From 66ddcbfd861d5821cbcdf6c146e66a187a264e36 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 7 Nov 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-11-07 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 63 ++++++++++++++----- 1 file changed, 47 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index 7ccc72f0787..d6ea0dbb8cf 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -3492,11 +3492,9 @@ Ook deze bepaling heeft alleen betrekking op de vreemdeling die na 1 april 2001 Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van januari 2007 over de situatie in Afghanistan. Er is besloten tot handhaving van het beleid ten aanzien van Afghaanse asielzoekers. Hoewel het ambtsbericht aangeeft dat de situatie in Afghanistan is verslechterd, wordt geen aanleiding gezien om een beleid van categoriale bescherming in te stellen. +De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van augustus 2007 over de situatie in Afghanistan (gepubliceerd februari 2008, zie de website van het Ministerie van BuZa). -Hiervoor is doorslaggevend dat in de ons omringende landen geen bijzonder beleid voeren ten aanzien van Afghaanse asielzoekers. Alleen België kent een bijzonder beleid voor asielzoekers uit het zuiden van Afghanistan. Gezien de hoge mate van homogeniteit van de informatie over het beleid van de andere landen, wordt hieraan meer gewicht toegekend dan aan het gegeven uit het ambtsbericht dat de situatie in Afghanistan is verslechterd (zie C2/5.2.1 en C2/5.2.4). - -De beleidsconclusies zijn tevens gebaseerd op de uitspraak van het Europese Hof voor de rechten van de Mens van 11 januari 2007 (Salah Sheekh). Naar aanleiding hiervan is besloten om personen uit Afghanistan die uit een gebied komen waar zij tot een etnische of religieuze minderheid behoren aan te wijzen als kwetsbare bevolkingsgroep in de zin van C2/3.1.3. +Hoewel het ambtsbericht aangeeft dat de situatie in Afghanistan is verslechterd, wordt geen aanleiding gezien om een beleid van categoriale bescherming in te stellen. Hiervoor is doorslaggevend dat, blijkens berichten van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12 maart en 17 september 2008, de ons omringende landen geen bijzonder beleid voeren ten aanzien van Afghaanse asielzoekers. Alleen België kent een bijzonder beleid voor asielzoekers uit bepaalde delen van Afghanistan. Gezien de homogeniteit van de informatie over het beleid van de andere landen, wordt hieraan meer gewicht toegekend dan aan het gegeven uit het ambtsbericht dat de situatie in Afghanistan is verslechterd (zie C2/5.2.1 en C2/5.2.4). #### 2. Besluitmoratorium @@ -3524,7 +3522,7 @@ Het is niet vereist dat de vreemdeling persoonlijk te maken heeft gehad met een Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -Hierbij wordt opgemerkt dat blijkens het ambtsbericht de situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan en vooral buiten Kaboel en andere grote steden buitengewoon slecht is. In heel Afghanistan, de steden Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif incluis, komt op grote schaal geweld tegen vrouwen voor. Er bestaat nauwelijks gerechtelijke bescherming tegen dit geweld en genoegdoening voor de vrouw is niet mogelijk. Vrouwen hebben niet dezelfde rechten als mannen. De toegang voor vrouwen tot de gezondheidszorg en het onderwijs is slecht. +Hierbij wordt opgemerkt dat blijkens het ambtsbericht de situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan en vooral buiten Kaboel en andere grote steden buitengewoon slecht is. In heel Afghanistan, de steden Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif incluis, komt op grote schaal geweld tegen vrouwen voor. Voorzover vrouwen al de kans krijgen hun zaak juridisch aanhangig te maken, biedt het gerechtelijk apparaat geen bescherming. Vrouwen hebben niet dezelfde rechten als mannen. De toegang voor vrouwen tot de gezondheidszorg en het onderwijs is slecht. Vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor geweldpleging in Afghanistan, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming. @@ -3536,7 +3534,7 @@ Voorts geeft het ambtsbericht aan dat UNHCR meent dat van Afghaanse vrouwen die ###### 3.2.3. Alleenstaande vrouwen -Een vrouw wordt aangemerkt als alleenstaand indien er bij terugkeer naar Afghanistan geen echtgenoot of een ander meerderjarig mannelijk familielid aanwezig is of meereist, waarmee betrokkene voor vertrek uit Afghanistan in familieverband samenleefde en weer kan gaan samenleven. +Een vrouw wordt aangemerkt als alleenstaand indien er bij terugkeer naar