2004-07-30 | BWBR0008774 | Besluit waardebepaling en verevening

This commit is contained in:
Coornhert 2004-07-30 12:00:00 +00:00
parent 3aba46b841
commit 66aff0498a

View file

@ -17,8 +17,8 @@ Het Besluit waardebepaling en verevening wordt als volgt vastgesteld:
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. de wet: de Wet van 29 mei 1997, *Stb.* 229, houdende wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht;
c. een instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
b. de wet: de Wet van 29 mei 1997, Stb. 229, houdende wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen van het economisch claimrecht;
c. een instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
d. eigen middelen: geldmiddelen van een instelling die niet door het Rijk zijn verstrekt;
e. m^2 bvo: de eenheid bruto vloeroppervlak van een gebouw, uitgedrukt in vierkante meters;
f. landelijke factor voor terreinen: het verhoudingsgetal dat de uitkomst is van de berekening op grond van artikel 4, zesde lid.
@ -29,8 +29,8 @@ Onze Minister stelt het bedrag vast dat een instelling op grond van artikel II,
2. De waarde, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van de bedragen per m^2bvo die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
3. De waarde, berekend op grond van het tweede lid, wordt verminderd met het percentage van de stichtings- of verwervingskosten dat door de instelling met toestemming van Onze Minister uit eigen middelen voor het gebouw is betaald, mits de eigen bijdrage aantoonbaar tot uitbreiding in m^2bvo heeft geleid en voor zover voor de eigen bijdrage van de instelling door het Rijk niet rechtstreeks een vergoeding is verstrekt.
4. De ruimtebehoefte van de instelling wordt berekend op grond van de leerlingenaantallen bij die instelling op grond waarvan over het kalenderjaar 1996 bekostiging door het Rijk heeft plaats gevonden, en de ruimtebehoeftenormen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
5. De waarde van de normatieve behoefte aan gebouwen in eigendom wordt berekend op grond van de ruimtebehoefte overeenkomstig het vierde lid, vermenigvuldigd met 0,8064, en de prijs van f 1 650 per m^2bvo.
6. Het vereveningsbedrag voor de gebouwen in eigendom per instelling is gelijk aan de helft van de waarde van de normatieve behoefte aan gebouwen in eigendom berekend overeenkomstig het vijfde lid, verminderd met de vastgestelde waarde van de gebouwen in eigendom berekend overeenkomstig het eerste tot en met het derde lid. Dit vereveningsbedrag kan zowel positief als negatief zijn.
5 De waarde van de normatieve behoefte aan gebouwen in eigendom wordt berekend op grond van de ruimtebehoefte overeenkomstig het vierde lid, vermenigvuldigd met 0,8064, en de prijs van f 1 650 per m^2bvo.
6 Het vereveningsbedrag voor de gebouwen in eigendom per instelling is gelijk aan de helft van de waarde van de normatieve behoefte aan gebouwen in eigendom berekend overeenkomstig het vijfde lid, verminderd met de vastgestelde waarde van de gebouwen in eigendom berekend overeenkomstig het eerste tot en met het derde lid. Dit vereveningsbedrag kan zowel positief als negatief zijn.
1. De waarde van een bebouwd terrein in eigendom, niet zijnde een sportterrein, is gelijk aan f 200 per m^2bvo van het gebouw of de gebouwen op het terrein. De waarde van een onbebouwd terrein in eigendom, niet zijnde een sportterrein, is gelijk aan f 200 per m^2 terrein. De eerste en tweede volzin zijn eveneens van toepassing op terreinen die de instelling in erfpacht heeft, indien de erfpachtcanon naar het oordeel van Onze Minister niet in relatie staat tot de werkelijke waarde van het terrein.
2. Ten aanzien van een terrein waarvan de erfpacht is afgekocht door het Rijk wordt, indien de afkoop betrekking heeft op een periode korter dan 30 jaar, gerekend vanaf 31 december 1996, de waarde berekend op grond van de bedragen per m^2 terrein die in de bijlage bij dit besluit zijn vermeld.
@ -49,6 +49,8 @@ Onze Minister stelt het bedrag vast dat een instelling op grond van artikel II,
Het bedrag van de verevening per instelling is gelijk aan de optelsom van de uitkomst van de toepassing van de artikelen 3 tot en met 6. Indien dit saldo positief is, ontvangt de instelling een bedrag, indien dit saldo negatief is, wordt een bedrag door de instelling betaald.
Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit waardebepaling en verevening.
### Artikel II