### 3.2.1. Vrijstelling mvv +##### 3.2.1. Inleiding -Indien de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening, wordt hij vrijgesteld van het vereiste in het bezit te zijn van een geldige mvv. +Het begrip ‘buiten hun schuld’ dient hier te worden opgevat als een objectief criterium, hetgeen betekent dat de vreemdeling aan de hand van objectief toetsbare bescheiden moet kunnen aantonen dat de betrokken autoriteiten van het land van herkomst of van het land alwaar de persoon verblijf heeft (gehad), geen toestemming zullen verlenen aan zijn terugkeer. Veelal gaat het hierbij om het verkrijgen van vervangende reisdocumenten waarmee de vreemdeling naar het betreffende land kan reizen en op grond waarvan hij bovendien in beginsel toegang zal krijgen tot het betreffende land. Bij de pogingen om de vereiste medewerking van de betreffende autoriteiten te krijgen, alsmede om in het bezit te komen van de benodigde (vervangende) reisdocumenten, heeft de vreemdeling een eigen verantwoordelijkheid. -##### 3.2.2. Ontheffing van het paspoortvereiste +##### 3.2.2. Categorieën vreemdelingen die onder het beleid vallen -Indien de betrokkene in aanmerking komt voor verblijf op grond van het hierboven beschreven beleid, wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend. Hij wordt daarbij ontheven van het paspoortvereiste. +Er zijn drie categorieën vreemdelingen die in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning op grond van het beleid ten aanzien van vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken. Deze categorieën worden hierna uitgewerkt. + +###### 3.2.2.1. Vreemdelingen die vruchteloos gepoogd hebben te vertrekken + +Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van het hier beschreven bijzondere beleid, dient de vreemdeling zich te wenden tot de vertegenwoordiging van zijn land van herkomst en eventuele landen van eerder verblijf. De vreemdeling komt in aanmerking voor verblijf als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: + +1. de vreemdeling heeft zelfstandig geprobeerd zijn vertrek te realiseren. Hij heeft zich aantoonbaar gewend tot de vertegenwoordiging van het land of de landen waarvan hij de nationaliteit heeft, dan wel tot het land of de landen waar hij als staatloze vreemdeling eerder zijn gewone verblijfplaats had, en/of tot andere landen waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang zal worden verleend; en +2. hij heeft zich gewend tot de IOM voor facilitering van zijn vertrek en deze organisatie heeft aangegeven dat zij niet in staat is het vertrek van de vreemdeling te realiseren vanwege het feit dat de vreemdeling stelt niet te kunnen beschikken over reisdocumenten; en +3. hij heeft verzocht om bemiddeling van de DT&V bij het verkrijgen van de benodigde documenten van de autoriteiten van het land waar hij naar toe kan gaan, welke bemiddeling niet het gewenste resultaat heeft gehad; en +4. er is sprake van een samenhangend geheel van feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat betrokkene buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten; en +5. hij verblijft zonder verblijfstitel in Nederland, en voldoet niet aan andere voorwaarden voor een verblijfsvergunning. + +Van de vreemdeling wordt verwacht dat hij: + +– zich wendt tot de autoriteiten van het land van herkomst en dat hij ter vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit de juiste gegevens verstrekt; +– tracht op andere wijze in het bezit te komen van documenten om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen waarmee hij vervangende reisdocumenten kan verkrijgen, teneinde Nederland te kunnen verlaten, bij voorbeeld door het aanschrijven van familieleden in het land van herkomst; +– vertrekt naar een derde land, indien op basis van het geheel aan feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang zal worden verleend. + +Vereist is dat de vreemdeling om bemiddeling van de DT&V heeft gevraagd. De DT&V zal door middel van een ambtsbericht aangeven aan de IND of al dan niet sprake is van buitenschuld. + +Het dient daarbij te gaan om objectieve, verifieerbare feiten en omstandigheden die zien op de persoon van betrokkene en die in de eerste plaats zijn onderbouwd met bescheiden. Hierbij moet gedacht worden aan een verklaring van de ambassade waarin staat dat betrokkene niet in het bezit zal worden gesteld van een vervangend reisdocument, hoewel er niet getwijfeld wordt aan de door betrokkene opgegeven identiteit en nationaliteit. Ook kan gedacht worden aan een ambtsbericht van de DT&V aan de IND waaruit blijkt dat de betreffende ambassade weigert een (vervangend) reisdocument te verstrekken hoewel de nationaliteit en identiteit niet worden betwist. + +Verschillende landen van herkomst en/of nationaliteiten binnen één gezin Indien de leden van één gezin verschillende nationaliteiten hebben en/of afkomstig zijn uit verschillende landen van herkomst, dienen zij de bovenstaande stappen te ondernemen om terugkeer voor het gehele gezin naar één land te bewerkstelligen. De pogingen dienen ten aanzien van alle landen waarvan op basis van het geheel aan feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat het gezin aldaar de toegang zal worden verleend te worden ondernomen. + +###### 3.2.2.2. Uitgeprocedeerde Amv’s + +Een uitgeprocedeerde Amv kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het beleid ten aanzien van vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken, indien: + +– de vreemdeling, na een in rechte onaantastbaar geworden beslissing op zijn laatste verblijfsprocedure omtrent verblijf als Amv, drie jaar of langer aaneengesloten en verwijderbaar in Nederland heeft verbleven; +– zijn vertrek uit Nederland in die periode van drie jaar of langer niet is bewerkstelligd; +– de vreemdeling, na het verlopen van die periode van drie jaar, de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; en +– de vreemdeling voldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek dat ter fine van zijn terugkeer verricht is naar adequate opvang in zijn land van herkomst of derde land. + +###### 3.2.2.3. Vreemdelingen die om medische redenen niet kunnen vertrekken + +Voor een verblijfsvergunning op grond van het beleid ten aanzien van vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken komen tevens in aanmerking vreemdelingen op wie de rechtsplicht rust Nederland te verlaten, maar bij wie door het BMA is vastgesteld dat zij vanwege hun gezondheidstoestand blijvend niet kunnen reizen. Hieronder vallen tevens vreemdelingen bij wie door het BMA voorgeschreven fysieke overdracht aan een medische instelling dan wel behandelaar in het land van herkomst in aansluiting op de reis blijvend niet kan plaatsvinden, zodat zij vanwege hun gezondheidstoestand niet kunnen reizen. + +##### 3.2.3. Vrijstelling mvv + +Indien de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning, wordt hij vrijgesteld van het vereiste in het bezit te zijn van een geldige mvv. + +##### 3.2.4. Ontheffing van het paspoortvereiste + +Indien de vreemdeling in aanmerking komt voor verblijf op grond van het hierboven beschreven beleid, wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend. Hij wordt daarbij ontheven van het paspoortvereiste. #### 3.3. Afwijzingsgronden @@ -9644,7 +9013,9 @@ Indien de vreemdeling is uitgeprocedeerd, bijvoorbeeld omdat hij ten tijde van d ##### 3.4.4. Leges -Ter zake van de aanvraag is de vreemdeling leges verschuldigd. Dit lijdt echter uitzondering indien de vreemdeling door middel van een begeleidende brief door de Minister is uitgenodigd een verblijfsvergunning op grond van dit beleid aan te vragen. Dit kan zich voordoen in die gevallen waarin gedurende het terugkeertraject door de DT&V wordt geconstateerd dat, ondanks de bereidwilligheid van de vreemdeling om te werken aan de eigen terugkeer, het niet lukt om de benodigde reisdocumenten ten behoeve van de terugkeer te verkrijgen. +Voor de behandeling van de aanvraag is de vreemdeling leges verschuldigd. + +Dit lijdt echter uitzondering indien de vreemdeling door middel van een begeleidende brief door de Minister is uitgenodigd een verblijfsvergunning op grond van dit beleid aan te vragen. Dit kan zich voordoen in die gevallen waarin gedurende het terugkeertraject door de DT&V wordt geconstateerd dat, ondanks de bereidwilligheid van de vreemdeling om mee te werken aan de eigen terugkeer, het niet lukt om de benodigde reisdocumenten ten behoeve van de terugkeer te verkrijgen. ##### 3.4.5. Aard van het verblijfsrecht @@ -9670,6 +9041,10 @@ De verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van een jaar. De bepalingen van B2 zijn van toepassing. +##### 3.6.1. Gezinshereniging en -vorming in geval van medische aspecten + +De in Nederland verblijvende (huwelijks)partner alsmede het/ de tot het gezin behorende kind(eren) dat/ die afhankelijk is/ zijn van een vreemdeling aan wie in verband met medische gronden een verblijfsvergunning op grond van het buiten schuld beleid is verleend, respectievelijk de verzorgende ouder(s), kunnen in deze situatie met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb worden vrijgesteld van het mvv-vereiste wanneer zij een verblijfsaanvraag indienen. + #### 3.7. Verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning De geldigheidsduur kan tweemaal met een jaar worden verlengd, indien de vreemdeling nog voldoet aan de voorwaarden voor verlening. @@ -9932,13 +9307,9 @@ Echtgenoten en partners van kennismigranten krijgen op grond van artikel 3.57 Vb Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, derde lid, onder y, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf als kennismigrant’. -Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid niet toegestaan. Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. +Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan. Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. -De arbeidsmarktaantekening ‘andere arbeid niet toegestaan’ houdt in dat een vreemdeling, die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant, uitsluitend arbeid als kennismigrant mag verrichten. - -In het geval de kennismigrant drie onafgebroken jaren in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als kennismigrant en hij daarna wijziging van de beperking in arbeid in loondienst aanvraagt, krijgt hij de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. - -De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd)partner/ouder…(naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij …(naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. +De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd)partner/ouder (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. @@ -10057,18 +9428,11 @@ b. die (huwelijks)relatie drie jaren bestaat en de vreemdeling ten minste drie j c. drie jaren is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de verblijfsvergunning; en d. zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoet (zie B1/4). -In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: +De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon zelf verblijfsrecht van tijdelijk aard heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval indien deze een verblijfsvergunning voor studie of medische behandeling heeft. Zie artikel 3.5 Vb. De verblijfsvergunning wordt evenmin verleend indien de hoofdpersoon houder is van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarmee wordt voorkomen dat de vreemdeling met een verblijfsrecht dat afhankelijk is van een andere vreemdeling die zelf verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft, na ommekomst van drie jaren een sterker verblijfsrecht kan verkrijgen dan degene bij wie verblijf was toegestaan. -– niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of -– al dan niet tezamen met de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner, niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. +Indien de vreemdeling aanvankelijk houder was van een verblijfsvergunning op grond van een relatie, en aansluitend houder was van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met dezelfde hoofdpersoon, wordt de duur van deze perioden opgeteld. -Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de (huwelijks)relatie is ontwricht of ontbonden. - -ad a. De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon zelf verblijfsrecht van tijdelijk aard heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval indien deze een verblijfsvergunning voor studie of medische behandeling heeft. Zie artikel 3.5 Vb. De verblijfsvergunning wordt evenmin verleend indien de hoofdpersoon houder is van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarmee wordt voorkomen dat de vreemdeling met een verblijfsrecht dat afhankelijk is van een andere vreemdeling die zelf verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft, na ommekomst van drie jaren een sterker verblijfsrecht kan verkrijgen dan degene bij wie verblijf was toegestaan. - -ad b. Indien de vreemdeling aanvankelijk houder was van een verblijfsvergunning op grond van een relatie, en aansluitend houder was van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met dezelfde hoofdpersoon, wordt de duur van deze perioden opgeteld. - -ad c. In artikel 9.6 Vb is een overgangsregeling getroffen voor die gevallen waarin de vreemdeling ten minste een jaar, maar minder dan drie jaren, houder is geweest van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk dat drie jaren direct voorafgaande aan de ontwrichting of ontbinding daarvan heeft standgehouden. Op grond van deze overgangsregeling kan aan die vreemdeling, mits de verblijfsvergunning is verleend voor 11 december 2000 en geen van de afwijzingsgronden van artikel 16 Vw zich voordoen, een verblijfsvergunning worden verleend onder de beperking “voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst”. Deze regeling geldt niet, indien de verblijfsvergunning was verleend op grond van een relatie. +In artikel 9.6 Vb is een overgangsregeling getroffen voor die gevallen waarin de vreemdeling ten minste een jaar, maar minder dan drie jaren, houder is geweest van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk dat drie jaren direct voorafgaande aan de ontwrichting of ontbinding daarvan heeft standgehouden. Op grond van deze overgangsregeling kan aan die vreemdeling, mits de verblijfsvergunning is verleend voor 11 december 2000 en geen van de afwijzingsgronden van artikel 16 Vw zich voordoen, een verblijfsvergunning worden verleend onder de beperking “voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst”. Deze regeling geldt niet, indien de verblijfsvergunning was verleend op grond van een relatie. #### 3.2. Drie jaar verblijf verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid @@ -10112,23 +9476,6 @@ Na drie jaar verblijf als houder van een verblijfsvergunning onder de beperking De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met verblijf als Amv kan op aanvraag worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met ‘voortgezet verblijf’. -Op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder c, Vb kan aan een Amv op aanvraag een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend, indien: - -a. hij drie jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ (de tijd dat betrokkene in het bezit is geweest van een vergunning voor asiel bepaalde tijd telt derhalve niet mee); en -b. hij nog minderjarig is; en -c. hij ook overigens nog voldoet aan de voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning op grond van het bijzonder beleid voor Amv’s; en -d. er overigens geen gronden voor weigering zijn. - -De peildatum voor de vraag of de vreemdeling aan deze voorwaarden voldoet, ligt, gezien de bewoordingen van artikel 3.51 Vb, op de laatste dag van geldigheid van de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als Amv’. - -Indien er sprake is van een te late indiening van de aanvraag om verlenging of de aanvraag om wijziging van de beperking, is het gestelde in B1/5.1 van toepassing. - -De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ wordt in de hierboven genoemde gevallen ten hoogste verlengd tot de dag waarop de vreemdeling meerderjarig wordt. - -Met ingang van zijn achttiende verjaardag kan de vreemdeling vervolgens op aanvraag, behoudens contra-indicaties, in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. - -In de gevallen waarin de geldigheidsduur van een reeds uitgegeven verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ nog doorloopt tot na de achttiende verjaardag, kan de vreemdeling een aanvraag indienen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Deze wordt, behoudens contra-indicaties, niet geweigerd. - #### 5.1. Overgangsrecht Indien er sprake is van een eerste beslissing op de asielaanvraag waarbij ambtshalve een vergunning op grond van het beleid inzake Amv’s wordt verleend, geldt het volgende. @@ -10171,7 +9518,7 @@ c. er overigens geen gronden voor weigering zijn. ### 7. Klemmende redenen van humanitaire aard -Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb (zie B16/2 tot en met B16/6), kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan (artikel 3.52 Vb). In individuele gevallen, waarin niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf wordt voldaan, wordt altijd bezien of het voortgezet verblijf moet worden aanvaard op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. +Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb (zie B16/2 tot en met B16/6), kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan (zie artikel 3.52 Vb). In individuele gevallen, waarin niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf wordt voldaan, wordt altijd bezien of het voortgezet verblijf moet worden aanvaard op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. Indien de (huwelijks)relatie op grond waarvan het verblijf was toegestaan binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding en anders dan door overlijden, is verbroken, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister. @@ -10200,14 +9547,6 @@ Indien de aangifte van mensenhandel van het slachtoffer tot een veroordeling van Om het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak zal, indien de strafzaak niet tot een veroordeling leidt, doch de uitspraak anders luidt, en er wel tenminste drie jaar is verstreken tussen de verlening van de verblijfsvergunning op grond van dit hoofdstuk en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan eveneens van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden doordat geen rechtsmiddel is aangewend tegen de uitspraak in eerste aanleg óf, indien wel een rechtsmiddel is aangewend, het Gerechtshof in hoger beroep uitspraak heeft gedaan. -Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de B9-regeling van vreemdelingen die niet onder één van de twee hierboven genoemde categorieën vallen kunnen alleen voor inwilliging in aanmerking komen indien naar het oordeel van de Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat. - -Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag spelen de volgende factoren een belangrijke rol: - -• risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden; -• risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie; -• de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake. - Indien de Amv niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. Hierin voorziet artikel 3.52 Vb. ### 8. Geldigheid en rechtspositie