Afghanistan geen echtgenoot of een ander meerderjarig mannelijk familielid aanwezig is of meereist, waarmee betrokkene voor vertrek uit Afghanistan in familieverband samenleefde en weer kan gaan samenleven. Voor de vraag of een vrouw alleenstaand is, is de situatie bij terugkeer bepalend. Indien wordt geoordeeld dat de betrokkene niet meer kan gaan samenleven met de familie bij wie ze direct voor het vertrek was, wordt nog wel beoordeeld in hoeverre het samenleven met andere familieleden hervat kan worden. @@ -3548,19 +3546,21 @@ Dit houdt in dat de vreemdeling die behoort tot deze groep met op zichzelf beper Het is niet vereist dat de vreemdeling persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat zij aannemelijk maakt dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep. -Alleenstaande vrouwen zijn voorts met ingang van 24 juni 2006 aangewezen als specifieke groep, die om andere redenen dan traumata op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/4). +Alleenstaande vrouwen zijn voorts met ingang van 24 juni 2006 aangewezen als specifieke groep, die om andere redenen dan traumata op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/4). -Indien op grond van dit beleid een verblijfsvergunning wordt verleend, ligt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op of na 24 juni 2006. +Indien op grond van dit beleid een verblijfsvergunning wordt verleend, ligt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op of na 24 juni 2006. ##### 3.3. Leden van politieke groeperingen -Het Afghaanse politieke spectrum kent een grote hoeveelheid verschillende groeperingen. Deze groeperingen zijn in meer of mindere mate georganiseerd. Veel van deze politieke groeperingen zijn gebaseerd op etniciteit en geloofsovertuiging. In de Afghaanse context is het aannemelijk dat problemen gebaseerd op politieke overtuiging voorkomen. De (centrale) autoriteiten kunnen hiertegen niet altijd bescherming bieden. +Het Afghaanse politieke spectrum kent een grote hoeveelheid verschillende groeperingen. Deze groeperingen zijn in meer of mindere mate georganiseerd. Veel van deze politieke groeperingen zijn gebaseerd op etniciteit en geloofsovertuiging. Het komt voor dat politici worden mishandeld, vermoord of gevangen gezet door lokale commandanten. -Indien een asielzoeker een beroep doet op problemen die hij op basis van zijn politieke overtuiging of activiteiten in Afghanistan heeft ondervonden met leden van de centrale autoriteiten, of de verschillende lokale krijgsheren, of met medeburgers, dient de asielzoeker aannemelijk te maken dat hij als gevolg hiervan gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging. Indien de asielzoeker een geloofwaardig relaas heeft en het aannemelijk is geworden dat hij te vrezen heeft voor vervolging op grond van zijn politieke overtuiging, of zijn activiteiten, kan de asielzoeker op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. +Indien een asielzoeker een beroep doet op problemen die hij op basis van zijn politieke overtuiging of activiteiten in Afghanistan heeft ondervonden met leden van de centrale autoriteiten, of de verschillende lokale krijgsheren, of met medeburgers, dient de asielzoeker aannemelijk te maken dat hij als gevolg hiervan gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging. + +Indien de asielzoeker een geloofwaardig relaas heeft en het aannemelijk is geworden dat hij te vrezen heeft voor vervolging op grond van zijn politieke overtuiging, of zijn activiteiten, kan de asielzoeker op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. ##### 3.4. Ex-communisten -Er zijn geen aanwijzingen dat personen enkel vanwege hun voormalige banden met het communistische regime in het huidige Afghanistan vervolging te vrezen hebben. De mate waarin zij risico lopen hangt af van verschillende factoren, waaronder: de mate waarin zij met de communistische ideologie worden geïdentificeerd, de rang of positie die zij ten tijde van het communistische regime hebben bekleed, de banden die familieleden met communisten onderhielden. Tevens is hun relatie tot de huidige (de facto) autoriteiten en invloedrijke stammen of facties van belang. Op grond daarvan kan zelfs het tegenovergestelde gelden, een persoon kan hierdoor bescherming genieten. Hierom zijn er geen redenen om aan te nemen dat personen enkel om banden met voormalige regimes als Verdragsvluchteling kunnen worden aangemerkt, of een reëel risico lopen op schending van artikel 3 EVRM. +Er zijn geen aanwijzingen dat personen enkel vanwege hun voormalige banden met het