2018-08-01 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra
This commit is contained in:
parent
ec32b16e3c
commit
66a7f539b5
1 changed files with 17 additions and 11 deletions
|
|
@ -385,7 +385,7 @@ Het speciaal onderwijs wordt zodanig ingericht dat:
|
|||
a. de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende schooljaren het speciaal onderwijs kunnen doorlopen, en
|
||||
b. de leerlingen in 8 schooljaren ten minste 7 520 uren onderwijs ontvangen, met dien verstande dat de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3 520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 3 760 uren onderwijs ontvangen. Het onderwijs aan leerlingen jonger dan 4 jaar omvat ten minste 880 uren per schooljaar. Aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren wordt ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** De inspecteur kan op aanvraag van het bevoegd gezag ermee instemmen dat wordt afgeweken van het eerste lid, onderdeel b, met uitzondering van de laatste volzin.
|
||||
**2.** De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag ermee instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -479,14 +479,14 @@ b. het onderwijs volgens de voorschriften die voortvloeien uit het toepassing ge
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Op het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn de voorschriften, gegeven bij of krachtens de artikelen 6f, 6g, 6g1, 10, 10b, 10b1 tot en met 10b8, 10b9, eerste en tweede lid, 10d, 11a tot en met 11f, 12 tot en met 15, 22, 24 en 28b van de Wet op het voortgezet onderwijs van overeenkomstige toepassing en bij dat onderwijs worden de eindexamenprogramma’s vastgesteld op grond van artikel 29, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in acht genomen, met dien verstande dat:
|
||||
Op het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn de voorschriften, gegeven bij of krachtens de artikelen 6f, 6g, 6g1, 10, 10b, 10b1 tot en met 10b8, 10b9, eerste en tweede lid, 10d, 11a tot en met 11f, 12 tot en met 15, 22 en 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs van overeenkomstige toepassing en bij dat onderwijs worden de eindexamenprogramma’s vastgesteld op grond van artikel 29, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs in acht genomen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. bij algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk bij ministeriële regeling regels kunnen worden vastgesteld in afwijking van de regels die bij algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij ministeriële regeling zijn vastgesteld op grond van genoemde bepalingen van de Wet op het voortgezet onderwijs, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur tevens kerndoelen kunnen worden vastgesteld in aanvulling op de kerndoelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 11b van de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij tevens kan worden bepaald dat het onderwijs na de eerste twee leerjaren wordt verzorgd mede op basis van de kerndoelen die zijn vastgesteld op grond van dit onderdeel;
|
||||
b. voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs, het onderwijs wordt gegeven in de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg dan wel in beide leerwegen;
|
||||
c. voor zover het betreft het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de school een of meer profielen als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs verzorgt;
|
||||
d. voor zover het betreft het hoger algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, de school een of meer profielen als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs verzorgt;
|
||||
e. provinciale staten van Fryslân bij verordening kerndoelen Friese taal en cultuur kunnen vaststellen in afwijking van de kerndoelen Friese taal en cultuur die zijn vastgesteld op grond van artikel 11e van de Wet op het voortgezet onderwijs, met dien verstande dat op die verordening artikel 11e van de Wet op het voortgezet onderwijs van overeenkomstige toepassing is; en
|
||||
f. de inspecteur op verzoek van het bevoegd gezag ermee kan instemmen dat wordt afgeweken van de urennorm, bedoeld in artikel 6g, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
f. de inspectie op verzoek van het bevoegd gezag ermee kan instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van de urennorm, bedoeld in artikel 6g, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 14b
|
||||
|
||||
|
|
@ -841,7 +841,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**5.** De inspecteur kan op verzoek van het bevoegd gezag ermee instemmen dat wordt afgeweken van de urennorm, bedoeld het eerste lid.
|
||||
**5.** De inspectie kan op verzoek van het bevoegd gezag ermee instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van de urennorm, bedoeld het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -1283,7 +1283,13 @@ Nadat een leraar de gegevens, bedoeld in artikel 38h, tweede en derde lid, heeft
|
|||
|
||||
### Artikel 38k
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien een of meer van de basisgegevens van een leraar in het lerarenregister afwijken van de betreffende basisgegevens behorende bij de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van deze leraar, kan de betrokkene Onze Minister elektronisch verzoeken deze gegevens te verbeteren. Onze Minister verzoekt het bevoegd gezag om hem overeenkomstig artikel 38h, eerste lid, de juiste gegevens te verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag na het verzoek van Onze Minister constateert dat de basisgegevens van de leraar in het lerarenregister overeenkomen met de betreffende basisgegevens behorende bij de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van deze leraar, deelt hij dit elektronisch mee aan Onze Minister en deelt Onze Minister dit elektronisch mee aan de betrokkene.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de gegevens die op grond van artikel 38i zijn overgenomen uit de basisregistratie personen.
