From 667e7555d423b78f3355d32c6c5e6678315ec96f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 12 Mar 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-03-12 | BWBR0043492 | Besluit noodmaatregelen coronacrisis --- .../BWBR0043492/README.md | 101 ------------------ 1 file changed, 101 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/besluit-noodmaatregelen-coronacrisis/BWBR0043492/README.md b/beleidsregel/besluit-noodmaatregelen-coronacrisis/BWBR0043492/README.md index 43413b03836..a91c570cd02 100644 --- a/beleidsregel/besluit-noodmaatregelen-coronacrisis/BWBR0043492/README.md +++ b/beleidsregel/besluit-noodmaatregelen-coronacrisis/BWBR0043492/README.md @@ -89,82 +89,6 @@ De beleidsmaatregelen hebben een tijdelijk karakter en zullen daarom worden inge ## 2. EB en ODE -Bij levering of verbruik van aardgas en elektriciteit zijn energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) verschuldigd. Het tijdstip van verschuldigdheid is geregeld in artikel 56, eerste en derde lid, Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Hierbij worden vier situaties onderscheiden. - -De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. De beschrijving van de vier situaties en de goedkeuring voor (delen van) die situaties zijn hierna in afzonderlijke onderdelen opgenomen (onderdelen 2.1 tot en met 2.4). - -Het toepassen van de goedkeuringen in onderdelen 2.1 en 2.2 kan tot een onbedoeld effect leiden bij verzoeken om teruggaaf van EB en ODE. Om dit onbedoelde effect op te heffen is in onderdeel 2.5 een goedkeuring opgenomen. - -### 2.1. Voorschot en eindfactuur per kalendermaand - -Op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel a, Wbm zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of een voorschotbedrag wordt ontvangen de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip van de uitreiking van de voorschotnota of de ontvangst van het voorschotbedrag en op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om in de situatie dat de eindfactuur van een klant betrekking heeft op een kalendermaand soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed. - -Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel a, Wbm voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen of een eindfactuur wordt uitgereikt. - -Voor deze goedkeuring gelden de volgende 6 voorwaarden: - -a. Het tijdvak waarop de eindfactuur betrekking heeft is een kalendermaand; -b. De uitgereikte voorschotnota, het ontvangen voorschotbedrag en de eindfactuur zien op leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 of juni 2020; -c. Op de uitgereikte voorschotnota of in het ontvangen voorschotbedrag is voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 of juni 2020 geen bedrag voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, opgenomen; -d. Op de uitgereikte eindfactuur is voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 of juni 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, niet in rekening gebracht; -e. Voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 worden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in oktober 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) op de eindfactuur alsnog in rekening gebracht en verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt; -f. In het geval er uiterlijk in oktober 2020 geen aanvullende factuur is uitgereikt voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 worden voor die leveringen de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, verschuldigd op 1 november 2020. - -De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw. - -Door deze goedkeuring en de daaraan gestelde voorwaarden wordt bewerkstelligd dat wanneer de eindfactuur van een klant betrekking heeft op een kalendermaand, de energieleverancier de EB en de ODE op een later moment verschuldigd is en deze belastingen dus ook later op aangifte zal afdragen. - -Doordat de energieleverancier op de voorschotnota, in het voorschotbedrag en op de eindfactuur geen bedrag opneemt voor de EB en de ODE, noch de btw hierover, komt dit uitstel van verschuldigdheid ten goede aan de klanten van de energieleveranciers. - -### 2.2. Geen voorschot, wel factuur - -Op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel b, Wbm zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit, in gevallen waarin geen voorschotnota wordt uitgereikt of voorschotbedrag wordt ontvangen, maar wel een factuur wordt uitgereikt, de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip van de uitreiking van die factuur. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed. - -Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel b, Wbm voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan op het tijdstip van de uitreiking van de factuur. - -Voor deze goedkeuring gelden de volgende 4 voorwaarden: - -a. De uitgereikte factuur ziet op leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 of juni 2020; -b. Op de uitgereikte factuur is voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 of juni 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, niet in rekening gebracht; -c. Voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 worden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in oktober 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening gebracht en verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt; -d. In het geval er uiterlijk in oktober 2020 geen aanvullende factuur is uitgereikt voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 worden voor die leveringen de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, verschuldigd op 1 november 2020. - -De afnemer/ondernemer kan op basis van de aanvullende factuur eventueel aanspraak maken op aftrek van de daarop in rekening gebrachte btw. - -Door deze goedkeuring en de daaraan gestelde voorwaarden wordt bewerkstelligd dat de energieleverancier de EB en de ODE op een later moment verschuldigd is en deze belastingen dus ook later op aangifte zal afdragen. - -Doordat de energieleverancier op de betreffende factuur geen EB en ODE, noch de btw hierover, in rekening brengt, komt dit uitstel van verschuldigdheid ten goede aan de klanten van de energieleveranciers. - -### 2.3. Geen voorschot, geen factuur, wel levering - -Op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel c, Wbm zijn voor leveringen van aardgas en elektriciteit in overige gevallen (er wordt geen voorschotnota uitgereikt, geen voorschotbedrag ontvangen en geen factuur uitgereikt) de EB en de ODE verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed. - -Ik keur goed dat met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elektriciteit in gevallen als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel c, Wbm voor leveringen in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, niet worden verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt, maar op 1 november 2020. - -### 2.4. Geen voorschot, geen factuur, geen levering, wel verbruik - -In een aantal gevallen is de verbruiker op grond van artikel 53, tweede lid, Wbm de EB en de ODE verschuldigd, te weten bij: - -– Het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien dit product is verkregen door tussenkomst van een gasbeurs of elektriciteitsbeurs; -– Het verbruik van aardgas of elektriciteit door degene die leveringen aan de verbruiker verricht; -– Het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien het aardgas of de elektriciteit is verkregen op andere wijze dan door een levering. - -Artikel 56, derde lid, Wbm bepaalt dat de belasting dan verschuldigd is op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt. De huidige bijzondere omstandigheden geven aanleiding om soepeler om te gaan met dit tijdstip. Daarom keur ik het volgende goed. - -Ik keur goed dat met betrekking tot gevallen als bedoeld in artikel 56, derde lid, Wbm voor verbruik in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 de EB en de ODE niet worden verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt, maar op 1 november 2020. - -### 2.5. Teruggaafverzoeken EB en ODE - -Bij levering van aardgas en elektriciteit zijn EB en ODE verschuldigd. In onderdelen 2.1 en 2.2 van dit besluit keur ik voor bepaalde leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april 2020, mei 2020 en juni 2020 goed dat de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, op een later tijdstip worden verschuldigd dan normaal. - -Bij beide onderdelen is een van de voorwaarden voor de goedkeuring dat voor leveringen in die maanden de EB en de ODE, vermeerderd met de btw hierover, uiterlijk in oktober 2020 via een aanvullende factuur (of facturen) alsnog in rekening worden gebracht. Die belastingen worden verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvullende factuur (of facturen) wordt uitgereikt. - -Het toepassen van deze goedkeuringen kan gevolgen hebben voor verzoeken om teruggaaf, bedoeld in de artikelen 67, 68, 69, 70 en 70a Wbm. In het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag is namelijk bepaald dat die verzoeken om teruggaaf moeten worden gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode of het tijdvak. - -Het is mogelijk dat voor leveringen van aardgas en elektriciteit in het tweede kwartaal 2020 de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, nog niet in rekening zijn gebracht binnen die termijn. Er kan dan niet tijdig een verzoek om teruggaaf worden gedaan. Dit is een onbedoeld effect van die twee goedkeuringen. Om dit onbedoelde effect op te heffen keur ik het volgende goed. - -Ik keur goed dat verzoeken om teruggaaf, als bedoeld in de artikelen 67, 68, 69, 70 en 70a Wbm, kunnen worden gedaan binnen dertien weken na 31 oktober 2020. Deze goedkeuring geldt voor leveringen van aardgas en elektriciteit in het tweede kwartaal 2020 waarbij de EB en de ODE, alsmede de btw hierover, in een aanvullende factuur (of facturen) in rekening zijn gebracht en die factuur (of facturen) bij het verzoek om teruggaaf wordt overgelegd. (In die gevallen heeft de leverancier gebruik gemaakt van de goedkeuring in onderdeel 2.1 of 2.2 van dit besluit). - ## 3. Invordering ### 3.1. Uitstel van betaling van belastingschulden @@ -217,21 +141,6 @@ Voornoemde goedkeuringen 1 tot en met 5 gelden in aanvulling op het uitstelbelei ### 3.2. Invorderingsrente -Ik acht het onwenselijk dat belastingschuldigen waaraan uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis is verleend, worden geconfronteerd met het huidige percentage van 4% invorderingsrente (op grond van de artikelen 28, eerste lid, en 29 IW). Daarom keur ik het volgende goed. - -Ik keur goed dat het percentage van de invorderingsrente dat momenteel ingevolge artikel 29 van de IW ten minste 4 bedraagt, wordt verlaagd naar een percentage van 0,01. Deze tijdelijke verlaging geldt gedurende drie maanden. Het percentage van 0,01 geldt uitsluitend voor invorderingsrente die ingevolge artikel 28, eerste lid, IW in rekening wordt gebracht. Voor wat betreft te vergoeden invorderingsrente (op grond van de artikelen 28a, 28b en 28c IW) blijft het wettelijke percentage van de invorderingsrente onverminderd van kracht. - -Artikel 27a IW bepaalt, kort gezegd, dat een betalingskorting over het bedrag van de belastingaanslag wordt verleend indien achtereenvolgens aan de volgende voorwaarden is voldaan: - -– er is sprake van een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting die in meerdere termijnen kan worden betaald; en -– op de eerste vervaldag is ten minste het bedrag van de voorlopige aanslag, verminderd met het bedrag van de te verlenen betalingskorting, betaald. - -Het bedrag van de te verlenen betalingskorting wordt berekend over het bedrag van de aanslag en wordt vastgesteld met behulp van een percentage van het bedrag van de betalingsaanslag. Dit percentage is gelijk aan het percentage van de invorderingsrente dat geldt op de vervaldag van de eerste termijn. - -De Belastingdienst stelt het bedrag van de betalingskorting vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het bedrag van de betalingskorting wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld of op andere wijze schriftelijk kenbaar gemaakt. - -Als belastingschuldigen gedurende de periode dat dit beleidsbesluit geldt, vanwege de verlaging van het percentage van de invorderingsrente nagenoeg geen aanspraak meer kunnen maken op betalingskorting, kunnen zij bezwaar maken tegen de beschikking waarin het bedrag van de betalingskorting is vastgesteld, waarna het verschil vervolgens zal worden toegekend. - ### 3.3. Diverse invorderingsonderwerpen Bij het robuust faciliteren van uitstel van betaling van belasting past een soepelere houding ten aanzien van een aantal aanvullende onderwerpen. Deze soepelere houding komt tot uitdrukking in onderstaande goedkeuringen. @@ -479,14 +388,6 @@ Ik keur goed dat het verlaagde btw-tarief van toepassing is op de sportlessen di Deze goedkeuring kan met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en geldt totdat de verplichte sluiting wordt opgeheven. -### 9c. Levering van mondkapjes - -In het kader van de bestrijding van het coronavirus geldt een aantal basisregels. Eén van de basisregels is dat 1,5 meter afstand van anderen moet worden gehouden. Gebleken is dat het opvolgen van die basisregel vrijwel niet mogelijk is bij het gebruik van het openbaar vervoer. Om het risico op overdracht van het coronavirus waar mogelijk te beperken, is besloten om vanaf 1 juni 2020 het dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer verplicht te stellen. Dit is aanleiding voor het treffen van een tijdelijke goedkeuring. Deze goedkeuring kan worden toegepast met ingang van 25 mei 2020 en geldt tot 1 september 2020. - -Ik keur goed dat geen btw wordt geheven over de levering van mondkapjes. - -Als van deze goedkeuring gebruik wordt gemaakt geldt het volgende. Over de levering van mondkapjes (zowel medische als niet-medische) is geen btw verschuldigd. Dit heeft echter geen gevolgen voor de aftrek van btw bij de leverancier (de goedkeuring werkt als een nultarief). Het begrip ‘mondkapjes’ moet naar algemeen spraakgebruik worden uitgelegd. - ## 10. Heffing over Duitse netto-uitkeringen Inwoners van Nederland die normaal gesproken in Duitsland werken kunnen als gevolg van aan de coronacrisis gerelateerde maatregelen Duitse socialezekerheidsuitkeringen zoals ‘Kurzarbeitergeld’, ‘Insolvenzgeld’ en ‘Arbeitslosengeld’ ontvangen. Als deze (eventueel in combinatie met bepaalde andere) Duitse uitkeringen in een kalenderjaar € 15.000 of minder bedragen, wijst artikel 17 van het belastingverdrag met Duitsland1Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen van 12 april 2012, zoals gewijzigd bij protocol van 11 januari 2016. het heffingsrecht over deze Duitse uitkeringen toe aan Nederland. @@ -525,5 +426,3 @@ Onderdeel 6.3 vervalt met ingang van 1 januari 2021. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit noodmaatregelen coronacrisis. ## Bijlage . Gepubliceerde lijst van de Wereld Douaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19 - -Vervallen