communistische regime in het huidige Afghanistan vervolging te vrezen hebben. De mate waarin zij risico lopen hangt af van verschillende factoren, waaronder: de familieachtergrond, de rang of positie die zij ten tijde van het communistische regime hebben bekleed en de mate waarin zij geassocieerd worden met de mensenrechtenschendingen tussen 1979 en 1992. Dit geldt eveneens voor personen die verdacht worden van deelname aan gewelddadigheden (ook gepleegd onder dit communistische bewind). Bij deze laatste groep wordt wel extra aandacht gevraagd voor de mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. @@ -3590,13 +3590,15 @@ Ten aanzien van Afghanistan heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire ##### 3.7. Homoseksuelen -Het ambtsbericht van de Minister van BuZa geeft aan dat het onbekend is hoe de positie is van homoseksuelen. In Afghanistan is de sharia van toepassing volgens welke seksuele handelingen tussen twee mensen van gelijk geslacht strafbaar zijn. Indien iemand openlijk homoseksueel is, zal hij of zij waarschijnlijk op zijn minst door zijn of haar familie worden uitgesloten +Het ambtsbericht van de Minister van BuZa geeft aan dat weinig bekend is over de positie van homoseksuelen. Homoseksualiteit is in Afghanistan een taboe, en daardoor zeer moeilijk bespreekbaar. Homoseksuelen in Afghanistan houden hun geaardheid geheim. Indien iemand openlijk homoseksueel is, zal hij of zij waarschijnlijk op zijn minst door zijn of haar familie worden uitgesloten. -Indien een Afghaanse asielzoeker zich erop beroept dat hij wordt vervolgd wegens homoseksualiteit, is het algemene beleid van toepassing (zie C2/2.10.2). Bij de beoordeling van de aanvraag wordt de situatie in Afghanistan zoals die kenbaar is uit het ambtsbericht, en met name de situatie van minderheidsgroeperingen in het algemeen, betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. +In Afghanistan is de sharia van toepassing volgens welke seksuele handelingen tussen twee mensen van gelijk geslacht strafbaar zijn. Het ambtsbericht geeft aan dat in Afghanistan niet kan worden uitgesloten dat de doodstraf wordt opgelegd. -Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege zijn homoseksualiteit te vrezen heeft voor vervolging, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. +Homoseksuelen uit Afghanistan worden aangemerkt als risicogroep als bedoeld in C14/4.5. In het kader van de toetsing aan artikel 29, eerste lid, onder a, Vw worden aan personen behorende tot een risicogroep minder hoge eisen gesteld met betrekking tot het aannemelijk maken van de zwaarwegendheid van de ondervonden gebeurtenissen. -Hierbij wordt niet verlangd dat betrokkene zich heeft gewend tot de autoriteiten voor bescherming. +Dit houdt in dat wanneer deze personen zich beroepen op problemen op basis van hun homoseksualiteit van de zijde van de huidige (centrale) autoriteiten, of lokale krijgsheren, of met medeburgers, en er sprake is van een geloofwaardig en individualiseerbaar asielrelaas, reeds met geringe indicaties aannemelijk kan worden gemaakt dat deze problemen leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. + +Indien hiervan sprake is, kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming. #### 4. Traumatabeleid @@ -3626,7 +3628,36 @@ Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure om Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten. -Gelet op het gewelddadig verleden van Afghanistan en de gewelddadigheden die zich ook nu nog lokaal voordoen, wordt bijzondere aandacht geschonken aan personen die hierbij zijn betrokken (geweest), of die zich beroepen op deelname aan militaire of gewelddadige acties. +In een ambtsbericht van 29 februari 2000 heeft de Minister van BuZa bericht over taken, organisatiestructuur en werkmethodes van de KhAD en de WAD in de periode 1978–1992. Het ambtsbericht stelt vast dat in de praktijk alle onderofficieren en officieren van de KhAD en de WAD werkzaam zijn geweest in de macabere afdelingen van deze diensten en persoonlijk betrokken zijn geweest bij het arresteren, ondervragen en martelen en soms executeren van verdachte personen. Derhalve hebben alle onderofficieren en officieren zich schuldig gemaakt aan schendingen van de mensenrechten. + +Op grond van deze informatie wordt ten aanzien van voornoemde categorie personen aangenomen dat sprake is van ‘personal and knowing participation’ (zie C4/3.11.3.3), tenzij de vreemdeling kan aantonen dat in zijn geval sprake is van een significante uitzondering. + +Blijkens een ambtsbericht van de Minister van BuZa over de Hezb-i-Wahdat van 23 juni 2000 kan deze organisatie als een van de meest gewelddadige politiek-militaire bewegingen in Afghanistan worden beschouwd. Dit geweld was niet enkel gericht tegen politieke tegenstanders, maar ook tegen de burgerbevolking. Uit het ambtsbericht blijkt dat de organisatie zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan grove mensenrechtenschendingen gedurende de periode 1992–1999. De schendingen bestonden uit martelingen, verkrachtingen, buitengerechtelijke executies en doding tijdens willekeurige arrestaties en krijgsgevangenschap. + +Uit het ambtsbericht blijkt dat het gewelddadig gedrag van de militieleden door de leidinggevenden lijkt te zijn geïnstigeerd. Het ambtsbericht stelt vast dat aannemelijk wordt geacht dat de volgende leden van Hezb-i-Wahdat verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen in Afghanistan gedurende de periode 1992–1999: + +– alle leden van het Centrale Leiderschapsorgaan, Shura-i-Markazi; +– de leden van het Militair Comité van Shura-i-Markazi; +– de leden van het Politiek Comité van Shura-i-Markazi; +– de hoofden van de Provinciale Vertegenwoordigingen; +– alle commandanten van een ferq’a, een brigade van duizend man; +– hoge officieren (commandant, generaal, kolonel, majoor) van de strijdkrachten van Hezb-i-Wahdat. + +Op grond van deze informatie wordt ten aanzien van de leden van de Hezb-i-Wahdat die onder een of meer van de hierboven genoemde categorieën vallen en die asiel aanvragen in Nederland aangenomen dat sprake is van ‘personal and knowing participation’ (zie C4/3.11.3.3), tenzij de vreemdeling kan aantonen dat in zijn geval sprake is van een significante uitzondering. + +Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 4 september 2002, over het functioneren van de politie in Afghanistan ten tijde van het communistische bewind (1978–1992) en de periode waarin verschillende Mudjahedin-fracties over het land regeerden (1992–1996), hebben afdelingen van de Afghaanse politie, genaamd Sarandoy, tussen 1978 en 1992, in nauwe samenwerking met de veiligheidsdiensten, systematisch en op grote schaal de mensenrechten geschonden. Door middel van folteringen werden bekentenissen afgedwongen en tijdens de politieverhoren zijn vele slachtoffers gevallen. De Sarandoy is ook ingezet bij het neerslaan van opstanden waarbij veel mensen willekeurig zijn opgepakt en geëxecuteerd. Volgens het ambtsbericht zijn in die periode onder de verantwoordelijkheid van de Sarandoy duizenden mensen geëxecuteerd of tijdens foltering bezweken. + +Het ambtsbericht stelt dat de mensenrechtenschendingen door deze afdelingen in het algemeen bekend waren bij de Afghaanse bevolking. Van de medewerkers van de afdelingen mag derhalve worden verwacht dat zij op de hoogte zijn geweest van de mensenrechtenschendingen. + +Het ambtsbericht stelt met betrekking tot de verantwoordelijkheidsvraag voor leidinggevenden het volgende: + +– hoofd- en opperofficieren van de Kumandani-ye Umumi-ye Defa-yeInqelab zijn gedetailleerd op de hoogte geweest van mishandeling, foltering, verkrachting en moord en hebben er in veel gevallen zelf aan deelgenomen of het bevel ertoe gegeven; +– het is onmogelijk dat een hoofd- of opperofficier zijn functie binnen de Riasat-e-Makhsous kon uitvoeren zonder dat hij de gehanteerde methoden onderschreef en zelf uitvoerde of liet uitvoeren; +– hoofd- en opperofficieren van de Operatifi-ye Mahabas zijn op gedetailleerde wijze op de hoogte geweest van de mishandelingen tijdens de verhoren en de executies en hebben er in veel gevallen ook zelf aan deelgenomen of het bevel ertoe gegeven. + +Voor bovengenoemde categorieën leidinggevenden kan ervan worden uitgegaan dat zij hebben geweten van, althans in staat moeten zijn geweest om te beschikken over voldoende informatie over mensenrechtenschendingen. Daarmee wordt knowing participation aangenomen. De leidinggevenden van eerdergenoemde afdelingen die onder meer oorlogsmisdrijven en, of misdrijven tegen de menselijkheid pleegden, hebben door het aanvaarden en uitoefenen van hun leidinggevende functie de verantwoordelijkheid aanvaard voor de doelstellingen en uitgevoerde methoden van die afdelingen. Daarmee is aan het vereiste van personal participation voldaan. + +Op grond van deze informatie wordt ten aanzien van voornoemde categorie personen aangenomen dat sprake is van ‘personal and knowing participation’ (zie C4/3.11.3.3), tenzij de vreemdeling kan aantonen dat in zijn geval sprake is van een significante uitzondering. ##### 6.5. Algehele veiligheidssituatie