2020-03-16 | BWBR0043413 | Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid

This commit is contained in:
Coornhert 2020-03-16 12:00:00 +00:00
parent 947a97ea93
commit 665a9ac93a

View file

@ -22,6 +22,10 @@ citeertitel: Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
**3.** In afwijking van artikel 111, tweede lid, onder g, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt de in het tweede lid genoemde wijze van antwoorden niet vermeld in het exploot van dagvaarding, maar in een brief, die bij het exploot van dagvaarding is gevoegd.
### Artikel 2a
Indien in verband met de uitbraak van COVID-19 in penitentiaire beklag- en beroepsprocedures het houden van een fysieke zitting niet mogelijk is, kan het horen van de klager en de directeur als bedoeld in de in de artikelen 64, eerste lid, 69, vijfde lid, 73, vierde lid van de Penitentiaire beginselenwet, de artikelen 61, eerste lid, 67, vijfde lid, 69, vierde lid van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de artikelen 69, eerste lid, 74, vijfde lid, en 78, vierde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen plaatsvinden door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel.
### Artikel 3
Beschikkingen in zaken van verlenging van een ondertoezichtstelling en van verlenging van de machtiging van de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, om een minderjarige uit huis te plaatsen niet zijnde een machtiging als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, kunnen aanstonds worden gegeven indien mondelinge behandeling ook met toepassing van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel onmogelijk blijkt. Een verlenging is in dat geval mogelijk voor de duur van maximaal drie maanden.