|
||||
|
||||
**4.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 38l
|
||||
|
||||
|
|
@ -1530,7 +1536,7 @@ c. indien de leerling onmiddellijk voorafgaand aan de toelating niet was ingesch
|
|||
|
||||
**15.** De toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in het tiende onderscheidenlijk twaalfde lid, heeft betrekking op een periode van één of meer schooljaren. Indien de toelaatbaarheidsverklaring in de loop van een schooljaar wordt gegeven, wordt de periode tot de eerste dag van het eerstvolgende schooljaar toegevoegd aan de in de eerste volzin bedoelde periode. In het laatste schooljaar waarop de toelaatbaarheidsverklaring betrekking heeft, draagt het bevoegd gezag van de school er zorg voor dat terugplaatsing of overplaatsing van de leerling naar het basisonderwijs of voortgezet onderwijs plaatsvindt, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat voortgezet verblijf van de leerling in het speciaal onderwijs dan wel voortgezet speciaal onderwijs noodzakelijk is en het samenwerkingsverband, bedoeld in het tiende onderscheidenlijk twaalfde lid, een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
**16.** Een leerling die is geplaatst in een inrichting, accommodatie of residentiële instelling en die wordt toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zesde of zevende lid, wordt door die plaatsing en voor de duur daarvan aangemerkt als een leerling die toelaatbaar is verklaard tot de school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of tot de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, behorend tot cluster 3 of cluster 4, die aan die inrichting of accommodatie is verbonden dan wel waarmee die residentiële instelling een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. Indien een leerling is toegelaten tot een school die is verbonden aan een instelling als bedoeld in artikel 71c, eerste lid, maakt die school afspraken met het samenwerkingsverband waartoe de leerling behoorde direct voorafgaand aan de toelating tot de school, over de terugkeer van de leerling.
|
||||
**16.** Een leerling die is geplaatst in een inrichting, accommodatie of residentiële instelling en die wordt toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zesde of zevende lid, wordt door die plaatsing en voor de duur daarvan aangemerkt als een leerling die toelaatbaar is verklaard tot de school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of tot de school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, behorend tot cluster 3 of cluster 4, die aan die inrichting of accommodatie is verbonden dan wel waarmee die residentiële instelling een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. In de administratie van de school is over een leerling die wordt toegelaten op basis van bekostiging als bedoeld in artikel 117, zevende lid, een verklaring aanwezig van de residentiële instelling dat de leerling in die instelling is geplaatst. Indien een leerling is toegelaten tot een school die is verbonden aan een instelling als bedoeld in artikel 71c, eerste lid, maakt die school afspraken met het samenwerkingsverband waartoe de leerling behoorde direct voorafgaand aan de toelating tot de school, over de terugkeer van de leerling.
|
||||
|
||||
**17.** De toelating van een leerling mag niet geweigerd worden op denominatieve gronden, tenzij de ouders van de leerling weigeren te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs van de school zullen respecteren dan wel onderschrijven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2981,9 +2987,9 @@ c. 8 jaar en ouder.
|
|||
|
||||
**1.** Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 117, is het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend en voor het daaropvolgende schooljaar wordt als grondslag genomen het aantal leerlingen op 1 oktober, volgende op de opening, dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs. Indien een nieuwe school ontstaat als gevolg van beëindiging van het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, is voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 117, eerste lid, is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend en voor het daaropvolgende schooljaar wordt als grondslag genomen het aantal leerlingen op 1 oktober, volgende op de opening, dat door een samenwerkingsverband toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs.
|
||||
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
**3.** Indien een nieuwe school ontstaat als gevolg van beëindiging van het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, is voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 117, eerste lid, het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van artikel 117 geldt in geval van samenvoeging van scholen, het aantal leerlingen van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vastgesteld volgens het eerste lid, en de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3711,9 +3717,9 @@ j. indien een leerling is toegelaten met toepassing van artikel 40, derde lid, t
|
|||
k. indien een leerling is ingeschreven op een school niet zijnde een instelling: het registratienummer van het samenwerkingsverband, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel de Wet op het voortgezet onderwijs, dat de leerling toelaatbaar heeft verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs en het volgnummer van de toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in artikel 40, tiende en twaalfde lid;
|
||||
l. de begin- en einddatum van de periode waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs; en
|
||||
m. de bekostigingscategorie, bedoeld in de artikelen 118, tiende lid, en 132, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en de artikelen 85b, derde lid, en 89a, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
k. indien van toepassing de leerweg of het profiel van het onderwijs, bedoeld in artikel 14a;
|
||||
l. het behaalde diploma ingevolge artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, of artikel 14b; en
|
||||
m. de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen, de eindcijfers, de uitslag van het eindexamen of deeleindexamen ingevolge artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, of artikel 14b, en de datum waarop deze uitslag is bepaald.
|
||||
n. indien van toepassing de leerweg of het profiel van het onderwijs, bedoeld in artikel 14a;
|
||||
o. het behaalde diploma ingevolge artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, of artikel 14b; en
|
||||
p. de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen, de eindcijfers, de uitslag van het eindexamen of deeleindexamen ingevolge artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, of artikel 14b, en de datum waarop deze uitslag is bepaald.
|
||||
|
||||
**2a.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue